RBNHO 010626 letsel begeleider na nekklem door cliënt; overeenstemming over persoon neurochirurg en IWMD-(oud) vraagstelling
- Meer over dit onderwerp:
RBNHO 010626 letsel begeleider na nekklem door cliënt; overeenstemming over persoon neurochirurg en IWMD-(oud) vraagstelling
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift (met producties 1 tot en met 37), dat ertoe strekt een voorlopig deskundigenbericht te gelasten,
- de brief van 5 november 2025 namens [verzoeker] (met producties 38 tot en met 41),
- de brief van 11 februari 2026 namens [verzoeker] met het verzoek de zaak te verwijzen naar de kantonrechter,
- de e-mail van 3 maart 2026 namens verweerders,
- de e-mail van de rechtbank aan partijen van 3 maart 2026 waarbij de zaak naar de afdeling kantonzaken is verwezen,
- het verweerschrift (met producties 1 tot en met 8),
- de brief van 10 maart 2026 namens [verzoeker] (met producties 42 tot en met 45),
- de brief van 11 maart 2026 namens verweerders dat partijen overeenstemming hebben bereikt over toewijzing van het verzoek (met productie 9),
- de e-mail van 19 maart 2026 van de kantonrechter aan partijen met een vraag over de vraagstelling aan de te benoemen deskundige,
- de brief van 23 maart 2026 namens [verzoeker] ,
- de brief van 24 maart 2026 namens verweerders,
- de e-mail van 12 mei 2026 van de kantonrechter aan partijen, waarbij partijen in de gelegenheid zijn gesteld zich uit te laten over het voorschot van de deskundige,
- de e-mail van 12 mei 2026 namens verweerders,
- de e-mail van 21 mei 2026 namens [verzoeker] .
1.2.
Er heeft geen mondelinge behandeling plaatsgevonden, omdat partijen overeenstemming hebben bereikt over toewijzing van het verzoek.
1.3.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2Feiten
2.1.
[verzoeker] heeft een arbeidsovereenkomst gesloten met Stichting Prinsenstichting. Stichting Prinsenstichting is onderdeel van Stichting De Opbouw.
2.2.
[verzoeker] is op 8 december 2021 onder werktijd, in haar hoedanigheid van begeleider, aangevallen door een cliënt waarbij zij in een nekklem werd gelegd. Zij kwam daardoor ten val en voor het bewustzijn. [verzoeker] ervaart nog steeds ernstige klachten aan haar nek en rug.
2.3.
Namens Stichting Prinsenstichting is aansprakelijkheid erkend.
2.4.
Partijen zijn het oneens over de omvang van de ongevalsgevolgen.
3De beoordeling
3.1.
[verzoeker] heeft aan de formele eisen van het verzoekschrift voldaan. Het verzoek voldoet aan de eisen van de wet en zal worden toegewezen.
3.2.
Partijen hebben overeenstemming bereikt over de persoon van de te benoemen deskundige, de aan de deskundige te stellen vragen, wie van hen het voorschot van de deskundige dient te betalen en over welke stukken aan de deskundige dienen te worden verstrekt.
3.3.
Wat betreft de aan de deskundige te stellen vragen zijn partijen overeengekomen dat de oude IWMD vraagstelling zal worden gehanteerd. Dit hebben partijen desgevraagd in hun brieven van 23 maart 2026 en 24 maart 2026 aan de kantonrechter bevestigd. De kantonrechter zal partijen volgen in hun overeenstemming en de oude IWMD vraagstelling aan de deskundige voorleggen.
3.4.
De deskundige zal bij zijn onderzoek kennis moeten nemen van het procesdossier, waaronder met name:
i. de producties bij het verzoekschrift,
ii. de producties bij het verweerschrift,
iii. de producties bij de brief van 10 maart 2026 van [verzoeker] , en
iv. productie 9 van verweersters bij brief van 11 maart 2026 van [verzoeker] .
3.5.
De deskundige heeft het voorschot begroot op een bedrag van € 5.747,50 (inclusief btw). Hij heeft daarbij tevens verzocht dat:
- - het volledige dossier voor het onderzoek aan hem ter beschikking wordt gesteld, inclusief het huisartsenjournaal tot twee jaar voor het ongeval,
- - alle relevante radiologische beelden, zoals röntgenfoto’s, MRI scans, e.d. op een beelddrager of online aan hem ter inzage worden gegeven
- - partijen hem vrijwaren voor financiële aansprakelijk naar aanleiding van zijn rapportage en conclusies.
Partijen hebben de kantonrechter meegedeeld in te kunnen stemmen met de hoogte van het voorschot en de voorwaarden van de deskundige. Voor zover de stukken waarover de deskundige wenst te beschikken zich nog niet in het procesdossier bevinden, zal [verzoeker] deze aan de deskundige ter beschikking dienen te stellen.
3.6.
De kantonrechter wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De kantonrechter zal deze verplichting uitwerken zoals hierna onder de beslissing omschreven. Wordt aan één van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de kantonrechter daaraan de gevolgen verbinden die de kantonrechter geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.
3.7.
Als een partij op verzoek van de deskundige of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige toestuurt, moet zij daarvan direct een afschrift aan de wederpartij verstrekken.
3.8.
Partijen zijn overeengekomen dat het voorschot op de kosten van de deskundige door verweerders moet worden gedeponeerd. De kantonrechter volgt partijen in deze overeenstemming.
4De beslissing
De kantonrechter
4.1.
beveelt een voorlopig onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de volgende vragen:
(volgt IWMD (oud), red. LSA LM) Rechtbank Noord-Holland 1 juni 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:7256