RBROT 200526 geen letsel; botsconfiguratie past niet bij opgegeven toedracht; twijfel n.a.v. GPS-data en eerdere aanrijdingen; eiser mag authenticiteit aanrijding bewijzen
- Meer over dit onderwerp:
RBROT 200526 geen letsel; botsconfiguratie past niet bij opgegeven toedracht; twijfel n.a.v. GPS-data en eerdere aanrijdingen; eiser mag authenticiteit aanrijding bewijzen
2De zaak in het kort
2.1.
Deze zaak gaat over de vraag of schade aan een BMW van [naam 1] het gevolg is van een authentieke aanrijding of van een geënsceneerde aanrijding. Het andere betrokken voertuig was een huurauto, die bij Allianz overeenkomstig de Wet aansprakelijkheids-verzekering motorrijtuigen (WAM) was verzekerd.
2.2.
[naam 1] stelt dat er sprake was van een authentieke aanrijding en vordert in conventie dat Allianz de schade aan de BMW aan hem vergoedt, zijn persoonsgegevens uit haar
Gebeurtenissenadministratie en Interne Verwijzingsregister verwijdert en incassokosten vergoedt. Allianz is het daarmee niet eens.
2.3.
In reconventie vordert Allianz dat [naam 1] de door haar gemaakte kosten van onderzoek naar de gestelde aanrijding vergoedt. [naam 1] is het daarmee niet eens.
2.4.
De rechtbank wijst een tussenvonnis en draagt [naam 1] op te bewijzen dat zich op 14 oktober 2020 een authentieke (niet in scene gezette) aanrijding tussen de BMW en de huurauto heeft voorgedaan.
3De feiten
3.1.
[naam 1] is eigenaar geweest van een witte BMW, type 730D, met Duits kenteken [kenteken 1] (verder: de BMW).
3.2.
Bo-Rent-a-Car B.V. (hierna: Bo-Rent) heeft een Mercedes Benz Citan met kenteken [kenteken 2] (verder: de huurauto) overeenkomstig de WAM bij Allianz verzekerd.
3.3.
Bo-Rent heeft de huurauto van 12 t/m 14 oktober 2020 verhuurd aan [naam 2] . In die periode is de huurauto tegen de BMW gereden.
3.4.
[naam 1] en [naam 2] hebben gezamenlijk een schade-aanrijdingsformulier ingevuld en ondertekend. Hierin staat dat op 13 oktober 2020 om 1:24 uur op de [straat 1] te [plaats 1] een aanrijding plaatsvond tussen de BMW met [naam 1] als bestuurder en de huurauto met [naam 2] als bestuurster. Ook is daarop ingevuld dat [naam 1] op de [straat 1] in zijn eigen baan reed en dat [naam 2] , voor hem van rechts, vanuit een uitrit ter hoogte van de autogarage kwam en hem te laat zag omdat zij niet oplette.
3.5.
De vakjes 11 en 14 van dat aanrijdingsformulier zijn ingevuld in a een ander handschrift dan de handschriften van [naam 1] en [naam 2] . Ook de tekst bij de situatieschets op het aanrijdingsformulier is in dat derde handschrift.
3.6.
[naam 1] heeft de schade aan de BMW in Duitsland laten taxeren bij Autotechnik Bünde door [naam 3] van taxatiebureau SVB, die op 6 november 2020 daarover rapporteerde. In dat rapport staat dat de expert de BMW op 16 oktober 2020 te Bünde heeft bezichtigd en de schade inclusief btw heeft getaxeerd op € 35.058,31.
3.7.
Op 22 oktober 2020 schreef [naam 1] in een e-mail aan Allianz, voor zover hier van belang:
“[…] De auto mocht niet langer dan een maand in Nederland zijn, daarom heb ik hem naar
Duitsland gebracht en de expert is in Duitsland. […] Als jullie de auto willen inspecteren is dat mogelijk, maar dan moet iemand van jullie wel naar Duitsland […]”
3.8.
Op 23 oktober 2020 stond de BMW geparkeerd op een stallingsplaats van Shurgard aan de [adres 1] te [plaats 2] . Deze stallingsplaats had Shurgard toen verhuurd aan [naam 4] .
3.9.
Een inspecteur van Allianz heeft de BMW op 15 december 2020 bij Autotechnick Bünde onderzocht.
3.10.
In opdracht van Allianz heeft onderzoeksbureau Dekra nader onderzoek verricht. Zij bracht op 1 februari 2022 en op 14 april 2023 rapport uit van haar bevindingen.
3.11.
Ongevallenanalyse Nederland (verder: OAN) heeft in opdracht van Allianz een QuickScan analyse verricht en op 15 maart 2022 daarover gerapporteerd. Op 4 november 2025 bracht OAN een aanvullend rapport uit.
3.12.
Op 23 mei 2023 heeft Allianz een brief aan [naam 1] gestuurd. Hierin staat dat Allianz geen vergoeding toekent en de gegevens van [naam 1] voor de termijn van 8 jaar opneemt in haar Gebeurtenissenadministratie (verder: GA) en Interne Verwijzingsregister (verder: IVR).
4Het geschil in conventie
4.1.
[naam 1] vordert – samengevat – bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, Allianz te veroordelen om:
- - aan [naam 1] te betalen een schadevergoeding van € 35.058,31, vermeerderd met rente,
- - aan [naam 1] te betalen € 1.191,32 aan incassokosten,
- - de persoonsgegevens van [naam 1] te verwijderen uit haar GA en IVR.
Dit alles met veroordeling Allianz in de kosten van deze procedure.
4.2.
Allianz voert verweer. Allianz concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [naam 1] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [naam 1] in de kosten van deze procedure en de nakosten, vermeerderd met rente.
4.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
5Het geschil in reconventie
5.1.
Allianz vordert – samengevat – bij uitvoerbaar te verklaren vonnis [naam 1] te veroordelen aan Allianz een vergoeding te betalen van € 4.627,40, vermeerderd met rente, en [naam 1] te veroordelen in de proceskosten en nakosten, vermeerderd met rente.
5.2.
[naam 1] voert verweer. [naam 1] concludeert tot niet-ontvankelijk verklaring van Allianz in haar vordering, althans afwijzing van haar vordering, met veroordeling van Allianz in de kosten van de procedure.
5.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
6De beoordeling
in conventie
6.1.
[naam 1] baseert zijn vordering tot schadevergoeding op de verplichtingen van Allianz uit hoofde van de WAM en de bij haar voor de huurauto afgesloten WAM-verzekering. Hij stelt dat de aanrijding plaatsvond op 14 oktober 2020 op de [straat 1] te [plaats 1] en dat abusievelijk op het aanrijdingsformulier is ingevuld dat dit op 13 oktober 2020 was, omdat de aanrijding plaats heeft gehad kort na middernacht in de nacht van 13 op 14 oktober 2020. De bestuurster van de huurauto is aansprakelijk voor de gevolgen van die aanrijding. Zij reed namelijk vanuit een uitrit de [straat 1] op zonder voorrang te verlenen aan de door [naam 1] bestuurde BMW die over de [straat 1] reed, komende uit de richting van de [straat 2] en rijdende in de richting van de [straat 3] .
6.2.
Allianz spreekt tegen dat zij de gestelde schade aan de BMW dient uit te keren, omdat er volgens haar geen sprake is van een authentieke (niet geënsceneerde) aanrijding. Zij voert daartoe het volgende aan:
- uit de track- en tracegegevens van de huurauto volgt dat deze zich hooguit enkele minuten in de nabijheid van de opgegeven ongevalslocatie heeft bevonden, zonder dat het contact uitgeschakeld was. Dat was onvoldoende tijd om te stoppen, uit te stappen, de situatie en betrokkenen te controleren en het aanrijdingsformulier in te vullen;
- de schade aan de beide voertuigen past niet bij de gestelde toedracht. Daaruit volgt namelijk dat de BMW stilstond, althans dat de huurauto sneller reed dan de BMW. Ook komt de rijrichting niet overeen. De wielcontactschade wijst erop dat de huurauto met het linkervoorwiel in de richting van de BMW is gestuurd en dat de botshoek zeer klein is, terwijl de tekening op het aanrijdingsformulier en de situatie bij de opgegeven ongevalslocatie juist op een grote botshoek wijst;
- [naam 1] was in de 14 maanden voor de gestelde aanrijding betrokken bij twee vergelijkbare aanrijdingen op locaties in de nabijheid van de locatie van de gestelde aanrijding;
- de BMW is, zonder overleg met Allianz, direct na de aanrijding naar een garage in Duitsland gebracht;
- het aanrijdingsformulier is ingevuld in drie handschriften;
- de aanrijding was midden in de nacht op een doordeweekse dag op een relatief verlaten locatie en ondanks aanzienlijke schade aan de beide zijden van de BMW zijn er geen hulpdiensten ter plaatse geweest;
- in een periode van ongeveer 6 jaar hebben zich in en rond [plaats 1] 7 aanrijdingen voorgedaan tussen importauto’s of voertuigen met een Duits kenteken, waarvan de toedracht grotendeels overeenkomt en waarbij de voertuigen na de aanrijding doorgaans naar Duitsland zijn overgebracht en daar – veelal door dezelfde expert – zijn onderzocht;
- er bestaat een link tussen [naam 1] en de heren [naam 4] en [naam 5] ; [naam 2] , de bestuurster van de Mercedes, is de partner van [naam 4] .
6.3.
De gevorderde schadevergoeding is gebaseerd op de dekking van de WAM-verzekering die voor de huurauto bij Allianz is afgesloten. Op grond van artikel 3 lid 1 WAM geldt de aansprakelijkheid voor een aanrijding als verzekerd voorval onder de WAM-verzekering. In dit geval betekent dit dat vereist is dat de aanrijding aan een (werkelijk gemaakte) verkeersfout van de bestuurster van de huurauto is te wijten. Dit brengt mee dat [naam 1] concrete feiten moet stellen waaruit volgt dat zich een authentieke, niet in scene gezette, aanrijding heeft voorgedaan en die feiten moet bewijzen als Allianz ze met goede argumenten tegenspreekt (hoofdregel art. 150 Rv).
6.4.
De rechtbank oordeelt dat – ook in het licht van het op dit moment aanwezige bewijs – (een deel van) hetgeen Allianz heeft aangevoerd zoveel twijfel doet rijzen over de vraag of sprake is van een authentieke, niet in scene gezette, aanrijding dat daarvan nu niet kan worden uitgegaan en staat [naam 1] daarom toe het door hem aangeboden bewijs te leveren. De rechtbank licht dit toe als volgt.
6.5.
Het op dit moment aanwezige bewijs van de door [naam 1] gestelde toedracht van de aanrijding en de verkeersfout van [naam 2] , de bestuurster van de huurauto, bestaat uit het volgende.
6.6.
[naam 2] heeft op 5 maart 2021 een verklaring afgelegd tegenover een medewerker van Dekra. Deze verklaring houdt in dat zij de datum van de aanrijding niet meer weet, maar ervan uitgaat dat de op het aanrijdingsformulier vermelde datum juist zal zijn. Verder stemt haar verklaring over de toedracht van de aanrijding overeen met de door [naam 1] gestelde toedracht.
6.7.
De omstandigheid dat een persoon bij het invullen van een formulier kort na middernacht zich in de juiste datum vergist, in die zin dat hij de datum van vóór 00:00 uur invult, acht de rechtbank niet vreemd en niet verdacht.
6.8.
Uit de track- en tracegegevens van de huurauto blijkt dat deze op 14 oktober 2020 tussen 00:55 uur en 01:15 uur op de gestelde plaats van de aanrijding is geweest. Deze track- en tracegegevens zijn, voor zover hier van belang:
| tijd | gebeurtenis | adres | afstand | KM-tellerstand |
| 00:55:07 | Rit begin | [adres 2] | 0 | 104.011,1 km |
| 01:05:07 | […] | [adres 3] | 3,4 | 104.014,5 km |
| 01:15:07 | […] | [adres 4] | 5 | 104.016,1 km |
Anders dan Allianz meent volgt daaruit niet dat de huurauto zich hooguit enkele minuten in de nabijheid van de opgegeven ongevalslocatie bevond, maar dat dit ongeveer 14 minuten was. Allianz heeft namelijk ten onrechte als uitgangspunt genomen dat de kruising van de [straat 1] / [straat 3] de ongevalslocatie was. Volgens de gestelde toedracht was de ongevalslocatie op de [straat 1] ter hoogte van [autogarage] ( [adres 5] ). Dat stemt overeen met de op het aanrijdingsformulier ingevulde gegevens, omdat in de situatieschets op het aanrijdingsformulier bij de uitrit waarvandaan de huurauto de [straat 1] opreed “ter hoogte autogarage” staat. Verder volgt uit de voormelde gegevens dat de huurauto in 20 minuten (tussen 00:55:07 en 01:15:07 uur) 5 km via de [straat 1] heeft afgelegd en zich halverwege die periode (om 01:05:07 uur) nabij het adres [adres 3] bevond. Niet ter discussie staat dat de huurauto die locatie binnen een paar minuten kan hebben bereikt. Over de mate van nauwkeurigheid van de GPS van de huurauto is niets gesteld, zodat ervan mag worden uitgegaan dat de huurauto zich tijdens de peiling op [adres 3] op de ongevalslocatie bevond. Uitgaande van een snelheid van 50 km/u is 6 minuten voldoende voor de afstand van 5 km die de huurauto in 20 minuten heeft afgelegd, zodat er ongeveer 14 minuten resteert voor het uitstappen, controleren van de situatie en betrokkenen en het invullen van het aanrijdingsformulier. Dat is wellicht snel, maar niet ongeloofwaardig. Het feit dat het contact van de huurauto in die periode niet is uitgeschakeld, maakt dat niet anders.
6.9.
In het OAN-rapport van 15 maart 2022 staat dat de schadebeelden aan de huurauto en de rechterzijde van de BMW een ‘match’ zijn.
6.10.
Tegenover het voormelde op dit moment aanwezige bewijs staat het volgende.
6.11.
In het rapport van OAN van 15 maart 2022 staat, voor zover hier van belang:
“ […] is gebleken dat:
[…]
- - er geen beweging in de wielcontactschade in de linker voorbumperhoek van de Mercedes-Benz zichtbaar lijkt te zijn, wat zou duiden op stilstand voor de BMW ten tijde van het botscontact;
- - het gebrek aan (duidelijke) velgschades rechts achter aan de BMW eveneens doet vermoeden dat de BMW tijdens het botscontact met de Mercedes-Benz heeft stilgestaan;
[…]
- de schade aan de BMW van achter naar voor is ontstaan (stootrichting 5 á 6 uur) en de schade aan de Mercedes-Benz van voor naar achter is ontstaan (stootrichting 11 á 12 uur);
- de beide schadebeelden indiceren dat de Mercedes-Benz en de BMW onder een zeer kleine hoek (lees: min of meer parallel aan elkaar) met elkaar in contact zijn gekomen waarbij de Mercedes-Benz, getuige de stootrichting en de beide schadebeelden, sneller was dan de BMW.
Bij het voorgaande komt, dat de wielcontactschade in de rechterzijde van de BMW erop wijzen dat de Mercedes-Benz met het linker voorwiel in richting van de BMW werd gestuurd, hetgeen niet passend is bij het voornemen van de Mercedes Benz om rechtsaf te slaan vanaf de uitrit. De schadebeelden aan de linker voorzijde van de Mercedes-Benz en rechterzijde van de BMW zijn bij elkaar passend, maar deze passen niet bij de opgegeven toedracht en ook niet direct bij de weginrichting in de opgegeven ongevalslocatie.”
En in het aanvullend rapport van OAN van 4 november 2025 staat, voor zover hier van belang:
“ De botsconfiguratie passende bij het eerste botscontact is onderstaand weergegeven:
Van belang is (nogmaals) op te merken dat de Mercedes (het bovenste voertuig) sneller was dan de BMW (het onderste voertuig) en dat de BMW schadebeeldkenmerken vertoont die wijzen op dat de BMW stilstond op het botsmoment. De botsconfiguratie past niet bij de schets op het aanrijdingsformulier, niet bij de weginrichting in de ongevallocatie en deze is door de wielcontactschades in het rechter voorportier van de BMW niet passend bij het voornemen van de Mercedes om rechtsaf te slaan (de Mercedes stuurde in richting van de BMW).”
6.12.
[naam 1] heeft niet tegengesproken dat het eerste botscontact tussen de BMW en de huurauto overeenstemt met de in het aanvullend rapport van OAN weergegeven botsconfiguratie. Hij heeft in reactie op de conclusies van OAN slechts gesteld dat hij in een poging om de aanrijding te voorkomen heeft geprobeerd af te remmen en daarna uit te wijken en dat OAN haar conclusies onvoldoende heeft toegelicht. Daarmee kan [naam 1] echter niet volstaan, omdat de op hem rustende stelplicht en bewijslast meebrengt dat hij inzichtelijk dient te maken dat de botsconfiguratie bij de werkelijke toedracht past indien rekening wordt gehouden met zijn stelling dat hij heeft uitgeremd en is uitgeweken. Dat ligt namelijk niet zonder meer voor de hand, omdat [naam 1] ook stelt dat de linkerzijde van de BMW als gevolg van de aanrijding tegen de verkeerspaal op de vluchtheuvel is gebotst (daarvan lijken ook sporen te zijn aangetroffen) en dat doet vermoeden dat de door hem gestelde uitwijkmanoeuvre beperkt was. Voor de hand ligt dat [naam 1] zijn lezing door een deskundige laat toelichten.
6.13.
Verder heeft [naam 1] niet uitgelegd hoe het kan dat de BMW op 23 oktober 2020 op een stallingsplaats van Shurgard te [plaats 2] stond. Ook dat mocht van hem worden verwacht. Niet alleen omdat hij toen de eigenaar van de BMW was, maar met name omdat het moeilijk valt te rijmen met het volgende:
- [naam 1] heeft op 14 april 2023 tegenover een onderzoeker van Dekra verklaard dat de BMW sinds de aanrijding in Duitsland is,
- [naam 1] heeft ter zitting gesteld dat zijn stiefbroer de BMW naar Duitsland heeft gebracht omdat hij daarvoor geen tijd had,
- in het rapport van taxatiebureau SVB staat dat de taxateur de BMW op 16 oktober 2020 heeft bezichtigd in aanwezigheid van [naam 1] ,
- [naam 1] heeft in zijn e-mail aan Allianz van 22 oktober 2020 geschreven dat hij de auto naar Duitsland heeft gebracht en er iemand van Allianz naar Duitsland toe zou moeten als ze de BMW wil inspecteren.
Hoewel deze omstandigheden niet rechtstreeks zien op de aanrijding ondersteunen zij de twijfels van Allianz over de gehele gang van zaken en over de lezing van [naam 1] .
6.14.
In dat verband zijn ook de overige aanrijdingen, waarover [naam 1] niet heeft verklaard, mogelijk relevant.
Niet meer ter discussie staat immers dat [naam 1] in de 14 maanden voor deze aanrijding twee vergelijkbare aanrijdingen had op locaties die in de nabijheid liggen van de uitrit op de [straat 1] waar de gestelde aanrijding op 14 oktober 2020 plaatsvond. Die aanrijdingen waren op 21 juni 2019 en op 20 augustus 2020. Bij die beide eerdere aanrijdingen reed [naam 1] met de door hem bestuurde auto vanuit een uitrit tegen een voor hem van links komende en rechtdoor rijdende auto. In het eerste geval bestuurde [naam 1] een auto van een derde en in het tweede geval bestuurde hij een door hem gehuurde auto. Ook als juist is wat [naam 1] stelt, te weten dat hij daar heel vaak rijdt, is dit opvallend. Verder zijn er overeenkomsten tussen de aanrijding op 21 juni 2019 en de gestelde aanrijding op 14 oktober 2020, in die zin dat bij eerstgenoemde aanrijding een auto met Duits kenteken betrokken was en dat de schade aan die auto in Bünde Duitsland is getaxeerd door dezelfde expert die de schade aan de BMW heeft getaxeerd.
6.15.
Ook in het licht van het op dit moment aanwezige bewijs (zie 6.6 t/m 6.9), leidt hetgeen onder 6.11 t/m 6.14 is overwogen tezamen tot zodanige twijfel over de vraag of zich op 14 oktober 2020 een authentieke (niet in scene gezette) aanrijding heeft voorgedaan dat de rechtbank daarvan nu niet kan uitgaan. Op hetgeen Allianz verder heeft aangevoerd hoeft daarom op dit moment niet te worden ingegaan.
6.16.
[naam 1] heeft bewijs van de door hem gestelde feiten aangeboden. De slotsom is daarom dat hij wordt toegelaten te bewijzen dat zich op 14 oktober 2020 een authentieke, niet in scene gezette, aanrijding tussen de BMW en de huurauto heeft voorgedaan. De datum of data en tijdstippen voor eventuele getuigenverhoren aan de zijde van [naam 1] (in enquête) en aan de zijde van Allianz (in contra-enquête) zullen na het wijzen van dit vonnis aan de hand van door partijen op te geven verhinderdata worden bepaald. Indien [naam 1] een deskundige wil laten horen (zie 6.12) of Allianz dat wil kan dat verhoor in dat kader worden gepland. Daarbij zal zowel een datum voor de enquête worden gepland als een datum worden gereserveerd voor de contra-enquête. Dit laat onverlet het recht van Allianz om zich na de enquête nader te beraden over de contra-enquête.
in reconventie
6.17.
Allianz vordert vergoeding van gemaakte onderzoekskosten van in totaal € 4.627,40. Zij legt daaraan ten grondslag dat [naam 1] onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door de aanrijding te presenteren als zijnde een authentieke aanrijding en dat zij hierdoor schade heeft geleden omdat zij kosten heeft moeten maken om die claim te onderzoeken. Het oordeel op dit punt hangt rechtstreeks samen met dat in conventie; indien [naam 1] in het bewijs slaagt en er dus sprake is van een authentieke aanrijding zal deze vordering worden afgewezen.
6.18.In afwachting van bewijslevering in conventie, houdt de rechtbank iedere beslissing aan. Rechtbank Rotterdam 20 mei 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:5627