Overslaan en naar de inhoud gaan

GHSHE 130126  letsel 11-jarige bij salto van kast terwijl docent op laptop werkte; vaststelling vragen en benoeming deskundige

GHSHE 130126 letsel 11-jarige bij salto van kast terwijl docent op laptop werkte; vaststelling vragen en benoeming deskundige

In vervolg op:
GHSHE 030625 desk. bericht t.z.v. aansprakelijkheid school voor letsel 11-jarige bij (niet toegestane) salto van kast terwijl docent op laptop werkte

 

6De verdere beoordeling

In principaal hoger beroep en incidenteel hoger beroep

Het tussenarrest van 3 juni 2025

6.1.

In rechtsoverweging 3.20 van het eerste tussenarrest heeft het hof overwogen dat het hof het betoog van [appellant] in hoger beroep zo begrijpt, dat [appellant] zijn stelling dat [persoon A] in zijn hoedanigheid van docent lichamelijke opvoeding zijn zorgplicht heeft geschonden in dit stadium van de procedure nog grondt op de aldaar onder (i) en (ii) weergegeven verwijten. Daarbij heeft het hof ook overwogen dat de grondslag voor de gestelde aansprakelijkheid in hoger beroep zodoende beperkt is tot die twee verwijten. Vervolgens heeft het hof in rechtsoverweging 3.21 overwogen dat het hof het in rechtsoverweging 3.20 onder (ii) genoemde verwijt ongegrond oordeelt om de redenen die zijn uiteengezet in rechtsoverweging 3.22. Met betrekking tot het in rechtsoverweging 3.20 onder (i) genoemde verwijt heeft het hof in rechtsoverweging 3.32 overwogen dat het hof behoefte heeft aan nadere voorlichting door (een) deskundige(n) en dat het voornemens is daartoe de in rechtsoverweging 3.32 genoemde deskundigen [persoon H] en [persoon I] te benoemen met weergave van de door hen gehanteerde tarieven en het bepaalde voorschotbedrag als ook dat het hof voornemens is om aan de deskundigen de in rechtsoverweging 3.33 geformuleerde vragen voor te leggen.

6.2.

In het dictum van het eerste tussenarrest heeft het hof bepaald dat partijen zich op de rol van 1 juli 2025 bij akte dienen uit te laten over de door het hof voorgestelde deskundigen en eventueel, onder opgave van redenen, een alternatieve deskundige voor te stellen als ook over de vragen die het hof voornemens is te stellen, een en ander met bepaling dat partijen elkaar uiterlijk één (1) week vóór de hiervoor bedoelde roldatum de te nemen akte aan elkaar zullen toesturen opdat zij op elkaars akte zullen kunnen reageren in een separaat aan de eigen akte te hechten bijlage. Het hof heeft iedere verdere beslissing aangehouden.

De te benoemen deskundige(n)

6.3.

In zijn akte uitlating deskundigenonderzoek heeft [appellant] gemotiveerd te kennen gegeven, zakelijk weergegeven, zich niet te kunnen vinden in de benoeming van de door het hof voorgestelde deskundigen. Daarbij heeft [appellant] als alternatieve deskundige [Persoon K] voorgesteld. In het addendum op zijn akte heeft [appellant] een en ander gehandhaafd.

6.4.

[geïntimeerden] hebben in hun akte uitlaten deskundigenonderzoek te kennen gegeven in te kunnen stemmen met benoeming van de door het hof in het tussenarrest voorgestelde deskundigen en hun tijds- en kostenbegroting. In de bijlage bij hun akte hebben [geïntimeerden] in reactie op het standpunt van [appellant] over de door het hof in het tussenarrest voorgestelde deskundigen onder meer het standpunt ingenomen dat zij, hoewel zij de bezwaren van [appellant] tegen de door het hof voorgestelde deskundigen mager vinden, willen voorkomen dat deskundigen worden benoemd waarin [appellant] op voorhand geen vertrouwen heeft, op voorwaarde dat hetzelfde geldt voor [geïntimeerden] . In dat verband hebben [geïntimeerden] gemotiveerd bezwaren ingebracht tegen de door [appellant] voorgestelde alternatieve deskundige [Persoon K] . In het verlengde daarvan bepleiten [geïntimeerden] dat het hof (een) nieuwe deskundige(n) aandraagt, waarbij [geïntimeerden] voorts te kennen hebben gegeven dat zij ervan uitgaan dat partijen nog zullen mogen reageren op de door het hof aan te dragen nieuwe deskundige.

6.5.

Het hof ziet in het debat tussen partijen over de tot nu in dit geding voorgestelde deskundigen [persoon H] , [persoon I] en [Persoon K] , zoals dat blijkt uit hun respectieve aktes met addendum c.q. bijlage, aanleiding om geen van deze deskundigen te benoemen. In dat verband acht het hof ook van belang dat partijen in hun respectieve aktes over en weer met zoveel woorden te kennen hebben gegeven graag te zien dat het hof een nieuwe deskundige aandraagt (akte zijdens [appellant] , addendum randnummer 2, slot; akte zijdens [geïntimeerden] , eerste blad van de bijlage, zesde alinea), althans zo begrijpt het hof hetgeen zij dienaangaande hebben aangevoerd.

6.7.

In het licht van het voorgaande zal het hof thans als deskundige benoemen: de heer T. de Groot (hierna: deskundige De Groot), THEMA – spelen met gedrag, [adres] te ( [postcode] ) [plaats] , [telefoonnummer] [e-mailadres] . In antwoord op vragen van het hof heeft deskundige De Groot te kennen gegeven dat hij:

- bereid is het deskundigenonderzoek te verrichten;

- op geen enkele wijze eerder betrokken is geweest bij deze zaak;

- in geen enkele relatie staat tot één van de bij deze zaak betrokken partijen, te weten: de desbetreffende school en het bestuur daarvan, docent [persoon A] , [XX] , ASR en [appellant] ;

- in de afgelopen vijf jaar geen opdrachten heeft uitgevoerd voor en geen (betaalde) samenwerkingen heeft gehad met één van de betrokken partijen of hun advocaten.

Verder heeft deskundige De Groot te kennen gegeven dat hij een tarief hanteert van € 95,- per uur, exclusief btw. Als voorschotbedrag heeft hij een bedrag van € 950,- exclusief btw opgegeven, derhalve € 1.149,50 inclusief btw, begroot op basis van een raming van 10 uur maal € 95,- exclusief btw.

6.8.

Het hof ziet geen aanleiding partijen de gelegenheid te geven zich nader uit te laten over de persoon van deskundige De Groot. Daartoe wijst het hof op de door deskundige De Groot gegeven antwoorden op de vragen die aan hem zijn voorgelegd met het oog op de voorgenomen benoeming zoals weergegeven in de voorgaande rechtsoverweging, mede in aanmerking genomen hetgeen daarover tussen partijen is gewisseld in hun respectieve aktes met addendum c.q. bijlage. Uit die antwoorden volgt naar het oordeel van het hof voldoende dat deskundige De Groot vrijstaat. Verder acht het hof in dit verband van belang dat [geïntimeerden] , zijnde de partijen die in hun akte hebben geopperd dat partijen wederom de gelegenheid zou worden gegeven zich uit te laten over de nader door het hof voor te stellen deskundige, het niet nodig hebben gevonden om zelf een alternatieve deskundige aan te dragen, maar het zoeken naar en aandragen van een alternatieve deskundige aan het hof hebben overgelaten. Het hof zal daarom overgaan tot benoeming van deskundige De Groot op de wijze zoals in het dictum van dit arrest zal zijn bepaald. [appellant] zal het verzochte voorschotbedrag van

€ 1.149,50 inclusief btw moeten voldoen alvorens deskundige De Groot zijn werkzaamheden zal aanvangen.

De voor te leggen vragen

6.9.

[appellant] heeft in randnummer 8 van zijn akte te kennen gegeven dat hij zich kan vinden in de door het hof in het eerste tussenarrest voorgestelde vragen. [geïntimeerden] hebben in randnummer 4 van hun akte ten aanzien van de door het hof in rechtsoverweging 3.33 onder b en d van het tussenarrest enkele aanvullende bewoordingen voorgesteld. [appellant] heeft zich daarmee verenigd. Gelet daarop zal het hof de door [geïntimeerden] voorgestelde wijzigingen overnemen, zodat de vragen die aan de te benoemen deskundige zullen worden voorgelegd, onder verwijzing naar de omstandigheden die zijn genoemd in rechtsoverweging 3.30 van het eerste tussenarrest, als volgt zullen komen te luiden:

a. Welke eisen moeten in het algemeen worden gesteld aan het toezicht door de docent tijdens een gymles waarbij drie deelgroepen leerlingen zich wisselend bezig houden met steeds een andere van drie activiteiten?

b. Is voor de wijze waarop en de mate waarin toezicht moet worden gehouden nog van bijzonder belang dat één van de drie activiteiten een hurk-wendsprong is zoals omschreven in rechtsoverweging 3.4 sub c van het eerste tussenarrest, en een andere activiteit hockey? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waarom wel?

c. Acht u binnen de kaders van het toezicht, zoals dat volgens uw beantwoording van de vragen a. en b. bij een gymles zoals die in dit geval is gegeven en waarbij één van de activiteiten een door de leerlingen grotendeels zelfstandig te verrichten hurk-wendsprong is, aanvaardbaar dat de docent tijdens de gymles bezig is met een laptop om met behulp daarvan het door de leerlingen ingevulde leerlingvolgsysteem te controleren? Is daarbij van belang of de docent daarbij zit of staat en op welke plaats in de gymzaal de docent zich bevindt?

d. Had van de docent [persoon A] , gezien alle hem destijds bekende feiten en omstandigheden, mogen worden verwacht dat hij nadere maatregelen zou hebben genomen om te voorkomen dat leerlingen zouden afwijken van de opgedragen hurk-wendsprong en leerlingen ongevallen zouden overkomen?

6.10.

Voorts heeft [appellant] in randnummer 8 van zijn akte, ter verkrijging van bevestiging van de onafhankelijkheid van de door [appellant] voorgedragen deskundige [Persoon K] , een viertal vragen geformuleerd die zijn bestemd om te worden voorgelegd aan deskundige [Persoon K] . Uit het voorgaande volgt echter dat het hof deskundige [Persoon K] niet zal benoemen, zodat ook geen grond bestaat om aan deskundige [Persoon K] de bedoelde vier vragen voor te leggen. Het hof tekent aan dat de vragen van [appellant] in randnummer 8 wel zijn betrokken bij de vragen die aan deskundige De Groot zijn voorgelegd en waarop deze heeft geantwoord zoals hiervoor in rechtsoverweging 6.7 is verwoord.

6.11.

In randnummer 9 van zijn akte formuleert [appellant] vervolgens nog een aanvullende vraag met betrekking tot de iPad waarvan [appellant] stelt dat deze tijdens de in het geding zijnde gymles stond opgesteld om vertraagde videobeelden van de sprongen te maken. In de bijlage bij hun akte maken [geïntimeerden] bezwaar tegen de door [appellant] voorgestelde aanvullende vraag over de iPad. Het hof ziet geen grond voor het opnemen van de door [appellant] voorgestelde aanvullende vraag over de iPad. Daartoe acht het hof van belang dat [geïntimeerden] in dit geding het opgesteld staan van een iPad tijdens de gymles gemotiveerd hebben betwist. In het tussenarrest is niet feitelijk vastgesteld dat tijdens de in het geding zijnde gymles een iPad was opgesteld. Daarom bestaat geen grond voor het stellen van een aanvullende vraag die het tijdens de betreffende gymles opgesteld staan van een iPad feitelijk tot uitgangspunt neemt.

Verdere beslissingen?

6.13. Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 13 januari 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:33