Overslaan en naar de inhoud gaan

RBNHO 121224 Rb gelast vdo door eerst orthopeed & neuroloog, daarna psychiater en daarna verzekeringsarts

RBNHO 121224 Rb gelast vdo door eerst orthopeed & neuroloog, daarna psychiater en daarna verzekeringsarts
- verzoeker dient nadere medische stukken in te brengen, incl. Delta-V rapportages, medische adviezen en huisbezoekrapporten

2De feiten

2.1.

[verzoeker] is op 11 februari 2020 betrokken geweest bij een verkeersongeval, een kopstaartbotsing. Een auto die werd bestuurd door een verzekerde van Univé is met de voorzijde tegen de achterzijde van de auto van [verzoeker] aangereden.

2.2.

Univé heeft de aansprakelijkheid voor het ontstaan van het ongeval erkend.

2.3.

Tussen partijen bestaat discussie over het causaal verband tussen de klachten en beperkingen van [verzoeker] en het ongeval van 11 februari 2020.

2.4.

Op verzoek van [verzoeker] heeft medisch adviseur dr. W.C.G. Blanken drie medische adviezen opgesteld, namelijk op 2 mei 2023, 19 juli 2023 en op 6 december 2023.

Op verzoek van Univé heeft haar medisch adviseur A.G. Kloppenberg op 6 september 2021, 9 november 2023, 8 januari 2024, 3 juni 2024, 20 augustus 2024 en 9 september 2024 medische adviezen opgesteld.

3De verzoeken en de standpunten van partijen

3.1.

[verzoeker] verzoekt de rechtbank – samengevat – om een voorlopig deskundigenonderzoek door vier deskundigen te gelasten, namelijk door een orthopeed, een neuroloog, een psychiater en een verzekeringsgeneeskundige.

3.2.

[verzoeker] legt dit aan verzoek ten grondslag dat hij als gevolg van het ongeval van 11 februari 2020 klachten en beperkingen ervaart. Hierdoor lijdt [verzoeker] schade waarvoor Univé aansprakelijk is. Univé heeft de aansprakelijkheid voor het ontstaan van het ongeval erkend, maar betwist het causaal verband tussen de klachten en beperkingen die [verzoeker] ervaart en het ongeval van 11 februari 2020. [verzoeker] heeft er belang bij dat de discussie over die causaliteit door middel van onafhankelijke beoordelingen definitief wordt beslecht.

3.3.

Univé verzet zich tegen toewijzing van het verzoek. Hoewel Univé zich op zichzelf niet verzet tegen deskundigenonderzoeken, is het daarvoor op dit moment te vroeg. Er ontbreekt namelijk een grote hoeveelheid medische informatie. Univé heeft meerdere malen gevraagd om deze informatie, maar [verzoeker] heeft deze niet toegezonden. Zonder deze medische informatie kan de medisch adviseur van Univé de context waarbinnen de deskundigenonderzoeken moeten plaatsvinden niet goed beoordelen. Deze medische informatie is ook van belang voor de deskundigen om de situatie met en zonder ongeval te kunnen vergelijken. Dit is met name in deze situatie van groot belang, omdat het niet aannemelijk is dat het ongeval dat plaatsvond met een zeer geringe botsingssnelheid heeft geleid tot langdurig letsel. Zeker niet nu er uit de beschikbare informatie wel volgt dat [verzoeker] al in 2009 als volledig arbeidsongeschikt werd gezien in het kader van de Wajong.

Het ontbreken van de medische informatie maakt dat het verzoek van [verzoeker] onvoldoende concreet en niet ter zake dienend is.

3.4.

In het geval de rechtbank voornoemd verweer passeert, verzoekt Univé als voorwaardelijk tegenverzoek - samengevat - dat de rechtbank een voorlopig deskundigenonderzoek door vier deskundigen gelast (een orthopeed, een neuroloog, een psychiater en een verzekeringsgeneeskundige) en bepaalt dat [verzoeker] nog ontbrekende informatie aan de deskundigen en de medisch adviseur van Univé verstrekt voor aanvang van de deskundigenonderzoeken.

3.5.

[verzoeker] heeft hiertegen aangevoerd dat er geen aanleiding is nadere medische stukken te verstrekken. Indien de deskundigen nadere informatie van belang achten, kunnen zij dit opvragen en zal [verzoeker] dit verstrekken.

3.6.

Op de stellingen van partijen wordt zo nodig in het vervolg nader ingegaan.

4De beoordeling

Maatstaf voorlopig deskundigenbericht

4.1.

Het verzoekschrift strekt ertoe dat de rechtbank een voorlopig deskundigenbericht zal bevelen. Een voorlopig deskundigenbericht als bedoeld in artikel 202 van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan ertoe dienen een partij de mogelijkheid te verschaffen aan de hand van dat uit te brengen deskundigenbericht zekerheid te verkrijgen over voor de beslissing van het geschil relevante feiten of omstandigheden waardoor zij haar procespositie beter kan beoordelen.

4.2.

Bij de beoordeling van het verzoek tot benoeming van een deskundige komt de rechter geen discretionaire bevoegdheid toe. Het verzoek moet in beginsel worden toegewezen, als het ter zake dienend en voldoende concreet is en het feiten betreft die met het deskundigenonderzoek bewezen kunnen worden. Afwijzing van het verzoek is alleen aan de orde als de rechter van oordeel is dat het verzoek in strijd is met de goede procesorde, dat van de bevoegdheid om de toepassing van het middel te verlangen misbruik wordt gemaakt of op grond van een ander door de rechter zwaarwichtig geoordeeld bezwaar. Ook moet degene die de rechtbank verzoekt een voorlopig deskundigenbericht te gelasten conform de in artikel 3:303 van het Burgerlijk Wetboek (BW) neergelegde regel voldoende belang hebben bij het verzoek.

4.3.

Het verweer van Univé komt er in de kern op neer dat het verzoek niet kan worden toegewezen omdat [verzoeker] eerst nog een aantal ontbrekende medische stukken dient te verstrekken. Zoals de rechtbank hierna onder 4.14 en 4.15 zal overwegen, dient [verzoeker] inderdaad de door Univé gevraagde medische stukken aan de deskundigen (en de medisch adviseur van Univé) toe te sturen. Dat de medisch adviseur van Univé over de betreffende medische stukken moet kunnen beschikken voordat tot deskundigenbenoeming kan worden overgegaan, volgt de rechtbank niet. Uit het verweerschrift en wat tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht, blijkt dat Univé ook zonder kennis van de precieze inhoud van die stukken een standpunt heeft kunnen innemen over (de persoon van) de te benoemen deskundigen en de aan de deskundigen te stellen vragen. Univé heeft niet (voldoende gemotiveerd) toegelicht waarom het benoemen van deskundigen nog langer op zich zou moeten laten wachten.

4.4.

[verzoeker] heeft zijn verzoek naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwd, zodat het voldoende concreet en ter zake dienend is. De rechtbank is verder van oordeel dat het feiten betreft die met het verzochte deskundigenonderzoek bewezen kunnen worden. Dit heeft Univé ook niet betwist.

4.5.

De door de Hoge Raad bepaalde afwijzingsgronden voor het bevelen van een voorlopig deskundigenbericht staan niet aan het verzoek in de weg. De rechtbank is van oordeel dat het verzoek op de wet gegrond is en zal met inachtneming van het volgende worden toegewezen.

Het benoemen van een orthopedisch deskundige

4.6.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft Univé medegedeeld dat indien de rechtbank besluit een orthopeed als deskundige te benoemen, Univé kan instemmen met de door [verzoeker] voorgestelde deskundige dr. P.M. van Roermund (hierna: Van Roermund). Van Roermund heeft de rechtbank verklaard bereid en in staat te zijn het onderzoek te verrichten. De rechtbank zal te zijner tijd in de eindbeschikking overgaan tot benoeming van Van Roermund.

Het benoemen van een neurologisch deskundige

4.7.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft [verzoeker] medegedeeld dat hij kan instemmen met de door Univé voorgestelde deskundige dr. A. Verrips (hierna: Verrips). Verrips heeft de rechtbank verklaard bereid en in staat te zijn het onderzoek te verrichten. De rechtbank zal te zijner tijd overgaan tot benoeming van Verrips.

Het benoemen van een psychiatrisch deskundige

4.8.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft Univé medegedeeld dat indien de rechtbank besluit een psychiater als deskundige te benoemen, Univé kan instemmen met de door [verzoeker] voorgestelde deskundige prof. dr. G.F. Koerselman (hierna: Koerselman). Koerselman heeft de rechtbank verklaard bereid en in staat te zijn het onderzoek te verrichten. De rechtbank zal te zijner tijd overgaan tot benoeming van Koerselman.

Vraagstelling orthopeed, neuroloog en psychiater

4.9.

Univé heeft tijdens de mondelinge behandeling medegedeeld te kunnen instemmen met de door [verzoeker] voorgestelde vraagstelling aan deze deskundigen. Het gaat om de IMWD-vraagstelling. De rechtbank zal de vragen die aan Van Roermund, Verrips en Koerselman zullen worden voorgelegd te zijner tijd de in de eindbeschikking opnemen.

Het benoemen van een verzekeringsgeneeskundige

4.10.

Partijen hebben geen overeenstemming weten te bereiken over de persoon van de verzekeringsgeneeskundige. Univé heeft aangegeven dat zij graag een deskundige benoemd ziet die is aangesloten bij de Nederlandse Vereniging voor Medisch Specialistische rapportage (NVMSR). De deskundigen die Univé in haar verzoekschrift heeft voorgesteld zijn volgens de website van de NVMSR echter niet aangesloten bij de NVMSR. De rechtbank heeft de bij de NVMSR aangesloten verzekeringsgeneeskundige voor civiele zaken, dr. J.P.G.A. Kurris, aangeschreven. Deze deskundige heeft aangegeven op dit moment geen nieuwe opdrachten aan te nemen.

[verzoeker] heeft de bij de Stichting Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen (LRGD) aangesloten deskundige dr. M.B.F.A. Strik (hierna: Strik) voorgesteld. Strik heeft echter aan de rechtbank verklaard dat hij mogelijk niet vrij staat, omdat hij veel (inhoudelijk) contact heeft met medisch adviseur Blanken. Gelet op deze omstandigheid zal de rechtbank Strik niet als deskundige benoemen.

De rechtbank heeft vervolgens verzekeringsarts de heer H.G. Booij (hierna: Booij) van Lechnerconsult benaderd. Booij heeft de rechtbank verklaard bereid en in staat te zijn het onderzoek te verrichten. De rechtbank is voornemens over te gaan tot benoeming van Booij. Zij zal partijen de gelegenheid geven om zich uit te laten over dit voornemen.

Vraagstelling verzekeringsgeneeskundige

4.11.

[verzoeker] heeft tijdens de mondelinge behandeling medegedeeld dat hij kan instemmen met de vraagstelling zoals voorgesteld door Univé. Aan de te benoemen verzekeringsgeneeskundige zullen te zijner tijd de vragen zoals voorgesteld door Univé worden voorgelegd.

De aan de deskundigen te overleggen informatie

4.12.

Tijdens de mondelinge behandeling is gesproken over de vraag welke stukken en informatie aan de deskundigen moet worden toegestuurd. [verzoeker] heeft als producties bij het verzoekschrift concept aanbiedingsbrieven voor de aan te schrijven deskundigen overgelegd. Daarbij hoort een bijlagelijst waarop staat aangegeven welke medische informatie volgens hem aan de deskundigen beschikbaar moet worden gesteld.

4.13.

Univé heeft aangevoerd dat deze lijst moet worden aangevuld met de stukken die zijn opgesomd op pagina’s 3 en 4 van het medische advies van 9 september 2024 van de medisch adviseur van Univé (productie 10 van Univé). Dit zijn stukken die Univé en

haar medisch adviseur wel hebben ontvangen, maar niet op de bijlagenlijst staan. [verzoeker] heeft geen bezwaar tegen het verstrekken van de meeste van deze stukken aan de deskundigen, maar heeft wel bezwaar tegen het verstrekken van de Delta-V rapportages, de medische adviezen van de adviseur van Univé en het huisbezoekrapport.

Volgens Univé moeten ten slotte nog de stukken die zijn opgesomd op pagina 5 van voornoemd medisch advies worden verstrekt aan de deskundigen. Dit zijn stukken die door Univé zijn opgevraagd, maar nog niet ontvangen. [verzoeker] heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat zij aan de deskundigen willen overlaten welke informatie zij noodzakelijk vinden.

4.14.

De rechtbank is van oordeel dat ter voorkoming van nadere discussies het volledige procesdossier aan de deskundigen moet worden toegestuurd. Dan gaat het dus om het verzoekschrift, het verweerschrift en alle door partijen overgelegde producties.

Daarnaast moeten ook de stukken die staan opgesomd op pagina’s 3 tot en met 5 van het medisch advies van 9 september 2024 (productie 10 van Univé) aan de deskundigen worden toegestuurd, inclusief de Delta-V rapportages, de medische adviezen van de adviseur van Univé en het huisbezoekrapport. [verzoeker] heeft tegen het toesturen van de stukken geen (gemotiveerd) inhoudelijk verweer gevoerd en het gaat om informatie die relevant kan zijn voor het oordeel van de deskundigen.

4.15.

[verzoeker] zal de ontbrekende stukken ook aan de medisch adviseur van Univé moeten toesturen. Univé moet immers een standpunt kunnen innemen over de deskundigenrapportages en zonder die stukken zal de medisch adviseur van Univé haar niet van een deugdelijk advies kunnen voorzien.

4.16.

Gelet op het voorgaande zal het voorwaardelijk tegenverzoek van Univé in de eindbeschikking in voornoemde zin worden toegewezen.

Nadere overwegingen over de voorlopig deskundigenberichten

4.17.

De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundigen. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken in de beslissing die in de eindbeschikking zal worden opgenomen. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

4.18.

Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundigen doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken.

Voorschotten

4.19.

Univé heeft tijdens de mondelinge behandeling medegedeeld dat zij geen bezwaar heeft tegen het voor haar rekening laten zijn van de voorschotten van de deskundigen. De rechtbank heeft van alle vier de deskundigen een inschatting van de kosten ontvangen. De rechtbank zal partijen de gelegenheid geven om zich over de hoogte van de voorschotten uit te laten. De offertes van de deskundigen zullen aan partijen worden toegestuurd.

4.20.

De deskundigen begroten de kosten, inclusief btw, als volgt:

- Van Roermund

9.214,15

 

- Verrips

6.915,15

 

- Koerselman

10.587,50

 

- Booij

7.653,25

 
       

Totaal

34.370,05

 

Volgorde van de deskundigen

4.21.

Partijen hebben aangegeven dat eerst de orthopedisch deskundige, de neurologisch deskundige en de psychiatrisch deskundige hun rapport moeten opstellen. Deze rapporten moeten dan worden verstuurd aan de verzekeringsgeneeskundige. Pas na ontvangst van de drie rapporten begint de verzekeringsgeneeskundige aan het onderzoek en rapport.

4.22.

De psychiatrisch deskundige Koerselman heeft aangegeven dat het voor zijn onderzoek en rapport van belang is dat eerst de rapporten van de orthopedisch deskundige en de neurologisch deskundige ontvangt voordat hij zelf aan zijn onderzoek begint. De rechtbank zal daarom bepalen dat eerst de orthopedisch en neurologisch deskundigen hun rapport moeten opstellen waarna de psychiatrisch deskundige zijn onderzoek zal verrichten. Pas na ontvangst van de drie rapporten begint de verzekeringsgeneeskundige aan het onderzoek en rapport. Rechtbank Noord-Holland 12 december 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:13962