RBAMS 170926 SO slaagt erin aan te tonen dat hij t.t.v. ongeval inzittende was in auto
- Meer over dit onderwerp:
RBAMS 170926 SO slaagt erin aan te tonen dat hij t.t.v. ongeval inzittende was in auto
1De beoordeling
1.1.
In de nacht van 14 op 15 januari 2022 heeft een aanrijding plaatsgevonden tussen een door [naam 1] bestuurde auto en een door [naam 3] bestuurde auto. [naam 1] is (via zijn moeder) verzekerd (WAM) bij Allianz. [naam 1] heeft het ongeluk veroorzaakt en de aansprakelijkheid van [naam 1], en daarmee Allianz, jegens [naam 3] staat vast.
1.2.
Het gaat in deze zaak om de vraag of [eiser] destijds één van de inzittenden was van de auto die door [naam 1] is aangereden. [eiser] stelt dat hij, met twee anderen ([naam 4] en [naam 5]) in de auto van [naam 3] zat. Volgens [eiser] zat hij links achterin de auto, achter [naam 3], de bestuurder, en heeft hij als gevolg van de aanrijding lichamelijk en psychisch letsel opgelopen.
1.3.
Allianz betwist dat [eiser] ten tijde van de aanrijding in de auto zat. Allianz weigert dan ook om schade van [eiser] te vergoeden.
1.4.
[eiser] vordert in deze procedure alleen voor recht te verklaren dat hij inzittende van de auto van [naam 3] was. De gestelde schade staat nu niet ter discussie.
1.5.
Voorop staat dat het aan [eiser] is om aan te tonen dat hij zich ten tijde van de aanrijding in de auto van [naam 3] bevond. Dat heeft hij naar het oordeel van de rechtbank overtuigend gedaan. In dat verband geldt het volgende.
1.6.
Vast staat dat [eiser] op 15 januari 2022 om 19:50 uur de huisartsenpost heeft bezocht. Daar heeft hij zijn verhaal over de aanrijding gedaan. De huisarts heeft, zoals blijkt uit zijn verslag, ook letsel geconstateerd dat bij het verhaal van [eiser] paste. Anders dan Allianz aanvoert, vormt het feit dat [eiser] pas later naar de huisartsenpost is gegaan geen aanleiding om aan zijn verhaal te twijfelen. Daarvoor bestaat een goede verklaring: hij is na de aanrijding eerst gewoon gaan slapen en heeft pas toen hij wakker werd met pijn de huisarts opgezocht.
1.7.
Dat [eiser] vanwege de aanrijding de huisartsenpost heeft bezocht vindt bevestiging in app-contact met zijn toenmalige vriendin, waarin hij - om 11:55 uur - aan haar schrijft gisteren een auto-ongeluk te hebben gehad en - om 19:42 uur - ‘nu’ naar het ziekenhuis te gaan.
1.8.
DEKRA heeft op verzoek van Allianz een onderzoek ingesteld naar de aanrijding. In 2023 heeft DEKRA met [naam 1] en [eiser] gesproken. In 2024 zijn schriftelijke verklaringen van [naam 3], [naam 5] en [naam 4] ontvangen. Naast [eiser] verklaren ook [naam 3], [naam 4] en [naam 5] dat meerdere personen in de auto van [naam 3] zaten. [naam 3] bevestigt daarnaast dat hij na het ongeval met [eiser] naar het ziekenhuis is gegaan. Alleen [naam 1] zegt dat volgens hem uitsluitend [naam 3] in de auto zat.
1.9.
Op verzoek van [eiser] heeft in 2025 ook nog een voorlopig getuigenverhoor plaatsgevonden. Daarbij hebben [eiser], [naam 3], [naam 4] en [naam 5] het verhaal van [eiser] onder ede bevestigd.
1.10.
Daartegenover staan alleen de verklaringen van [naam 1] (tegenover DEKRA en als getuige), die als veroorzaker van het ongeval niet als geheel onpartijdig kan worden beschouwd. Volgens hem zat alleen [naam 3] in de auto. Tegelijkertijd heeft hij ook verklaard dat na het ongeval (toen [naam 3] en hij hun auto’s iets verderop hadden geparkeerd) andere jongens kwamen aanlopen, waarbij hij de indruk had dat zij [naam 3] kenden. Zijn verklaring is, tegenover al het andere bewijsmateriaal dat erop wijst dat [eiser] wel degelijk inzittende van de auto van [naam 3] was, onvoldoende om dat te ontkrachten.
1.11.
Anders dan Allianz aanvoert zijn er geen opvallende discrepanties die maken dat de verklaringen van [eiser], [naam 3], [naam 4] en [naam 5] ongeloofwaardig moeten worden geacht. Dat verklaringen op onderdelen uiteenlopen of niet helemaal juist blijken te zijn is gelet op het tijdsverloop niet doorslaggevend.
1.12.
Tot slot wordt (ten overvloede) opgemerkt dat Allianz zelf erkent dat op de eerste foto in het rapport van DEKRA inderdaad vaag iemand links achterin de auto lijkt te zitten.
1.13.
Omdat als vaststaand kan worden aangenomen dat [eiser] inzittende van de auto van [naam 3] is geweest ten tijde van de aanrijding, is de verklaring voor recht toewijsbaar. Een verklaring voor recht kan niet uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard, zodat dat onderdeel van de vordering wordt afgewezen. Rechtbank Amsterdam 17 september 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:9687
