RBLIM 021026 verzocht 15 uur x € 265 + 6% kantoorkosten; niet begroot, deelgeschil onnodig en onterecht ingesteld
- Meer over dit onderwerp:
RBLIM 021026 letsel en csqn-verband nav 2 aanrijdingen onvoldoende onderbouwd en ook al geen onderhandelingen; niet geschikt voor deelgeschil
- verzocht 15 uur x € 265 + 6% kantoorkosten; niet begroot, deelgeschil onnodig en onterecht ingesteld
Kosten deelgeschil
4.9.
[verzoekende partij] heeft verzocht Zürich en NN hoofdelijk te veroordelen in de kosten van dit deelgeschil. Ook als een verzoek in een deelgeschil wordt afgewezen, moet de rechtbank op grond van artikel 1019aa Rv de kosten daarvan begroten. Dit is alleen anders indien de deelgeschilprocedure volstrekt onnodig of onterecht is ingesteld. Dat laatste is hier naar het oordeel van de rechtbank het geval.
4.10.
De verzoeken van [verzoekende partij] onder I, II, III hebben geen betrekking op het geschil dat partijen verdeeld houdt. Onderhandelingen over de verzoeken onder III en IV zijn überhaupt niet van de grond gekomen, omdat [verzoekende partij] (behalve een uiteenzetten van welke klachten zij ervaart en welke behandelingen zij heeft ondergaan) niet de door Zürich en NN gevraagde informatie heeft aangereikt. Enkel het overleggen van (delen uit) het rapport van haar medisch adviseur volstaat in dat kader niet. Zürich en NN zijn niet in staat gesteld om enig beeld te krijgen over de ongevalsschade, laat staan dat zij een beeld konden krijgen over hoe die afgewikkeld kan worden. Sinds 2020 is er tussen [verzoekende partij] en Zürich niet meer inhoudelijk over de zaak gesproken en met NN ook niet meer sinds mei 2025. Gelet daarop is dit deelgeschil niet gestart om een impasse in een buitengerechtelijke fase te doorbreken of de buitengerechtelijke afhandeling van de gestelde letselschade te vereenvoudigen en te versnellen, maar in feite ingezet als een gewone (bodem)procedure. Daarvoor is het deelgeschil niet bedoeld en indiening van het verzoek was daarom onnodig en onterecht. Dat brengt met zich dat er geen aanleiding bestaat de kosten van het verzoek te begroten. Van in redelijkheid gemaakte kosten is onder die omstandigheden geen sprake. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Rechtbank Limburg 2 oktober 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:10366
