RBOVE 090926 whiplash; ongeval 31-10-2000; grotendeels afwijzing na desk. bericht AD-er t.z.v. HH, ZWH en te verwachten carrière i.r.t. restverdiencapaciteit; smartengeld € 20.000
RBOVE 090926 whiplash; ongeval 31-10-2000; afwijzing o.b.v. desk. bericht AD-er t.z.v. HH, ZWH en te verwachten carrière i.r.t. restverdiencapaciteit; smartengeld € 20.000
- na onttrekking advocaat stuurt vader eiseres meerdere berichten aan de rechtbank; deze worden buiten beschouwing gelaten
in vervolg op:
RBOVE 160725 onderzoek arbeidsdeskundige na beoordeling door verzekeringsarts en diverse processuele verwikkelingen
1De procedure
Op 16 juli 2025 heeft de rechtbank een tussenvonnis gewezen. Daarin is arbeidsdeskundige [naam] als deskundige benoemd ter beantwoording van de in dat tussenvonnis geformuleerde vragen. Nadat mr. Nauta zich bij journaalbericht van 15 december 2025 had onttrokken, heeft de vader van [eiseres] de rechtbank vele berichten gestuurd met diverse verzoeken, waaronder het verzoek om een advocaat voor [eiseres] aan te wijzen. Deze berichten worden, voor zover zij op de inhoud zien, buiten beschouwing gelaten, nu zij niet door een advocaat zijn ingediend. De vader van [eiseres] heeft de deskundige meerdere berichten gestuurd en daarbij onder meer verzocht [eiseres] meer tijd te geven voor een reactie op het concept-deskundigenbericht van 2 maart 2026 en voor het overleggen van nieuwe medische informatie. De rechtbank heeft de deskundige op 9 april 2026 bericht dat hij niet langer op een inhoudelijke reactie van [eiseres] op het concept hoefde te wachten. De deskundige heeft op 21 april 2026 het deskundigenbericht ingediend ter griffie. Reaal heeft een conclusie na deskundigenbericht genomen, waarna zij vonnis heeft gevraagd.
2De verdere beoordeling van het geschil
2.1.
[eiseres] is een kop-staartbotsing overkomen, waarbij haar auto van achteren is aangereden. Het ongeval dateert van 31 oktober 2000.
De rechtbank heeft eerder al overwogen dat het gepresenteerde klachtenpatroon plausibel is, dat wil zeggen dat sprake is van een consistent, consequent en samenhangend patroon van klachten, en dat er geen aanwijzing is voor het bestaan van pre-existente klachten. De heer Buisman, verzekeringsarts, is als deskundige benoemd om te beoordelen of de klachten van [eiseres], voor zover het consistente en consequente klachten zijn die een samenhangend patroon vormen, aanleiding geven tot het vaststellen van beperkingen. De deskundige heeft op basis van de klachten die [eiseres] als gevolg van het ongeval heeft gekregen, enkele beperkingen kunnen vaststellen, die er zijns inziens toe leiden dat zij geacht kon/kan worden 6 uur per dag/30 uren per week werkzaamheden te verrichten die fysiek en psychisch niet te zwaar belastend zijn. De rechtbank heeft overwogen dat niet is gebleken van zwaarwegende en steekhoudende bezwaren tegen het deskundigenrapport, dat zij in het verdere verloop van het geding zal uitgaan van dit rapport en dat het causale verband tussen het ongeval en de klachten van [eiseres] vaststaat.
arbeidsdeskundigenbericht
2.2.
Mede aan de hand van het rapport van Buisman moet worden bezien of aan de zijde van [eiseres] sprake is van verlies aan verdienvermogen, zelfwerkzaamheid en behoefte aan huishoudelijke hulp. De rechtbank heeft [naam], arbeidsdeskundige verbonden aan Trivium Advies te Zwolle, als deskundige benoemd en aan hem de hierna te noemen vragen ter beantwoording voorgelegd.
2.3.
De deskundige heeft in zijn eindrapport de vragen als volgt beantwoord, kort samengevat:
verlies van arbeidsvermogen
a. wat was het opleidingsniveau en het arbeidsverleden van [eiseres] op het moment dat het ongeval plaatsvond (31 oktober 2000)?
Ten tijde van het ongeval was [eiseres] werkzaam in een juniorfunctie op mbo-niveau. Het opleidingsniveau wordt gewaardeerd op mbo-4.
b. wilt u inventariseren wat, het ongeval weggedacht, het redelijkerwijs te verwachten verloop zou zijn geweest van de (verdere) opleiding en de carrière van [eiseres], gelet op haar opleidingsniveau, leeftijd, ervaring, interesses, mogelijkheden op de arbeidsmarkt en persoonlijke omstandigheden? Wilt u daarbij tevens aandacht besteden aan de te verwachten arbeidsduur en inkomensontwikkeling?
Na het wegen van de goede en kwade kansen meent de deskundige dat [eiseres] in de situatie zonder ongeval hoogstwaarschijnlijk niet een hbo-opleiding zou hebben afgerond. Zij zou zich waarschijnlijk wel hebben doorontwikkeld binnen de functie die zij zou vervullen. Daarbij neemt de deskundige in aanmerking dat er onvoldoende onderbouwing is om vast te stellen dat zij, naast haar werkzaamheden en de verantwoordelijkheden van het huishouden, over voldoende motivatie en doorzettingsvermogen zou beschikken om nog aanvullende opleidingen te volgen en dat zij na het ongeval niet meer heeft deelgenomen aan het arbeidsproces, terwijl de door Buisman geformuleerde belastbaarheid hiervoor onvoldoende grond geeft.
De deskundige acht het hoogstwaarschijnlijk dat [eiseres], het ongeval weggedacht, in elk geval een functie op mbo-niveau had kunnen vervullen. Uitgaand van 1 januari 2026 als peildatum, varieert het te verwachten inkomen tussen € 39.583,- en € 62.400,-.
Ten tijde van het ongeval bedroeg het jaarsalaris € 14.752,- inclusief emolumenten. Indien [eiseres] zich zou hebben doorontwikkeld, zou het maximaal te realiseren jaarsalaris circa € 72.000,- bedragen. Tot het moment dat [eiseres] moeder werd (dat was in 2013), zou zij hoogstwaarschijnlijk 40 uur per week gewerkt hebben. Daarna is het redelijk te verwachten dat zij 24 tot 26 uur per week zou hebben gewerkt, mede in aanmerking genomen dat haar partner vier dagen per week van huis was.
c. welke verdiencapaciteit had [eiseres] na het ongeval, gelet op de beperkingen zoals die zijn vastgesteld door Buisman? Zijn en/of waren er voor [eiseres] reële mogelijkheden om haar restverdiencapaciteit te benutten op de arbeidsmarkt? Wilt u hierbij rekening houden met haar opleidingsniveau, leeftijd, ervaring, interesses, mogelijkheden op de arbeidsmarkt en persoonlijke omstandigheden?
Gezien de bevindingen van Buisman is sprake van een ruime belastbaarheid. De functies die, gelet op het opleidingsniveau van [eiseres], voor haar toegankelijk waren, worden zowel fulltime als parttime aangeboden. De genoemde salarisbedragen zijn gebaseerd op een fulltime dienstverband. De resterende verdiencapaciteit dient dus pro rata te worden vastgesteld op 30/40 van die bedragen. Na de geboorte van het eerste kind (medio 2013) zou zij de omvang van haar dienstverband hebben verminderd tot minder dan 30 uur per week, waardoor zij haar resterende verdiencapaciteit volledig had kunnen benutten.
huishoudelijke hulp
d. acht u [eiseres], gelet op haar beperkingen als gevolg van het ongeval, in staat om alle voorkomende huishoudelijke werkzaamheden te verrichten en, zo niet, welke niet en waarom niet?
Als basis voor de vaststelling van de omvang van de huishoudelijke arbeid is gebruik gemaakt van de normtijden uit de Indicatiewijzer AWBZ. De deskundige acht [eiseres], gelet op haar beperkingen als gevolg van het ongeval, niet in staat om alle voorkomende huishoudelijke werkzaamheden volledig te verrichten. Hij acht haar beperkt voor schoon-maakwerkzaamheden aan hoger gelegen delen waarbij de beperking niet is weg te nemen door het inzetten van hulpmiddelen. Dit zijn (deel)taken die voorkomen in het onderdeel zwaar huishoudelijk werk. De belastbaarheid wordt bij een deel van de (deel)taken overschreden op het item boven schouderhoogte actief zijn.
e. indien en voor zover [eiseres] voorkomende huishoudelijke werkzaamheden niet (meer) kan verrichten: wat was/is als gevolg daarvan mede gezien de gezinssituatie de behoefte aan huishoudelijke hulp (hoeveel uur per week)?
Heeft [eiseres], voor zover u kunt nagaan, na het ongeval een indicatie voor huishoudelijke hulp gekregen en benut en/of ter zake vergoedingen aan derden betaald? Zo ja, hoeveel?
De weging van de belasting in de taken met beperkte belastbaarheid resulteert in een uitval van 30 tot 45 minuten per week. De deskundige gaat er vanuit dat tijdens de samenwoning de taken onderling zijn verdeeld, waarbij de partner de taken op zich heeft genomen waar [eiseres] niet geschikt voor was. [eiseres] woonde ten tijde van het ongeval alleen en had een eenpersoonshuishouden. Tot aan de verhuizing naar Eindhoven op 20 september 2002 was sprake van een uitval van 30-45 minuten per week. Van 20 september 2002 tot de scheiding per 1 november 2016 was er geen sprake van uitval in de huishoudelijke taken en daarna was weer sprake van een uitval van 30-45 minuten per week.
De uitval in huishoudelijke taken is ruimschoots gecompenseerd met de aan [eiseres] afgegeven zorgindicaties voor huishoudelijke hulp.
verlies aan zelfwerkzaamheid
f. acht u [eiseres], gelet op haar beperkingen als gevolg van het ongeval, in staat om alle voorkomende werkzaamheden in en rond de woning, anders dan werkzaamheden van huishoudelijke aard, te verrichten en, zo niet, welke werkzaamheden niet en waarom niet?
De deskundige acht [eiseres], gelet op haar beperkingen als gevolg van het ongeval, niet in staat om alle voorkomende tuinwerkzaamheden te verrichten. Vooral bij in het voor- en najaar klaarmaken van de tuin is sprake van een substantiële overschrijding van de beperkte belastbaarheid. Evenmin acht hij haar in staat alle voorkomende kluswerkzaamheden te verrichten, omdat bij alle taakonderdelen sprake is van een overschrijding van de beperkte belastbaarheid.
g. indien en voor zover [eiseres] de hiervoor bedoelde werkzaamheden in/rond de woning niet (meer) kan verrichten: wat was/is als gevolg daarvan mede gezien de gezinssituatie de behoefte aan ondersteuning door derden (hoeveel uur per week) en welke kosten gingen/ gaan daarmee gepaard? Heeft [eiseres], voor zover u kunt nagaan, na het ongeval ter zake vergoedingen aan derden betaald? Zo ja, hoeveel?
Wat het tuinonderhoud betreft begroot de deskundige de uitval op 8,6 uur per jaar. Als het gaat om behang- en schilderwerk is de uitval 6,9 uur per jaar. De totale omvang van de zelfwerkzaamheid en daarmee ook de uitval is volledig aan [eiseres] toegerekend.
overig
h. geeft uw onderzoek u aanleiding tot het maken van nadere opmerkingen die voor de beoordeling van belang kunnen zijn?
De deskundige heeft hier slechts opgemerkt dat als nieuwe medische informatie zou leiden tot aanpassing van de belastbaarheid, dit gevolgen zou kunnen hebben voor zijn conclusies.
2.4.
Reaal heeft bij conclusie na deskundigenbericht laten weten dat zij kan instemmen met de inhoud en de conclusies van het deskundigenrapport. Zij constateert dat alleen een verlies aan verdienvermogen wordt aangenomen in de periode tot medio 2013. Verder geldt dat sprake is van een gering aantal uren verlies aan zelfwerkzaamheid en dat [eiseres] in de loop der tijd voortdurend is voorzien van feitelijke huishoudelijke hulp en/of budget waaruit die hulp bekostigd kon worden. Reaal heeft op basis van het rapport een berekening van de schade van [eiseres] als gevolg van het ongeval opgesteld. Deze schade beloopt een bedrag van € 59.699,-. Verder kan rekening worden gehouden met een bedrag aan smartengeld van € 10.000,-. Nu er al € 139.115,78 aan voorschotten is betaald, is de schade al ruim vergoed. De vordering van [eiseres] dient daarom te worden afgewezen. Wat de proceskosten betreft, kan Reaal zich voorstellen dat deze worden gecompenseerd.
2.5.
Nu zich na de onttrekking van mr. Nauta in december 2025 geen advocaat meer voor [eiseres] heeft gesteld, is zij niet in de gelegenheid geweest te concluderen na deskundigenbericht.
2.6.1.
De rechtbank overweegt als volgt. In een situatie als deze, waarin na consultatie van partijen onderzoek door een deskundige is gelast, kan in beginsel worden uitgegaan van de inhoud van het deskundigenrapport, tenzij daar zwaarwegende en steekhoudende bezwaren tegen zijn in te brengen. Zulke zwaarwegende bezwaren zouden kunnen zijn dat het rapport niet voldoet aan de elementaire eisen van deugdelijkheid of intern inconsistent of onbegrijpelijk is, dat daarin zonder grond of om onduidelijke redenen relevante beschikbare informatie wordt genegeerd of niet wordt gereageerd op door partijen gestelde vragen, of dat het logische denkfouten bevat. Ook fundamentele gebreken in de wijze van totstandkoming van het rapport, bijvoorbeeld bij partijdigheid of schending van hoor en wederhoor, kunnen afbreuk doen aan de waarde ervan. De enkele omstandigheid dat de deskundige zijn beoordeling naar de mening van een partij niet genoegzaam heeft toegelicht of gemotiveerd is een onvoldoende grond om het rapport terzijde te schuiven.
2.6.2.
De rechtbank is van oordeel dat de deskundige een goed onderbouwd rapport heeft uitgebracht. Hij heeft voor aanvang van zijn werkzaamheden zowel mr. Van Katwijk als mr. Nauta geconsulteerd, zich verdiept in het rapport van Buisman, uitvoerig gesproken met [eiseres], kennis genomen van de berichten van haar vader en ook overigens grondig onderzoek verricht. De deskundige hoefde geen nieuwe medische informatie van [eiseres] af te wachten, nu hij gebonden was aan de beperkingen als gevolg van het ongeval zoals die door Buisman waren vastgesteld. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat het ongeval meer dan 25 jaar geleden heeft plaatsgevonden. Reaal noch [eiseres] heeft zwaarwegende en steekhoudende bezwaren tegen het rapport van de deskundige aangevoerd, die zouden moeten leiden tot het terzijde leggen daarvan en/of het laten uitbrengen van een aanvullend rapport of een nieuw rapport door een andere deskundige. De rechtbank heeft ook zelf geen zwaarwegende en steekhoudende bezwaren tegen het eindrapport van de deskundige. Gelet hierop neemt de rechtbank de bevindingen van de deskundige over en maakt zij zijn conclusies tot de hare.
2.7.
Reaal heeft op basis van het rapport van de deskundige een schadeberekening opgesteld, met als conclusie dat de schade, exclusief kosten van rechtsbijstand en inclusief smartengeld, circa € 70.000,- bedraagt. Deze schadeberekening is naar het oordeel van de rechtbank inzichtelijk en kenbaar gebaseerd op het arbeidsdeskundig rapport. Als hierbij (als waren de posten niet betwist)) worden opgeteld de gevorderde bedragen ter zake van ziekenhuisdaggeldvergoeding (€ 90,76), medische kosten (€ 47,53), diverse kosten (€ 2.355,59), eigen risico/zorgkosten (€ 923,04), kilometervergoeding (€ 2.521,54), overige kosten (€ 21.660,-) en studie (€ 2.722,68) bedraagt de schade iets meer dan € 100.300,-.
Reaal rekent daarbij met een bedrag van € 10.000,- aan smartengeld, [eiseres] vordert € 125.925,-. De rechtbank dient bij de begroting van een redelijke vergoeding voor immateriële schade rekening te houden met alle omstandigheden van het geval, waaronder i) de aard, ernst en duur van het letsel, de pijn, de intensiteit van het verdriet en de gederfde levensvreugde en de gevolgen daarvan voor [eiseres], ii) de aard van aansprakelijkheid en de ernst van het aan de aansprakelijke te maken verwijt en iii) de bedragen die door Nederlandse rechters in (enigszins) vergelijkbare gevallen zijn toegekend, rekening houdend met (eventuele) geldontwaarding. De rechtbank overweegt dat [eiseres] nog maar 21 jaar oud was toen het ongeval haar overkwam. Gelet op de door Buisman vastgestelde klachten en beperkingen heeft [eiseres] blijvend hinder ondervonden van het ongeval in de vorm van chronische pijn, concentratieproblemen, rugklachten, nek- en hoofdpijn en vermoeidheid. Buisman acht haar desalniettemin in staat nog 30 uur per week te werken in een functie zonder fysiek of mentaal zware belasting.
Zij had dus in principe aan het arbeidsproces kunnen deelnemen in een functie, soortgelijk aan die zij ten tijde van het ongeval vervulde. Gezien ook de in vergelijkbare gevallen door andere rechtbanken vastgestelde bedragen, acht de rechtbank een bedrag van € 20.000,- aan smartengeld redelijk. Daarmee zou het totaal aan schade uitkomen op circa € 110.300,-.
Vast staat dat Reaal € 139.115,78 heeft betaald aan voorschotten, exclusief de kosten van rechtsbijstand. Ook al zou de berekening van Reaal her en der moeten worden aangepast, dan nog is duidelijk dat Reaal bij wege van voorschotten al ruimschoots meer heeft betaald dan het werkelijke schadebedrag. Gelet hierop dient de vordering van [eiseres] tot betaling van een schadevergoeding en de wettelijke rente daarover te worden afgewezen.
2.8.
Nu Reaal de aansprakelijkheid van haar verzekerde heeft erkend en de geleden schade heeft vergoed, heeft [eiseres] geen belang meer bij haar vordering tot afgifte van een verklaring voor recht dat Reaal aansprakelijk is voor de schade van [eiseres]. Reaal is overigens ook niet aansprakelijk, zij is op grond van de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen wel gehouden de door haar verzekerde aangerichte schade te vergoeden. [eiseres] heeft evenmin nog belang bij haar vordering tot benoeming van deskundigen om de geleden en nog te lijden schade te berekenen, nu de omvang van de schade al vastgesteld is in deze procedure.
Reaal heeft geen bezwaar tegen verstrekking van een belastinggarantie. Hoewel de gehele schade al is vergoed, zal de rechtbank zekerheidshalve bepalen dat Reaal deze garantie moet verstrekken over het hele schadebedrag.
Tot slot heeft [eiseres] gevorderd dat Reaal zal worden veroordeeld tot betaling van de buitengerechtelijke en gerechtelijke advocaatkosten, nader op te maken bij staat. Wat betreft de buitengerechtelijke advocaatkosten heeft Reaal gesteld dat zij die al heeft vergoed tot de dag van het opstellen van de dagvaarding. [eiseres] heeft dat niet (gemotiveerd) betwist. [eiseres] heeft niet onderbouwd waarom Reaal gehouden zou zijn in het kader van dit geding de daadwerkelijke kosten van haar advocaat in plaats van het liquidatietarief te betalen. Gelet hierop dient de vordering van [eiseres] ter zake van de buitengerechtelijke en gerechtelijke advocaatkosten te worden afgewezen.
2.9.
De rechtbank zal, indachtig hetgeen Reaal daarover heeft gesteld, bepalen dat iedere partij de eigen kosten draagt. Dit betekent dat de kosten van de deskundigenberichten voor rekening van Reaal blijven. Rechtbank Overijssel 9 september 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:5574
