Overslaan en naar de inhoud gaan

RBROT 020626 val van afgebroken kruk in KFC-vestiging; aansprakelijkheid erkend; discussie traumatische vs degeneratieve hernia; vdo door neuroloog; IWMD-2025

RBROT 020626 val van afgebroken kruk in KFC-vestiging; aansprakelijkheid erkend; discussie traumatische vs degeneratieve hernia; vdo door neuroloog; IWMD-2025
- ass. verzoekt ongeclausuleerd huisartsenjournaal tien jaar voorafgaand aan voorval, partijen hebben hierover echter geen afspraken gemaakt (vzv rb bekend)
 

2Het verzoek en het verweer

2.1.

[verzoeker] heeft de rechtbank verzocht om een onderzoek door een deskundige te bevelen.

2.2.

Aan het verzoek heeft [verzoeker] het volgende ten grondslag gelegd. [verzoeker] is op 17 juli 2022 in de vestiging van de Kentucky Fried Chicken (KFC) te Veenendaal, terwijl hij zat te eten, achterover van een (afgebroken) kruk gevallen (hierna: het voorval). [verzoeker] had direct (lage) rugklachten met later uitstraling naar zijn linkerbeen, een doof gevoel in het linkerbeen en plasproblemen.

2.3.

Collin Foods Holdings Europe B.V. is de de franchisenemer van de vestiging van KFC. HDI, haar aansprakelijkheidsverzekeraar, heeft de aansprakelijkheid voor de in redelijkheid aan het voorval toe te rekenen schade erkend.

2.4.

Partijen en hun medisch adviseurs verschillen van mening over de vraag of er bij [verzoeker] sprake is van een traumatische hernia of van een degeneratieve hernia of van een combinatie van deze twee.

2.5.

[verzoeker] heeft verzocht neurochirurg dr. E.J. van Lindert of neuroloog prof. dr. P Portegies (hierna: prof. Portegies) als deskundige te benoemen.

2.6.

HDI e.a. voeren geen verweer tegen het gelasten van een voorlopig deskundigenonderzoek als zodanig maar wel tegen het benoemen van een neurochirurg als deskundige. HDI e.a. kunnen wel instemmen met de benoeming van prof. Portegies als deskundige. HDI e.a. voeren verder aan dat de (nieuwe) IWMD-vraagstelling per 1 november 2025 met de facultatieve vraag nummer 4 moet worden voorgelegd aan de deskundige en zij wensen dat de deskundige beschikt over het ongeclausuleerde huisartsenjournaal tien jaar voorafgaand aan het voorval.

2.7.

Voorafgaand aan de mondelinge behandeling hebben partijen overleg gehad en zijn zij tot afspraken gekomen over het voorlopig deskundigenonderzoek en de te stellen vragen aan de deskundige.

3Het deskundigenonderzoek - overeenstemming

3.1.

[verzoeker] heeft aan de formele eisen van het verzoekschrift zoals vermeld in artikel 197 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) voldaan. Het verzoek moet daarom worden toegewezen tenzij:

- de informatie die wordt verlangd, niet voldoende is bepaald

- er onvoldoende belang bij de voorlopige bewijsverrichting bestaat

- het verzoek om voorlopige bewijsverrichtingen in strijd is met de goede procesorde

- er sprake is van misbruik van bevoegdheid of

- er andere gewichtige redenen bestaan die zich verzetten tegen de voorlopige bewijsverrichting (artikel 196 lid 2 Rv). Dat alles doet zich niet voor.

3.2.

Het verzoek voldoet dus aan de eisen van de wet en zal worden toegewezen.

3.3.

Partijen hebben er overeenstemming over bereikt dat het deskundigenonderzoek door een neuroloog en niet door een neurochirurg dient te worden uitgevoerd. Zij hebben de rechtbank gezamenlijk verzocht om prof. Portegies als deskundige te benoemen en hem daarbij de nieuwe IWMD-vraagstelling per 1 november 2025 ter beantwoording voor te leggen, inclusief de facultatieve vraag 4. Voor zover de rechtbank bekend is, hebben partijen geen afspraken gemaakt over de aan de deskundige ter beschikking te stellen medische informatie. Partijen hebben de rechtbank verzocht de bereikte overeenstemming neer te leggen in deze beschikking.

3.4.

De rechtbank heeft prof. Portegies benaderd en hij is bereid en in staat het deskundigenonderzoek te verrichten. De rechtbank zal prof. Portegies als deskundige benoemen. Aan hem zullen de onder de beslissing vermelde vragen worden voorgelegd.

3.5.

Partijen zijn overeengekomen dat HDI de redelijke kosten van het deskundigenonderzoek zal dragen.

3.6.

De deskundige heeft het voorschot begroot op een bedrag van € 7.120,85 (inclusief btw). Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren. Zij hebben geen bezwaar gemaakt tegen de begroting van het voorschot. De rechtbank zal het voorschot vaststellen op een bedrag van € 7.120,85 (inclusief btw).

3.7.

Het voorschot op de kosten van de deskundige moet door HDI worden gedeponeerd.

3.8.

De deskundige heeft de rechtbank meegedeeld dat er algemene voorwaarden van toepassing zijn. Na overleg met partijen aanvaardt de rechtbank dit voorbehoud voor zover deze algemene voorwaarden voorzien in een beperking van aansprakelijkheid. De publiekrechtelijke aard van de rechtsverhouding tussen de rechtbank en een deskundige, zoals geregeld in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, verzet zich tegen integrale toepassing van de algemene voorwaarden. Voor de volledigheid merkt de rechtbank op dat de aansprakelijkheidsbeperking van toepassing is op de verhouding tussen de deskundige en partijen.

3.9.

De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals hierna onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaraan de gevolgen verbinden die de rechtbank geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

3.10.

Als een partij op verzoek van de deskundige of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige toestuurt, moet zij daarvan direct een afschrift aan de wederpartij verstrekken.

4De beslissing

De rechtbank

4.1.

beveelt een voorlopig onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de volgende vragen:

(volgt IWMD vraagstelling (nieuw) met optionele vraag 4, red. LSA LM) Rechtbank Rotterdam 2 juni 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:6530