Zoeken

Inloggen

Artikelen

RBMNE 050619 conversiestoornis; slachtoffer moet van therapeutische mogelijkheden gebruikmaken

RBMNE 050619 SPW-er aangevallen door bewoners; na horen psychiater wijziging diagnose van aggravatie naar conversiestoornis;
- smartengeld 15.000, toewijzing inkomensverlies en huishoudelijke hulp

vervolg op: rbmne-150818-spw-er-aangevallen-door-bewoners-psychiater-wordt-ter-comparitie-uitgenodigd-voor-nadere-toelichting-op-gestelde-aggravatie

2.11.

De kantonrechter legt de opmerking van [gedaagde] , dat [C] mogelijk in strijd heeft gehandeld met de voor hem geldende professionele standaard, terzijde. [gedaagde] heeft dit punt namelijk onvoldoende uitgewerkt. Het standpunt van [gedaagde] , dat daarom de diagnose conversiestoornis niet juist is, dient ook te worden verworpen, omdat dit standpunt evenmin inhoudelijk is uitgewerkt. [gedaagde] heeft daartoe wel de kans gehad, omdat een van de redenen om partijen een akte na comparitie te laten nemen was hen in de gelegenheid te stellen overleg met hun medisch adviseur te plegen. De kantonrechter zal dan ook in het onderstaande uitgaan van de (nieuwe) diagnose van [C] .

2.12.
Uit de onderzoeken van de deskundigen volgt, zoals ook al in het tussenvonnis is vermeld, dat de [eiseres] haar klachtenpatroon steeds consistent, consequent en samenhangend heeft gepresenteerd. Uit de deskundigenberichten leidt de kantonrechter ook af dat de klachten op zichzelf plausibel zijn en dat voor de klachten en beperkingen geen andere oorzaak is aan te wijzen dan het incident in 2008. Uit de medische voorgeschiedenis (de kantonrechter verwijst naar het huisartsenjournaal overgelegd als productie 2 bij dagvaarding) zijn evenmin eerdere oorzaken naar voren gekomen. Daarmee staat vast dat de klachten en beperkingen in een voldoende oorzakelijk verband staan met het incident.

2.13.
Verder moet worden beoordeeld of [eiseres] haar klachten en beperkingen niet aggraveert, in de zin van bewust erger voorstellen dan zij zijn. De kantonrechter oordeelt dat daarvan geen sprake is. Uit de rapporten blijkt dat immers niet. Met name de neuropsycholoog [B] heeft in zijn onderzoek op diverse plaatsen controlevragen gesteld. Daaruit kon hij niet afleiden dat [eiseres] bewust aggraveert, al vond hij ook dat de uitkomsten “te slecht waren om waar te zijn”, waarmee hij bedoelde dat delen van het onderzoek onverklaarbaar lage uitkomsten gaven. Psychiater [C] heeft voor het schrijven van zijn (eerste) rapport kennis genomen van het rapport van [B] en kwam hij wel tot de diagnose aggravatie. [C] heeft tijdens de comparitie van partijen echter onder meer gezegd dat de neuropsycholoog geen verklaringen kan (en mag) geven over het veronderstelde onderpresteren. [C] heeft voorts verklaard dat het onderpresteren van [eiseres] deels kan worden verklaard uit de conversiestoornis. Het zou kunnen dat zij de klachten en beperkingen erger voorstelt dan zij zijn. Dan is er wel sprake van aggravatie, maar daarmee niet van bewust overdrijven of zelfs simuleren.

2.14.
[C] heeft voorts verklaard dat, om de beperkingen van [eiseres] goed in kaart te brengen, nader onderzoek door een op het gebied van de conversiestoornis gespecialiseerde neuroloog noodzakelijk is. Aan de hand van dat onderzoek kan volgens [C] worden bepaald hoe ernstig het aggraveren is. Daarmee bedoelt hij dat kan worden bepaald welk deel van de klachten “echt” zijn en wel deel, mede als gevolg van de conversiestoornis, uit aggravatie zijn te verklaren.

2.15.
De kantonrechter oordeelt dat in deze procedure geen nader neurologisch onderzoek zal behoeven plaats te vinden. [eiseres] vordert immers haar schade tot nu vast te stellen. [eiseres] vordert geen toekomstschade en behoudt zich alle rechten voor om die na deze procedure te vorderen. Indien [eiseres] haar toekomstige schade wil vorderen zal zij, naar het de kantonrechter nu voorkomt, duidelijk moeten maken dat zij vanaf nu al hetgeen in redelijkheid van haar kan worden verwacht heeft ondernomen om haar schade te beperken. Zij weet nu immers wat haar mankeert. [C] duidelijk heeft uitgelegd dat er therapeutische mogelijkheden bestaan. Die kunnen de gevolgen van het incident zo veel als mogelijk is beperken. Daarvoor is geen zekerheid, maar wel de mogelijkheid, waarvan [eiseres] gebruik van moet maken. Indien het nodig is voor het inzetten van de juiste behandeling dat daaraan voorafgaand een neurologisch onderzoek moet plaatsvinden, dan zal [eiseres] haar medewerking daaraan moeten verlenen. Uit de laatste akte van [eiseres] begrijpt de kantonrechter dat [eiseres] daartoe bereid is, alsook tot het volgen van een revalidatietherapie.

ECLI:NL:RBMNE:2019:2483

Deze website maakt gebruik van cookies