Zoeken

Inloggen

Artikelen

Rb Overijssel 110613

Rb Overijssel 110613

Citeerwijze: www.letselschademagazine.nl/2013/rb-overijssel-110613

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL 

Team kanton en handelsrecht 

Zittingsplaats Enschede 

Zaaknummer : 203688 CV EXPL 8568-05 
Uitspraak : 11 juni 2013 (mvr)

Vonnis in de zaak van: 

X
wonende te Enschede 
eisende partij, hierna ook wel te noemen X 
gemachtigde: mr. M.J.E.C. Camps, advocaat te Enschede 

tegen 

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid 
Trebbe Bouw Oost & Noord B.V. 
gevestigd en kantoorhoudende te Enschede 
gedaagde partij, hierna ook wel Trebbe Bouw te noemen 
gemachtigde: mr. W.J. Hengeveld, advocaat te Rotterdam 
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid 
Bouwbedrijf Ten Brummelbuis Midden B.V. voor welke vennootschap aanvankelijk optrad mr A.J. C. van Gurp. Deze vennootschap is op 28 april 2010 in straat van faillissement verklaard, waarbij mr. E.M.M. van de Loo, advocaat te Enschede is benoemd tot curator. De curator heeft inmiddels laten weten dat hij de onderhavige procedure niet zal overnemen. 
gevestigd en kantoorhoudende te Haaksbergen 
gedaagde partij, hierna ook wel Ten Brummelhuis te noemen

1. Het verdere verloop van de procedure: 
1.1 Dit verloop blijkt uit: 
- het tussenvonnis van 18 oktober 2011; 
- het deskundigenbericht van de psychiater drs. J.L.M. Schoutrop van 8 oktober 2012;
- de conclusie na deskundigenbericht tevens vermeerdering van eis van X;
- de conclusie van antwoord na deskundigenbericht van Trebbe Bouw. 

2. Het geschil en de verdere beoordeling daarvan: 
2.1 Volhard wordt bij hetgeen is overwogen en is beslist in het tussenvonnis van 18 oktober 2011. Drs. Scheutrep heeft zijn deskundigenrapport, gedateerd 8 oktober 2012, uitgebracht. De kantonrechter geeft onderstaand in dit vonnis de belangrijkste bevindingen van de deskundige weer. Indien daartoe aanleiding is wordt de gestelde vraag aan de deskundige weergegeven en het door hem gegeven antwoord. 
a. Op de vraag wat de belangrijkste bevindingen zijn bij psychiatrisch onderzoek is het volgende antwoord gegeven: 
"Ik ben tot de conclusie gekomen dat er onvoldoende gronden zijn om een psychiatrische diagnose te stellen bij betrokkene. Zzijn klachten zijn niet dusdanig ernstig dat er gesproken kan worden van een somatoforrne stoornis of een pijnstoornis. Betrokkene functioneert sociaal zeer behoorlijk, en hij kan ook binnen zijn vakgebied activiteiten ontplooien, zij het in beperkte mate. Bovendien is er een somatische verklaring voor zijn pijnklachten: Er is volgens de neuroloog die hem onderzocht sprake van tendomyogene hoofdpijnklachten, waardoor betrokken zich beperkt voelt in zijn werkzaamheden. (ktr.: De neuroloog dr. Van der Ploeg schrijft in zijn deskundigenrapport dat een minderheid van zijn collegae moeilijk objectiveerbare subjectieve klachten zoals tendomyaliglieën helaas zijn, toeschrijft aan letsel, maar dat zij het bewijs daarvoor niet kunnen leveren.) 
Differentiaal diagnostisch dient er uiteraard ook gedacht te worden aan een posttraumatische stressstoornis, gezien het ongeval dat hij heeft doorgemaakt. Bij de anamnese of het psychiatrisch onderzoek heb ik hiervoor echter geen enkele aanwijzing kunnen vinden." 
( ... ) 
b. Bij X is geen sprake is van een nagebootste stoornis of simulatie. 
c. Omdat geen psychiatrische diagnose is gesteld kan geen percentage blijvende invaliditeit worden vastgesteld. 
d. Op de vraag welke beperkingen X ondervindt in zijn huidige toestand en het dagelijkse leven, bij vrije tijdsbesteding, bij het verrichten van huishoudelijke werkzaamheden, bij het verrichten van huishoudelijke werkzaamheden en bij het verrichten van loonvormende arbeid is het volgende antwoord gegeven: 
"Betrokkene ondervindt beperkingen van zijn hoofdpijnklachten. Deze beperkingen vallen buiten mijn vakgebied. zij behoren tot het vakgebied van de neurologie. Betrokkene geeft een aantal klachten aan, die in principe wel tot mijn vakgebied behoren: concentratieklachten, overgevoeligheid voor geluid, geheugenklachten. Zoals eerder aangegeven ben ik van mening dat de beperkingen die door deze klachten voorkomen gering zijn. Een rol spelen hierbij dat ik niet uitsluit dat een deel van deze klachten, met name de concentratieklachten en de moeite met regel zaken, waarschijnlijk ook al een rol speelden voor het ongeval." 
e. Op de vraag of de klachten van X objectief zijn te kwalificeren als reëel, of voorgewend, of ingebeeld of overdreven is het volgende antwoord gegeven: 
"De klachten die betrokkene naar voor brengt, zijn voor hem realiteit. In die zin zijn ze reëel. Dit betekent echter niet dat de klachten geobjectiveerd kunnen worden bij onderzoek. Iemand kan immers lijden aan een door hem of haar 
veronderstelde afwijking en daardoor beperkingen ervaren, terwijl deze klachten of beperkingen bij onderzoek door een deskundige niet of in mindere mate kunnen worden vastgesteld. Dit wil niet zeggen dat de klachten ingebeeld of voorgewend zijn. Iemand kan vasthouden aan een overtuiging en dan toch, ondanks het ontbreken van objectieve afwijkingen, blijven vasthouden aan zijn overtuiging. Voor betrokkene is bijvoorbeeld de uitslag van het neurologisch onderzoek geen reden om zijn opvattingen over wat er met hem aan de hand is kritisch te bekijken. Hij stelt vast dat de neuroloog die het onderzoek heeft verricht verkeerd geoordeeld heeft, mogelijk onvoldoende deskundig was en dat zijn eigen opvattingen voor hem belangrijker zijn dan de mening van de neuroloog. Met andere woorden: betrokkene is niet in staat tot een kritische overdenking van zijn klachten of het aanpassen van zijn visie. Ik heb bij het onderzoek geen argumenten gevonden voor het bewust voorwenden van klachten of beperkingen."

2.2 In zijn rapport wordt bij het onderdeel Ziektegeschiedenis na het ongeval onder meer vermeld date gaanvankelijk overal pijn had, zijn ribben gekneusd waren en last had van een stijve nek, maar toentertijd geen pijnklachten in zijn nek had. Bij het onderdeel Klachten en beperkingen op dit moment wordt onder meer het volgende aangegeven:
- X heeft altijd, iedere dag, last van hoofdpijn en hij heeft last van duizeligheid en vergeetachtigheid, terwijl zijn concentratievermogen is verlaagd en hij overgevoelig geworden is voor fel licht en hij daarom vaak een zonnebril draagt; 
- X geen slaapproblemen heeft; 
- X een eigen bouwbedrijf heeft dat gemiddeld 10 tot 20 uur per week voor opdrachtgevers werkt. Zijn echtgenote doet de administratie. 
- X actief is in de huishouding en hij thuis klust; 
- X moeilijk zijn armen boven zijn hoofd kan bewegen en daarom is gestopt met darten; 
- X geen medicijnen gebruikt, maar nog altijd pijnstillers inneemt.

2.3 De kantonrechter is van oordeel dat door de inhoud van de deskundigenrapporten in voldoende mate is komen vast te staan dat X als gevolg van het ongeval van doen heeft gekregen met een aantal nauw verwante subjectieve gezondheidskiachten. Weliswaar sluit de deskundige Schoutrop niet uit dat een deel van de klachten ook een rol speelde voordat het ongeval plaatsvond, maar duidelijke aanwijzingen daarvoor zijn niet voorhanden. Volgens vaste rechtspraak behoeft het na een ongeval het somatiseren van klachten het juridisch causaal verband tussen dergelijke klachten en het ongeval niet zonder meer in de weg te staan. Uit de rapportage van de deskundigen is voldoende aannemelijk geworden dat het somatiseren hem in redelijkheid niet verweten kan worden. De slotsom van de kantonrechter is dat het causaal verband tussen de klachten van X en het ongeval in rechte voldoende bewezen is.

2.4 X stelt de kantonrechter voor dat een arbeidsdeskundigenonderzoek wordt opdat het arbeidsvennogensverlies, de behoefte aan huishoudelijke hulp en het verlies van zelfwerkzaamheid van X in kaart wordt gebracht. In dat verband refereert X ook aan het inschakelen van een verzekerings- en een oogarts, maar daarbij is door hem aangetekend dat hij op dit moment niets heeft tegen een begroting van de schade ineens nu vaststaat dat hij minder dan 50% kan werken. (Vanaf 2004 tot en met 2012, aldus X is hij 80 tot 100% arbeidsongeschikt.) Wat daarvan zij, X handhaaft zijn vordering dat hem een voorschot moet worden voldaan. Hij vordert thans een voorschot van € 35.000,00 en in die zin heeft hij zijn eis vermeerderd. 

2.5 Ook Trebbe Bouw vraagt de kantonrechter een arbeidsdeskundige te benoemen opdat een functionele mogelijkhedenlijst kan worden opgesteld. In de visie van Trebbe Bouw zal vooraf een belastbaarheidsprofiel opgesteld moeten worden door een verzekeringsgeneeskundige. (In haar slotconclusie in de conclusie van antwoord na deskundigen bericht wordt vermeld dat volgens Trebbe Bouw de zaak thans kan worden afgedaan en indien daartoe niet wordt overgegaan het in de rede ligt een nadere comparitie van partijen te gelasten. 

2.6 X heeft een aantal schadeposten nader gespecificeerd. Trebbe Bouw heeft daarop gereageerd. De door X genoemde schadeposten - niet alle - zullen nu hieronder worden behandeld. 
a. Eigen risico ziektekostenverzekeringen over 9,5 jaar te rekenen vanaf 2003 ad € 1.425,00. Trebbe Bouw merkt op dat eerst in 2005 de no-claimregeling is geïntroduceerd. Bovendien, aldus Trebbe Bouw, kunnen ook andere ziektekosten er de oorzaak van zijn geweest dat X het eigen risico-bedrag moest betalen. De kantonrechter behoeft over deze kwestie nadere inlichtingen van X.
b. X vordert vergoeding van kosten die gemaakt zijn omdat hij zich heeft gewend tot een osteopaat, een paragnost, een kinesiotherapeut en tot Braindynamics. De kantonrechter onderschrijft het verweer van Trebbe Bouw dat dit onderdeel van de vordering niet toewijsbaar is omdat voor de behandelingen geen reguliere medische noodzaak was. Het daarmee gemoeide bedrag van in totaal € 2.194,50 is niet toewijsbaar. 
c. X zal de kosten verbonden aan pijnstillers, slaapmiddelen, reizen, gebruik van taxi's, "kosten stilzitten", verhoogd telefoongebruik nader dienen toe te lichten; 
d. X vordert verplaatste schade in de vorm van thuishulp/mantelzorg. De daarop pro memorie vordering is niet voor toewijzing vatbaar, omdat deze onvoldoende is onderbouwd. Hetzelfde geldt voor de vordering die betrekking heeft op schade die X zou hebben geleden in verband met het inschakelen van extra kinderopvang en voor de schadepost die het gevolg zou zijn van verlies zelfwerkzaamheid. De kantonrechter verwijst daarenboven naar hetgeen X naar voren heeft gebracht bij de deskundige over het werkzaam zijn in de huishouding en het thuis klussen. 

2.7 De kantonrechter zal opnieuw een comparitie gelasten. Redengevend daarvoor is het volgende: 
a. Opdat kan worden besproken de vraag of partijen nadere onderzoeken door een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige willen. Er zal alsdan een functionele mogelijkhedenlijst(FML) moeten komen en de restverdiencapiciteit van X zal moeten worden bepaald. Vervolgens zal het rekenbureau moeten worden ingeschakeld teneinde tot een kapitalisering van de schade te komen. Dat betekent nog drie rapporten en vele proceshandelingen te gaan. 
b. X de gelegenheid te geven de inlichtingen te verstrekken die in dit vonnis onder 2.6 sub a. en c. zijn bedoeld alsmede over andere door hem opgevoerde schadeposten, zoals bijvoorbeeld onderhoud tuin 
c. Opdat besproken kan worden op welke wijze de arbeidsvermogenverliesschade van dient te worden vastgesteld. Aan de hand van de Audaletmethode? Trebbe Bouw verzet zich tegen deze methode. Zij wil .dat deze schade concreet wordt vastgesteld, zulks onder meer aan de hand van het inkomen dat X met zijn bedrijf verdiende voordat het ongeval plaatsvond. 
d. Nu de curator in het faillissement van Ten Brummelhuis de procedure niet wil overnemen zal X zich kunnen uitlaten over de vraag of hij de procedure tegen deze gefailleerde vennootschap wil voortzetten.
De comparitie zal wederom worden aangewend een definitieve minnelijke regeling te beproeven. Partijen wordt in overweging te geven daarover op voorhand in overleg te treden. Daarbij zij aangetekend dat indien het niet tot een 
minnelijke regeling komt de kantonrechter binnen een termijn van zes weken na de comparitie een tussenvonnis zal wijzen waarin een beslissing zal worden gegeven over welk bedrag onder de titel van voorschot schadevergoeding aan X zal worden uitgekeerd. 

2.8 Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. 

Beslissing: 

Gelast partijen, X in persoon en Trebbe Bouw, rechtsgeldig vertegenwoordigd door een tot het geven van de gevraagde inlichtingen en het aangaan van een minnelijke regeling bevoegd persoon, alle partijen desgewenst vergezeld door de gemachtigden, om op een nader te bepalen dag en uur te verschijnen in het gerechtsgebouw aan de Molenstraat 23 in Enschede, voor het geven van inlichtingen en het beproeven van een schikking. 

Vervijst de zaak naar de zitting van dinsdag 25 juni 2013 voor dagbepaling comparitie van partijen bij welke gelegenheid partijen hun verhinderdata dienen op te geven, ambtshalve peremptoir. 

Houdt iedere verdere beslissing aan. 

Dit vonnis is gewezen te Enschede door mr. M.H. van Rhijn, kantonrechter, en op 11 juni 2013 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.

Met dank aan mr. M.J.E.C. Camps, Camps Advocatuur, voor het inzenden van deze uitspraak.

Deze website maakt gebruik van cookies