Overslaan en naar de inhoud gaan

OGHACMB 151225 Deskundigenbenoeming t.z.v. nabehandeling met spalk na handoperatie vanwege Dupuytren dan wel triggerfinger

OGHACMB 151225 Deskundigenbenoeming t.z.v. nabehandeling met spalk na handoperatie vanwege Dupuytren dan wel triggerfinger

in vervolg op:
OGHACMB 060525 Deskundigenbericht t.z.v. nabehandeling met spalk na handoperatie vanwege Dupuytren dan wel triggerfinger

.

1De zaak in het kort

[appellant], chirurg, heeft in 2011 een operatie uitgevoerd aan de rechterhand van [geïntimeerde]. De vraag die in deze zaak centraal staat is of de nabehandeling voldeed aan de eisen die daaraan gesteld mogen worden. Volgens [geïntimeerde] is dat niet het geval en is [appellant] om die reden aansprakelijk voor de door haar als gevolg daarvan geleden (en te lijden) schade. In het vorige tussenvonnis heeft het Hof geoordeeld dat een nieuw deskundigenbericht noodzakelijk is. In dit vonnis wordt een deskundige benoemd.

2Het verdere verloop van de procedure

2.1

Verwezen wordt naar het tussenvonnis van 6 mei 2025 (ECLI:NL:OGHACMB:2025:114), waarin partijen in de gelegenheid zijn gesteld zich uit te laten over de te benoemen deskundige en de aan deze te stellen vragen.

2.2

Partijen hebben zich uitgelaten bij akte, [appellant] op 4 juli 2025 en [geïntimeerde] op 30 september 2025.

2.3

Mr. D.C. Narvaez heeft in zijn hoedanigheid van curator van de failliet verklaarde stichting Stichting Sint Elisabeth een akte in deze zaak ingediend op de rolzitting van het Hof van 30 september 2025.

2.4

Vonnis is nader bepaald op vandaag.

3De verdere beoordeling

3.1

De stichting Stichting Sint Elisabeth en haar curator zijn geen partij in deze zaak. In de akte van 30 september 2025 heeft de curator ook niet te kennen gegeven van mening te zijn dat zij wel partij zijn of verzocht dat zij als partij zullen worden toegelaten. Het Hof volstaat met deze vaststelling en legt de akte van de curator verder terzijde.

3.2

Partijen zijn het eens over de benoeming van dr. Feitz als deskundige. Op verzoek van het Hof heeft hij verklaard bereid en in staat te zijn het onderzoek te verrichten en geen nauwe banden met partijen en hun gemachtigden te hebben. Dr. Feitz heeft zijn kosten begroot op (afgerond) USD 9.396 (inclusief onderzoek, rapportage, huur locatie en communicatie met partijen over het concept-rapport). Deze offerte gaat er vanuit dat het medisch onderzoek van [geïntimeerde] in Bonaire plaatsvindt en dat zij daarvoor naar Bonaire reist. Partijen zijn per mail akkoord gegaan met deze werkwijze en dit voorschot, zodat dit zo zal worden vastgesteld.

3.3

In het tussenvonnis is beslist dat [appellant] het voorschot voor de deskundige moet betalen. Het is wenselijk dat betaling binnen twee weken na dit vonnis gebeurt, omdat de deskundige dan snel daarna aan de slag kan. Indien door niet tijdige betaling van het voorschot het onderzoek moet worden uitgesteld zal dit tot extra (reis)kosten voor de deskundige leiden en daarmee tot verhoging van het door [appellant] te betalen voorschot.

3.4

In het tussenvonnis heeft het Hof een aantal vragen geformuleerd. Partijen hebben daarop gereageerd en hebben nadere vragen voorgesteld. Met inachtneming van die reacties zal het Hof de volgende vragen aan de deskundige stellen:

I. Kunt u aan de hand van het medisch dossier en navraag bij partijen een nauwkeurig feitelijk chronologisch overzicht (van dag tot dag) maken van de nabehandeling vanaf het moment van de operatie op 3 augustus 2011 en op basis daarvan de volgende vragen beantwoorden:

1a. Wat heeft [appellant] na de operatie als nabehandeling geadviseerd in zijn diverse contacten met [geïntimeerde] (op 3 augustus, 12 augustus, 26 augustus en 26 september 2011)?

b. Welk type spalk heeft [appellant] geadviseerd en heeft hij daarbij meegedeeld aan [geïntimeerde] op welke wijze met de aangebrachte spalk moest worden omgegaan; moest de spalk een deel van de dag en de nacht gedragen worden en zo ja, wanneer dan en hoe lang?

c. Wat heeft [appellant] geadviseerd over het volgen van fysiotherapie ?

2a. Wanneer is de fysiotherapeut, [dokter], voor het eerst geconsulteerd door [geïntimeerde] ?

b. Welk advies heeft [dokter] gegeven, ook ten aanzien van het blijven dragen van de spalk, al of niet tijdens een deel van de dag en de nacht?

3. Welke nabehandeling heeft [geïntimeerde] feitelijk toegepast vanaf het moment van de operatie, in navolging van dan wel in afwijking van door [appellant] en/of de fysiotherapeut gegeven adviezen.

4. Was de nabehandeling zoals door [appellant] geadviseerd zoals van een redelijk handelend en redelijk bekwaam arts in 2011 mocht worden verwacht, ook als rekening gehouden wordt met het gedrag van [geïntimeerde] in navolging van dan wel in afwijking van de adviezen van [appellant] en/of de fysiotherapeut?

II. Kunt u aan de hand van het medisch dossier beschrijven welke vervolgbehandelingen hebben plaatsgevonden bij [geïntimeerde] ?

III. Kunt u aan de hand van lichamelijk onderzoek bij [geïntimeerde] beschrijven wat de huidige feitelijke situatie is van haar rechterhand en kunt u ook haar huidige medische situatie in het algemeen beschrijven, inclusief pijnklachten?

IV. Zijn de huidige medische situatie van [geïntimeerde] en de huidige feitelijke situatie van haar rechterhand het gevolg van een fout van [appellant] dan wel, rekening houdend met vervolgbehandelingen, mede het gevolg van een fout van hem?

V. Indien de huidige medische situatie en de feitelijke situatie van de rechterhand van [geïntimeerde] mede zijn oorzaak vinden in vervolgbehandelingen en/of andere oorzaken, kunt u dan in schattenderwijs vast te stellen percentages aangeven in welke mate elke oorzaak afzonderlijk heeft bijgedragen aan de huidige medische situatie van [geïntimeerde]?

VI. Wilt u buiten voorgaande vragen om nog opmerkingen maken die van belang kunnen zijn voor de beoordeling van dit geval ?

VII. Wilt u een concept van uw rapport voorleggen aan partijen, hun commentaar in de definitieve versie van het rapport vermelden en dat commentaar voorzien van een gemotiveerde reactie van uw kant?

3.5

De door [appellant] in de laatste akte voorgestelde specifieke vragen acht het Hof niet nodig, omdat zij vallen onder hetgeen het Hof vraagt in de vorm van ruimere vragen, zo open en neutraal mogelijk geformuleerd.

3.6.

De procedure voor, tijdens en na het deskundigenonderzoek wordt voor het overige hierna in het dictum beschreven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 16 december 2025, ECLI:NL:OGHACMB:2025:329