Overslaan en naar de inhoud gaan

RBLIM 150426 rechtbank wijst vrijwaring af; ontoereikend toegelicht dat auto t.t.v. aanrijding verzekerd was bij verzekeraar

RBLIM 150426  rechtbank wijst vrijwaring af; ontoereikend toegelicht dat auto t.t.v. aanrijding verzekerd was bij verzekeraar

2Het geschil
in de hoofdzaak

2.1.

Voor de weergave van het geschil in de hoofdzaak verwijst de rechtbank naar randnummer 2.1. van het vonnis in incident van 14 januari 2026.

in het incident

2.2.

[partij B] vordert in het incident dat de rechtbank toestemming aan haar verleent om AXA Belgium (hierna: Axa) in vrijwaring op te roepen. Ter onderbouwing voert [partij B] aan zij niet de eigenaar was van de auto en dat de auto ten tijde van de aanrijding was verzekerd bij Axa. Mocht worden geoordeeld dat [partij B] aansprakelijk is voor de schade voortvloeiend uit de aanrijding, dan dient Axa deze te vergoeden.

2.3.

[partij A] voert verweer. Zij stelt dat [partij B] geen stukken heeft getoond waaruit blijkt dat de auto, waarin zij reed ten tijde van het ongeval, daadwerkelijk verzekerd was bij Axa. Het polisblad en de verzekeringsvoorwaarden van Axa ontbreken, zodat de verzekeringsrelatie alsmede de hieraan verbonden voorwaarden niet kunnen worden vastgesteld. Dat Axa de gevolgen van de aanrijding dient te dragen, is dus niet onderbouwd. Bovendien stelt [partij A] dat zij, voordat zij [partij B] in privé heeft gedagvaard, geprobeerd heeft met Axa in contact te treden en [partij B] heeft verzocht de aansprakelijkheidstelling aan Axa door te sturen. Gelet op het ontbreken van enige reactie is [partij A] overgegaan tot dagvaarding van [partij B] . [partij A] is van mening dat [partij B] , voor zover zij al zou kunnen bewijzen dat de auto bij Axa zou zijn verzekerd, het recht om Axa in dit stadium nog op te roepen heeft verspeeld.

3De beoordeling in het incident

3.1.

Minimumvereiste voor oproeping in vrijwaring is dat gesteld en onderbouwd is dat tussen de gedaagde in de hoofdzaak (als gewaarborgde) en een derde (de waarborg) een rechtsverhouding bestaat die voor laatstgenoemde een verplichting tot vrijwaring meebrengt, in dit geval dus tussen [partij B] en Axa.

3.2.

[partij B] heeft niet toereikend onderbouwd dat de auto ten tijde van het ongeval was verzekerd bij Axa, noch dat Axa gehouden zou zijn de eventueel door [partij B] veroorzaakte schade te vergoeden. De enkele verwijzing van [partij B] naar het schadeformulier is onvoldoende, omdat de rechtbank de juistheid van de ingevulde informatie wat betreft de verzekeraar bij gebrek aan stukken niet heeft kunnen controleren. De rechtbank zal de vordering in het incident dan ook afwijzen, omdat de daartoe aangevoerde gronden die vordering niet kunnen dragen. Rechtbank Limburg 15 april 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:3212