Zoeken

Inloggen

Artikelen

Rb Zwolle 140410 rb kiest neuroloog (Dellemijn) uit eigen register, nu partijen geen eensluidend voorstel hebben gedaan, neurpsycholoog alleen als neuroloog dat wenselijk acht

Rb Zwolle 140410 rb benoemt neuroloog (Dellemijn) uit eigen register, nu partijen geen eensluidend voorstel hebben gedaan, neurpsycholoog alleen als neuroloog dat wenselijk acht, vraagstelling voor neuroloog, (IWMD) verzekeringsgeneeskundige en arbeidsdeskundige,
2.  De beoordeling
2.1.  De rechtbank heeft beslist dat een hernieuwd neurologisch onderzoek en, zo de neuroloog dat noodzakelijk acht, neuropsychologisch onderzoek zal plaatsvinden.
Ook is beslist dat daarna onderzoek door een arbeidsdeskundige plaats dient te vinden, aan de hand van een nog door de verzekeringsarts vast te stellen beperkingenprofiel. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich uitsluitend uit te laten over de aan de neuroloog, de verzekeringsgeneeskundige en de arbeidsdeskundige voor te leggen vragen.

2.2.  Partijen hebben ten aanzien van de persoon van de neuroloog geen eensluidend voorstel gedaan, zodat de rechtbank deze deskundige aan de hand van haar register heeft gekozen. De rechtbank heeft de neuroloog dr. P.L.I. Dellemijn van Expertise Centrum Neurologie bereid gevonden het onderzoek te verrichten en na te melden vragen te beantwoorden. Uitsluitend indien de neuroloog ook neuropsychologisch onderzoek geïndiceerd acht, zal dergelijk (hulp)onderzoek plaats hoeven te vinden. De rechtbank laat het aan de neuroloog over om te beoordelen of dat noodzakelijk is en welke vragen de neuropsycholoog in dat kader dient te beantwoorden. Voor dat eventuele hulponderzoek dient ingeschakeld te worden de door partijen voorgestelde neuropsycholoog mevrouw J. Bruins van Praktijk Neuropsychologie Bruins, [adres].

2.3.  Als verzekeringsgeneeskundige hebben partijen voorgesteld de heer G.J. Kruithof en als arbeidsdeskundige de heer Hulsen.

2.4.   Wat de vraagstelling betreft stelt de rechtbank vast dat [eiseres] in haar akte betoogt dat zij kan instemmen met de meeste recente editie van de IMDW-vraagstelling, terwijl de vragen die zij formuleert verwijzen naar een oudere editie. De rechtbank acht het voor een goede beoordeling van dit geschil van belang dat de neuroloog de vragen van de meest recente versie, zijnde die van januari 2010, van het IWMD-model beantwoordt.

2.5.  De rechtbank heeft in het tussenvonnis reeds overwogen dat [eiseres] haar volledige patiëntenkaart aan Univé beschikbaar dient te stellen. [eiseres] heeft daartegen in haar akte wederom bezwaar gemaakt en tracht bij de rechtbank ingang doen vinden dat haar beoordeling in het tussenvonnis in strijd is met de rechtspraak van de Hoge Raad. De rechtbank volgt [eiseres] niet in die uitleg. Indien wordt volstaan met kennisneming door de te benoemen deskundige van de medische informatie omtrent [eiseres] uit de periode vóór het ongeval, wordt onvoldoende recht gedaan aan de eis dat partijen zoveel mogelijk in een processueel gelijkwaardige positie verkeren en gelijkwaardig gelegenheid krijgen hun standpunt ter zake van de vaststelling van de schade te onderbouwen (artikel 6 EVRM). In dat geval is immers het gebruik van de medische gegevens door de deskundige voor de medisch adviseur van [eiseres] wel, maar voor de medisch adviseur van Univé niet controleerbaar en verkeert vervolgens [eiseres] in een betere informatiepositie bij de onderbouwing van het standpunt ter zake van de schadevaststelling dan Univé. Univé kan daarom slechts worden verplicht genoegen te nemen met kennisneming alleen door de deskundige, indien zwaarwegende belangen van [eiseres] dit eisen. Dat dergelijke belangen hier spelen, is de rechtbank niet gebleken.

2.6.  De schade zal moeten worden begroot door middel van een vergelijking tussen de situatie van [eiseres] na het ongeval enerzijds en de fictieve situatie waarin zij zou (komen te) verkeren indien het ongeval zou zijn uitgebleven anderzijds. Univé heeft belang bij kennisneming van de medische informatie omtrent [eiseres] uit de periode vóór het ongeval en heeft geen ander middel om toegang tot deze informatie te krijgen. Uiteraard gaat het daarbij om het belang van Univé dat zij zich door haar eigen medisch adviseur behoort te kunnen doen voorlichten over de vraag of die gegevens potentiële relevantie hebben voor de vaststelling van de schade.

2.7.  Bij dit alles geldt tenslotte dat [eiseres] desondanks niet gehouden zal zijn medische informatie te verstrekken aan een persoon die optreedt als medisch adviseur van Univé, maar die geen arts is of een andere in artikel 47, tweede lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg vermelde hoedanigheid heeft, aangezien anders voor [eiseres] onvoldoende met wettelijke waarborgen is omkleed dat, indien Univé medische gegevens verstrekt, daarmee zal worden omgegaan op een wijze die zich verdraagt met artikel 8 EVRM. Op grond van het voorgaande dient [eiseres] aan de deskundige en aan de medisch adviseur van Univé afschriften te verstrekken van op haar betrekking hebbende medische informatie uit de periode vóór het ongeval.

2.8.  Gelet op de omstandigheid dat [eiseres] nog niet haar patiëntenkaart in het geding heeft gebracht en er nog geen inventarisatie is gemaakt van de feiten en omstandigheden uit het medisch dossier van [eiseres], zal vraag 4 van het IWMD-model worden opgenomen in de vraagstelling.

2.9.  Wat de verzekeringsgeneeskundige betreft hebben partijen ook voorstellen gedaan ten aanzien van de vragen. Univé heeft een uitgebreidere vraagstelling geformuleerd. De rechtbank acht voor een juiste beoordeling van de zaak door een arbeidsdeskundige uitsluitend van belang dat de hieronder weergegeven vragen - die zien op de vaststelling van de beperkingen van [eiseres] - door de verzekeringsgeneeskundige worden beantwoord. Daarbij wordt de verzekeringsgeneeskundige verzocht het rapport als volgt te willen indelen:
a. een geneeskundig rapport, met daarin verwerkt de arbeidsgeneeskundige voorgeschiedenis, anamnese, het verzekeringsgeneeskundig onderzoek, een korte beschrijving van relevante informatie uit meegezonden brieven en rapporten, de bevindingen en gemotiveerde beschouwing en conclusies;
b. een zakelijk rapport, waarin de volgende vragen worden beantwoord:

1. Wilt u op basis van uw onderzoeksbevindingen en de overige beschikbare gegevens, rekening houdend met in- en externe consistenties zo uitgebreid mogelijk en gemotiveerd aangeven:
a. Waaruit bestaan de beperkingen voor arbeid die betrokkene op dit moment ondervindt?
b. Welke van de huidige beperkingen voor arbeid zijn aan te merken als ongevalsgevolg?
c. Wilt u de door u bevestigde beperkingen voor arbeid zo uitgebreid mogelijk beschrijven en zo nodig toelichten ten behoeve van een in te schakelen arbeidsdeskundige? Wilt u hierbij tevens gebruik maken van een functionele mogelijkhedenlijst?
d. Indien de neuroloog in de toekomst nog een belangrijke verbetering of verslechtering van het op zijn vakgebied geconstateerde letsel verwacht, wat zijn daarvan de gevolgen voor de door u te beantwoorden vragen en de arbeidsmogelijkheden van [eiseres]?
d. In hoeverre is [eiseres] als gevolg van die beperkingen niet meer in staat hockeytraining te geven aan jeugdleden?

2.10.  Ook ten behoeve van het arbeidsdeskundig onderzoek hebben partijen uiteenlopende vragen geformuleerd. Univé heeft bezwaar gemaakt tegen een aantal door [eiseres] voorgestelde vragen die zien op huishouden en zelfredzaamheid en uit de daaropvolgende akte van [eiseres] volgt dat zij die vragen niet langer handhaaft. Ook de rechtbank is van oordeel dat die vragen relevantie missen gelet op de door [eiseres] gevorderde schade, zodat alleen de na te melden vragen door de arbeidsdeskundige beantwoord dienen te worden:

1. Wilt u de genoten opleidingen en het arbeidsverleden van [eiseres] beschrijven?
2. Betekenen de beperkingen zoals die door de medisch deskundige(n) en de op basis daarvan vervaardigde FML dat [eiseres] arbeidsdeskundig gezien beperkingen ondervindt bij het verrichten van loonvormende arbeid?
3. Is [eiseres] als gevolg van de eventuele beperkingen voor loonvormende arbeid gedeeltelijk arbeidsongeschikt te achten voor haar eigen beroep en zo ja waar baseert u dat op?
4. Voor welk percentage is [eiseres] arbeidsongeschikt te achten?
5. Kan haar arbeidsongeschiktheid worden verbeterd door aanpassingen van het werk c.q. de arbeidsomstandigheden? Zo ja, in welke mate?
6. Indien [eiseres] gedeeltelijk arbeidsongeschikt is voor haar eigen beroep: is [eiseres] wel geheel of gedeeltelijk arbeidsgeschikt te achten voor ander passend werk, rekening houdend met haar beperkingen, opleidings- en arbeidsverleden? Zo ja:
- hoeveel uur per week zou [eiseres] met deze arbeid belast kunnen worden?
- welk bruto-inkomen kan [eiseres] met deze arbeid verdienen?
- welke opleidingen zou [eiseres] eventueel moeten volgen, hoe lang duren die en welke kosten zijn daaraan verbonden?
- hoe groot zijn de kansen van [eiseres] op de arbeidsmarkt voor dit soort werk bij bedrijven/instellingen in de omgeving van [eiseres]?
7. Acht u het, gelet op de vastgestelde ongevalsgerelateerde beperkingen en de destijds geldende omstandigheden, aannemelijk dat [eiseres] met een jaar studievertraging is gestart met de opleiding tot makelaar?
8. Acht u het aannemelijk dat [eiseres], zonder ongeval, met de combinatie leren/werken al in 1998 haar makelaarsdiploma zou hebben gehaald en vanaf dat moment tot november 2004 full time inzetbaar zou zijn geweest als assistent-makelaar?
9. Is er statistische informatie beschikbaar ten aanzien van arbeidsparticipatie van vrouwen:
- in het algemeen
- in bijzonder in het beroep van makelaar;
- na het krijgen van kinderen?
10. Heeft u nog opmerkingen die voor de beoordeling van de zaak van belang zouden kunnen zijn?

2.11.  De rechtbank zal Univé belasten met de betaling van het voorschot op de kosten van het onderzoek door de deskundigen.
LJN BM3170

De LSA op Vimeo

Deze website maakt gebruik van cookies