RBDHA 060326 verzocht 12,6 x 225 + 6% + 21%; toegewezen 7 uur x € 225 +6% + 21% = 2000,25; uren voorbereiding zitting en reistijd niet redelijk
- Meer over dit onderwerp:
RBDHA 060326 pedicure aansprakelijk voor hielwond; geen oordeel over schade; deelgeschil ziet op deel van het geschil
– verzocht 12,6 x 225 + 6% + 21%; toegewezen 7 uur x € 225 +6% + 21% = 2000,25; uren voorbereiding zitting en reistijd niet redelijk
2De feiten
2.1.
Op 24 februari 2024 onderging [verzoekster] een pedicurebehandeling bij Glamazone. Tijdens de behandeling, waarbij eelt van de voeten van [verzoekster] werd verwijderd, heeft [verzoekster] letsel opgelopen aan de hiel van haar linker voet.
2.2.
[verzoekster] is voor behandeling van het letsel aan haar voet diezelfde dag naar de spoedeisende hulp van het [ziekenhuis] geweest. Aldaar stelde de dienstdoende arts een zogeheten “kaasschaafverwonding” vast van ongeveer 2 x 1 cm doorsnede, licht actief bloedend. De wond is verzorgd en verbonden.
3Het verzoek
3.1.
[verzoekster] verzoekt de kantonrechter bij wijze van deelgeschil in de zin van artikel 1019w van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) voor recht te verklaren dat Glamazon aansprakelijk is voor alle schade, materieel en immaterieel, die [verzoekster] als gevolg van de pedicurebehandeling heeft geleden en lijdt, wat neerkomt op een schade van € 3000,00.
3.2.
Aan het verzoek heeft [verzoekster] het volgende ten grondslag gelegd. Glamazone is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst tot het uitvoeren van een pedicurebehandeling. Zij heeft tijdens de behandeling niet goed opgelet en niet alleen eelt, maar ook een stuk van de hiel van [verzoekster] afgehaald. Vervolgens heeft zij zout op de wond gestrooid. Subsidiair heeft Glamazone volgens [verzoekster] onrechtmatig gehandeld, doordat de pedicure die namens en onder toezicht van Glamazone handelde, de genoemde fouten heeft gemaakt tijdens de pedicurebehandeling.
3.3.
Glamazone ontkent enerzijds niet dat er een fout is gemaakt, maar zij heeft de aansprakelijkheid voor de daardoor ontstane schade niet uitdrukkelijk erkend. Zij kan zich vooral niet verenigen met het bedrag van € 3.000,00 dat [verzoekster] aan schadevergoeding aan haar heeft gevraagd.
4De beoordeling
Procedureel
4.1.
[verzoekster] heeft zich tot de kantonrechter gewend met een verzoek als bedoeld in artikel 1019w Rv. In dit artikel is de mogelijkheid van een deelgeschilprocedure opgenomen. De kantonrechter moet beoordelen of er sprake is van schade die wordt geleden door dood of letsel. Ook moet de kantonrechter beoordelen of er sprake is van een geschil omtrent een deel van wat partijen verdeeld houdt.
4.2.
De deelgeschilprocedure biedt betrokkenen bij een geschil over schade als gevolg van dood of letsel in de buitengerechtelijke onderhandelingsfase een eenvoudige en snelle toegang tot de rechter, om de totstandkoming van een minnelijke regeling te bevorderen. In verband hiermee moet de kantonrechter eerst beoordelen of de verzochte beslissing kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst. Als dit onvoldoende het geval is, moet het verzoek worden afgewezen (artikel 1019z Rv).
4.3.
Gebleken is dat partijen vooral van mening verschillen over de hoogte van de schadevergoeding. Ook in het verzoekschrift staat (onder 1.3.) vermeld dat Glamazone zich niet zozeer verweert tegen de aansprakelijkheidsstelling, maar slechts de verzochte schade betwist. Niettemin wordt in het petitum verzocht voor recht te verklaren dat Glamazone aansprakelijk is. Tevens wordt vermeld dat de schade op een bedrag van € 3.000,00 neerkomt. Zoals reeds overwogen wordt in een deelgeschilprocedure slechts een deel en niet het volledige geschil beslecht. De rechter is gebonden aan het petitum. Aangezien in het petitum uitdrukkelijk vaststelling van de aansprakelijkheid wordt verzocht en niet uitdrukkelijk de schadevaststelling, zal de kantonrechter het verzoek voor zover dat betrekking heeft op de aansprakelijkheid inhoudelijk bespreken.
Inhoudelijke beoordeling
4.4.
De kantonrechter overweegt dat [verzoekster] op de zitting heeft verklaard dat de pedicure die haar behandelde, anders dan in het verzoekschrift is vermeld, geen zout op de wond heeft gestrooid. Zij was dit volgens [verzoekster] wel van plan, maar omdat [verzoekster] dit niet wilde heeft de pedicure dit niet gedaan. Volgens Glamazone ging het hierbij niet om zout, maar om een desinfecterend middel.
4.5.
In een brief van de zijde van Glamazone van 10 februari 2025 is vermeld dat “[vennoot] [niet] ontkend dat er een fout is gemaakt”, hetgeen Glamazone herhaalt op 28 december 2025 in antwoord op een e-mail van (de gemachtigde van) [verzoekster] van 15 november 2025 (“wordt ook niet ontkend”). Glamazone heeft echter niet uitdrukkelijk aansprakelijkheid voor de gevolgen van het aan [verzoekster] toegebrachte letsel erkend. Ook op de zitting is dit ondubbelzinnig gebeurd. Enerzijds heeft [vennoot] namens Glamazone verklaard de aansprakelijkheid voor de gevolgen van de tijdens de pedicurebehandeling gemaakte fout te erkennen, anderzijds is in haar pleitnota betoogd dat lichte schaafwonden en bloedingen tijdens een pedicurebehandeling normale risico’s zijn en geen ernstige nalatigheid vormen. Dit laatste is naar het oordeel van de kantonrechter niet het geval. Van een pedicure mag worden verwacht dat zij een behandeling zorgvuldig en dus met voldoende oplettendheid uitvoert en geen letsel veroorzaakt. Glamazone heeft niet weersproken dat de pedicure bij de behandeling onvoldoende heeft opgelet. Gelet hierop is de verzochte verklaring voor recht toewijsbaar.
Kosten deelgeschil
4.6.
De kantonrechter moet op grond van artikel 1019aa lid 1 Rv de kosten van de deelgeschilprocedure begroten. Bij de begroting van de kosten moet de kantonrechter de redelijke kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW) in aanmerking nemen. Daarbij moet de kantonrechter de dubbele redelijkheidstoets hanteren; zowel het inroepen van de rechtsbijstand als de daarvoor gemaakte kosten moeten redelijk zijn.
4.7.
[verzoekster] maakt in het verzoekschrift aanspraak op € 1.715,50, bestaande uit 6 uren van € 225,00, 6% kantoorkosten en 21% btw, nog te vermeerderen met het griffierecht. Tijdens de mondelinge behandeling heeft (de gemachtigde van) [verzoekster] daaraan 6,6 uren toegevoegd vanwege de (voorbereiding van) de mondelinge behandeling en reistijd. Specificaties van deze uren zijn niet in het geding gebracht. Glamazone voert aan dat het aantal bestede uren onredelijk is en dat het uurtarief bovenmatig is.
4.8.
Gelet op de tussen partijen en met de verzekeringsmaatschappij van Glamazone gevoerde correspondentie en de wisselende houding van Glamazone is het aantal van 6 voor de voorbereiding van het verzoekschrift geen onredelijk te achten aantal uren. Ook het uurtarief is niet onredelijk te noemen. De kantonrechter is van oordeel dat de tijdens de mondelinge behandeling toegevoegde uren, met uitzondering van een uur voor de mondelinge behandeling, niet voor vergoeding in aanmerking komen. [verzoekster], die blijkens het verzoekschrift in [woonplaats] woont, heeft gekozen voor rechtsbijstand door een kantoor in [plaats], Noord-Holland, zonder de noodzaak daarvan toe te lichten. De redelijke kosten voor het opstellen van het verzoekschrift en de verdere behandeling van de zaak als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 BW zullen door de kantonrechter dan ook worden begroot op 7 uren × € 225,00, te vermeerderen met btw en kantoorkosten.
4.9.
Dit betekent dat de kosten zullen worden begroot op (7 uur x € 225,00 x 21% btw en 6% kantoorkosten =) € 2.000,25, waarbij nog opgeteld dient te worden het griffierecht van € 90,00 zodat de totale kosten worden begroot op € 2.090,25. Aangezien de aansprakelijkheid van Glamazone is komen vast te staan, zal de kantonrechter Glamazone veroordelen tot betaling daarvan. Rechtbank Den Haag 6 maart 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:25401
