Overslaan en naar de inhoud gaan

RBGEL 250225 Vrouw knipt partner (diabetespatiënt) in vinger bij knippen nagels; vrouw niet aansprakelijk

RBGEL 250225 Vrouw knipt partner (diabetespatiënt) in vinger bij knippen nagels; vrouw niet aansprakelijk
- verzocht 14 uur x € 215 + 21%, begroot, niet toegewezen, € 3.173,83 omdat dit in petitum verzocht was

2De feiten

2.1.

[verzoeker] en [verweerder sub 1] zijn partners en wonen een gedeelte van de week samen in de woning van [verzoeker] . De resterende tijd van de week woont [verweerder sub 1] in [woonplaats] .

2.2.

[verzoeker] werkt sinds 2002 als zzp-er voor 40 uur per week als metselaar in de bouw. Daarnaast is [verzoeker] samen met zijn zoon maat in de maatschap [bedrijf 1] . Deze maatschap exploiteert een veeteeltbedrijf met gemiddeld 250 tot 340 koeien en kalveren.

2.3.

Op of omstreeks 1 oktober 2023 heeft [verzoeker] zijn nagels laten knippen door [verweerder sub 1] . Hierbij heeft [verweerder sub 1] in de linker ringvinger van [verzoeker] geknipt.

2.4.

In de dagen na dit voorval ging de vinger van [verzoeker] steeds meer pijn doen. Twee weken na het voorval kleurde de vingertop blauw, waarna [verzoeker] op 13 oktober 2023 de huisarts heeft bezocht. Op advies van de huisarts heeft [verzoeker] pijnstilling genomen, een handschoen gedragen en is hij gestopt met werken.

2.5.

Eind oktober 2023 is [verzoeker] door de huisarts doorverwezen naar het ziekenhuis voor röntgenonderzoek. [verzoeker] kreeg medicatie tegen de pijn en bloedverdunners.

2.6.

[verweerder sub 1] was voor aansprakelijkheid verzekerd bij ASR. [verweerder sub 1] heeft het voorval gemeld bij ASR en ASR heeft naar aanleiding daarvan een onderzoek gedaan. Op 13 maart 2024 heeft ASR aan [verzoeker] laten weten dat ASR de aansprakelijkheid afwijst.

2.7.

Op 13 mei 2024 heeft [verzoeker] ASR aansprakelijk gesteld voor de gevolgen van het voorval op 1 oktober 2023. Op 26 juni 2024 heeft ASR de aansprakelijkheid nogmaals afgewezen.

3Het verzoek en het verweer

3.1.

[verzoeker] verzoekt dat de rechtbank bij beschikking, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

a. voor recht zal verklaren dat [verweerder sub 1] onrechtmatig heeft gehandeld jegens [verzoeker] door in zijn vinger te knippen en dat [verweerder sub 1] aansprakelijk is voor de gevolgen daarvan;

b. dat ASR jegens [verzoeker] gehouden is tot vergoeding van de schade die [verzoeker] door die onrechtmatige daad lijdt en heeft geleden;

c. ASR zal veroordelen in de kosten van het deelgeschil, aan de zijde van [verzoeker] te begroten op € 3.173,83 inclusief btw.

3.2.

Aan het verzoek heeft [verzoeker] het volgende ten grondslag gelegd. [verweerder sub 1] heeft door in de vinger van [verzoeker] te knippen, terwijl [verzoeker] al had aangegeven dat het pijn deed, onvoldoende zorgvuldig en daarom onrechtmatig gehandeld tegenover [verzoeker] . Dit onrechtmatig handelen kan aan [verweerder sub 1] worden toegerekend. [verzoeker] heeft door het ongeval schade geleden. Hij heeft reiskosten gemaakt voor zijn bezoeken aan het ziekenhuis en er is sprake van verlies aan verdienvermogen.

3.3.

ASR verzet zich tegen toewijzing van het verzoek. Op de inhoud van het verweer zal hierna indien nodig nader worden ingegaan.

4De beoordeling

4.1.

De vraag die in dit deelgeschil moet worden beantwoord is of [verweerder sub 1] onrechtmatig tegenover [verzoeker] heeft gehandeld door bij het knippen van de nagels van [verzoeker] in de vinger van [verzoeker] te knippen.

4.2.

[verzoeker] heeft aangevoerd dat [verweerder sub 1] bij het knippen van zijn nagels de maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm heeft geschonden.

De maatschappelijke zorgvuldigheid eist in beginsel dat men een ander niet bootstelt aan een groter risico dan onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs verantwoord is en waarop een normaal mens bedacht moet zijn. Dit betekent dat niet iedere vorm van gevaarzetting onrechtmatig is en dat een zekere mate van risicoschepping is toegestaan. Niet reeds de enkele mogelijkheid van een ongeval, als verwezenlijking van aan een bepaald gedrag inherent gevaar, doet dat gedrag onrechtmatig zijn. Zodanig gevaarscheppend gedrag is slechts onrechtmatig indien de mate van waarschijnlijkheid van een ongeval (het oplopen van letsel door een ander) als gevolg van dat gedrag zo groot is, dat de dader zich naar maatstaven van zorgvuldigheid van dat gedrag had moeten onthouden.1

4.3.

De rechtbank overweegt hierover als volgt. Aan het knippen van nagels is inherent het gevaar verbonden dat daarbij in de vinger wordt geknipt. Vast staat dat dit gevaar zich in dit geval heeft verwezenlijkt. Gelet op de hiervoor weergegeven maatstaf moet worden beoordeeld of de kans op het oplopen van letsel door [verzoeker] in dit geval zo waarschijnlijk was, dat [verweerder sub 1] zich van het knippen van de nagels van [verzoeker] had moeten weerhouden. De rechtbank is van oordeel dat dit niet het geval is. [verweerder sub 1] heeft aangevoerd dat zij wist van de diabetes van [verzoeker] en daarom gepaste zorgvuldigheid betrachtte. [verweerder sub 1] knipte de nagels van [verzoeker] met regelmaat al anderhalf jaar lang. In die periode heeft zich nooit iets voorgedaan, waaruit volgens ASR blijkt dat [verweerder sub 1] de vereiste zorgvuldigheid betrachtte. Dat de verweten gedraging (het bij het knippen van de nagels in de vinger knippen) het letsel zou veroorzaken zoals zich dat heeft voorgedaan, was niet zodanig voorzienbaar dat [verweerder sub 1] zich van het knippen van de nagels had moeten weerhouden. ASR heeft onbetwist aangevoerd dat het knippen van nagels een veel voorkomende handeling is die in het algemeen, ook als daarbij in de vinger wordt geknipt, niet het letsel tot gevolg heeft dat zich bij [verzoeker] heeft voorgedaan.

4.4.

[verzoeker] heeft nog aangevoerd dat [verweerder sub 1] is doorgegaan met het knippen van de nagels terwijl [verzoeker] had aangegeven dat hij pijn had. [verzoeker] heeft hiermee kennelijk bedoeld aan te voeren dat de onzorgvuldigheid (en daarmee de onrechtmatigheid) is gelegen in het doorgaan van het knippen van de nagels. [verzoeker] heeft echter niet aangevoerd dat hij tegen [verweerder sub 1] heeft gezegd dat zij moest stoppen of dat [verweerder sub 1] tegen de wil van [verzoeker] is ingegaan of dat hij door [verweerder sub 1] werd gedwongen het knippen van de nagels te ondergaan. Dat brengt mee dat dit gedrag van [verweerder sub 1] niet als onrechtmatig kan worden aangemerkt.

4.5.

De conclusie uit het voorgaande is dat het letsel van [verzoeker] naar het oordeel van de rechtbank het gevolg is van een ongelukkige gang van zaken. De verzoeken tot vaststelling van de aansprakelijkheid en tot vaststelling dat ASR gehouden is de schade aan [verzoeker] te vergoeden zullen daarom worden afgewezen.

4.6.

[verzoeker] heeft verzocht de kosten van het deelgeschil te begroten en ASR te veroordelen tot betaling van deze kosten.

De rechtbank moet de kosten van het deelgeschil begroten aan de hand van de dubbele redelijkheidstoets in die zin dat het redelijk is dat deze kosten gemaakt zijn en dat de hoogte van die kosten redelijk is. Dat betekent dat als een deelgeschilprocedure volstrekt onnodig of onterecht is ingesteld, de kosten daarvan niet voor vergoeding in aanmerking komen. Van deze laatste situatie is in dit geval geen sprake.

4.7.

[verzoeker] heeft zijn kosten begroot op € 3.173,83 inclusief btw. [verzoeker] is daarbij uitgegaan van een tarief van € 215,00 per uur exclusief btw en 14 uur bestede tijd inclusief de mondelinge behandeling. ASR heeft zowel de bestede tijd als het uurtarief betwist. De mondelinge behandeling heeft niet, zoals door [verzoeker] begroot drie uur, maar slechts ongeveer één uur geduurd. Voor het overige vindt de rechtbank de bestede tijd redelijk. De rechtbank zal bij de begroting van de kosten dus uitgaan van 12 uur plus één uur reistijd tegen een half uurtarief.

ASR heeft aangevoerd dat een uurtarief van € 215,00 onredelijk hoog is gelet op de geringe ervaring van de advocaat van [verzoeker] . De advocaat van [verzoeker] heeft onbetwist aangevoerd dat zij voorafgaand aan haar beëdiging als advocaat in augustus 2024 als letselschadejurist werkzaam is geweest. Een uurtarief van € 215,00 (te vermeerderen met btw) is daarom redelijk volgens de rechtbank. Omdat het bedrag aan advocaatkosten hoger uitkomt dan het door [verzoeker] in het petitum verzochte bedrag van € 3.173,83 inclusief btw, zal de rechtbank de kosten van het deelgeschil begroten op dat bedrag, te vermeerderen met een bedrag van € 320,00 aan griffierecht. Omdat de aansprakelijkheid niet is komen vast te staan, zal de rechtbank de kosten alleen begroten en ASR niet veroordelen tot betaling daarvan.  Rechtbank Gelderland 25 februari 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:1305

1Hoge Raad 9 december 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1576 (Zwiepende tak) en Hoge Raad 12 mei 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5784 (Verhuizende zusjes).