RBAMS 010426 Onrechtmatige hinder; Geluidsmetingen zeggen niets over aard, duur en intensiteit van geluid; geluidsnorm Bouwbesluit n.v.t.
- Meer over dit onderwerp:
RBAMS 010426 Onrechtmatige hinder; Geluidsmetingen zeggen niets over aard, duur en intensiteit van geluid; geluidsnorm Bouwbesluit n.v.t.
2De feiten
2.1.
Op 6 december 2011 hebben partijen, met de vader van [eiser] , gezamenlijk de onverdeelde eigendom verkregen van een pand aan de [adres] (hierna: het pand). Partijen zijn tevens familie van elkaar.
2.2.
Op 2 augustus 2012 heeft de Gemeente Amsterdam (hierna: de Gemeente) een omgevingsvergunning verleend voor het veranderen van de eerste, tweede, derde en zolderverdieping van het pand naar vier woningen. Hierna hebben verschillende renovatiewerkzaamheden in het pand plaatsgevonden.
2.3.
Partijen zijn sinds 2012 boven/onderburen van elkaar. [eiser] woont (met zijn gezin) op de eerste verdieping van het pand en [gedaagde] woont (met haar gezin) op de tweede verdieping.
2.4.
In 2017 is tussen partijen een geschil ontstaan over geluidsoverlast en (in verband hiermee) of de vloer in de woning van [gedaagde] voldoet aan de daarvoor geldende normen.
2.5.
Op verzoek van [eiser] heeft [gedaagde] in augustus 2019 een nieuwe parketvloer gelegd.
2.6.
In de daaropvolgende periode is [eiser] geluidsoverlast blijven ervaren en heeft hij daarover bij [gedaagde] geklaagd.
2.7.
Op 6 februari 2025 heeft Isovast B.V., conform NEN 5077 en met behulp van een ruisgenerator en een hamerapparaat, lucht- en contactgeluidsmetingen uitgevoerd tussen de woning van [eiser] en de woning van [gedaagde] .
2.8.
Naar aanleiding van de metingen van Isovast B.V., heeft The Acoustic Advisor op 21 februari 2025 een rapport opgesteld. In het rapport wordt – voor zover hier relevant – het volgende vermeld:
“(..)
4.2
Rekenresultaten
In tabel 3 en 4 zijn de resultaten van de geluidmeting weergegeven. (..)
(..)
tabel 3: resultaten luchtgeluidisolatie
| Ruimte (positie) | Luchtgeluid ≥ 52 dB |
| D Nt,s,k (dB) | |
| Woonkamer [woning gedaagde] naar woonkamer [woning eiser] | 49 |
tabel 4: resultaten contactgeluidisolatie
| Ruimte (positie) | Contactgeluid ≤ 54 dB |
| L Nt,A (dB) | |
| Woonkamer [woning gedaagde] naar woonkamer [woning eiser] | 56 |
| Slaapkamer [woning gedaagde] naar slaapkamer [woning eiser] | 67 |
(..)
Uit bovenstaande tabellen is op te maken dat alle gemeten situaties op gebied van lucht- en contactgeluid niet voldoen aan de normen zoals gesteld in het Besluit bouwwerken leefomgeving. Waarbij er opgemerkt moet worden dat de overschrijding in de slaapkamer een stuk hoger is dan de overschrijding in de woonkamer.
(..)”
2.9.
Naar aanleiding van de bevindingen van The Acoustic Advisor zijn partijen met elkaar in overleg getreden. Omdat dit niet tot een oplossing heeft geleid, is [eiser] deze procedure gestart.
3Het geschil
3.1.
[eiser] vordert, samengevat, dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
- overgaat tot het aanwijzen van een onafhankelijke deskundige, die onderzoek kan doen naar de mate van geluidsoverdracht tussen het appartement van [gedaagde] en het appartement van [eiser] en die dient aan te geven of de bevindingen in overeenstemming zijn met de daarvoor geldende normen en de daar redelijkerwijs aan te stellen vereisten, alsook om aanbevelingen te doen hoe de geluidsoverdracht zou kunnen worden gereduceerd tot een aanvaardbaar niveau;
- [gedaagde] veroordeelt om te gehengen en te gedogen dat het onderzoek als onder i. omschreven zal worden uitgevoerd op de kortst mogelijke termijn, doch uiterlijk binnen 14 dagen na het te wijzen vonnis, zulks op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag, tot een maximum van € 50.000,00;
- [gedaagde] veroordeelt om voor eigen rekening en risico de door de deskundige eventueel gedane aanbevelingen om de vloer (voor zover mogelijk) te laten voldoen aan de NEN 5077 norm, op te volgen en uit te voeren, zulks uiterlijk binnen twee maanden na ontvangst van het rapport van de deskundige, zulks op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag, tot een maximum van € 50.000,00;
- [gedaagde] veroordeelt om binnen één maand na uitvoering van de werkzaamheden als hiervoor omschreven, haar medewerking te verlenen aan een vervolgonderzoek van de door de rechtbank te benoemen deskundige, waaruit zal blijken of de aanbevolen werkzaamheden volledig en deugdelijk zijn uitgevoerd alsook om vast te stellen of de in het appartement van [gedaagde] aanwezige vloer voldoet aan de daarvoor geldende voorschriften, zulks op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag, tot een maximum van € 50.000,00;
- [gedaagde] veroordeelt in de kosten van de procedure, waaronder nadrukkelijk begrepen de kosten van de advocaat van [eiser] , alsook de kosten van de deskundige, te vermeerderen met de wettelijke rente;
- [gedaagde] veroordeelt om aan [eiser] te betalen de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.2.
[eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat hij al jarenlang overlast ervaart van [gedaagde] en dat die overlast kwalificeert als onrechtmatige hinder in de zin van artikel 5:37 Burgerlijk Wetboek (BW) jo. 6:162 BW. [eiser] voert daartoe aan dat moet worden getoetst aan de norm uit Bouwbesluit 2012 (hierna: het Bouwbesluit), te weten: de NEN 5077. Die norm is immers van toepassing op verbouwingen die betrekking hebben op scheidingsmuren, vloeren tussen woningen en het wijzigen van vloerconstructies, zoals zich in onderhavig geval heeft voorgedaan. Daarnaast wordt in de omgevingsvergunning van de Gemeente tevens verwezen naar de NEN 5077, zodat die norm hier ook om die reden van toepassing is. Uit de metingen die [eiser] zelf heeft uitgevoerd, blijkt dat het geluid dat afkomstig is van [gedaagde] meermaals per dag de 55 decibel (dB) en zelfs regelmatig de 70 dB overschrijdt. Daarmee wordt niet voldaan aan de norm uit het Bouwbesluit. Uit de bevindingen van The Acoustic Advisor blijkt ook dat niet wordt voldaan aan de geldende normen, en dat aannemelijk is dat de oorzaak daarvan gelegen is in de wijze waarop de vloer is aangebracht. Dit maakt dat de door [gedaagde] veroorzaakte hinder onrechtmatig is. De vorderingen van [eiser] moeten daarom worden toegewezen.
3.3.
[gedaagde] voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
3.4.
[gedaagde] betwist allereerst de inhoud van het rapport en stelt dat The Acoustic Advisor de geluidsmetingen onjuist heeft geïnterpreteerd en zijn conclusies (grotendeels) heeft gebaseerd op aannames. Daarnaast is de norm uit het Bouwbesluit alsook NEN 5077 hier niet van toepassing. Er is immers geen sprake van nieuwbouw, noch is sprake van een aan [gedaagde] verleende omgevingsvergunning waarin is bepaald dat zij aan die norm moet voldoen. Verder is onduidelijk hoe de metingen die [eiser] zelf heeft uitgevoerd zijn verricht. Het voorgaande maakt dat de overgelegde rapporten en de eigen metingen van [eiser] geen grondslag kunnen bieden voor de stelling dat sprake is van onrechtmatige hinder, voor zover artikel 5:37 BW hier al van toepassing is. De vorderingen van [eiser] moeten dus worden afgewezen.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4De beoordeling
4.1.
[eiser] baseert, zoals hij tijdens de mondelinge behandeling heeft toegelicht, zijn vorderingen op het uitgangspunt dat van onrechtmatige geluidshinder sprake is en dat die hinder wordt veroorzaakt doordat de vloer van [gedaagde] niet voldoet aan de daarvoor geldende normen als vastgelegd in het Bouwbesluit. Daarom moet in deze zaak eerst worden beoordeeld of sprake is van onrechtmatige hinder door [gedaagde] zoals [eiser] stelt. In dit kader wordt het volgende overwogen.
Juridisch kader
4.2.
De rechtbank stelt voorop dat het veroorzaken van hinder niet meteen onrechtmatig is in de zin van artikel 6:162 BW. Buren hebben nu eenmaal een zekere mate van hinder van elkaar te dulden. Of het toebrengen van hinder onrechtmatig is, hangt af van de aard, de ernst en de duur van de hinder en de daardoor toegebrachte schade in verband met de verdere omstandigheden van het geval, waaronder ook de plaatselijke omstandigheden.1
4.3.
Voor de rechtbank staat voldoende vast dat [eiser] (leef)geluiden van [gedaagde] hoort en dit voor hem hinderlijk is. Er zijn echter geen feiten en omstandigheden komen vast te staan die het oordeel kunnen rechtvaardigen dat sprake is van geluidshinder in een mate die onrechtmatig is. [eiser] heeft onvoldoende toegelicht en onderbouwd dat sprake is van geluidshinder die zodanig ernstig is dat dit in strijd is met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt.2 Dat betekent dat de vordering tot het aanwijzen van een deskundige, de vordering tot opvolgen van de door de deskundige aanbevolen aanpassingen van de vloer en de vordering tot het laten plaatsvinden van een vervolgonderzoek aan de vloer (vordering i. t/m iv.) zullen worden afgewezen, nu die vorderingen allemaal zijn gebaseerd op de grondslag dat sprake is van onrechtmatige hinder. De rechtbank licht dit oordeel hierna toe.
De geluidsmetingen
4.4.
[eiser] stelt dat hij gedurende de dag en nacht veel geluidsoverlast ervaart. Die geluidsoverlast bestaat volgens [eiser] uit loopgeluiden die door [gedaagde] en haar gezin worden veroorzaakt. Dat die loopgeluiden vervolgens onrechtmatige hinder opleveren, blijkt volgens [eiser] uit de resultaten van het verrichte geluidsonderzoek. [gedaagde] betwist dat zij overlast veroorzaakt en voert daartoe het volgende aan. Vanwege de klachten van [eiser] over geluidsoverlast heeft [gedaagde] in 2019 een nieuwe vloer gelegd. Die vloer heeft zij, op advies van een ervaren parketteur, verlijmd aan de Fermacell onderlaag. Omdat de klachten over de geluidsoverlast desondanks bleven aanhouden, heeft [gedaagde] de vloer laten inspecteren door Amstel Bouwadvies. Volgens [gedaagde] heeft Amstel Bouwadvies geconcludeerd dat de vloer goed is gelegd en een zeer goede geluidsdempende werking heeft. Daarnaast heeft [gedaagde] tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat zij maatregelen heeft genomen om de geluidsoverlast zoveel mogelijk te beperken. Zo heeft zij verklaard dat zij verschillende kleden heeft neergelegd (en dat heeft de rechtbank ook gezien), er in huis alleen op sokken wordt gelopen, de kinderen worden begrensd, er geen schoolkinderen worden uitgenodigd en dat er vloerbedekking is gelegd in de ruimte boven de slaapkamer van [eiser] .
4.5.
De geluidsmetingen die ten grondslag liggen aan het door [eiser] overgelegde rapport, zijn uitgevoerd volgens de NEN 5077 met behulp van een hamerapparaat en een ruisbron. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiser] toegelicht dat het uitvoeren van de geluidsmetingen ongeveer een uur in beslag heeft genomen. Uit de metingen volgt dat de luchtgeluidisolatie tussen de woonkamers van partijen neerkomt op 49 dB. Voor de contactgeluidisolatie geldt dat dit van de woonkamer van [gedaagde] naar de woonkamer van [eiser] 56 dB is, en van de slaapkamer van [gedaagde] naar de slaapkamer van [eiser] 67 dB. The Acoustic Advisor verbindt hieraan de conclusie dat de gemeten situaties op het gebied van lucht- en contactgeluid niet voldoen aan de normen zoals gesteld in het Bouwbesluit. [gedaagde] betwist de metingen op zichzelf niet, maar voert aan dat de norm waaraan The Acoustic Advisor de metingen heeft getoetst hier niet van toepassing is (zie hiervoor verder 4.7). Naar het oordeel van de rechtbank kan uit de geluidsmetingen niet worden afgeleid dat sprake is van onrechtmatige hinder. Het geluidsonderzoek is namelijk een momentopname van een mechanisch veroorzaakt geluid, namelijk: het creëren van ruis en het laten vallen van hamertjes op de vloer. De metingen zeggen wellicht iets over de isolatiewaarde van de vloer op een bepaalde plaats, maar zeggen niets over de aard, duur en intensiteit van het door [gedaagde] veroorzaakte geluid, terwijl dat voor het vaststellen van onrechtmatige hinder wel van doorslaggevend belang is. Verdere metingen waaruit kan worden afgeleid hoeveel geluid [gedaagde] gedurende de week (overdag, ’s avonds en ’s nachts) maakt, ontbreken. Weliswaar heeft [eiser] een grafiek overgelegd met daarin een overzicht van door hem geregistreerd geluid van boven de 55 dB, maar daarbij heeft [eiser] nagelaten toe te lichten hoe hij dit onderzoek heeft verricht. Dit maakt dat de rechtbank – zoals door [gedaagde] terecht gesteld – over onvoldoende informatie beschikt om conclusies aan de grafiek te kunnen verbinden.
4.6.
De verklaring van [eiser] dat gedurende de dag en de nacht extreem veel overlast door [gedaagde] wordt veroorzaakt, kan evenmin bijdragen aan de vaststelling dat sprake is van onrechtmatige hinder. Hierbij is van belang dat [eiser] tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard dat hij enkel overlast ervaart van loopgeluiden. Van andere geluiden, zoals bijvoorbeeld stemmen, muziek of het schuiven van stoelen, heeft [eiser] aangegeven geen last te hebben. Loopgeluiden vallen onder de noemer gebruikelijke leefgeluiden. Niet is gebleken dat het hier bijvoorbeeld gaat om gebruik van zware mechanische apparatuur op ongebruikelijke tijden, het veelvuldig houden van feestjes of het draaien van muziek midden in de nacht. Nu er geen objectieve informatie is over de door [gedaagde] (en haar gezin) gemaakte (loop)geluiden, heeft de rechtbank onvoldoende aanknopingspunten om vast te stellen dat de loopgeluiden die [eiser] hoort, luider zijn dan normale leefgeluiden die buren van elkaar te dulden hebben. Bovendien heeft [eiser] ook geen voldoende specifiek en/of relevant bewijsaanbod gedaan ter zake van zijn stelling dat [gedaagde] overdag en ’s nachts objectief gezien onrechtmatige hinder veroorzaakt, zodat hij ook niet in de gelegenheid zal worden gesteld dit bewijs alsnog te leveren.
De geluidsnorm
4.7.
[eiser] stelt dat in onderhavig geval aan de norm uit het Bouwbesluit 2012 moet worden getoetst, hetgeen door [gedaagde] wordt betwist. [gedaagde] voert daartoe aan dat het hier gaat om bestaande bouw. [gedaagde] heeft nooit bouwkundige aanpassingen gemaakt aan de vloer, zodat de vloer ook niet hoeft te voldoen aan de norm als opgenomen in de omgevingsvergunning. Bij dagvaarding heeft [eiser] erkend dat [gedaagde] bij de renovatie in 2012 de oorspronkelijke vloer heeft behouden. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiser] echter betoogd dat ten behoeve van de doorbraak van de boven elkaar liggende keukens tijdens de verbouwing in 2012 een voorziening in de vloer is aangelegd, bestaande uit een doorlopende stalen constructie. [gedaagde] betwist dit en geeft aan dat enkel een stalen balk aan de bovenzijde van de doorbraak is geplaatst. [eiser] heeft de stalen constructie in de vloer desgevraagd niet op de bouwtekening – die hij tijdens de mondelinge behandeling heeft getoond – kunnen aanwijzen. Wat daar ook van zij: zelfs als een dergelijke voorziening ten behoeve van de doorbraak in de boven elkaar liggende keukens is getroffen, dan is dat naar het oordeel van de rechtbank nog geen renovatie van de vloer op grond waarvan de vloer van [gedaagde] moet voldoen aan de normen in het Bouwbesluit. Dat geldt overigens eveneens voor de werkzaamheden die [gedaagde] in 2018 aan de vloer heeft verricht. Het voorgaande maakt dan ook dat er niet vanuit kan worden gegaan dat de geluidsnormen in het Bouwbesluit in onderhavig geval een redelijke maatstaf zijn om te bepalen of sprake is van onrechtmatige hinder.
Pand van nature gehorig en ongesplitst
4.8.
De rechtbank overweegt verder dat bij het oordeel of in dit geval sprake is van onrechtmatige hinder en welke norm daartoe moet worden gehanteerd, ook van belang is dat het pand waarin [eiser] en [gedaagde] wonen begin twintigste eeuw is gebouwd en dat de woningen van partijen door de wijze van constructie sowieso al gehorig zijn. Ook weegt de rechtbank mee dat [gedaagde] en [eiser] samen met de vader van [eiser] onverdeeld eigenaar zijn van het gehele pand, dat zij het pand in ongesplitste toestand hebben gekocht en het pand nadien ook niet is gesplitst. Daardoor verkeert het pand nog steeds in elk geval ten dele in de oude toestand. Tot slot hebben partijen geen afspraken met elkaar gemaakt over het voorkomen van hinder. Al deze omstandigheden maken dat [eiser] meer geluid zal moeten dulden dan in het geval dat sprake is van een moderne, goed geïsoleerde woning die is gebouwd in een periode dat er ten aanzien van de geluidsisolatie wél voorschriften golden.
Conclusie
4.9.
Uit het voorgaande volgt dat niet is komen vast te staan dat er sprake is van onrechtmatige hinder. De vorderingen van [eiser] zullen dus worden afgewezen.
1Hoge Raad 3 mei 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0235 ([naam 1] / [naam 2]).
2Vgl. Part. Gesch. Boek 5, p. 34.