Overslaan en naar de inhoud gaan

Rb Arnhem 170811 na beoordeling rapport experts formuleert rb de beperkingen en stelt (vraagstelling voor) arbeidsdeskundige voor

Rb Arnhem 170811 na beoordeling rapport experts formuleert rb de beperkingen en stelt (vraagstelling voor) arbeidsdeskundige voor 
2.  De verdere beoordeling 
2.1.  Ingevolge het laatste tussenvonnis heeft drs. [arts1] voornoemd als neuroloog een deskundigenbericht uitgebracht op zijn vakgebied. Aan hem is de IWMD-vraagstelling omtrent causaal verband bij ongevallen (versie januari 2010) ter beantwoording voorgelegd. 

2.2.  Drs. [arts1] heeft het medisch dossier van [eis.1] bestudeerd, eigen onderzoek gedaan, neuropsychologisch onderzoek laten verrichten door dr. [arts2], klinisch psycholoog en een EMG-onderzoek gelast. In het rapport van drs. [arts1] is, onder meer, vermeld: 

(...)

2.9.  Met betrekking tot de (definitieve) vaststelling van de beperkingen wordt het volgende overwogen. Voor een deel overlappen de beperkingen die voortvloeien uit de door drs. [arts1] vastgestelde ongevalsgevolgen de beperkingen die volgens dr. [arts3] uit de door hem geduide ongevalsgevolgen voortvloeien elkaar. Zoals dr. [arts3] als drs. [arts1] hebben een gekwantificeerde beperkingenlijst opgesteld van de volgens hen bij [eis.1] bestaande beperkingen en de omvang daarvan. Noch tegen de opstelling door de deskundigen van deze beperkingenlijsten, noch tegen deze beperkingenlijsten als zodanig hebben de partijen bezwaren geuit. De beperkingenlijsten van de beide deskundigen komen in hoge mate overeen. Bij deze stand van zaken - en met het oog op een voortvarende(r) schadeafwikkeling - ziet de rechtbank geen noodzaak een verzekeringsgeneeskundige te benoemen ter (nadere) vaststelling van de beperkingen alvorens tot benoeming van een arbeidsdeskundige over te gaan. Hierna zal een overzicht worden gegeven van de beperkingen die de arbeidsdeskundige bij het arbeidsdeskundig onderzoek tot uitgangspunt zal moeten nemen. 

2.10.  Samenvattend staan thans, op basis van de deskundigenberichten van dr. [arts4] (kaakchirurg), dr. [arts3] en drs. [arts1], de volgende aan het ongeval toe te schrijven verwondingen en klachten en de daaruit voortvloeiende beperkingen vast: 
-  tandkasfractuur bovenkaak, luxatie beide bovenste voorste snijtanden en verwonding aan bovenlip; geen (blijvende) beperkingen waaraan zelfstandig belang toekomt voor het vast te stellen verlies van verdienvermogen (tussenvonnis 2 juni 2010, rov. 2.3 en 2.8); 
-  nekklachten met bewegingsbeperkingen van hoofd, nek en schouders tot gevolg. 
  Hierdoor matige beperkingen bij knielen, kruipen, hurken, gebogen werken, kort cyclisch buigen, torderen, gebruik van de nek en bovenhands werken; lichte beperkingen bij het klimmen, klauteren, duwen en trekken (tussenvonnis 2 juni 2010, rov. 2.10); 
-  Cervicale myalgie en bewegingsbeperkingen van de cervicale wervelkolom, resterend letsel van de wortel cervicaal 8 rechts, insufficiënte houding wervelkolom door conditieverlies van de romp, nek en rugspieren na het ongeval, (secundaire) geheugenstoornissen en concentratiestoornissen alsmede slecht slapen (zie diagnose drs. [arts1]). Een en ander uit zich in myogene nekpijn, mede leidend tot pijn aan het hoofd en de schoudergordel, gevoelsstoornis aan de 4e en 5e vinger rechts met atrofie en krachtsverlies. De lichte en matige beperkingen die hieruit volgens drs. [arts1] voortvloeien zijn hiervoor, in rov. 2.2 (zie het antwoord op vraag 1g) weergegeven. 
[eisers] hebben met betrekking tot het door drs. [arts1] vastgestelde, niet-ongevalsgerelateerde tarsaal tunnel syndroom onweersproken gesteld dat slechts sprake is van enige hinder zonder invloed op de mate van arbeidsongeschiktheid van [eis.1], zodat daarvan zal worden uitgegaan. De door drs. [arts1] in antwoord op vraag 1g aan deze klachten toegeschreven beperkingen dient de arbeidsdeskundige buiten beschouwing te laten bij de beoordeling van de huidige arbeidsmogelijkheden van [eis.1]. 

2.11.  De rechtbank is voornemens de volgende vragen aan de te benoemen arbeidskundige te stellen: 
a.  Wilt u een volledige en gedetailleerde inventarisatie maken van de opleidingen, kennis, vaardigheden en het arbeidsverleden van [eis.1]? 
b.  Kunt u een (naar tijdsbesteding en soort werkzaamheden gespecificeerd)overzicht geven van de werkzaamheden van [eis.1] als directeur (in loondienst) in de besloten vennootschap [bedrijf1] en in de vennootschap naar Duits recht [bedrijf2] ten tijde van het ongeval? 
c.  Kunt u aangeven in welke mate naar uw oordeel [eis.1] sinds het ongeval in staat was en is de onder b bedoelde werkzaamheden te verrichten, gelet op de ongevalsgerelateerde beperkingen die de rechtbank in het tussenvonnis van 17 augustus 2011 (rov. 2.10) heeft overgenomen uit de deskundigenberichten van dr. [arts3] en drs. [arts1]. Wilt u uw antwoord zo uitgebreid mogelijk motiveren en daarbij zo nodig periodes onderscheiden? 
d.  Kunt u, voor het geval [eis.1] niet of slechts verminderd in staat is (geweest) de werkzaamheden verbonden aan zijn functie binnen [bedrijf1] en [bedrijf2] uit te oefenen, aangeven of hij in staat is (geweest) in plaats daarvan andere (inkomenvormende) werkzaamheden te verrichten die, gelet op zijn opleiding, kennis en ervaring, als passend waren of zijn aan te merken? Kunt u in het voorkomende geval aangeven welke beroepen in aanmerking kwamen of komen en voor hoeveel uren per week [eis.1] daarvoor geschikt was of is? 
e.  Kunt u voorts aangeven of er in de omgeving van [eis.1] vacatures in die beroepen sinds het ongeval waren of zijn, of (en zo ja, op welke termijn) [eis.1] zo’n functie daadwerkelijk had of zal kunnen verwerven en of daartoe al dan niet eerst bijscholing was of is vereist (met specificatie van de met die bijscholing gemoeide tijd en kosten)? 
f.  Kunt u (globaal) aangeven welke bruto inkomsten [eis.1] met de in vraag d. bedoelde werkzaamheden in redelijkheid zou (hebben) kunnen verdienen en tot welke leeftijd hij in die werkzaamheden, gelet op de beschikbare (statistische en/of branchegegevens), werkzaam zou (hebben)kunnen zijn? 
g.  Wilt u, indien [eis.1] niet geheel maar slechts gedeeltelijk ongeschikt was of is voor het verrichten van andere passende werkzaamheden, aangeven in welke mate dat het geval was of is (voor zover deze vraag met uw antwoorden op de vorige nog niet volledig is beantwoord)?
h.  Welke andere feiten of omstandigheden, gebleken uit het onderzoek, kunnen naar uw oordeel van belang zijn voor een goed begrip van de zaak? 

2.12.  De zaak zal naar de rol worden verwezen voor uitlating - door beide partijen gelijktijdig - over de door de rechtbank beoogde gang van zaken en de persoon van de te benoemen arbeidsdeskundige (rov. 2.9) en de aan deze te stellen vragen (rov. 2.10), waarna de zaak vervolgens op de rol zal worden geplaatst voor een gelijktijdige uitlating door de partijen bij antwoordakte. De partijen wordt in overweging gegeven over de persoon van de deskundige en de vragen met elkaar in overleg te treden, zodat met één ronde uitlating kan worden volstaan. Ook het voorschot op de kosten van de arbeidsdeskundige zullen voorlopig ten laste van het Bureau worden gebracht. 

2.13.  Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.  LJN BR6810