Overslaan en naar de inhoud gaan

Rb Noord-Holland 040315 rechter is gehouden zo nodig ambtshalve de belangen van een overledene mbt privacy te behartigen

Rb Noord-Holland 040315 levensverzekering; geen verzwijging tzv geringe slikklachten;
- rechter is gehouden zo nodig ambtshalve de belangen van een overledene mbt privacy te behartigen

4.7.

Gelet op de welhaast categorische schending van het medisch beroepsgeheim in dit dossier heeft de rechtbank partijen gevraagd om bij aktewisseling te debatteren over de juridische consequenties van de werkwijze van Toetsingscommissie, in het bijzonder over de vraag of het schenden van het medisch beroepsgeheim door artsen die gegevens aan de Toetsingscommissie verstrekken betekenis moet hebben voor de bewijskracht van de bevindingen van de Toetsingscommissie in een voorliggende zaak. Reaal heeft ter zitting en in haar akte betoogd dat dit debat door partijen niet was gevoerd en dat de rechtbank hiermee buiten het geschil treedt. Wat hiervan ook zij, gelet op hetgeen onder 4.8. wordt overwogen is beantwoording van deze vraag niet langer van belang. Ten overvloede merkt de rechtbank hierover wel op dat hier aan de orde is het recht op eerbiediging van de privacy van een overledene. De rechtbank is van oordeel dat nu de overledene uit de aard der zaak zijn eigen belangen in deze niet kan behartigen, de rechtbank gehouden is dit zo nodig ambtshalve voor de overledene te doen.

4.8.
Echter, blijkens het hierboven overwogene is de beslissing van Reaal om niet tot uitkering over te gaan niet gegrond op de beslissing van de Toetsingscommissie, als wel op het eigen oordeel van Reaal over de door X aan Reaal toegezonden medische informatie. Een oordeel van de rechtbank over de hiervoor onder 4.7 vermelde vraag is daarom overbodig.

4.9.
Reaal heeft ten slotte verweer gevoerd tegen de door X gevorderde uitvoerbaarheid bij voorraad van het te wijzen vonnis. Volgens Reaal heeft X in een telefoongesprek gezegd zonder de verzekeringsuitkering financieel in zwaar weer te komen verkeren. De rechtbank zal dit verweer passeren. Naar haar oordeel heeft Reaal in het kader van de voor artikel 233 lid 1 Rv vereiste belangenafweging met deze enkele stelling onvoldoende concreet onderbouwd waaruit blijkt dat haar belang bij behoud van de bestaande toestand tot op het rechtsmiddel is beslist zwaarder weegt dan het belang van X om te beschikken over een executoriale titel. Het vonnis zal zoals door eiseres is gevorderd uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. ECLI:NL:RBNHO:2015:1711