Zoeken

Inloggen

Artikelen

RBOVE 190419 22 jaar celstraf voor doden 14 maanden oude Xaja; moeder vrijgesproken; € 84.000 schadevergoedingen aan vader en oma

RBOVE 190419 22 jaar celstraf voor doden 14 maanden oude Xaja; moeder vrijgesproken; € 84.000 schadevergoedingen aan vader en oma

De schade van benadeelden

8.1
De vorderingen van de benadeelde partijen

[vader] (de vader van [slachtoffer] ) en [oma vaderszijde] (de oma van [slachtoffer] vaderszijde) hebben zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces

8.1.1
De benadeelde partij [vader]

vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 48.170,24, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Ter zitting van 4 maart 2019 heeft de benadeelde partij de vordering daar waar het reiskosten betreft vermeerderd. Het hiervoor genoemde bedrag omvat die kosten. Het totaal gevorderde bedrag bestaat uit materiële en immateriële schade.

De gevorderde materiële schade bestaat uit:
- uitvaartbegeleiding € 2.596,40
- fakkels € 237,--
- bijzetten lichaamsdelen [slachtoffer] € 3.500,--
- opnemen verlofdagen € 1.101,57
- reiskosten € 53,87
- eigen risico € 385,--.

Ter zitting van 4 maart 2019 heeft de benadeelde partij de vordering aangevuld met een bedrag van € 296,40. Dit betreft door de benadeelde partij gemaakte reiskosten in het kader van politieverhoren.

De posten ‘opnemen verlofdagen’, ‘reiskosten’ en ‘eigen risico’ zijn door de benadeelde partij primair gevorderd als materiële shockschade. Subsidiair vordert de benadeelde partij vergoeding van deze materiële schade als rechtstreekse schade.

Daarnaast vordert de benadeelde partij een voorschot aan immateriële schade van € 40.000,--, omdat sprake is van shockschade.

Ter zitting heeft [vader] gevorderd de Staat der Nederlanden te veroordelen tot vergoeding van een bedrag van € 786,24 ter zake van door hem gemaakte onkosten. Deze onkosten betreffen reis- en verblijfkosten in verband met het bijwonen van de zittingen in deze strafzaak.

8.1.2
De benadeelde partij [oma vaderszijde]

vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een bedrag van € 40.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Dit bedrag betreft een voorschot aan immateriële schade in verband met shockschade.

[oma vaderszijde] vordert de Staat der Nederlanden te veroordelen tot vergoeding van een bedrag van € 786,24 ter zake van door haar gemaakte onkosten. Deze onkosten betreffen reis- en verblijfkosten in verband met het bijwonen van de zittingen in deze strafzaak.

8.2
Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen kunnen worden toegewezen.

8.3
Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de vorderingen van de benadeelde partijen niet betwist.

8.4
Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt voorop dat verdachte op grond van artikel 6:108 van het Burgerlijk Wetboek (BW) (oud) verplicht is de zogenaamde kosten van lijkbezorging te vergoeden aan diegene die deze kosten heeft gemaakt voor zover zij in redelijkheid zijn gemaakt in overeenstemming met de leefomstandigheden van het slachtoffer. [vader] heeft gesteld dat hij de kosten ‘uitvaartbegeleiding’ en ‘fakkels’ heeft gemaakt en dat deze niet vergoed zijn door de verzekering. Naar het oordeel van de rechtbank zijn deze kosten voldoende onderbouwd en in redelijkheid gemaakt. De rechtbank zal de vordering van [vader] daarom voor een deel van € 2.833,40 toewijzen. Uit de toelichting op de gevorderde kosten ‘bijzetten lichaamsdelen [slachtoffer] ’ is de rechtbank gebleken dat de benadeelde partij deze kosten nog niet heeft gemaakt. De rechtbank zal de benadeelde partij daarom voor dat gedeelte niet-ontvankelijk verklaren.

Shockschade

De rechtbank overweegt dat sprake is van shockschade als de benadeelde geestelijk letsel oploopt door het waarnemen van een schokkende gebeurtenis, zoals een misdrijf, of de directe confrontatie met de ernstige gevolgen daarvan, waarbij de shock dermate ernstig is dat deze leidt tot een aantasting van de gezondheid. Enkel indien het geestelijk letsel kan worden vastgesteld, waarbij als uitgangspunt geldt dat sprake moet zijn van een psychiatrisch erkend ziektebeeld, is vergoeding van shockschade op grond van artikel 6:106 lid 1 BW mogelijk.

[vader] en [oma vaderszijde] zijn in de ochtend van 12 oktober 2017 vanuit de omgeving van Schiedam naar Enschede vertrokken, nadat hen was verteld dat het niet goed ging met hun (klein)dochter. Toen zij in het ziekenhuis in Enschede arriveerden, was [slachtoffer] al overleden. [vader] heeft zijn dochter en [oma vaderszijde] heeft haar kleindochter vlak na haar overlijden in het ziekenhuis gezien, terwijl [slachtoffer] bont en blauw was en onder meer een tube in haar keel had en een slangetje in haar neus. Ook had zij wondjes op haar gezicht waar bloed uitkwam. Toen [vader] zijn dochtertje optilde kwam er nog bloed uit haar mond. Voor zowel de vader als de grootmoeder zijn deze aanblikken zeer ingrijpend zijn geweest, zoals blijkt het door hen uitgeoefende spreekrecht. Naar het oordeel van de rechtbank staat hiermee vast dat [vader] en [oma vaderszijde] direct zijn geconfronteerd met de ernstige gevolgen van het door verdachte gepleegde feit.

De verdediging heeft niet betwist dat ten gevolge hiervan geestelijk letsel bij de benadeelde partijen is ontstaan. Uit de bij de vordering overgelegde producties is de rechtbank verder gebleken dat bij beide benadeelde partijen ten gevolge van deze gebeurtenissen een posttraumatische stressstoornis is gediagnosticeerd waarvoor zij behandeling ondergaan. Op grond daarvan stelt de rechtbank vast dat sprake is van een erkend psychiatrisch ziektebeeld en dus van geestelijk letsel als gevolg van de confrontatie met de ernstige gevolgen van het misdrijf. Vergoeding van shockschade is dan ook mogelijk.

Shockschade materieel

[vader] heeft vergoeding van een aantal materiële schadeposten gevorderd, te weten opgenomen verlofuren (€ 1.101,57), reiskosten (in totaal € 350,27) en eigen risico (€ 385,--). Naar het oordeel van de rechtbank zijn de schadeposten ten aanzien van de verlofuren en de reiskosten gemaakt in het kader van de bezoeken aan de psycholoog voldoende onderbouwd. Deze komen de rechtbank niet onredelijk voor. De rechtbank zal aan [vader] een bedrag van € 1.101,57 en € 53,87 toewijzen.

De reiskosten die door [vader] zijn gemaakt in het kader van de politieverhoren zijn naar het oordeel van de rechtbank geen kosten die op grond van artikel 6:106 BW ten laste van de verdachte kunnen worden gebracht. De rechtbank zal de benadeelde partij daarom voor het gedeelte van € 296,40 niet-ontvankelijk verklaren.

Uit de door [vader] overgelegde stukken blijkt dat de zorgverzekeraar in verband met de psychologische behandeling een bedrag van € 71,83 ten laste van het eigen risico van de benadeelde partij heeft gebracht. Het eigen risico van de benadeelde partij over 2018 is niet volledig aangesproken. De rechtbank zal dan ook het aan de benadeelde partij in rekening gebrachte bedrag van € 71,83 toewijzen. Het meerdere van € 313,17 dat is gevorderd zal de rechtbank afwijzen.

Shockschade immaterieel

Door zowel [vader] als [oma vaderszijde] is een bedrag van € 40.000,-- aan shockschade gevorderd. Door de verdediging is geen verweer gevoerd ten aanzien van de hoogte van deze vordering. De rechtbank acht toewijzing van de gevorderde € 40.000,-- billijk. De rechtbank zal dan ook aan beide benadeelde partijen het gevorderde bedrag van € 40.000,-- toewijzen.

De benadeelde partijen hebben de gevorderde schade als voorschot gevorderd. De rechtbank zal de gevorderde en toegewezen bedragen aldus verstaan dat de gevorderde en toegewezen bedragen strekken tot vergoeding van een gedeelte van de schade.1

De wettelijke rente

De rechtbank zal bepalen dat de verdachte ook de wettelijke rente over de toegewezen bedragen vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd, zijnde 12 oktober 2017, dient te vergoeden.

(....)

8.5
De schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen hebben verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partijen naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het feit is toegebracht. ECLI:NL:RBOVE:2019:1347 Zie ook ECLI:NL:RBOVE:2019:1362

Deze website maakt gebruik van cookies