Overslaan en naar de inhoud gaan

GHAMS 270126 hof heeft niet kunnen vaststellen dat de chauffeurs die voor Uber werken dat doen o.b.v. een arbeidsovereenkomst

GHAMS 270126 hof heeft niet kunnen vaststellen dat de chauffeurs die voor Uber werken dat doen o.b.v. een arbeidsovereenkomst

Anders dan de rechtbank heeft het hof niet kunnen vaststellen dat de chauffeurs die voor Uber werken dat doen op basis van een arbeidsovereenkomst. De in hoger beroep aan de zijde van Uber gevoegde Chauffeurs hebben geen arbeidsovereenkomst omdat bij hen sprake is van een sterke mate van ondernemerschap. Factoren die hierbij onder meer van belang zijn: de hoogte van de investeringen die de chauffeurs deden (zoals voor hun auto), de vrijheid in het kiezen van de tijdstippen waarop ze werken, de strategie bij het wel of niet accepteren van ritten en de daarbij behorende verdiensten, en het risico op aansprakelijkheid en arbeidsongeschiktheid.

Hoewel het hof niet uitsluit dat er individuele chauffeurs zijn die op basis van een arbeidsovereenkomst voor Uber werken, heeft het hof bij gebreke van gegevens met betrekking tot individuele omstandigheden geen individuele chauffeurs of groepen van chauffeurs kunnen vaststellen voor wie dat geldt. Omdat niet is komen vast te staan of en, zo ja, welke chauffeurs een arbeidsovereenkomst hebben, kan ook geen algemeen oordeel gegeven worden over de toewijsbaarheid van de gevorderde vergoedingen. Ook die vorderingen worden daarom afgewezen. Volgt vernietiging vonnis rechtbank. Gerechtshof Amsterdam 27 januari 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:163