Overslaan en naar de inhoud gaan

RBMNE 270126 vdo neuroloog toegewezen (a.d.h.v. nieuwe IWMD-vraagstelling) vdo verzekeringsarts voorbarig

RBMNE 270126  vdo neuroloog toegewezen (a.d.h.v. nieuwe IWMD-vraagstelling) vdo verzekeringsarts voorbarig

2De kern van de zaak

2.1.

[eiseres] is op 26 augustus 2018 op een voetpad in Vleuten (gemeente Utrecht) gevallen over een opstaande trottoirtegel. Zij heeft daardoor letsel opgelopen aan haar linkerknie en zij heeft nog steeds klachten. [eiseres] heeft de gemeente Utrecht op grond van artikel 6:174 BW juncto artikel 6:162 BW als wegbeheerder aansprakelijk gesteld. De gemeente Utrecht heeft de aansprakelijkheid niet erkend. Partijen hebben geprobeerd de letselschade zonder erkenning van de aansprakelijkheid onderling te regelen. Dat is niet gelukt. Partijen twisten over de causaliteit tussen de aanhoudende klachten en beperkingen van [eiseres] en het ongeval. Om daarover duidelijkheid te krijgen vraagt [eiseres] aan de rechtbank om een neuroloog en een verzekeringsgeneeskundige als deskundige te benoemen om een expertise uit te brengen. De rechtbank wijst het verzoek om een neuroloog als deskundige te benoemen toe. Het verzoek om een verzekeringsgeneeskundige als deskundige te benoemen wordt afgewezen. Dat verzoek is te voorbarig en komt in strijd met de eisen van een goede procesorde.

3De beoordeling

toetsingskader voorlopig deskundigenbericht

3.1.

De rechtbank moet een verzoek om een voorlopig deskundigenbericht in principe toestaan als dat deskundigenbericht kan bijdragen aan een van de volgende doelen.

  • -

    De verzoeker wil door het deskundigenbericht zekerheid of duidelijkheid krijgen over feiten en omstandigheden die voor de beslissing van een geschil van belang kunnen zijn.

  • -

    De verzoeker wil door het deskundigenbericht (beter) inzicht krijgen of het beginnen van of doorgaan met een rechtszaak over het geschil wenselijk is.

3.2.

In artikel 196 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) staat dat de rechter het verzoek moet afwijzen als zich een of meer van de volgende redenen voordoen.

  • -

    De informatie die aan de deskundige gevraagd wordt, is niet voldoende bepaald.

  • -

    Er is onvoldoende belang bij een voorlopig deskundigenbericht.

  • -

    Het verzoek is in strijd met de eisen van een goede procesorde.

  • -

    De bevoegdheid om een voorlopig deskundigenbericht te verzoeken, wordt misbruikt.

  • -

    Er bestaat een ander belangrijk bezwaar tegen het houden van het onderzoek.

De rechtbank wijst het verzoek om een neuroloog als deskundige te benoemen toe

3.3.

[eiseres] heeft goed uitgelegd waarom het neurologisch onderzoek nodig is. De gemeente Utrecht heeft er geen bezwaar tegen gemaakt. Voor de rechtbank zijn er ook geen redenen om het verzoek van [eiseres] niet toe te staan.


De rechtbank benoemt deze persoon om het onderzoek uit te voeren

3.4.

Partijen zijn het er over eens dat zij dr. G. Padberg, neuroloog, verbonden aan Justus Medische Expertise het onderzoek willen laten uitvoeren. De rechtbank zal hem in deze beschikking als deskundige benoemen. De deskundige heeft laten weten bereid te zijn en vrij te staan het onderzoek uit te voeren en daarvoor ook gelegenheid te hebben.

De rechtbank stelt de volgende vragen aan de deskundige

3.5.

Partijen zijn het erover eens om aan de deskundige de nieuwe (met ingang van 1 november 2025) IWMD vraagstelling voor te leggen. De rechtbank zal deze vragen aan de deskundige stellen. Partijen zijn het ook eens over een extra (specifieke) toelichting bij de inleiding van de vraagstelling waarin duidelijk wordt gemaakt wat de discussie is tussen partijen. De rechtbank zal deze toelichting ook overnemen.

3.6.

De vragen die aan de deskundige zullen worden gesteld, zijn:

SPECIFIEKE TOELICHTING

Tussen partijen bestaat discussie over de vragen:

- Of er sprake is van letsel/neuropathie van de n. saphenus;

- Zo ja, of dit letsel een gevolg is van het voorval op 26 augustus 2018;

- Zo ja, of dit letsel leidt tot beperkingen en zo ja, welke beperkingen, waarbij het de voorkeur van partijen verdient dat deze beperkingen zo concreet als mogelijk geschetst worden.

ALGEMENE TOELICHTING

Deze vraagstelling is een vraagstelling die toegepast wordt in een juridisch kader, zowel binnen als buiten rechte. De vraagstelling heeft als doel de gevolgen van een ongeval in kaart te brengen, zowel op korte als lange termijn. Hierbij worden ook pre-existente of predisponerende factoren in beeld gebracht en gewogen. De deskundige geeft rekening houdend met zijn deskundigheidsgebied antwoord op deze vragen1.2
Bij het opstellen van deze vraagstelling is aansluiting gezocht bij de Richtlijn Medisch Specialistische Rapportage in bestuurs- en civielrechtelijk verband versie 2024. Deze richtlijn is digitaal te raadplegen via www.nvmsr.nl/publicaties/. In deze richtlijn is geformuleerd aan welke eisen een deskundige en diens rapportage moeten voldoen. De richtlijn is bedoeld als hulpmiddel voor deskundigen bij het uitvoeren van hun werkzaamheden. De deskundige wordt verzocht de aanbevelingen en bepalingen in de richtlijn – zo veel als mogelijk – in acht te nemen. In sommige gevallen is het niet mogelijk om een vraag te beantwoorden. De deskundige moet dan gemotiveerd aangeven waarom deze vraag niet kan worden beantwoord. Ook dienen ingenomen standpunten wetenschappelijk onderbouwd te worden.

1DE SITUATIE MET ONGEVAL

Anamnese
a. Hoe luidt de anamnese? Welke behandelingen heeft onderzochte gehad? Wat was het resultaat van deze behandelingen? Welke overige klachten op uw vakgebied worden desgevraagd gemeld? Wilt u vermelden welke belemmeringen betrokkene ervaart in relatie tot de activiteiten van het algemene dagelijkse leven (ADL), bij het werk, bij werkzaamheden in, aan en om de woning, en bij het uitoefenen van hobby’s en bezigheden in recreatieve sfeer?

Aanbeveling 8.2 NVMSR:
De beschrijving van de anamnese is deugdelijk en compleet en beperkt zich tot de relevante gegevens ten behoeve van de beantwoording van de aan de deskundige voorgelegde vragen. De beschrijving van de anamnese bevat uitsluitend het verhaal van de betrokkene, zoveel mogelijk in diens eigen bewoordingen. Er worden daarbij geen termen gebruikt of feiten vermeld die uitsluitend kunnen zijn ontleend aan aangeleverde of verkregen medische gegevens of een interpretatie daarvan. Termen als “betrokkene zou (...)” worden vermeden. Ook voegt de deskundige bij de beschrijving van de anamnese geen voorlopige conclusies of eigen interpretaties toe. De auto-anamnese en hetero-anamnese worden gescheiden weergegeven.

Medische gegevens
b. Wilt u op basis van het medisch dossier van de onderzochte een beschrijving geven van de medische voorgeschiedenis (dat wil zeggen gezondheid voor het ongeval) van de onderzochte op uw vakgebied? Wat is de medische behandeling geweest van de klachten en/of ervaren verschijnselen in gevolg op het ongeval en het resultaat daarvan?

Aanbeveling NVMSR:
Bespreking van de ontvangen (medische) gegevens. In deze rubriek worden de beschikbare en ontvangen (medische) gegevens op een zakelijke wijze en zo getrouw mogelijke wijze weergegeven, zonder dat daar een eigen interpretatie of beoordeling van wordt gegeven. Uit brieven uit de behandelend sector wordt zorgvuldig en bij voorkeur letterlijk geciteerd. Indien u onvoldoende medische broninformatie heeft (zowel op, maar ook buiten uw vakgebied) om deze vragen adequaat te kunnen beantwoorden, kunt u deze alsnog in de behandelende sector opvragen, bij voorkeur middels gerichte vragen. Hiervoor is een medische machtiging van betrokkene vereist.
Zie: https://www.knmg.nl/actueel/publicaties/omgaan-met-medische-gegevens

Medisch onderzoek

c. Wilt u een beschrijving geven van uw bevindingen bij onderzoek3?

Aanbeveling 8.3 NVMSR:
Het lichamelijk onderzoek wordt, indien van toepassing, zoveel mogelijk weergegeven zoals dat gebruikelijk is binnen de beroepsgroep. Afkortingen dienen hierbij zoveel mogelijk te worden vermeden of te worden weergegeven in een aparte tabel.

Consistentie
d. Is naar uw oordeel sprake van een onderlinge samenhang als het gaat om de informatie die is verkregen van de onderzochte zelf, de feiten zoals die uit het medisch dossier naar voren komen en uw bevindingen bij onderzoek en eventueel hulponderzoek?
e. Voor zover u de vorige vraag ontkennend beantwoordt, wilt u dan aangeven wat de reactie was van de onderzochte op de door u geconstateerde inconsistenties en welke conclusies u daaruit trekt? NB Confrontatie met gevonden inconsistenties is wel nodig; een betrokkene moet namelijk de kans krijgen om hier persoonlijk en verbaal op te reageren, dit is een ethisch punt.

Aanbeveling 2.2.8 RMSR:

Als de anamnese niet overeenkomt met de feiten zoals die uit de stukken naar voren komen, dan dient uit het rapport te blijken dat de onderzochte, voor zover dat medisch verantwoord is, met deze inconsistenties werd geconfronteerd. Vermeld wordt, wat zijn reactie daarop was en wat daaruit kan worden geconcludeerd.

Diagnose

f. Wat is de diagnose op uw vakgebied? Wilt u daarbij uw differentiaaldiagnostische overweging geven?

Aanbeveling 8.5 NVMSR:

Waar nodig of indien van toepassing wordt een differentiaal diagnostische overweging gegeven. In het rapport wordt onderbouwd waarom een differentiaal diagnostische overweging wordt verworpen.

Beperkingen

g. Welke beperkingen op uw vakgebied bestaan naar uw oordeel bij de onderzochte in zijn huidige toestand, ongeacht of de beperkingen voortvloeien uit het ongeval? Wilt u deze beperkingen zo uitgebreid mogelijk beschrijven, op semi-kwantitatieve wijze weergeven en zo nodig toelichten ten behoeve van een eventueel in te schakelen arbeidsdeskundige?

Aanbeveling 8.7 NVMSR:

De eventuele beperkingen van de betrokkene worden zo nauwkeurig mogelijk beschreven en slechts in semi-kwantitatieve vorm weergegeven. De hierbij geadviseerde termen zijn ‘geen, licht, matig, ernstig, volledig’. De deskundige zal zelf geen kwantificerende belastbaarheidsprofielen opstellen. Alleen een bedrijfsarts of een verzekeringsarts is bekwaam om een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op te stellen. De deskundige kan wel de vaststellingen in een FML becommentariëren vanuit het eigen vakgebied en op grond van de eigen waarnemingen.

Medische eindsituatie
Toelichting: deze vraag heeft als doel om toekomstige risico’s en toekomstige verbeteringen in kaart te brengen. Denk hierbij aan enerzijds een kans op post‐traumatische artrose, aanwezigheid van osteosynthese materiaal of risico op post‐traumatische epilepsie en anderzijds aan mogelijke verbeteringen door therapie.
h. Acht u de huidige toestand van de onderzochte zodanig dat een beoordeling van de blijvende gevolgen van het ongeval mogelijk is, of verwacht u in de toekomst nog een belangrijke verbetering of verslechtering van het op uw vakgebied geconstateerde letsel mogelijk?
i. Zo ja, welke verbetering of verslechtering verwacht u?

j. Kunt u aangeven op welke termijn en in welke mate u die verbetering dan wel verslechtering verwacht?
k. Kunt u aangeven welke gevolgen deze verbetering dan wel verslechtering zal hebben voor de beperkingen (als bedoeld in vraag 1g)?
Optionele vraag:
l. Welke huidige mate van functieverlies (impairment) kunt u vaststellen op uw vakgebied als gevolg van het ons aangelegen ongeval? Wilt u dit uitdrukken in een percentage volgens de richtlijnen van de American Medical Association (AMA‐guides, 6e druk), aangevuld met de meest recente richtlijnen/ leidraad van uw eigen beroepsvereniging?

Aanbeveling NVMSR 8.8:
Bij de bepaling van de functionele invaliditeit behoort een percentage dat de deskundige met verwijzing naar (in principe) de laatste versie van de AMA-guides en/of de richtlijnen van de eigen beroepsgroep beargumenteert. De functionele invaliditeit betreft de beperkingen ongeacht het beroep en de specifieke vaardigheden en heeft uitsluitend betrekking op de vaardigheden in het ADL, iADL en het maatschappelijk verkeer, zoals weergegeven in de AMA-guides. Het ontbreken van functieverlies conform de bepalingen in de AMA-guides, hoeft niet te betekenen dat er ook geen sprake is van beperkingen bij de beroepsuitoefening of bij specifieke activiteiten, maar dat valt niet onder het begrip functionele invaliditeit. Anderzijds hoeft de vaststelling van mate van functieverlies conform de AMA-guides niet automatisch tot beperkingen aanleiding te geven.

2DE SITUATIE ZONDER ONGEVAL

Meestal zal het niet mogelijk zijn om onderstaande vragen (met name de vragen 2c - 2e) met zekerheid te beantwoorden. Van u wordt ook niet gevraagd zekerheid te bieden. Wel wordt gevraagd of u vanuit uw kennis en ervaring op uw vakgebied uw mening wilt geven over kansen en waarschijnlijkheden. Het is dus de bedoeling dat u aangeeft wat u op grond van uw deskundigheid op uw vakgebied op deze vragen kunt antwoorden.

Aanbeveling 8.4 NVMSR:
De vragen worden volledig, begrijpelijk en vooral eenduidig beantwoord. Bij de beantwoording van de vragen komen niet/nooit plotseling aspecten naar voren, die niet worden ondersteund/onderbouwd in de voorafgaande beschouwing. Het kan van belang zijn om bij de beantwoording van de vragen (zoals bij de IWMD-vraagstelling) inzicht te krijgen in de vergelijking tussen de gezondheidstoestand van de betrokkene zoals die aanwezig is met/ten gevolge van het ongeval en de hypothetische situatie zonder het ongeval.
Bij de hypothetische situatie zonder ongeval speelt de gezondheidstoestand vóór het ongeval een belangrijke rol en deze moet zorgvuldig worden beoordeeld en beschreven. Soms is dit door gebrek aan gegevens niet eenduidig te onderzoeken of vast te stellen. Op de deskundige rust de verplichting om de voorgeschiedenis expliciet te onderzoeken en waar nodig hiervoor de benodigde informatie op te vragen. Er dient nadrukkelijk onderscheid te worden gemaakt tussen klachten, afwijkingen en beperkingen in de situaties VOOR en ZONDER ongeval. De betrokkene kan immers na het ongeval een nieuwe of andere aandoening hebben gekregen die los staat van het ongeval of al aan een chronische of genetische aandoening lijden. In sommige gevallen is het niet mogelijk om een vraag te beantwoorden. De deskundige moet dan gemotiveerd aangeven waarom deze vraag niet kan worden beantwoord.

Aanbeveling 8.6 NVMSR:
Een eventuele causaliteitsvraag wordt uitsluitend beantwoord vanuit de medische causaliteitsgedachte, dat wil zeggen op grond van datgene wat bekend en herkenbaar is met betrekking tot het ontstaan en het beloop van de onderhavige klachten en verschijnselen. Deze vaststelling gebeurt in overeenstemming met de gangbare wetenschappelijk inzichten dan wel richtlijnen binnen het desbetreffende vakgebied. De deskundige zal nooit anamnestische klachten en/of anamnestische beperkingen aan een gebeurtenis (bijvoorbeeld een ongeval of incident) toeschrijven of de causaliteit ervan louter baseren op grond van het feit dat deze na de gebeurtenis voor het eerst worden vermeld. De beoordeling van een eventueel juridisch causaal verband is voorbehouden aan partijen en uiteindelijk de rechter.

Klachten, afwijkingen en beperkingen voor ongeval
a. Bestonden voor het ongeval bij betrokkene reeds klachten en/of afwijkingen op uw vakgebied? Zo ja, zijn die klachten er nog steeds? Bestaan er andere klachten en/of afwijkingen die wel relevant zijn voor uw vakgebied?
Kunt u hierbij onderscheid maken tussen de gegevens bij anamnese verkregen en informatie op basis van de medische broninformatie verkregen?
b. Zo ja, kunt u zo mogelijk aangeven welke beperkingen voor het ongeval uit deze klachten en/of afwijkingen voortvloeiden en nu nog steeds uit deze klachten en/of afwijkingen voortvloeien? Kunt u hierbij aangeven, of deze gegevens anamnestisch zijn of gebaseerd op medische broninformatie?

Aanbeveling 8.7 NVMSR:
De eventuele beperkingen van de betrokkene worden zo nauwkeurig mogelijk beschreven en slechts in semi-kwantitatieve vorm weergegeven. De hierbij geadviseerde termen zijn ‘geen, licht, matig, ernstig, volledig’. De deskundige zal zelf geen kwantificerende belastbaarheidsprofielen opstellen. Alleen een bedrijfsarts of een verzekeringsarts is bekwaam om een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op te stellen. De deskundige kan wel de vaststellingen in een FML becommentariëren vanuit het eigen vakgebied en op grond van de eigen waarnemingen.

Klachten, afwijkingen en beperkingen zonder ongeval
c. Zijn er bij de onderzochte op uw vakgebied aanwijzingen dat hij/zij ook zonder ongeval de huidige klachten en/of afwijkingen op uw vakgebied zou kunnen hebben ontwikkeld? Wilt u hierbij de algemene gezondheidstoestand van betrokkene meewegen? Kunt u daarbij aangeven of deze vraag wordt beantwoord op basis van anamnese of dat dit wordt afgeleid uit het medisch dossier?
d. Zo ja (dus zonder ongeval ook klachten), kunt u dan een inschatting geven met welke mate van waarschijnlijkheid, op welke termijn en in welke omvang de klachten en/of afwijkingen dan hadden kunnen ontstaan?4
e. Kunt u aangeven welke beperkingen uit deze klachten en/ of afwijkingen zouden kunnen zijn voortgevloeid?
Kunt u deze beperkingen zo uitgebreid mogelijk beschrijven en op semi kwantitatieve wijze weergeven en zo nodig toelichten? Indien dit niet mogelijk is dit graag aangeven.
f. Verwacht u in de toekomst nog een belangrijke verbetering of verslechtering van de op uw vakgebied geconstateerde niet ongevalgerelateerde klachten en afwijkingen?
g. Zo ja, welke verbetering of verslechtering verwacht u?
h. Kunt u aangeven op welke termijn en in welke mate u die verbetering dan wel verslechtering verwacht?
i. Kunt u aangeven welke gevolgen deze verbetering dan wel verslechtering zal hebben voor de beperkingen (als bedoeld in vraag 2e)?

Aanbeveling 8.7 NVMSR:
De eventuele beperkingen van de betrokkene worden zo nauwkeurig mogelijk beschreven en slechts in semi-kwantitatieve vorm weergegeven. De hierbij geadviseerde termen zijn ‘geen, licht, matig, ernstig, volledig’. De deskundige zal zelf geen kwantificerende belastbaarheidsprofielen opstellen. Alleen een bedrijfsarts of een verzekeringsarts is bekwaam om een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op te stellen. De deskundige kan wel de vaststellingen in een FML becommentariëren vanuit het eigen vakgebied en op grond van de eigen waarnemingen.

3OVERIG
Aanbeveling 2.2.11 RMSR: Indien de expert bevindingen doet waar niet naar wordt gevraagd maar die hij ter zake relevant vindt, dan vermeldt hij deze in het rapport.
a. Heeft u naar aanleiding van uw bevindingen nog opmerkingen die relevant kunnen zijn voor het verdere verloop van deze zaak? 5

De rechtbank wijst het verzoek om een verzekeringsgeneeskundige als deskundige te benoemen af

3.7.

Het causaal verband tussen de aanhoudende klachten van [eiseres] en daaruit voortvloeiende beperkingen en het ongeval is tussen partijen in discussie. Daarom hebben zij in 2022 gezamenlijk een orthopedische expertise laten uitvoeren. De orthopedisch chirurg heeft op zijn vakgebied geen objectiveerbare afwijkingen en beperkingen kunnen toekennen. Volgens hem komt de kraakbeenschade door het ongeval maar is die te beperkt om daar beperkingen aan toe te kennen. Hij heeft ook een flexiebeperking van 110° geconstateerd maar dat kan hij op orthopedisch chirurgisch vakgebied niet verklaren zodat hij hieraan ook geen beperkingen heeft toegekend. Het percentage functionele invaliditeit heeft hij op 1% voor de gehele persoon gesteld.. Een differentiaal diagnose zou volgens hem letsel van de nerves infrapatellaris (beschadiging van een zenuw) kunnen zijn, wat onderzocht kan worden door een neuroloog. Mocht daarvan sprake zijn dan zou de blijvende invaliditeit van [eiseres] volgens de orthopeed kunnen komen op 2% voor de gehele persoon.

3.8.

[eiseres] wijst erop dat het feit dat de orthopeed vanuit zijn vakgebied geen beperkingen heeft vastgesteld, niet betekent dat er geen klachten zijn Zij kan immers haar knie niet normaal buigen. Zij verzoekt om een verzekeringsgeneeskundige als deskundige te benoemen en heeft daarvoor aangevoerd dat een verzekeringsgeneeskundige kan beoordelen of haar knieklachten tot beperkingen leiden. Bij de mondelinge behandeling heeft zij aangevoerd dat de uitgangspunten die in de whiplash-jurisprudentie zijn ontwikkeld ook in haar zaak moeten worden toegepast. . De gemeente Utrecht maakt bezwaar tegen een verzekeringsgeneeskundige expertise. Volgens haar heeft [eiseres] daar onvoldoende belang bij en is het verzoek prematuur.

3.9.

De rechtbank is met de gemeente Utrecht van oordeel dat eerst het rapport van de neuroloog moet worden afgewacht. Als daaruit blijkt dat sprake is van neurologisch letsel door de val, zal de neuroloog de vragen over het functieverlies en de beperkingen kunnen beantwoorden. Het gaat in deze zaak in beginsel immers om objectiveerbaar letsel (knieletsel). Er bestaat geen aanleiding om in deze zaak en in dit stadium de uitgangspunten die worden gehanteerd bij whiplash te hanteren. Met het neurologisch onderzoek zal duidelijk kunnen worden of de medische klachten en beperkingen in medisch causaal verband staan met de val. Zoals namens de gemeente Utrecht bij de mondelinge behandeling is toegelicht, zullen partijen in dat geval tot een regeling kunnen komen. Het verzoek om nu ook al een verzekeringsgeneeskundige als deskundige te benoemen, acht de rechtbank daarom vooralsnog te voorbarig. Nut en noodzaak hiervan staat immers nog niet vast. Daarmee is dit verzoek in strijd met de eisen van een goede procesorde of moet afstuiten op een ander, door de rechter zwaarwichtig geoordeeld, bezwaar. Dit verzoek zal daarom worden afgewezen.

De stukken die de deskundige moet krijgen

3.10.

De rechtbank zal bepalen dat [eiseres] de deskundige voorzien van de processtukken en dat de griffier een kopie van deze beschikking aan de deskundige toestuurt.

De rechtbank gaat ervan uit dat partijen de deskundige inzage zullen geven in alle stukken die hij voor het verrichten van het onderzoek belangrijk vindt.

De verzoeker mag het rapport als eerste inzien en verspreiding blokkeren

3.11.

Het onderzoek door de neuroloog is een medisch onderzoek. Maar het gaat niet om een onderzoek binnen een geneeskundige behandelingsovereenkomst. Daarom beslist de rechtbank op eigen initiatief dat [eiseres] het inzage- en blokkeringsrecht heeft zoals dat opgenomen is in artikel 7:464 lid 2 sub b van het Burgerlijk Wetboek (BW).

Dit betekent dat [eiseres] als eerste het conceptrapport van de neuroloog moet ontvangen. [eiseres] kan vervolgens besluiten het concept rapport te blokkeren. Dat betekent dat het verder niet aan anderen wordt gegeven, ook niet aan de gemeente Utrecht. Als [eiseres] het rapport niet blokkeert, zal daarna een definitief rapport gemaakt worden. Ook dat moet [eiseres] als eerste ontvangen. Ook dan kan hij de verdere verspreiding van het rapport blokkeren.

De neuroloog zal daarom te werk moeten gaan zoals hierna in de beslissing staat beschreven.

De rechtbank wijst er wel op dat als [eiseres] het blokkeringsrecht gebruikt de rechtbank daaraan de conclusies kan verbinden die zij daarbij vindt passen.

De partij die het voorschot aan de deskundige moet betalen

3.12.

De rechtbank volgt de afspraak die partijen hierover maakten en zal bepalen dat de gemeente Utrecht de kosten van het deskundigenonderzoek moet voorschieten.

Instructies aan partijen

3.13.

De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal de verschillende verplichtingen van partijen opnemen in de beslissing. Voldoet een partij niet aan een van deze verplichtingen, dan kan de rechter daaraan conclusies verbinden die hij daarbij vindt passen (artikel 190 lid 3 Rv).

3.14.

Als een partij op verzoek van de deskundige of op eigen initiatief contact heeft met de deskundige, moet dat schriftelijk gebeuren, steeds meteen met een kopie aan de andere partij.

De deskundige hoeft niet te beginnen voordat de rechtbank dat laat weten

3.15.

De rechtbank zal de deskundige op de hoogte stellen als hij met het onderzoek kan beginnen. Dat doet de rechtbank pas nadat het voorschot is betaald.

De rechtbank verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad

3.16.

De rechtbank verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad. Voor de rest doet de rechtbank dat niet omdat tegen een beschikking over voorlopige bewijsverrichtingen in principe geen hoger beroep kan worden ingesteld. Dat volgt uit artikel 200 lid 2 Rv

1De criteria uit Zwolse – De Greef zijn hierin niet opgenomen, omdat deze voor een deel moeilijk te operationaliseren en vooral niet medisch zijn.

2Akkermans, A. J. (2005). Verbeterde vraagstelling voor medische expertises. Een inventarisatie van knelpunten, verbeteringen en mogelijke verdere aanpak. Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, 2005(3), 69-80

3Bedoeld wordt: lichamelijk en eventueel hulponderzoek

4Ad 2.d., 2.f. en 2.g.: Verwachtingen/kansen waar mogelijk onderbouwen met wetenschappelijke referenties, zie inleiding

5Zijn er bijvoorbeeld nog therapeutische suggesties binnen uw vakgebied, d.w.z. zijn er nog gangbare behandelingsopties, bij voorkeur volgens vigerende richtlijnen / zorgstandaarden van uw beroepsvereniging?

 

Rechtbank Midden-Nederland 27 januari 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:391