Overslaan en naar de inhoud gaan

RBROT 130226 getuigenverhoor toegewezen; afwijzing verzoek tot verstrekken NAW-gegevens van mogelijk getuige; verzekeringnemer van verzekeraar

RBROT 130226 getuigenverhoor toegewezen; afwijzing verzoek tot verstrekken NAW-gegevens van mogelijk getuige; verzekeringnemer van verzekeraar


 

2. Het verzoek

2.1.

[verzoekster] verzoekt de rechtbank om Rhion Versicherung te bevelen om de NAW-gegevens van haar verzekeringnemer te verstrekken en zij verzoekt de rechtbank om een voorlopig getuigenverhoor te gelasten. [verzoekster] legt hieraan het volgende ten grondslag.

2.2.

Op 1 oktober 2023 heeft tussen [verzoekster] en [verweerster] een aanrijding plaatsgevonden. Na het verkeersongeval heeft de politie een proces-verbaal opgemaakt en hebben [verzoekster] en [verweerster] een aanrijdingsformulier ingevuld. Volgens [verzoekster] heeft [verweerster] na het verkeersongeval aan haar toegegeven dat zij door het rode stoplicht is gereden. [verzoekster] heeft aan het verkeersongeval diverse lichamelijke klachten, angstklachten en slaapproblemen overgehouden.

2.3.

[verzoekster] heeft bij het tankstation vlakbij de ongevalslocatie met haar telefoon een foto gemaakt van een opname van een beveiligingscamera van het tankstation waarop een auto met een bestuurder ernaast te zien is. De auto stond naast de pomp. Daarnaast heeft zij ook een filmpje gemaakt van beelden waarop het verkeersongeval te zien is. De WAM-verzekeraar van [verweerster] , MS Amlin, heeft aansprakelijkheid voor de gevolgen van het verkeersongeval van de hand gewezen, omdat na het bekijken van het filmpje niet vaststaat dat [verweerster] door rood is gereden. [verzoekster] heeft vervolgens geprobeerd om een verklaring te bemachtigen van de bestuurder van de auto die volgens haar tijdens het verkeersongeval achter [verweerster] reed. Volgens [verzoekster] heeft deze mannelijke bestuurder na het verkeersongeval gezegd dat [verweerster] door rood reed. Deze bestuurder kan ook verklaren dat [verweerster] dit aan [verzoekster] heeft toegegeven. De gegevens van deze bestuurder zijn door geen van partijen of andere aanwezigen bij het verkeersongeval genoteerd.

2.4.

[verzoekster] heeft het kentekenregister van de RDW geraadpleegd om de gegevens van de bestuurder van de schermafbeelding op te vragen. Hieruit bleek dat de bestuurder via Risk Assuradeuren bij Rhion Versicherung verzekerd is. [verzoekster] heeft Rhion Versicherung vervolgens verzocht om de NAW-gegevens van deze bestuurder (hierna: de verzekeringnemer) aan haar te verstrekken. Rhion Versicherung heeft dit niet gedaan, omdat haar verzekeringnemer op 29 januari 2024 heeft laten weten geen getuige te zijn geweest van het verkeersongeval en daarnaast geen toestemming heeft gegeven voor het verstrekken van zijn NAW-gegevens aan [verzoekster] .

2.5.

[verzoekster] wil met de NAW-gegevens de verzekeringnemer oproepen voor een getuigenverhoor. Met het getuigenverhoor wil zij bewijzen, dan wel verduidelijken wat de aanleiding van het verkeersongeval was.

2.6.

[verzoekster] verzoekt daartoe de volgende getuigen te horen:

  • -

    [verzoekster] zelf;

  • -

    [verweerster] ;

  • -

    mevrouw [getuige] , passagier in de auto van [verzoekster] ten tijde van het verkeersongeval;

  • -

    de verzekeringnemer van Rhion Versicherung , die zicht had op het verkeerslicht van [verweerster] en kan verklaren dat [verweerster] door rood licht is gereden en dat ook aan [verzoekster] heeft toegegeven.

3Het verweer

3.1.

Rhion Versicherung voert geen verweer tegen het verzoek tot een voorlopig getuigenverhoor. Rhion Versicherung voert echter wel verweer tegen het verzoek tot het verstrekken van de NAW-gegevens van de verzekeringnemer. Rhion Versicherung stelt dat het verzoek van [verzoekster] prematuur is, omdat zowel de verzekeraar van [verzoekster] als van [verweerster] geen onderzoek hebben gedaan naar de aanleiding van het verkeersongeval. Verder heeft [verzoekster] onvoldoende gesteld om het verzoek toe te wijzen. [verzoekster] geeft verschillende – tegenstrijdige – lezingen over de getuige(n) die aanwezig zouden zijn geweest bij het verkeersongeval. Tot slot stelt Rhion Versicherung dat [verzoekster] onvoldoende belang heeft bij het verzoek. Als onderbouwing daarvan wijst Rhion Versicherung erop dat (a) de verzekeringnemer heeft laten weten dat hij geen getuige is geweest van het verkeersongeval, (b) uit het proces-verbaal van de politie en uit het aanrijdingsformulier niet blijkt dat er getuigen bij het ongeval aanwezig waren en (c) niet kan worden vastgesteld dat de bestuurder op de schermafbeelding ook te zien is op de videobeelden. Als laatste voert Rhion Versicherung aan dat het verstrekken van de NAW-gegevens in strijd is met de AVG.

4De beoordeling

4.1.

Op grond van artikel 196 Rv kan de rechter voordat een zaak aanhangig is op verzoek van een belanghebbende een voorlopige bewijsverrichting bevelen. De rechter wijst een dergelijk verzoek toe tenzij:

  • -

    de verlangde informatie onvoldoende bepaald is;

  • -

    er onvoldoende belang bij het verzoek bestaat;

  • -

    het verzoek in strijd is met de goede procesorde;

  • -

    sprake is van misbruik van bevoegdheid;

  • -

    er andere gewichtige redenen bestaan die zich verzetten tegen toewijzing van het verzoek.

Het voorlopig getuigenverhoor

4.2.

De rechtbank is van oordeel dat [verzoekster] voldoende belang heeft bij het verzochte voorlopige getuigenverhoor. Het voorlopige getuigenverhoor dient om opheldering te krijgen over de toedracht van het verkeersongeval, waarna [verzoekster] haar juridische positie kan beoordelen. Uit het verzoek blijkt voldoende duidelijk dat [verzoekster] de getuigen wil horen over de toedracht van het verkeersongeval. De in dat kader geschetste vermoedens zijn daarbij telkens voldoende onderbouwd. [verzoekster] heeft haar verzoek voldoende geconcretiseerd en aangegeven op welke juridische grondslag eventuele vorderingen zouden kunnen berusten. Van een afwijzingsgrond is niet gebleken. Het verzoek wordt toegewezen.

Het verstrekken van de NAW-gegevens

4.3.

[verzoekster] verzoekt Rhion Versicherung te bevelen de NAW-gegevens van de verzekeringnemer aan haar te verstrekken. Dat [verzoekster] met deze NAW-gegevens een getuige wil oproepen om bewijsmateriaal over de toedracht van het verkeersongeval te verzamelen, is begrijpelijk. De rechtbank is echter met Rhion Versicherung van oordeel dat Rhion Versicherung niet kan worden verplicht om de NAW-gegevens van de verzekeringnemer aan [verzoekster] te verstrekken, omdat gewichtige redenen zich daartegen verzetten. Verstrekking van de NAW-gegevens van de verzekerde is een verwerking van persoonsgegevens in de zin van de AVG. Die verwerking zou op grond van artikel 6 lid 1 onder f van de AVG gerechtvaardigd kunnen zijn als voldoende duidelijk zou zijn dat de verzekerde daadwerkelijk getuige van het ongeval is geweest. In dit geval is echter onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verzekeringnemer bij het verkeersongeval aanwezig is geweest. Niet duidelijk is van welke datum de overgelegde foto met daarop de verzekeringnemer van Rhion Versicherung is. Wat op die foto is te zien is bovendien niet te zien in de videobeelden die [verzoekster] heeft overgelegd. Daarnaast blijkt uit de videobeelden niet dat er een auto achter [verweerster] reed. Er reed wel een auto op de andere rijbaan, maar daarvan zijn de kleur en het merk niet duidelijk. Daarom kan niet worden vastgesteld of dit dezelfde auto is als de auto die op de foto is te zien. De rechtbank neemt daarbij ook in overweging dat de verzekeringnemer heeft laten weten dat hij geen getuige is geweest van het verkeersongeval. Daarnaast blijkt uit zowel het proces-verbaal van de politie, als het door [verzoekster] en [verweerster] ingevulde aanrijdingsformulier niet dat er een getuige bij het verkeersongeval aanwezig was. Onder al deze omstandigheden kan Rhion Versicherung niet worden verplicht de NAW-gegevens van de verzekeringnemer te verstrekken omdat die verwerking van persoonsgegevens niet is toegestaan op grond van de AVG.

Conclusie

4.4.

Het verzoek tot het verstrekken van de NAW-gegevens van de verzekeringnemer wordt afgewezen. Dit heeft tot gevolg dat het verzoek tot het bevelen van een voorlopig getuigenverhoor slechts gedeeltelijk wordt toegewezen, namelijk voor zover dat verzoek ertoe strekt om [verzoekster] , [verweerster] en mevrouw [getuige] als getuigen te horen.

[verzoekster] moet de proceskosten van Rhion Versicherung betalen

4.5.

Voor zover de verzoeken van [verzoekster] tegen [verweerster] zijn gericht, heeft geen van die partijen te gelden als de in het ongelijk gestelde partij. In zoverre worden de proceskosten dan ook gecompenseerd. Dit betekent dat iedere partij de eigen proceskosten betaalt. Echter, voor zover de verzoeken van [verzoekster] tegen Rhion Versicherung zijn gericht, heeft [verzoekster] te gelden als de in het ongelijk gestelde partij. Rhion Versicherung heeft immers (terecht) verweer gevoerd tegen het verstrekken van de NAW-gegevens van de verzekeringnemer en voor het overige heeft Rhion Versicherung geen verweer gevoerd. [verzoekster] moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van Rhion Versicherung betalen. De proceskosten van Rhion Versicherung worden begroot op:

  • -

    griffierecht € 714,00

  • -

    salaris advocaat € 1.306,00 (2 punten × tarief II à € 653,00 per punt)

  • -

    nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal € 2.209,00 Rechtbank Rotterdam 13 februari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:2523