GHARL 160726 letselzaak nog niet afgewikkeld; aard schadevergoeding is van belang voor oordeel over verdeling gemeenschap e/o verknochtheid
- Meer over dit onderwerp:
GHARL 160726 letselzaak nog niet afgewikkeld; aard schadevergoeding is van belang voor oordeel over verdeling gemeenschap e/o verknochtheid
De letselschadevergoeding
5.5.
De man heeft in verband met PTSS aanspraak gemaakt op een letselschadevergoeding bij zijn (voormalige) werkgever. Tijdens het huwelijk van partijen heeft de man een voorschot ontvangen van € 30.000,- dat partijen samen volledig hebben gebruikt. De man is nog in afwachting van een definitieve beslissing op zijn aanvraag. Op dit moment is niet bekend hoeveel de man zal ontvangen en ook niet waarvoor de man een vergoeding zal krijgen: voor gederfd inkomen, voor hulp in de huishouding, voor vergoeding van kosten en/of voor immateriële schade. Evenmin is bekend hoe de vergoeding in periodes uitgesplitst kan worden, met andere woorden: welk deel van de vergoeding op de huwelijkse periode ziet en welk deel van de vergoeding voor de na-huwelijkse periode is bedoeld. Dat betekent dat het verzoek van de vrouw tot verrekening van de letselschadevergoeding of een deel daarvan op dit moment niet kan worden toegewezen. Ook kan geen verklaring voor recht worden gegeven over de aanspraak van de vrouw op verrekening van deze vergoeding van de man, omdat de aard van de vergoeding niet bekend is.
5.6.
De man beroept zich op verknochtheid. Het is aan de man om zijn stellingen te onderbouwen. Of in beginsel sprake kan zijn van verknochtheid hangt mede af van de uitleg van de tussen partijen gesloten huwelijkse voorwaarden. Partijen zijn daarin een finaal verrekenbeding overeengekomen, waarbij zij hebben afgesproken bij echtscheiding af te rekenen alsof tussen hen een wettelijke gemeenschap van goederen had bestaan. Of partijen met deze ‘pseudo-gemeenschap’ niet slechts een methode van verrekening naar analogie van de gemeenschap van goederen zijn overeengekomen, maar ook de bepalingen met betrekking tot verknochtheid moeten worden toegepast, is een kwestie van uitleg.1 Het is vervolgens ook aan de man om te stellen op welke schade van hem de vergoeding betrekking heeft opdat de rechter kan vaststellen of, en zo ja, in hoeverre die vragen ten aanzien van een of meer componenten van de vergoeding bevestigend moeten worden beantwoord.2 Omdat er nog geen enkele duidelijkheid bestaat over de schadevergoeding kan niet gesteld en kan niet beoordeeld worden ten aanzien van welke schade(s) eventueel sprake zou kunnen zijn van verknochtheid. Het hof is van oordeel dat deze uitleg moet plaatsvinden wanneer er duidelijkheid is over de samenstelling van de letselschadevergoeding. Aan de beoordeling hiervan komt het hof, anders dan de rechtbank, dus nu niet toe. Het voorgaande brengt mee dat het hof weliswaar tot dezelfde conclusie komt als de rechtbank, namelijk dat het verzoek om te bepalen dat de vrouw aanspraak maakt op een deel van de vergoeding moet worden afgewezen, maar neemt niet de overwegingen van de rechtbank dat de wettelijke regeling over verknochtheid van overeenkomstige toepassing is over. Het hof zal daarom de beslissing van de rechtbank weliswaar bekrachtigen, maar met verbetering van de gronden.
5.7.
De man heeft toegezegd de vrouw te zijner tijd te informeren over de hoogte en de aard van de letselschadevergoeding als die is vastgesteld. De man is daartoe op grond van de huwelijkse voorwaarden ook verplicht. De man heeft zich bereid verklaard op dat moment met de vrouw in overleg te gaan over de vraag of haar nog een bedrag toekomt over de huwelijkse periode. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 16 juli 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:4641