RBNHO 021025 pinkklachten na operatie vanwege Morbus Dupuytren; vdo plastisch chirug of traumachirurg; Rb: traumachirurg gespecialiseerd in handchirurgie;
- Meer over dit onderwerp:
RBNHO 021025 pinkklachten na operatie vanwege Morbus Dupuytren; vdo plastisch chirug of traumachirurg; Rb: traumachirurg gespecialiseerd in handchirurgie;
2De feiten
2.1.
[verzoeker] heeft de ziekte van Morbus Dupuytren, een aandoening aan het bindweefsel.
2.2.
[verzoeker] is op 31 oktober 2019 in het ZMC geopereerd door dr. [de traumachirurg] (hierna: [de traumachirurg] ) in verband met de ziekte van Morbus Dupuytren aan zijn linkerpink. Na deze operatie heeft [verzoeker] problemen ondervonden aan zijn pink en is hij opnieuw geopereerd.
2.3.
Op 30 november 2020 heeft [verzoeker] ZMC aansprakelijk gesteld voor de materiële en immateriële schade die [verzoeker] lijdt en heeft geleden. Op 23 juli 2024 is de verjaring gestuit.
3. Het verzoek en het verweer
3.1.
Het verzoekschrift strekt ertoe dat de rechtbank een voorlopig deskundigenbericht zal bevelen. [verzoeker] verzoekt een plastisch chirurg te benoemen. Aan het verzoek legt [verzoeker] ten grondslag dat hij door de verkeerde chirurg op een verkeerde manier is geopereerd en de verkeerde nazorg heeft gekregen waardoor hij uiteindelijk opnieuw geopereerd moest worden.
3.2.
ZMC verzet zich niet tegen het verzoek en de voorgestelde vragen. ZMC verzet zich wel tegen de personen die door [verzoeker] als deskundige worden voorgesteld. ZMC stelt dat er geen plastisch chirurg als deskundige moet worden benoemd, maar een chirurg met aandachtsgebied handchirurgie.
4De beoordeling
4.1.
Het verzoek van [verzoeker] om een voorlopig deskundige te benoemen is op de wet gegrond en zal worden toegewezen. Omdat partijen verschillen over de persoon van de te benoemen deskundige zal de rechtbank vaststellen wie als deskundige moet worden benoemd.
Persoon deskundige
4.2.
[verzoeker] wenst dat een plastisch chirurg wordt benoemd als voorlopig deskundige.
ZMC voert daar verweer tegen. ZMC wijst erop dat [de traumachirurg] een chirurg is met aandachtgebied hand-polschirurgie, waardoor een plastisch chirurg niet als een beroepsgenoot van [de traumachirurg] kan worden gezien. ZMC stelt dat een chirurg benoemd moet worden die een gelijke achtergrond heeft als [de traumachirurg] en een chirurg die werkt in een vergelijkbare werksituatie.
4.3.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Partijen verwijzen ter onderbouwing van hun standpunt om de door hun gewenste (plastische) chirurg als deskundige te benoemen onder meer naar de door [verzoeker] als productie 28 overgelegde informatie van de website van de ziekte van Dupuytren. Uit deze uitdraai blijkt dat het belangrijk is dat een plastisch chirurg óf een handchirurg de operatie verricht. Op grond van de informatie van deze website maakt het dus niet uit of een plastisch chirurg of een (algemeen) chirurg als deskundige wordt genoemd. Uit deze informatie en de informatie die blijkt uit de richtlijn “ziekte van Dupuytren” van de Federatie Medisch Specialisten overgelegd in productie 27 door [verzoeker] , blijkt wel dat het belangrijk is dat een deskundige wordt benoemd die zich heeft gespecialiseerd in handchirurgie.
4.4.
Op grond van deze informatie heeft de rechtbank in eerste instantie prof. dr. M.J.P.F. Ritt (hierna: Ritt) gevraagd om als deskundige op te treden. Ritt bleek niet als deskundige te kunnen optreden. Vervolgens heeft de rechtbank de door ZMC voorgestelde dr. N.W.L. Schep (hierna: Schep) benaderd. Tegen het benoemen van dr. Schep als deskundige heeft [verzoeker] geen verweer gevoerd, anders dan zijn algemene verweer dat de operatie volgens hem door een plastisch chirurg had moeten worden verricht en dat om die reden een plastisch chirurg als deskundige benoemd moet worden. De rechtbank is op dat verweer onder 4.3 al ingegaan. Uit het verweerschrift en productie 11 van ZMC blijkt dat Schep, net als [de traumachirurg] traumachirurg is en als aandachtsgebied hand, pols en elleboogchirurgie heeft. De rechtbank leidt daaruit af dat Schep zich heeft gespecialiseerd in handchirurgie en op basis van de onder 4.3 genoemde informatie dus als deskundige kan worden benoemd.
4.5.
Dr. Schep heeft aan de rechtbank laten weten vrij te staan en bereid te zijn het onderzoek te verrichten. De rechtbank zal overgaan tot benoeming van dr. Schep als voorlopig deskundige. Aan dr. Schep zullen de in de beslissing vermelde vragen worden voorgelegd.
4.6.
Dr. Schep heeft het voorschot begroot op een bedrag van € 5.000,00 (inclusief btw). Indien partijen niet kunnen instemmen met de hoogte van dit voorschot, dan moeten zij dat binnen twee weken na datum van deze beschikking aan de rechtbank meedelen. In dat geval zal de rechtbank over de aangevoerde bezwaren een beslissing nemen.
4.7.
[verzoeker] heeft in het verzoekschrift verzocht te bepalen dat ZMC het voorschot op de kosten van de deskundige dient te deponeren. ZMC heeft in het verweerschrift verweer gevoerd tegen dit verzoek. Tijdens de mondelinge behandeling heeft ZMC voorgesteld dat partijen beiden de helft van het voorschot betalen. Dit voorstel is door [verzoeker] geaccepteerd. De rechtbank zal dit voorstel volgen.
4.8.
In het verweerschrift vraagt ZMC de rechtbank de deskundige te verzoeken om na te gaan of hij over voldoende informatie beschikt om een oordeel te geven over het handelen van het ziekenhuis en eventuele ontbrekende gegevens op te vragen. De rechtbank zal onder het dictum van deze beslissing de (standaard) instructie opnemen dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als de deskundige daarom vraagt en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten. Door het geven van deze instructie is naar het oordeel van de rechtbank aan het verzoek van ZMC voldaan.
4.9.
ZMC verzoekt in het verweerschrift voorts dat als de deskundige het noodzakelijk acht om [verzoeker] op te roepen en te horen, ook [de traumachirurg] in het kader van wederhoor door de deskundige moet worden benaderd om zijn visie op het geschil te kunnen vernemen. Tegen dit verzoek is geen verweer gevoerd. De rechtbank zal dit verzoek toewijzen.
4.10.
De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan één van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.
ZMC stelt in het verweerschrift voor dat partijen zes weken de gelegenheid krijgen om te reageren op de concept rapportage van de deskundige. Uitgangspunt is dat partijen daarvoor vier weken de gelegenheid krijgen. De rechtbank ziet geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken.
4.11.
Als een partij op verzoek van de deskundige of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige toestuurt, moet zij daarvan direct een afschrift aan de wederpartij te verstrekken.
5De beslissing
De rechtbank
5.1.
beveelt een onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de volgende vragen:
1a. [verzoeker] kampt met de gevolgen van M. Dupuytren aan de handen. Hiervoor is op 31 oktober 2019 een partiële fasciëctomie uitgevoerd in het Zaans Medisch Centrum. Kort na deze ingreep ontstond een recidief op basis van strengvorming in het litteken. Daarmee is de discussie ontstaan of de ingreep d.d. 31 oktober 2019 is uitgevoerd met toepassing van de correctie techniek betreffende de incisie. Is de ingreep lege artis uitgevoerd?
1b. Daarnaast bestaat discussie over de verleende nazorg. Kunt u, mede aan de hand van de richtlijnen en gebruikelijke medische standaarden, beoordelen of de nazorg op een juiste wijze en conform de professionele standaard is verricht? Wilt u daarbij meer in het bijzonder ingaan op de verwijdering van het drukverband, de wijze van inzet van handtherapie en het gebruik van een spalk?
1c. Indien u meent dat van onzorgvuldig handelen sprake is, wilt u dan zo uitvoerig en gemotiveerd mogelijk aangeven waarin dit onzorgvuldig handelen bestaat en hoe wel gehandeld had moeten worden? Wilt u bij uw antwoord zo mogelijk relevante literatuur vermelden?
1d. Is dokter [de traumachirurg] , traumachirurg, bekwaam om een (complexe) Dupuytren te behandelen?
Indien u van mening bent dat sprake is geweest van medisch handelen dat niet zorgvuldig is, in de zin dat een redelijk bekwaam vakgenoot anders zou hebben gehandeld, dan verzoeken partijen u tevens de volgende vragen te beantwoorden:
2a. Hoe luidt de anamnese voor wat betreft de aard en ernst van het letsel, het verloop van de klachten, de toegepaste behandelingen en het resultaat van deze behandelingen?
2b. Wilt u een actuele inventarisatie van de medische voorgeschiedenis van [verzoeker] op uw vakgebied vermelden?
2c. Wat zijn uw bevindingen bij lichamelijk en eventueel hulponderzoek?
2d. Wat is de diagnose op uw vakgebied?
2e. Kunt u de door [verzoeker] aangegeven klachten en beperkingen verklaren op basis van uw onderzoeksbevindingen?
3. Wat zijn naar uw mening de gevolgen voor [verzoeker] op uw vakgebied van dit door u aangegeven onzorgvuldig medisch handelen? Wilt u deze gevolgen en eventuele functionele beperkingen op uw vakgebied zo concreet mogelijk weergeven en zo mogelijk uitdrukken in een percentage blijvende functionele invaliditeit met inachtneming van de laatste editie van de AMA-Guide en eventueel toepasselijke (NOV-NVN-)richtlijnen?
4a. Is er een kans dat ook bij zorgvuldig handelen de door u vastgestelde restverschijnselen bij [verzoeker] zouden zijn opgetreden? Zo ja, wilt u gemotiveerd aangeven hoe groot u die kans acht en indien mogelijk uitdrukken in een percentage, eventueel rekening houdend met een marge? Indien het niet mogelijk is een percentage te noemen, wilt u deze kans dan uitdrukken in één van de volgende termen: zeker, zeer groot, groot, klein, zeer klein, verwaarloosbaar klein? Wilt u bij uw antwoord op deze vraag zo mogelijk relevante literatuur vermelden?
4b. Wilt u daarbij specifiek ingaan op de stelling van [verzoeker] dat hij door het medisch onzorgvuldig handelen eerder in een eindtoestand is gekomen waardoor hij niet meer geopereerd kan worden zonder ernstige gevolgen?
5a. Is thans sprake van een medische eindtoestand of verwacht u nog een verbetering en in een eindtoestand van verslechtering ten opzichte van de huidige toestand?
5b. Op welke termijn is dit te verwachten en waar is dit eventueel van afhankelijk?
5c. In hoeverre zal deze verandering de op dit moment bestaande beperkingen en/of functiestoornissen beïnvloeden?
6. Zijn er uit hoofde van uw deskundigheid verdere op of aanmerkingen?
5.2.
benoemt tot deskundige:
de heer dr. N.W.L. Schep,
(etc. red. LSA LM) Rechtbank Noord-Holland 2 oktober 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:11472