Overslaan en naar de inhoud gaan

DLR 0426 mediation als oplossing; aanbevelingen om mediation in de letselschadepraktijk te bevorderen

DLR 0426 mediation als oplossing; aanbevelingen om mediation in de letselschadepraktijk te bevorderen
 

AANBEVELINGEN
De werkgroep heeft, na consultatie van een klankbordgroep samengesteld uit professionals betrokken bij de afhandeling van letselschadezaken en na uitvoerige bestudering van de manieren waarop mediation op andere rechtsgebieden wordt toegepast en gestimuleerd, een aantal aanbevelingen opgesteld. De belangrijkste daarvan is de aanscherping van gedragsregel 10 van de Gedragscode Behandeling Letselschade (GBL). Deze regel ziet op de inschakeling van een derde als het de partijen niet lukt gezamenlijk een oplossing te bereiken. In de toelichting bij deze regel dient volgens de werkgroep te worden verduidelijkt onder welke omstandigheden mediation wel respectievelijk niet geïndiceerd is. De werkgroep heeft daartoe een aantal indicaties en contra-indicaties voor mediation opgesteld.

Daarnaast acht de werkgroep het van belang dat meer aandacht ontstaat voor de vorm waarin en het moment waarop mediation in de letselschadepraktijk kan worden toegepast. Het onderzoek van de werkgroep heeft uitgewezen dat de praktijk behoefte heeft aan een laagdrempelige interventiemogelijkheid, waarbij de insteek niet is het bereiken van een volledige oplossing, maar het stroomlijnen of bijsturen van het proces en/of het wegnemen van knelpunten, dan wel het oplossen van discussies over deelonderwerpen. Dit biedt partijen de mogelijkheid om in een vroeg(er) stadium van het letselschadetraject mediation in te zetten. Tegen die achtergrond heeft de werkgroep het mediationgesprek, de deelmediation en de mediation in combinatie met bindend advies ontwikkeld.

Het mediationgesprek is bedoeld om vroeg in het afwikkelingstraject aan partijen de mogelijkheid te bieden om onder leiding van een neutrale derde te inventariseren welke conflicten en meningsverschillen er zijn en hoe deze het meest effectief kunnen worden opgelost. De gemaakte afspraken kunnen vervolgens schriftelijk worden vastgelegd in een stappenplan. Zo mogelijk kan een definitieve regeling worden beproefd. In dat geval zal het mediationgesprek evolueren tot een volwaardige mediation.

De deelmediation is bedoeld om een afgebakend geschil dat zich voordoet tijdens de schaderegeling door middel van mediation op te lossen. Het gaat hier om een beperkte vorm van mediation die volgens de werkgroep bij uitstek geschikt is om gerechtelijke procedures, zoals bijvoorbeeld een deelgeschil over de schadeomvang, te voorkomen. De deelmediation is daardoor meer juridisch van aard. De voordelen van deze vorm van mediation ten opzichte van een gerechtelijke procedure zijn de snelheid en de vertrouwelijkheid van het proces.

Een bijzonder efficiënte en effectieve vorm van geschiloplossing kan tot slot worden verkregen door partijen vooraf met elkaar te laten afspreken dat zij, in het geval mediation niet tot een oplossing leidt, aan de mediator vragen een bindend advies uit te brengen over de zaak. Deze hybride vorm van mediation biedt partijen de zekerheid dat hun geschil zal worden opgelost, zonder dat zij daarbij de regie volledig uit handen hoeven te geven.

Volgens de werkgroep kan de Rechtspraak een belangrijke rol vervullen bij de bevordering van (de diverse vormen van) mediation. In dat kader heeft de werkgroep een aantal aandachtspunten en mogelijkheden geformuleerd. Die zien enerzijds op praktische maatregelen, zoals het verwijzen van procespartijen naar mediation of een mediationgesprek, en anderzijds op de voorlichtende functie van de Rechtspraak waar het gaat om de gehoudenheid van partijen om zich tijdens het schaderegelingstraject – en datzelfde geldt voor een gerechtelijke procedure – constructief op te stellen en zich in te spannen een geschil zo voortvarend mogelijk en bij voorkeur minnelijk op te lossen.

Denkbaar is volgens de werkgroep dat die wederzijdse gehoudenheid zo ver gaat dat partijen zich positief moeten opstellen als het gaat om een uitnodiging (van de rechter of van de wederpartij) om mediation te proberen. Dat zal met name het geval zijn als een of meer van de door de werkgroep geformuleerde indicaties voor mediation aanwezig zijn en geen contra-indicaties bestaan om daarvan af te zien.

Verder beveelt de werkgroep aan dat kennis over mediation en het verloop daarvan een vast onderdeel gaat vormen van de beroepsopleiding van professionals in de letselschadebranche en dat daaraan aandacht wordt besteed in de nascholing en bij eventuele intervisiebijeenkomsten.

Tot slot adviseert de werkgroep de hierboven geformuleerde aanbevelingen een vast onderdeel te laten vormen van audits die worden afgenomen in het kader van het Nationaal Keurmerk Letselschade. deletselschaderaad.nl