Overslaan en naar de inhoud gaan

RBLIM 191125 rechtbank gelast een deskundigenbericht en benoemt neuroloog en neuropsycholoog, totaal voorschot € 24.877,60 t.l.v. SO

RBLIM 191125 rechtbank gelast een deskundigenbericht en benoemt neuroloog en neuropsycholoog, totaal voorschot € 24.877,60 t.l.v. SO
 

in vervolg op:
RBLIM 050325 twee zaken, eiser niet ontvankelijk in 1e zaak, (Belgische) bewindvoerder treedt op i.p.v. de beschermde persoon
- eiser stelt fractuur en postcommotionele klachten na mishandeling; Rb wil neuroloog benoemen; partijen mogen zich uitlaten

2De verdere beoordeling

In de zaak C/03/322017 HA ZA 23/408

2.1.

De rechtbank heeft partijen in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over het bij tussenvonnis van 5 maart 2025 aangekondigde deskundigenbericht1.

2.1.1.

Beide partijen hebben bij akten kenbaar gemaakt een deskundigenbericht wenselijk te achten. Zij stemmen in met de benoeming van één neuroloog als deskundige. Met de vraagstelling aan de neuroloog hebben partijen zich akkoord verklaard. [eiseres] heeft een concreet voorstel gedaan voor een te benoemen deskundige. De bewindvoerder heeft dat niet gedaan.

2.1.2.

[eiseres] heeft bij akte verder laten weten er rekening mee te houden dat de te benoemen neuroloog ook een neuropsychologisch onderzoek nodig acht. Hij heeft een voorstel gedaan voor een te benoemen neuropsycholoog als deskundige en hij heeft aanvullende vragen voorgesteld in geval van een neuropsychologisch onderzoek.

2.2.

De rechtbank heeft de door [eiseres] voorgestelde neuroloog benaderd. Deze heeft de rechtbank bericht geen expertises meer te verrichten. Vervolgens heeft de griffier van de rechtbank op 11 september 20205 overleg gehad met partijen over de persoon van een te benoemen neuroloog als deskundige. Naar aanleiding daarvan heeft de griffier op 15 september 2025 contact gezocht met drs. J. van Hoey Smith-van de Wetering, neuroloog en gerechtelijk deskundige. Beide partijen hebben verklaard in te stemmen met haar benoeming (de bewindvoerder op 16 september 2025 en [eiseres] op 17 september 2025).

2.3.

Drs. J. van Hoey Smith-van de Wetering heeft in een e-mail van 6 oktober 2025 verklaard bereid en in staat te zijn de expertise te verrichten tegen een uurtarief van € 250,00 per uur exclusief btw, te vermeerderen met reiskosten en overige kosten. Ook laat zij weten algemene voorwaarden te hanteren. Zij acht het mogelijk, afhankelijk van de medische informatie in deze zaak waarover zij nog niet beschikt, dat een neuropsychologisch onderzoek en inschakeling van een neuropsycholoog nodig zijn. Als dit laatste nodig is, wenst zij niet samen te werken met de neuropsycholoog die voorgesteld is door [eiseres] . Zij heeft als deskundige voorgesteld drs. E. van der Scheer, klinisch neuropsycholoog en gerechtelijk deskundige. Zij acht het niet mogelijk om een rapport uit te brengen binnen een termijn van drie maanden, mede vanwege de lange tijd die gemoeid gaat met het eventueel verrichten van een neuropsychologisch onderzoek. Zij stelt voor geen termijn te verbinden aan het opmaken van een rapport. De rechtbank heeft offertes ontvangen van drs. J. van Hoey Smith-van de Wetering (begroting € 15.802,60 inclusief btw) en van drs. E. van der Scheer (begroting tussen de € 7.562,50 en € 9.075,00 inclusief btw).

2.4.

De rechtbank heeft partijen in kennis gesteld van deze informatie en partijen de gelegenheid gegeven hierop te reageren. [eiseres] heeft de rechtbank op 9 oktober 2025 laten weten akkoord te zijn met de algemene voorwaarden van J. van Hoey Smith-van de Wetering. Wel wenst hij nadere informatie over haar begroting gelet op de hoogte daarvan. Ook de bewindvoerder heeft de rechtbank op 21 oktober 2025 laten weten die begroting fors te vinden. Over de algemene voorwaarden heeft hij zich niet uitgelaten. De griffier heeft vervolgens drs J. van Hoey Smith-van de Wetering op 23 oktober 2025 gevraagd om nadere informatie. Die heeft zij gegeven in haar e-mail van 29 oktober 2025. De griffier heeft partijen van haar reactie op 30 oktober 2025 in kennis gesteld en gevraagd om uiterlijk binnen één week daarna te reageren. [eiseres] heeft vervolgens laten weten dat de begroting van drs. J. van Hoey Smith-van de Wetering akkoord is. De bewindvoerder heeft niets meer laten horen.

2.5.

Gelet op al het voorgaande begrijpt de rechtbank dat de partijen instemmen met de benoeming van drs. J. van Hoey Smith-van de Wetering als deskundige voor het neurologisch onderzoek. Omdat de bewindvoerder niet heeft laten weten niet in te stemmen met de voorwaarden van de deskundige, gaat de rechtbank ervan uit dat de bewindvoerder, net als [eiseres] , instemt met de algemene voorwaarden van drs. J. van Hoey Smith-van de Wetering. Nu de bewindvoerder niet meer gereageerd heeft op de nadere toelichting van drs. J. van Hoey Smith-van de Wetering op haar begroting, gaat de rechtbank er ook van uit dat de bewindvoerder, net als [eiseres] , instemt met de hoogte van haar offerte. De rechtbank zal haar daarom in dit vonnis tot deskundige benoemen en de hoogte van haar offerte tot uitgangspunt nemen bij het vaststellen van de hoogte van het voorschot. De rechtbank zal het voorschot van drs. J. van Hoey Smith-van de Wetering vaststellen op een bedrag van € 15.802,60 (inclusief btw). In het tussenvonnis van 5 maart 2025 is al aangekondigd en toegelicht dat [eiseres] het voorschot op de kosten van de deskundige moet betalen2.

2.6.

Partijen hebben geen bezwaren geuit tegen de inschakeling van drs. E. van der Scheer, klinisch neuropsycholoog en gerechtelijk deskundige, in het geval drs. J. van Hoey Smith-van de Wetering een neuropsychologisch onderzoek noodzakelijk acht voor het verrichten van haar deskundigenonderzoek. De rechtbank zal daarom in de beslissing bepalen dat drs. J. van Hoey Smith-van de Wetering bij het uitvoeren van haar deskundigenopdracht, indien zij daartoe aanleiding ziet, een neuropsychologisch onderzoek mag laten verrichten door drs. E. van der Scheer als hulppersoon. De rechtbank zal drs. J. van Hoey Smith-van de Wetering verder opdragen de rechtbank tussentijds te informeren als zij drs. E. van der Scheer verzoekt een onderzoek te verrichten. De rechtbank laat de vraagstelling voor het neuropsychologisch onderzoek over aan drs. J. van Hoey Smith-van de Wetering, omdat zij op basis van de uitkomsten van haar onderzoek het beste kan inschatten welke concrete informatie zij nodig heeft van de neuropsycholoog. In verband daarmee zal de rechtbank de door [eiseres] voorgestelde vragen niet overnemen.

2.7.

Tegen de hoogte van de offerte van drs. E. van der Scheer hebben partijen geen bezwaren geuit. De rechtbank zal bij het vaststellen van het voorschot haar begroting daarom tot uitgangspunt nemen. De rechtbank zal het voorschot op de kosten van de hulppersoon van de deskundige, drs. E. van der Scheer, vaststellen op een bedrag van € 9.075,00 (inclusief btw). [eiseres] zal ook het voorschot op die kosten moeten betalen, als drs. J. van Hoey Smith-van de Wetering besluit dat een neuropsychologisch onderzoek nodig is.

2.8.

De rechtbank volgt niet de suggestie van drs. J. van Hoey Smith-van de Wetering om geen termijn op te nemen voor het opmaken van het deskundigenbericht. Uit haar toelichting dat de wachttijd voor het opmaken van een neuropsychologische rapportage momenteel zes maanden bedraagt, begrijpt dat rechtbank dat afronding van het rapport binnen de gebruikelijke termijn van drie maanden niet haalbaar is. De rechtbank wenst een vinger aan de pols te houden wat betreft de doorlooptijd. Daarom zal een termijn van twaalf maanden opgenomen worden in het vonnis. Mocht tijdens het onderzoek blijken dat ook die termijn niet haalbaar is, dan verzoekt de rechtbank drs. J. van Hoey Smith-van de Wetering om tijdig contact op te nemen met de griffier van de rechtbank, zodat in overleg een nadere termijn voor het opmaken van rapport afgesproken kan worden.

2.9.

De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven is. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

2.10.

Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken.

2.11.

De rechtbank ziet geen aanleiding om tussentijds hoger beroep van deze tussenbeslissing toe te staan. Zij zal de beslissing over het voorschot ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

In de zaak C/03/322015 / HA ZA 23/407

2.12.

De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan.

3De beslissing

De rechtbank

In de zaak C/03/322015 / HA ZA 23/407

3.1.

houdt iedere verdere beslissing aan,

In de zaak C/03/322017 HA ZA 23/408

3.2.

beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:

1. De situatie met de mishandeling op 8 januari 2017

Anamnese

a. Hoe luidt de anamnese voor wat betreft de aard en de ernst van het letsel, het verloop van de klachten, de toegepaste behandelingen en het resultaat van deze behandelingen?
Welke overige klachten en beperkingen op uw vakgebied worden desgevraagd gemeld?
Wilt u in uw anamnese vermelden welke beperkingen op uw vakgebied [eiseres] aangeeft in relatie tot de activiteiten van het algemene dagelijkse leven (ADL), loonvormende arbeid en het uitoefenen van hobby’s, bezigheden in recreatieve sfeer en zelfwerkzaamheid?

Medische gegevens

Wilt u op basis van het medisch dossier van [eiseres] een beschrijving geven van:

- de medische voorgeschiedenis van [eiseres] op uw vakgebied;

- de medische behandeling van het letsel van de onderzochte en het resultaat daarvan.

Medisch onderzoek

Wilt u een beschrijving geven van uw bevindingen bij lichamelijk en eventueel hulponderzoek?

Consistentie

Is naar uw oordeel sprake van een onderlinge samenhang als het gaat om de informatie die is verkregen van [eiseres] zelf, de feiten zoals die uit het medisch dossier naar voren komen en uw bevindingen bij onderzoek en eventueel hulponderzoek?

Voor zover u de vorige vraag ontkennend beantwoordt, wilt u dan aangeven wat de reactie was van [eiseres] op de door u geconstateerde inconsistenties en welke conclusies u daaruit trekt?

Diagnose

Wat is de diagnose op uw vakgebied? Wilt u daarbij uw differentiaal diagnostische overweging geven?

Beperkingen

Welke beperkingen op uw vakgebied bestaan naar uw oordeel bij [eiseres] in zijn huidige toestand, ongeacht of de beperkingen voortvloeien uit de mishandeling op
8 januari 2017? Wilt u deze beperkingen zo uitgebreid mogelijk beschrijven, op semi-kwantitatieve wijze weergeven en zo nodig toelichten ten behoeve van een eventueel in te schakelen arbeidsdeskundige?


Medische eindsituatie

Acht u de huidige toestand van [eiseres] zodanig dat een beoordeling van de blijvende gevolgen van de mishandeling op 8 januari 2017 mogelijk is, of verwacht u in de toekomst nog een belangrijke verbetering of verslechtering van het op uw vakgebied geconstateerde letsel?

Zo ja, welke verbetering of verslechtering verwacht u?

Kunt u aangeven op welke termijn en in welke mate u die verbetering dan wel verslechtering verwacht?

Kunt u aangeven welke gevolgen deze verbetering dan wel verslechtering zal hebben voor de beperkingen (als bedoeld in vraag 1g)?

2. De situatie zonder de mishandeling op 8 januari 2017

Meestal zal het niet mogelijk zijn om onderstaande vragen (met name de vragen 2c - 2e) met zekerheid te beantwoorden. Van u wordt ook niet gevraagd zekerheid te bieden. Wel wordt gevraagd of u vanuit uw kennis en ervaring op uw vakgebied uw mening wilt geven over kansen en waarschijnlijkheden. Het is dus de bedoeling dat u aangeeft wat u op grond van uw deskundigheid op uw vakgebied op deze vragen kunt antwoorden.

Klachten, afwijkingen en beperkingen voor de mishandeling op 8 januari 2017

  1. Bestonden voor de mishandeling op 8 januari 2017 bij [eiseres] reeds klachten en afwijkingen op uw vakgebied die de onderzochte thans nog steeds heeft?

  2. Zo ja, kunt u dan aangeven welke beperkingen voor de mishandeling op 8 januari 2017 uit deze klachten en afwijkingen voortvloeiden en thans nog steeds uit deze klachten en afwijkingen voortvloeien?

Klachten, afwijkingen en beperkingen zonder de mishandeling op 8 januari 2017

Zijn er daarnaast op uw vakgebied klachten en afwijkingen die er ook zouden zijn geweest of op enig moment ook hadden kunnen ontstaan, als de mishandeling op
8 januari 2017 [eiseres] niet was overkomen?

Zo ja (dus zonder de mishandeling op 8 januari 2017 ook klachten), kunt u dan een indicatie geven met welke mate van waarschijnlijkheid, op welke termijn en in welke omvang de klachten en afwijkingen dan hadden kunnen ontstaan?

Kunt u aangeven welke beperkingen uit deze klachten en afwijkingen zouden zijn voortgevloeid?

Verwacht u in de toekomst nog een belangrijke verbetering of verslechtering van de op uw vakgebied geconstateerde niet aan de mishandeling op 8 januari 2017 gerelateerde klachten en afwijkingen?

Zo ja, welke verbetering of verslechtering verwacht u?

Kunt u aangeven op welke termijn en in welke mate u die verbetering dan wel verslechtering verwacht?

Kunt u aangeven welke gevolgen deze verbetering dan wel verslechtering zal hebben voor de beperkingen (als bedoeld in vraag 2e)?

3. Overige aspecten van de hypothetische situatie zonder de mishandeling op 8 januari 2017

Met het oog op de bepaling van de looptijd van eventuele schade, is van belang te weten of in het medisch dossier van [eiseres] overigens feiten en omstandigheden voorkomen – ook buiten de huidige klachten en afwijkingen en/of uw eigen vakgebied gelegen – die aanleiding zouden kunnen geven te veronderstellen dat bij [eiseres] ook zonder de mishandeling op 8 januari 2017 op enig moment beperkingen zouden zijn opgetreden op het gebied van de uitoefening van de beroepsactiviteiten of het verrichten van werkzaamheden in en rond de woning.

a. Wilt u, tegen deze achtergrond, een inventarisatie maken van de feiten en omstandigheden uit het medisch dossier van [eiseres] die naar uw mening in dit opzicht relevant zijn?

4. Overig

a. Heeft u naar aanleiding van uw bevindingen nog opmerkingen die relevant kunnen zijn voor het verdere verloop van deze zaak?

3.3.

benoemt tot deskundige:

Mw. drs. J. van Hoey Smith-van de Wetering, neuroloog,

postadres: Meckelenburglaan 10, 3062 BJ Rotterdam,

telefoon: 06-37409050,

e-mailadres: info@neurologischeexpertises.nl,

3.4.

bepaalt dat de deskundige, drs. J. van Hoey Smith-van de Wetering, bij het uitvoeren van haar deskundigenopdracht, indien zij daartoe aanleiding ziet, een neuropsychologisch onderzoek mag laten verrichten door een hulppersoon:
Mw. drs. E. van der Scheer, klinisch neuropsycholoog,

postadres: Piet Heinstraat 11, 7204 JN Zutphen,

telefoon: 085-30 31 285,

e-mailadres: vanderscheer.neuropsycholoog@hetnet.nl,

3.5.

draagt de deskundige op om de rechtbank tussentijds te informeren als zij
drs. E. van der Scheer verzoekt een neuropsychologisch onderzoek te verrichten ten behoeve van haar deskundigenbericht,

3.6.

bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis zal toezenden aan de deskundige,

het voorschot

3.7.

stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige
(drs. J. van Hoey Smith-van de Wetering, neuroloog) vast op € 15.802,60 (inclusief btw),

3.8.

stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de hulppersoon van de deskundige (drs. E. van der Scheer, neuropsycholoog) vast op € 9.075,00 (inclusief btw),

3.9.

bepaalt dat [eiseres] beide voorschotten dient over te maken binnen twee weken na de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,

3.10.

draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van beide voorschotten,

het onderzoek

3.11.

bepaalt dat [eiseres] zijn procesdossier in afschrift aan de deskundige dient te doen toekomen, en indien de deskundige daarom vraagt, ook aan de hulppersoon, drs. E. van der Scheer,

3.12.

bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,

3.13.

wijst de deskundige erop dat:

- de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op www.rechtspraak.nl),

- de deskundige het onderzoek pas begint na het bericht van de griffier omtrent betaling van de voorschotten,

- de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden de voorschotten niet toereikend blijken te zijn,

- de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht vermeldt of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,

3.14.

bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als de deskundige daarom vraagt, de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten,

het schriftelijk rapport

3.15.

draagt de deskundige, drs. J. van Hoey Smith-van de Wetering, op om uiterlijk 12 maanden na het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van de voorschotten een schriftelijk en ondertekend bericht in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van gespecificeerde declaraties van haar en van de hulppersoon, drs. E. van der Scheer,

3.16.

wijst de deskundige erop dat:

- uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,

- de deskundige [eiseres] in de gelegenheid moet stellen om gebruik te maken van zijn inzage- en blokkeringsrecht als bedoeld in artikel 7:464 lid 2 onder b BW en, als [eiseres] als eerste kennis wil nemen van het deskundigenrapport, een concept van dat rapport aan [eiseres] (eventueel onder gesloten couvert via zijn advocaat) moet toesturen en [eiseres] daarbij een termijn van twee weken moet bieden om aan te geven of hij gebruik wil maken van zijn blokkeringsrecht (waarbij [eiseres] zich van commentaar op het concept moet onthouden),

- als [eiseres] binnen die termijn meedeelt gebruik te maken van zijn blokkeringsrecht, de deskundige de werkzaamheden onmiddellijk staakt en dit aan de rechtbank meedeelt,

- als [eiseres] geen gebruik maakt van zijn inzage- of blokkeringsrecht, de deskundige het concept van het deskundigenrapport aan de advocaten van partijen stuurt, waarna partijen de gelegenheid krijgen om binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,

3.17.

bepaalt dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben om op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,

overige bepalingen

3.18.

draagt de griffier op de zaak op de rol te plaatsen:

  • -

    indien de voorschotten niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn zijn ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen aan beide zijden op een termijn van twee weken of

  • -

    na ontvangst ter griffie van het deskundigenbericht: voor conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van [eiseres] op een termijn van vier weken,

3.19.

verklaart de beslissing over de voorschotten uitvoerbaar bij voorraad,

3.20.

houdt iedere verdere beslissing aan.

1rov. 5.18 tussenvonnis 5 maart 2025

2rov. 5.21 tussenvonnis 5 maart 2025

3type: CM

 

Rechtbank Limburg 19 november 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:13231