Overslaan en naar de inhoud gaan

RBNNE 210726 verzoek vdo (neuroloog, npo, psychiater) prematuur; SO dient eerst de door ass. opgevraagde medische info te verstrekken

RBNNE 210726 verzoek vdo (neuroloog, npo, psychiater) prematuur; SO dient eerst de door ass. opgevraagde medische info te verstrekken
 

2De kern van de zaak

2.1.

[verzoeker] is al fietsend aangereden door een scooter, waardoor zij ten val is gekomen. Zij heeft last van fysieke en psychiatrische klachten. [verzoeker] wil meer duidelijkheid over haar procespositie. Daarom wil zij dat deskundigen onderzoek doen naar het bestaan van de klachten en dat zij vaststellen in hoeverre de klachten aan het ongeval zijn toe te rekenen. De rechtbank wijst het verzoek tot een voorlopig deskundigenbericht af. De rechtbank is van oordeel dat het verzoek prematuur is en daarmee in strijd met de eisen van een goede procesorde. De rechtbank is van oordeel dat [verzoeker] eerst de door Unigarant opgevraagde medische gegevens moet verstrekken.

3De feiten

3.1.

[verzoeker] is op 31 maart 2020 als fietser betrokken geraakt bij een verkeersongeval. Als gevolg van een aanrijding met een scooter is [verzoeker] van haar fiets gevallen.

3.2.

Unigarant heeft als verzekeraar van de scootmobiel de aansprakelijkheid voor het ongeval erkend.

3.3.

[verzoeker] heeft sinds het ongeval niet meer gewerkt vanwege lichamelijke en psychische klachten. Sinds 30 maart 2022 ontvangt zij een WIA-uitkering op basis van volledige arbeidsongeschiktheid.

3.4.

Op 26 juni 2023 heeft drs. [neuroloog 1] , neuroloog, in opdracht van Schultz Advocatuur, een medisch advies gegeven. In dit medisch advies is onder meer het volgende opgenomen:

Wat voor letsel heeft cliënte?

Betrokkene heeft een licht traumatisch schedelletsel dan wel licht traumatisch schedel-/hersenletsel doorgemaakt met persisterende pijnklachten van hoofd-, nek en schouders. Hoe heftig deze pijnklachten zijn is mij niet bekend.

Ze heeft ook knieklachten, vooral links, gemeld waar vervolgens geen informatie meer over is anders dan éénmalig bij de huisarts.

Daarnaast hebben zich depressieve klachten ontwikkeld en is de diagnose PTSS inclusief van zes jaar en jonger met uitgestelde expressie vastgesteld.

Er is medicatiegebruik (geweest) vanwege de pijnklachten en de depressieve klachten.

Zou cliënte deze klachten hebben gehad, indien er geen ongeval had plaatsgevonden?

Ik ga ervan uit dat betrokkene zeer waarschijnlijk deze klachten niet zou hebben ontwikkeld als betrokkene het ongeval niet was overkomen.

Er is geen reden aan te nemen dat op enig moment de pijnklachten zouden zijn ontstaan als betrokkene het ongeval niet zou hebben gehad. Dat geldt evenzeer voor het PTSS-beeld. Er zijn geen harde aanwijzingen dat zij ook zonder dit ongeval een PTSS-beeld zou hebben ontwikkeld.

3.5.

In een schrijven van 15 april 2025 heeft [adviseur] , medisch adviseur, namens Unigarant onder meer het volgende aangegeven:

Welk letsel heeft betrokkene opgelopen ten gevolge van het ongeval op 31-03-2020?

Er was geen sprake van enige vorm van medisch-objectiveerbaar letsel. Er is sprake van aspecifieke tendomyogene klachten die mogelijk als ongevalsgevolg zouden kunnen worden gekwalificeerd en verder lijkt er mogelijk sprake van een psychische reactie welke eerst moet worden gekaderd ten opzichte van de voorgeschiedenis van betrokkene.

Welke andere niet ongevalsgerelateerde aspecten spelen een rol?

Er is sprake van een ingewikkelde thuissituatie waar betrokkene mantelzorgtaken heeft voor haar schizofrene man, waarbij betrokkene 2 jaar tevoren werd uitgehuwelijkt, naar Nederland kwam en eerst moest wennen, het zwaar had en vervolgens haar verpleegkundige werkzaamheden in Nederland niet kon hervatten.

Betrokkene heeft slechte herinneringen aan een neef die haar nicht van de trap duwde.

Betrokkene heeft eerder een tasjesroof meegemaakt, waarbij ze door een psycholoog werd behandeld, waarover informatie wenselijk is. Betrokkene werd gepest in Iran waardoor een PTSS ontstond. Er was eerder sprake van het doormaken van een ongeval.

Kan met een tussentijdse psychiatrische expertise de causaliteit worden beoordeeld?

Alvorens überhaupt een psychiatrische expertise kan geschieden, dient als eerste een neurologische expertise plaats te vinden met neuropsychologisch onderzoek en uitgebreide symptoomvaliditeitstesten, waarbij een beëdigde tolk aanwezig dient te zijn en niet kan worden volstaan met een vertaling door bekenden.

Zo ja, is er meer medische informatie nodig?

Ja, ik zie graag beloopinformatie tegemoet van psychiater [psychiater 2]. Verder zie ik graag informatie tegemoet van eventuele overige huidige behandelaren van betrokkene.

Informatie van de eerdere behandeling door een psycholoog na een tasjesroof is wenselijk. Verzuimhistorie van 2 jaar voor datum ongeval is wenselijk evenals de medische inhoudelijke aantekeningen van de bedrijfsarts.

Indien mogelijk zie ik graag informatie tegemoet van voor de periode in Nederland.

Is het huisartsenjournaal niet volledig qua inhoud dan wel qua tijdsverloop? Wat mist u?

Het huisartsenjournaal is zeker niet volledig qua inhoud/tijdsverloop. Het huisartsenjournaal startte op 01-03-2019.

Actie:

- Aanleveren verzuimhistorie van de bedrijfsarts;

- Aanleveren medisch-inhoudelijke aantekeningen van de bedrijfsarts;

- Aanleveren medisch-geheime rapportage UWV;

- Aanleveren conceptaanbiedingsbrief en vraagstelling voor het laten verrichten van een neurologische expertise conform de IWMD-vraagstelling met daarbij neuropsychologisch onderzoek, gericht aan neuroloog [neuroloog 4] , of neuroloog [neuroloog 2] of neuroloog [neuroloog 3] met neuropsychologisch onderzoek door mevrouw [neuroloog 5] of neuropsycholoog [neuropsycholoog] .

- Informatie van de eerdere behandeling door de psycholoog na een tasjesroof is wenselijk.

- Informatie van 5 jaar voor datum ongeval in de vorm van een huisartsenjournaal.

3.6.

Op 22 april 2025 hebben [psychiater 1] , psychiater, en [psycholoog] , psycholoog, beiden werkzaam bij [bedrijf] , op verzoek van [verzoeker] een medische verklaring afgegeven. Hierin is onder meer het volgende opgenomen:

Bij eerdere diagnostiek bij [naam] in [plaats] van mw [verzoeker] is, naast PTSS, ook een gegeneraliseerde angststoornis vastgesteld. Er is geprobeerd deze klachten volgens de geldende protocollen te behandelen, onder andere met traumatherapie en exposure. Tot op heden heeft dit echter onvoldoende effect gehad; betrokkene heeft nog steeds moeite om over het ongeval te spreken. Uit het intakegesprek en de screeningsresultaten bij [bedrijf] blijkt dat zij op dit moment niet therapiegeschikt is. Wel wordt geadviseerd om haar te blijven voorzien van passende nazorg.

4Het geschil

4.1.

[verzoeker] verzoekt de rechtbank om:

I. een voorlopig deskundigenonderzoek te gelasten met benoeming van een neuroloog, een neuropsycholoog en een psychiater;

II. aan de deskundigen de opdracht te verstrekken een deskundigenbericht uit te brengen aan de hand van de vraagstelling zoals in het verzoekschrift nader is aangegeven;

III. de kosten van het deskundigenbericht ten laste van Unigarant te laten komen;

IV. de uiterste dag te bepalen waarop verzoeker na toewijzing van het namens hem gedane verzoek een afschrift van de beslissing van de rechtbank aan Unigarant moet doen toekomen.

4.2.

Aan het verzoek heeft [verzoeker] het volgende ten grondslag gelegd. [verzoeker] is door een botsing met een scooter ten val gekomen, waarbij zij met haar hoofd (de rechter achterzijde) tegen het asfalt kwam. Ze is naar de huisartsenpost gebracht en het geadviseerde beleid was afwachten. De klachten namen echter niet af. In juni 2020 hebben de neuroloog en revalidatiearts geconcludeerd tot licht traumatisch schedelhersenletsel, een post-commotioneel syndroom, een depressie (en mogelijk PTSS), geluxeerd door de val van de fiets (het ongeval). Ondanks diverse behandelingen bestaan de klachten nog altijd. Gelet op de aard van de klachten en de inhoud van het medische dossier van [verzoeker] , stelt [verzoeker] dat nader deskundigenbericht geïndiceerd is door een neuroloog, aangevuld met neuropsychologisch onderzoek en een psychiater. Aan de hand van deze deskundigenberichten kan [verzoeker] haar positie in een eventuele bodemprocedure beter inschatten. Het belang is in deze zaak nog niet (volledig) bepaald. Gelet echter op de schade wegens verlies van arbeidsvermogen, gederfde levensvreugde en gemaakte kosten is aannemelijk dat de schade aanzienlijk (meer dan € 500.000,00) zal zijn.

4.3.

Unigarant verzet zich tegen toewijzing van het verzoek en voert daartoe het volgende aan. Unigarant ontkent en betwist dat de gebeurtenis van 31 maart 2020 blijvend (psychiatrisch) letsel heeft veroorzaakt. Volgens Unigarant heeft [verzoeker] onvoldoende gesteld om te bepalen of er een causaal verband bestaat tussen het ongeval en het ernstige psychiatrische klachtenbeeld. Het psychiatrisch letsel van [verzoeker] vindt volgens Unigarant zijn oorzaak in ingrijpende gebeurtenissen uit het verleden en/of medicatiegebruik. Unigarant heeft [verzoeker] verzocht om relevante medische informatie betreffende deze alternatieve oorzaken aan te leveren, maar dat heeft [verzoeker] nagelaten. Volgens Unigarant heeft [verzoeker] haar willens en wetens op een informatieachterstand gezet. Zonder deze informatie kan namelijk niet worden beoordeeld of het verzoek tot een voorlopig deskundigenbericht ter zake dienend en voldoende concreet is en of het feiten betreft die met een deskundigenonderzoek bewezen kunnen worden. Het verzoek van [verzoeker] is volgens Unigarant te voorbarig ingediend en daarmee in strijd met een goede procesorde. Unigarant concludeert tot afwijzing van het verzoek, met veroordeling van [verzoeker] in de kosten van de procedure.

4.4.

Voor het geval het verzoek van [verzoeker] wordt toegewezen stelt Unigarant zich op het standpunt dat de verzochte vraagstelling moet worden aangepast, dat een tolk moet worden ingeschakeld en dat de te benoemen deskundigen wordt opgedragen om symptoomvaliditeitstesten uit te voeren. Unigarant kan instemmen met de voorgestelde neurologen, maar nog geen volledig en adequaat verweer voeren ten aanzien van de psychiater. Daarvoor zijn allereerst de bevindingen van de neuroloog van belang.

4.5.

Unigarant stelt daarnaast een voorwaardelijk verzoek in op grond van artikel 194 Rv. Voor zover de rechtbank overweegt om de verzoeken van [verzoeker] in te willigen, verzoekt Unigarant de rechtbank [verzoeker] eerst op te dragen om de eerder opgevraagde informatie aan de medisch adviseur van Unigarant te overhandigen.

4.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, waar nodig voor de beoordeling, ingegaan.

5De beoordeling

5.1.

Bij de beoordeling van het geschil stelt de rechtbank het volgende voorop. De doelstelling van een voorlopig deskundigenbericht is (onder meer) een partij de mogelijkheid te geven om aan de hand van een voorlopig deskundigenbericht zekerheid te verkrijgen over de voor de beslissing van een geschil relevante feiten en omstandigheden en zo beter te kunnen beoordelen of het raadzaam is een procedure te beginnen of voort te zetten. De rechter die op het verzoek moet beslissen komt geen discretionaire bevoegdheid toe. Een verzoek tot het houden van een voorlopig deskundigenbericht moet in beginsel worden toegewezen. Dit is slechts anders als het verzoek in strijd is met een goede procesorde, de bevoegdheid misbruikt wordt of het verzoek afstuit op een ander door de rechtbank zwaarwichtig geoordeeld bezwaar.

5.2.

De rechtbank overweegt als volgt. Uit de processtukken en hetgeen is besproken tijdens de mondelinge behandeling komt naar voren dat [verzoeker] bewust niet heeft voldaan aan het verzoek van de medisch adviseur van Unigarant, om de hiervoor onder 3.5. vermelde stukken aan te leveren en de gevraagde (nadere) informatie te verstrekken. Volgens [verzoeker] heeft Unigarant geen recht op overlegging van de opgevraagde nadere informatie. Zij is pas bereid om de extra informatie te delen op het moment dat de aan te wijzen deskundigen dit noodzakelijk achten. Unigarant voert aan dat zij door deze houding van [verzoeker] op een informatieachterstand is gezet. Unigarant geeft aan dat het documentatie betreft die cruciaal is in het kader van het vaststellen de juridische causaliteit tussen het ongeval en het gestelde ernstige psychiatrische letsel. De rechtbank is met Unigarant van oordeel dat een goede procesorde in dit specifieke geval met zich meebrengt dat [verzoeker] de opgevraagde informatie aan Unigarant moet verstrekken. Gelet op de aard van de psychiatrische klachten (het letsel) van [verzoeker] en de feitelijke toedracht die ten grondslag ligt aan de claim, acht de rechtbank het zonder de opgevraagde medische informatie niet nuttig en noodzakelijk om nu al deskundigen een onderzoek te laten uitvoeren. Unigarant voert terecht aan dat eerst meer zicht moet komen op de alternatieve oorzaken van de gestelde psychiatrische klachten van [verzoeker] en de juridische causaliteit. Voor zover [verzoeker] zich beroept op haar recht van privacy is de rechtbank van oordeel dat [verzoeker] dit in een eerder stadium had moeten doen en niet pas ten tijde van de mondelinge behandeling.

5.3.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het verzoek van [verzoeker] tot een voorlopig deskundigenbericht te prematuur is gedaan en daarmee in strijd is met een goede procesorde. Voordat meerdere, kostbare deskundigenonderzoeken worden uitgevoerd, acht de rechtbank het onder de gegeven omstandigheden van belang dat [verzoeker] de opgevraagde stukken en nadere informatie aan Unigarant verstrekt. Pas daarna kan worden beoordeeld of het verzoek voldoende concreet en ter zake dienend is en welke feiten met de verschillende deskundigenonderzoeken bewezen kunnen worden.

5.4.

De rechtbank zal het verzoek van [verzoeker] afwijzen. Aan de beoordeling van het voorwaardelijke verzoek van Unigarant komt de rechtbank niet toe.

5.5.

[verzoeker] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Unigarant worden begroot op:

- griffierecht

714,00


 

- salaris advocaat

1.306,00

(2 punten × € 653,00)

- nakosten

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

2.209,00


 

6De beslissing

De rechtbank:

6.1.

wijst het verzoek van [verzoeker] af;

6.2. veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten van € 2.209,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [verzoeker] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend; Rechtbank Noord-Nederland 21 juli 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:3543