OGAACMB 291025 val met fiets op natte weg; bewijs dat val is veroorzaakt door gat of open put is niet geleverd
- Meer over dit onderwerp:
OGAACMB 291025 val met fiets op natte weg; bewijs dat val is veroorzaakt door gat of open put is niet geleverd
2 De verdere beoordeling
2.1.
Bij het tussenvonnis (geen publicatie bekend, red. LSA LM) is [eiseres] opgedragen om te bewijzen dat zij op 19 januari 2021 met de fiets (of een ander (motor)voertuig) ten val is gekomen op de Kaya Amsterdam door een niet-afgedekte draaikolk, althans feiten en omstandigheden te bewijzen waaruit blijkt dat de Kaya Amsterdam op 19 januari 2021 niet voldeed aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mocht stellen en daardoor gevaar opleverde en dat het uit die gebrekkige toestand voortvloeiende gevaar (het daardoor ten val komen met de fiets), zich heeft verwezenlijkt. Tegelijkertijd is het OLB opgedragen om feiten en omstandigheden te bewijzen waaruit blijkt dat [eiseres] in de gegeven omstandigheden te onvoorzichtig heeft gereden.
2.2.
Op verzoek van [eiseres] zijn op 1 september 2025 [eiseres] twee getuigen gehoord.
2.3.
Het gerecht oordeelt dat [eiseres] met het verhoor van deze getuigen niet in haar bewijsopdracht is geslaagd. Dit zal hierna worden uitgelegd. Gelet daarop is de bewijsopdracht aan het OLB niet meer relevant, zodat daar niet meer op zal worden ingegaan.
2.4.
Het gerecht stelt voorop dat [eiseres] een zeer ernstig ongeval is overkomen met voor haar verstrekkende gevolgen; zij heeft aanzienlijke schade geleden. Het is heel goed mogelijk dat dit ongeval niet aan haar eigen schuld te wijten is en het is daarom ook goed voorstelbaar dat zij deze schade vergoed wil zien. Het is ook begrijpelijk dat zij, omdat zij zich zelf niet meer kan herinneren wat er gebeurd is, vastgesteld wil zien wat haar val heeft veroorzaakt en wie daarvoor verantwoordelijk is.
2.5.
Maar, zoals ook al in het tussenvonnis is overwogen, zal, om het OLB aansprakelijk te houden voor het ongeval en de gevolgen daarvan, vast moeten komen te staan dat haar val is veroorzaakt doordat de weg niet voldeed aan de eisen die daaraan in de gegeven omstandigheden gesteld mochten worden.
2.6.
Er zijn twee getuigen gehoord, [getuige 1] en [getuige 2].
2.7.
[getuige 1] heeft verklaard dat het de dag van 19 januari 2021 veel had geregend en dat de Kaya Amsterdam erg nat was. Vooral aan de kant van de weg richting het trottoir waren grote plassen. Zij heeft niet gezien hoe [eiseres] ten val is gekomen en heeft ook niet gezien of er een gat of een kuil in de weg zat. Wel weet zij dat, als het veel had geregend, regelmatig het rooster van een afvoerput werd afgehaald. Zij verklaart dat zij ook die avond het rooster van een put op het trottoir zag liggen. Zij verklaarde dat zij die avond een pick up zag rijden en hoorde toeteren. Zij zag toen een fietser aankomen en hoorde een knal. De fiets had licht en haar vriendin zei dat het leek of het licht niet meer bewoog. Zij liep toen naar de weg en zag [eiseres] op het midden van de weg liggen.
2.8.
[getuige 2] heeft verklaard dat zij de avond van 19 januari 2021 over de Kaya Amsterdam reed. Het regende die avond hard en er stonden grote plassen op de weg. Zij zag [eiseres] op het trottoir zitten en heeft haar naar het ziekenhuis gebracht. Zij heeft niet gezien hoe het ongeval is gebeurd. [eiseres] heeft haar dat ook niet verteld. Dat [eiseres] met haar voorwiel in een put was geraakt en werd gelanceerd, heeft de getuige niet zelf gezien maar van anderen gehoord. Ze weet niet meer van wie, maar ze denkt van twee vrouwen of een man die er bij stonden. Eén van die vrouwen was de getuige [getuige 1].
2.9.
Het gerecht overweegt in de eerste plaats dat het feit dat er grote plassen water op de weg stonden onvoldoende is om te concluderen dat de weg niet aan de eisen voldeed. Het is nu eenmaal een feit van algemene bekendheid dat op Bonaire bij hevige regenval het water niet snel genoeg kan afwateren. Ook goed onderhouden wegen kunnen dan langere tijd blank blijven staan. Ook het feit dat het zicht slecht was, kan niet aan het OLB worden tegengeworpen. Bij duisternis en regen is het zicht nu eenmaal altijd slecht; dat de straatverlichting kapot was, is ook onvoldoende gebleken.
2.10.
In de tweede plaats geldt dat, nu geen van beide getuigen de val heeft zien gebeuren en nu ook geen van beiden een kuil, gat of open afvoerput hebben waargenomen, niet met voldoende mate van zekerheid worden vastgesteld dat [eiseres] ten val is gekomen doordat zij daar met haar voorwiel in terecht is gekomen. [eiseres] zegt zelf dat ze zich zelf niets herinnert, maar dat zij dit van anderen heeft gehoord. Dit zou zij dan mogelijk van [getuige 2] hebben gehoord, die op haar beurt zegt dat zij dit van anderen heeft gehoord. Dit zou dan mogelijk van [getuige 1], haar vriendin of een andere man zijn. [getuige 1] zegt de val echter zelf ook niet te hebben gezien, terwijl uit haar verklaring ook niet kan volgen dat haar vriendin of de ‘andere man’ de val hebben gezien. Mogelijk zijn speculaties over de oorzaak van de val een eigen leven gaan leiden.
2.11.
In de derde plaats is het zo dat er mogelijk sprake was van een afvoerput waar het rooster van af was gehaald en die daardoor open stond. Dit zou geconcludeerd kunnen worden doordat de getuige [getuige 1] een los rooster op de stoep heeft zien liggen en heeft verklaard dat bij regen wel vaker het rooster van de put werd gehaald; dit kennelijk om de put makkelijker te laten afwateren. Dat [eiseres] door deze open put ten val is gekomen, is zoals gezegd onvoldoende vast komen te staan. Maar ook als dit zo zou zijn, betekent het nog niet dat het OLB daarvoor verantwoordelijk is. Het is immers onbekend wie het rooster van de put heeft gehaald; het is niet waarschijnlijk dat het OLB dit heeft gedaan. Vermoedelijk is het door omwonenden gedaan en dit kan het OLB in beginsel niet worden tegengeworpen. Dit zou slechts anders zijn als het OLB er wetenschap van droeg dat het deksel regelmatig van de put werd gehaald en zou hebben nagelaten maatregelen te treffen ter voorkoming daarvan; maar niet gebleken is dat het OLB op dit punt is gewaarschuwd.
2.12.
Dat het voor risico van het OLB komt dat de exacte oorzaak van het ongeval komt omdat zij niet alle informatie met betrekking tot het onderhoud aan de Kaya Amsterdam heeft overgelegd, zoals [eiseres] bij conclusie na enquete betoogt, wordt niet gevolgd. Niet valt in te zien immers dat door overlegging daarvan de exacte oorzaak wél duidelijk zou kunnen worden.
2.13.
De slotsom is daarom dat het OLB niet aansprakelijk kan worden gehouden voor de door [eiseres] geleden schade. Haar vorderingen moeten daarom worden afgewezen.
2.14. [
eiseres] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Deze worden aan de zijde van het OLB, gelet op het bepaalde in artikel 136 onder 1. van het Procesreglement (“gemachtigde in dienst van cliënt”) begroot op nihil.
