Overslaan en naar de inhoud gaan

Rb Overijssel 210514 val op trottoir voor winkel tijdens winterse omstandigheden; in beginsel draagt ieder zijn eigen schade, zo ook ic

Rb Overijssel 210514 val op trottoir voor winkel tijdens winterse omstandigheden; in beginsel draagt ieder zijn eigen schade, zo ook ic

2 De feiten

2.1.
De rechtbank gaat uit van de navolgende tussen partijen vaststaande feiten.

2.2.
In de ochtend van 20 februari 2013 is [eiseres] ten val gekomen op het trottoir voor de winkel van Ikea aan het Plein 100 te Hengelo. Op de dag van de val is [eiseres] naar het St. Antonius-Hospital Gronau gebracht, waar een fractuur in haar rechterenkel werd geconstateerd. Twee dagen na de val werd zij aan de enkel in genoemd ziekenhuis geopereerd, waarbij osteosynthese-materiaal in de vorm van een metalen plaat en schroeven werden aangebracht. Hierna mocht [eiseres] haar enkel 6 tot 8 weken niet belasten, zodat zij zich in een rolstoel of met krukken moest voortbewegen.

3 De vordering

3.1.
[eiseres] verzoekt de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

a. te verklaren voor recht dat Ikea aansprakelijk is voor de val van [eiseres] op of omstreeks 20 februari 2013 op het trottoir voor de ingang van de winkel van Ikea te Hengelo (O) en gehouden tot vergoeding van de daardoor voor [eiseres] ontstane en nog te lijden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

b. Ikea te veroordelen tot betaling aan [eiseres] van de thans bekende materiële schade ten bedrage van € 3.579,80, alsmede een voorschot op het smartengeld van € 2.500,-, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 20 februari 2013, althans tot betaling van zodanige bedragen als de rechtbank in goede justitie meent dat behoort en

c. Ikea te veroordelen in de kosten van deze procedure.

3.2.
[eiseres] legt aan haar vorderingen het navolgende ten grondslag.

3.3.
Ikea heeft jegens [eiseres] onrechtmatig gehandeld door niet voldoende aan gladheidsbestrijding te doen vlak voor de ingang van de winkel, ten gevolge van welk onrechtmatig handelen voor [eiseres] schade is ontstaan en nog zal worden geleden.

3.4.
Ikea had er rekening mee dienen te houden dat winkelend publiek niet steeds de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid in acht neemt, waardoor de kans op ongevallen met ernstige gevolgen groot is. Er was geen sprake van een dik pak sneeuw of een zichtbare laag ijs, waardoor [eiseres] beducht had moeten zijn voor een val. Er was slechts sprake van één of meer gladde plekken, waardoor [eiseres] onverhoeds is komen te vallen.
Voorts was het niet bezwaarlijk voor Ikea om veiligheidsmaatregelen te treffen, immers een visuele inspectie van het trottoir voor de ingang van de winkel is zo gemaakt en het strooien van zout of het plaatsen van een waarschuwingsbord vergt evenmin veel inspanning of kosten. Gelet op de gladheid ter plaatse is door gedaagde onvoldoende zout ter bestrijding van gladheid gestrooid, of is dat niet voldoende ingelopen. Veiligheidsmaatregelen waren geboden, gelet op het winterse weer en het feit dat de winkel door veel mensen wordt bezocht.
Ikea heeft aldus een gevaarlijke situatie van gladheid laten voortbestaan, terwijl deze eenvoudig opgeheven had kunnen worden. Doordat Ikea heeft nagelaten dergelijke maatregelen te treffen, heeft zij onzorgvuldig en onrechtmatig gehandeld jegens [eiseres].

3.5.
[eiseres] legt aan haar vorderingen voorts ten grondslag dat Ikea aansprakelijk is op grond van artikel 6:174 BW voor de door [eiseres] geleden schade, nu Ikea ondeugdelijke betonplaten ter plaatse van de val in bezit heeft (gehad).

3.6.
Omdat nog geen sprake is van een medische eindsituatie en omdat nog niet bekend is of en wanneer [eiseres] weer in staat zal zijn haar werkzaamheden geheel of gedeeltelijk te verrichten, vordert [eiseres] een verklaring voor recht zoals voornoemd.

3.7.
Het totaal van de thans bekende materiële schade is € 3.579,80.

3.8.
Daarnaast vordert [eiseres] een voorschot op het smartengeld inclusief rente met ingang van 20 februari 2013 van € 2.500,-, waarbij zij het letsel in ogenschouw neemt, twee operaties, het langdurig niet in staat zijn haar huishouding te doen en haar pasgeboren baby te verzorgen, alsmede het feit dat zij nog steeds pijnklachten ondervindt en langdurig arbeidsongeschikt is en nog niet zeker is of zij weer volledig zal kunnen werken.

4 Het verweer

4.1.
Ikea betwist de vorderingen van [eiseres] en voert daartoe het volgende aan.

4.2.
Bij gebrek aan wetenschap betwist Ikea dat [eiseres] ten val is gekomen als gevolg van gladheid voor het Ikea-filiaal te Hengelo.

4.3.
Bij winterse omstandigheden wordt het terrein voor de winkel dagelijks gecontroleerd op gladde plekken. Indien nodig wordt er voorts (preventief) gestrooid en/of geschoven. Op de dag dat [eiseres] voor de ingang van Ikea ten val is gekomen, is men vanaf ’s morgens circa 6.00 uur tot 10.00 uur met gladheidsbestrijding bezig geweest. Daarbij is aan de toegang tot de winkel van Ikea extra aandacht besteed. De bedrijvenparkmanager aan wie de gladheidsbestrijding is uitbesteed, kan zich daarom niet voorstellen dat sprake was van gladheid bij Ikea op de dag dat [eiseres] is gevallen.

4.4.
Subsidiair voert Ikea aan dat men bij winters weer beducht dient te zijn op gladheid. Ingeval iemand ten gevolge van gladheid door winters weer ten val komt, draagt deze persoon in beginsel zijn/haar eigen schade. Er bestaat geen norm op grond waarvan een exploitant van een winkel, in het algemeen gehouden zou zijn om zijn/haar stoep en/of toegang sneeuw- en ijsvrij te houden. Een dergelijke plicht kan slechts bestaan indien de exploitant weet of moet begrijpen dat de bezoeker aan een groter gevaar wordt blootgesteld dan onder de gegeven omstandigheden verantwoord is en waarop een normaal mens beducht moet zijn.

4.5.
Ikea wist niet en heeft ook niet moeten begrijpen dat [eiseres] aan een groter gevaar werd blootgesteld dan onder de gegeven omstandigheden verantwoord was en waarop zij als normaal mens beducht diende te zijn. Ikea heeft veel meer gedaan dan van haar verlangd kon worden. Ikea heeft niet onrechtmatig jegens [eiseres] gehandeld.

4.6.
Ikea verzoekt de rechtbank allereerst te oordelen over de aansprakelijkheidsvraag. Ten aanzien van de hoogte van de schade behoudt Ikea zich alle rechten en weren uitdrukkelijk voor.

4.7.
Ikea verzoekt de rechtbank [eiseres] te veroordelen in de kosten van deze procedure, alsmede in de nakosten.

5 De beoordeling

5.1.
Het onderhavige geschil spitst zich toe op de vraag of sprake is geweest van een gevaarlijke situatie die Ikea heeft laten voortbestaan terwijl in de omstandigheden van het geval op haar de zorgplicht rustte om aanvullende maatregelen te treffen.

5.2.
Bij de beantwoording van de vraag of sprake is geweest van geboden doch nagelaten voorzorgsmaatregelen, en daarmee aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad door gevaarzetting, is ten eerste van belang hoe waarschijnlijk het is dat niet de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid in acht worden genomen. Voorts is van belang hoe groot de kans is dat door die onoplettendheid en/of onvoorzichtigheid ongevallen ontstaan, hoe ernstig de gevolgen daarvan kunnen zijn en hoe bezwaarlijk het is om veiligheidsmaatregelen te treffen.

5.3.
Tussen partijen staat niet ter discussie dat het op de dag van de val zonnig en droog was, en dat het op de dag voor de val had gesneeuwd. Dat geen sprake was van een dik pak sneeuw of een zichtbare laag ijs, doet niet af aan het feit dat onder winterse weersomstandigheden naar algemene ervaringsregels gladheid vaak plaatselijk optreedt dan wel nog resteert, en in zijn algemeenheid als onverwacht wordt ervaren.
Wanneer men in de wetenschap dat sprake is (geweest) van winterse weersomstandigheden naar buiten gaat, dient men hierop bedacht te zijn en mag van hem of haar worden verwacht dat hij of zij voldoende maatregelen neemt om uitglijden en vallen zoveel mogelijk te voorkomen. Wanneer iemand desondanks ten val komt ten gevolge van door sneeuw of ijs veroorzaakte gladheid, draagt die persoon in beginsel zijn of haar eigen schade.

5.4.
Daarbij kan uit het feit dat Ikea na de valpartij het trottoir voor de ingang van de winkel met zout heeft bestrooid, niet worden afgeleid dat op Ikea een verplichting rustte tot het ijsvrij houden van het betreffende trottoir. Een dergelijke verplichting is naar het oordeel van de rechtbank slechts aan de orde in situaties die een bijzonder gevaar opleveren – in de zin van een groter risico dan waarop een normaal mens beducht moet zijn – waarvan degene binnen wiens verantwoordelijkheid of risicosfeer dat gevaar zou vallen, zich bovendien bewust zou moeten zijn geweest.

5.5.
Anders dan in de door [eiseres] aangehaalde uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 20 januari 2010 (ECLI:NL:RBROT:2010:BM9798), waarin onder meer sprake was van een omstandigheid waarin grote groepen mensen, al dan niet gehaast, via het perron de metro willen bereiken dan wel verlaten en de gevolgen van een valpartij vanwege de nabijheid van rijdende metro’s bijzonder ernstig kunnen zijn, is naar het oordeel van de rechtbank in deze zaak niet komen vast te staan dat sprake was van een bijzondere omstandigheid waarin niet de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid mocht worden verwacht van gebruikers van het glad gebleken voetpad, noch dat sprake was van een zoals in de Rotterdamse zaak te duchten gevaar.

5.6.
De inspanningen tot het ijsvrij houden van de toegang tot de winkel van Ikea moeten naar het oordeel van de rechtbank in deze casus – waarin sprake was van winterse weersomstandigheden voorafgaand aan het voorgenomen bezoek van [eiseres] aan het betreffende Ikea-filiaal – worden beschouwd als een service aan het winkelend publiek, welke service niet kan worden geacht dat publiek te ontslaan haar eigen verantwoordelijkheid voor het voorkomen van een valpartij.

5.7.
Hoewel de gevolgen van [eiseres] valpartij zijn te betreuren, is de rechtbank aldus van oordeel dat [eiseres] gelet op de winterse weersomstandigheden beducht had moeten zijn op gladheid. De van haar te vergen oplettendheid en voorzichtigheid acht de rechtbank in de omstandigheden van deze zaak van doorslaggevend belang.

5.8.
Ikea heeft [eiseres] niet aan een groter risico blootgesteld dan onder de gegeven omstandigheden verantwoord was en waarop [eiseres] beducht had moeten zijn. Bijzondere feiten en omstandigheden die tot een andere conclusie zouden moeten leiden zijn onvoldoende gesteld noch gebleken. Van onzorgvuldigheid door nalaten van geboden veiligheidsmaatregelen van de zijde van Ikea is aldus geen sprake geweest. [eiseres] beroep op onrechtmatige daad door gevaarzetting kan derhalve niet slagen.

5.9.
Het beroep van [eiseres] op artikel 6:174 BW ten slotte, zal door de rechtbank worden gepasseerd nu [eiseres] niet heeft onderbouwd waaruit de gebrekkigheid van de betonplaten zou hebben bestaan.

5.10.
[eiseres] vorderingen zullen dan ook – wat er zij van de vraag of [eiseres] daadwerkelijk als gevolg van gladheid ten val is gekomen – worden afgewezen.

5.11.
[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de (na)kosten van dit geding. ECLI:NL:RBOVE:2014:3424