HR 120626 81RO; toewijzend arrest hof t.z.v. aansprakelijkheid wg-er voor RSI-klachten blijft in stand;
- Meer over dit onderwerp:
HR 120626 81RO; toewijzend arrest hof t.z.v. aansprakelijkheid wg-er voor RSI-klachten blijft in stand;
- repliek van 36 pagina’s terzijde gelegd, nu deze niet is aan te merken als een beknopte reactie op de schriftelijke toelichting van [verweerder]
in vervolg op:
PHR 100426 Hartlief; aansprakelijkheid wg-er voor RSI klachten; oordeel over deskundigenrapport, relatie met werkdruk en aangeboren afwijking
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 8692477 UC EXPL 20-6102 MS/1270 van de rechtbank Midden-Nederland van 30 juni 2021, 1 september 2021, 22 december 2021 en 8 maart 2023;
b. het arrest in de zaak 200.329.278 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 januari 2025.
EBN heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor [verweerder] mede door A.C. Baaijens.
EBN heeft een repliek ingediend van 36 pagina’s. De Hoge Raad heeft de repliek terzijde gelegd, nu deze niet is aan te merken als een beknopte reactie op de schriftelijke toelichting van [verweerder].
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van EBN heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). Hoge Raad 12 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:910