RBNHO 040626 twee ongevallen; whiplash; psychiater benoemd; IWMD-2025; revalidatiearts prematuur
- Meer over dit onderwerp:
RBNHO 040626 twee ongevallen; whiplash; psychiater benoemd; IWMD-2025; revalidatiearts prematuur
- tegenverzoek nieuw neurologisch onderzoek afgewezen; bezwaren tegen rapport onvoldoende zwaarwegend; definitief oordeel over rapport is aan de bodemrechter
in vervolg op:
RBNHO 250724 n.a.v. ongeval in 2012 zijn partijen gebonden aan neur. onderzoek uit 2016; n.a.v. ongeval in 2020 dient wederom onderzoek plaats te vinden
- ter onderbouwing bezwaren tegen neurologisch onderzoek had SO op zijn minst neurologische contra-expertise in moeten brengen
zie voor het vervolg:
RBNHO 010726 benoeming psychiater; aangepaste IWMD-2025-vraagstelling toegesneden op twee ongevallen;
2Feiten
2.1.
Op 27 september 2012 is [verzoeker] , terwijl hij met zijn auto stilstond voor een kruising, van achteren aangereden door een vrachtwagen (hierna: het eerste ongeval). Op 18 november 2020 is [verzoeker] rijdend op zijn elektrische fiets geschept door een auto (hierna: het tweede ongeval).
2.2.
De voertuigen van de wederpartijen bij beide ongevallen waren verzekerd bij (thans) Allianz. Allianz heeft in beide gevallen aansprakelijkheid erkend.
2.3.
Op verzoek van partijen heeft neuroloog dr. P. Verlooy (hierna Verlooy) op 4 maart 2016 een deskundigenonderzoek verricht naar de gevolgen van het eerste ongeval. Hierbij is hulponderzoek gedaan door drs. T. Koene (hierna: Koene), neuropsycholoog. Verlooy heeft op 21 juni 2016 een definitief deskundigenrapport opgesteld. In dat rapport heeft Verlooy als diagnose gesteld: ‘Whiplash associated disorder graad 1-2.’
2.4.
Bij beschikking van 25 juli 2024 heeft de rechtbank bepaald dat het deskundigenrapport van Verlooy voldoet aan de daaraan te stellen eisen. De rechtbank heeft vervolgens een deskundigenonderzoek door een neuroloog naar de gevolgen van het tweede ongeval bevolen en prof. dr. P. Portegies (hierna: Portegies) als deskundige benoemd.
2.5.
Portegies heeft op 3 maart 2025 zijn definitieve rapport aan de rechtbank gestuurd. In dit rapport concludeert Portegies:
‘Toename van persisterende klachten (na een eerste ongeval d.d. 27-9-2012) na een tweede ongeval op 18-11-2020. Klachten passen bij een whiplash-associated disorder graad 1-2. Er zijn geen aanwijzingen voor een traumatisch hoofd-/hersenletsel.
Eerder zijn er psychiatrische diagnoses gesteld: Somatische Symptoom Stoornis (SSS) en Post Traumatische Stress Stoornis (PTSS).’
3Het verzoek en het verweer
3.1.
[verzoeker] heeft de rechtbank – samengevat – verzocht
een deskundigenonderzoek te bevelen en als deskundigen een psychiater en een revalidatiearts te benoemen,
Allianz te veroordelen in de (voorschot)kosten van de deskundigenonderzoeken,
kosten rechtens.
3.2.
[verzoeker] kan zich vinden in het deskundigenonderzoek van Portegies. Hij stelt dat er nu onderzoeken door een psychiater en een revalidatiearts moeten plaatsvinden omdat er sprake is van een chronisch pijnsyndroom zonder aantoonbaar anatomisch substraat. [verzoeker] wijst erop dat er bij hem eerder door drie psychiaters psychiatrische aandoeningen zijn vastgesteld die mogelijk in causaal verband staan met beide verkeersongevallen. Als de uitkomst van het psychiatrisch deskundigenbericht onvoldoende duidelijkheid verschaft dan ligt het volgens [verzoeker] voor de hand dat een onderzoek door een revalidatiearts plaatsvindt. De revalidatiearts kan verder onderzoek verrichten naar het causaal verband met betrekking tot het letsel en de beperkingen die uit beide ongevallen voortvloeien. [verzoeker] wijst erop dat door de revalidatiearts van Heliomare is vastgesteld dat hij als gevolg van zijn chronisch pijnsyndroom na beide ongevallen zo laag belastbaar was dat hij niet kon deelnemen aan een revalidatieprogramma.
3.3.
Allianz verzoekt primair de verzoeken van [verzoeker] af te wijzen en (bij wijze van tegenverzoek) opnieuw een neurologisch onderzoek te bevelen naar de gevolgen van het tweede ongeval van [verzoeker] . Ter onderbouwing van dit tegenverzoek stelt Allianz dat het onderzoek van Portegies niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Onderzoeken door een psychiater en/of een revalidatiearts zijn prematuur en niet geïndiceerd. Subsidiair verzoekt Allianz andere deskundigen te benoemen dan de deskundigen die [verzoeker] heeft voorgesteld en aan deze deskundigen de vragen voor te leggen zoals opgenomen in het verweerschrift. Allianz verzoekt ook te bepalen dat het volledige medische en procesdossier aan de te benoemen deskundige(n) wordt afgegeven.
3.4.
Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4De beoordeling
4.1.
Bij de beoordeling van de verzoeken stelt de rechtbank voorop dat het doel van een voorlopig deskundigenbericht is dat de verzoeker daardoor zekerheid kan krijgen over feiten en omstandigheden die voor de beslissing van een geschil van belang kunnen zijn, en dus beter kan beoordelen of het beginnen van een rechtszaak over het geschil raadzaam is.
4.2.
De rechter moet het verzoek in beginsel toewijzen. De rechter mag het verzoek alleen afwijzen als zich een of meer van de volgende redenen voordoen1:
-
de informatie die aan de deskundige gevraagd wordt, is niet voldoende bepaald;
-
er is onvoldoende belang bij een voorlopig deskundigenbericht;
-
het verzoek is in strijd met de eisen van een goede procesorde;
-
de bevoegdheid om een voorlopig deskundigenbericht te verzoeken, wordt misbruikt;
-
er bestaat een ander belangrijk bezwaar tegen het houden van het onderzoek.
4.3.
In deze beschikking zal de rechtbank eerst de vraag beantwoorden of er aanleiding is een nieuw deskundigenonderzoek door een neuroloog te bevelen, zoals Allianz verzoekt. Daarna zal de rechtbank beoordelen of de verzoeken van [verzoeker] tot het benoemen van een psychiater en een revalidatiearts toegewezen kunnen worden.
Andere neuroloog als deskundige benoemen?
4.4.
Allianz wil dat een tweede voorlopig deskundigenonderzoek door een neuroloog wordt gelast naar de gevolgen van het tweede ongeval. Volgens Allianz ontbreekt namelijk een volledige en toereikende motivering van de conclusies in het deskundigenrapport van Portegies en is dit daarom onbruikbaar. Allianz is van mening dat het rapport van Portegies niet voldoet aan de eisen van onpartijdigheid, consistentie, inzichtelijkheid en logica. Allianz heeft dr. E.H.M. van den Doel (hierna: Van den Doel) gevraagd het rapport van Portegies te beoordelen. Van den Doel is van mening dat het rapport niet voldoet aan de geldende richtlijnen en stelt dat er in het rapport geen volledige weergave en beoordeling is opgenomen van de relevante (medische) informatie.
4.5.
Een dergelijke herhaling van zetten is in beginsel in strijd met een goede procesorde, zeker waar het gaat om een voor de andere partij belastend onderzoek naar diens gezondheidstoestand. Dat kan anders zijn als Allianz aannemelijk maakt dat aan de totstandkoming of de inhoud van het eerste deskundigenrapport zodanige bezwaren bestaan, dat met een voldoende mate van waarschijnlijkheid kan worden aangenomen dat de bodemrechter de bevindingen van de eerste deskundige niet zal volgen. Het enkele feit dat Allianz tegen het rapport van Portegies specifieke, door een andere deskundige ondersteunde, bezwaren aanvoert ter betwisting van de juistheid of volledigheid van de in het deskundigenbericht vervatte bevindingen, volstaat in beginsel niet. Daarbij moet bedacht worden dat de bodemrechter, indien hij de bezwaren gegrond acht, veelal de mogelijkheid heeft om alsnog een nader deskundigenonderzoek te gelasten.2
4.6.
De rechtbank zal in deze procedure dus, anders dan Allianz lijkt te veronderstellen, niet treden in de vraag of de bevindingen van Portegies al dan niet moeten worden gevolgd en welke (juridische) consequenties daaraan moeten worden verbonden. Beantwoording van die vraag is immers voorbehouden aan de bodemrechter (of eventueel de rechter in een deelgeschilprocedure). In een bodemprocedure geldt dat de rechter een beperkte motiveringsplicht heeft ten aanzien van zijn beslissing om de bevindingen van een deskundige al dan niet te volgen. Wel zal de bodemrechter, wanneer de opinie van een andere door een partij geraadpleegde deskundige op gespannen voet staat met die van de door de rechtbank benoemde deskundige, op specifieke bezwaren tegen de zienswijze van laatstgenoemde deskundige moeten ingaan, als deze bezwaren een voldoende betwisting inhouden van de juistheid van deze zienswijze. In deze procedure zal de rechtbank dan ook niet op ieder bezwaar van Allianz tegen de bevindingen van Portegies of de conclusies die zij aan zijn bevindingen verbindt, ingaan. Dat kan Allianz zo nodig aan de bodemrechter voorleggen.
4.7.
De rechtbank oordeelt in deze procedure dat de bezwaren van Allianz van onvoldoende gewicht zijn om met een voldoende mate van waarschijnlijkheid aan te kunnen nemen dat de bodemrechter de bevindingen van Portegies niet zal volgen. Het verzoek van Allianz om een nieuw deskundigenonderzoek door een neuroloog te bevelen zal daarom worden afgewezen wegens strijd met de goede procesorde. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt.
4.8.
De rechtbank ziet geen steekhoudende bezwaren tegen de wijze waarop het rapport van Portegies tot stand is gekomen. Portegies heeft [verzoeker] onderzocht, de aan hem toegezonden (medische) informatie bestudeerd en partijen in de gelegenheid gesteld te reageren op zijn conceptrapport. Portegies heeft vervolgens gereageerd op de opmerkingen en vragen van partijen en een definitief rapport uitgebracht.
4.9.
Een van de kritiekpunten van Allianz op het rapport van Portegies is dat dit te beperkt is. Allianz stelt - onder verwijzing naar het rapport van Van den Doel - dat het ongevalsmechnanisme niet is beschreven, de anamnese onvoldoende is uitgevraagd, medische informatie niet tot nauwelijks is beschreven, en medische aanknopingspunten (medicijngebruik) en inconsistenties niet zijn uitgediept. Hierin volgt de rechtbank Allianz niet. [verzoeker] herinnert zich niet hoe het ongeval precies is gegaan, zo heeft hij tijdens de zitting verklaard, terwijl informatie daarover in het dossier ontbreekt. Dat de deskundige geen ongevalsmechanisme heeft beschreven, kan hem dan ook niet worden tegengeworpen. Het rapport bevat een anamnese en maakt melding van inconsistenties, zodat niet valt in te zien waarom de deskundige dat verder had moeten uitdiepen. Dat de medische informatie niet is uitgeschreven, maakt het rapport naar het oordeel van de rechtbank ook niet onbruikbaar. Voldoende duidelijk is immers op welke medische stukken de deskundige zijn bevindingen baseert.
4.10.
Allianz stelt dat het rapport van Portegies enkel is gebaseerd op de anamnese van [verzoeker] en dat Portegies geen aandacht heeft gehad voor de inconsequenties die volgen uit het rapport van Verlooy (en Koene). In dat rapport wordt gewezen op de mogelijkheid van onderpresteren en gesteld dat het verrichte neuropsychologisch onderzoek niet kan worden gezien als een betrouwbare weergave van de cognitieve mogelijkheden van betrokkene; het is niet mogelijk gebleken cognitieve stoornissen betrouwbaar aan te tonen. Over het bezwaar van Allianz overweegt de rechtbank dat Portegies in zijn rapport bevestigt dat het daarin beschreven klachtenpatroon is gebaseerd op de anamnese. In het rapport staat ook dat er consistentie is in het klachtenpatroon, de feiten uit het medisch dossier en zijn bevindingen bij het onderzoek. In de beantwoording van de vragen die namens Allianz aan Portegies zijn gesteld is Portegies ingegaan op de eigen indrukken die hij tijdens het onderzoek van [verzoeker] had en de door Verlooy (en Koene) geconstateerde inconsequenties. Portegies heeft gesteld dat zijn bevindingen tijdens de anamnese overeen zouden kunnen komen met de bevindingen van onder andere Verlooy. Anders dan Allianz aanvoert, heeft Portegies dus niet enkel de anamnese opgetekend en als onderzoeksresultaat gepresenteerd. Bovendien kan de bodemrechter de gestelde inconsequenties bij zijn beoordeling betrekken.
4.11.
Allianz voert verder aan dat Portegies een onjuiste causaliteitsconclusie trekt, omdat de medisch specialist bij het ontbreken van een aandoening op het eigen vakgebied geen uitspraken kan doen over de medische causaliteit. Wat daar ook van zij, de vraag of sprake is van een causaal verband tussen het ongeval en de gerapporteerde klachten is een juridisch oordeel en aan de rechter voorbehouden. Die vraag zal de rechtbank in een eventuele bodemprocedure of deelgeschil kunnen beantwoorden. Het bezwaar van Allianz is daarom niet zodanig dat de rechtbank het waarschijnlijk vindt dat de bodemrechter daarin aanleiding zal zien een andere neuroloog als deskundige te benoemen.
4.12.
Volgens Allianz heeft Portegies in strijd met de voor hem geldende richtlijnen ook ten onrechte beperkingen toegekend bij afwezigheid van een neurologisch substraat. In reactie op het conceptrapport van Portegies heeft Allianz hem gevraagd of er op neurologische gronden beperkingen te duiden zijn. Daarop heeft Portegies geantwoord dat het gebruik van de nek matig beperkt is, het reiken licht beperkt en dat er verder geen beperkingen zijn op neurologisch gebied. Voor zover Portegies hiermee al in strijd heeft gehandeld met de geldende richtlijnen, is dit geen reden een nieuw deskundigenonderzoek te gelasten. In dit stadium van het schadetraject zijn partijen het niet eens over de vraag of causaal verband bestaat tussen de (door [verzoeker] gestelde) klachten en de beide verkeersongevallen. Voor de beoordeling van dit juridische causaal verband is niet relevant wat Portegies over de beperkingen heeft opgeschreven. De vraag naar beperkingen is een vervolgvraag die in dit stadium nog niet kan worden beantwoord. Het ligt op de weg van een andere deskundige (bijvoorbeeld een verzekeringsgeneeskundige) om na te gaan of (in rechte vastgestelde) klachten leiden tot beperkingen.
Psychiater als deskundige benoemen?
4.13.
Vervolgens moet de vraag worden beantwoord of het verzoek van [verzoeker] om een psychiater te benoemen, kan worden toegewezen. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend en legt hierna uit waarom.
4.14.
De rechtbank gaat voorbij aan het verweer van Allianz dat er geen indicatie bestaat voor een psychiatrische expertise omdat er geen volwaardig neurologisch onderzoek naar het tweede ongeval heeft plaatsgevonden. Uit de eerdere overwegingen volgt immers dat de rechtbank geen aanleiding ziet een nieuw deskundigenonderzoek door een neuroloog te gelasten.
4.15.
Allianz stelt dat er geen indicatie bestaat voor een psychiatrische expertise omdat er geen aanwijzingen zijn voor het bestaan van een psychiatrische stoornis en [verzoeker] de afgelopen jaren geen psychische of psychiatrische behandeling heeft gehad. Een onderzoek door een psychiater wordt daarmee een fishing expedition volgens Allianz. Allianz gaat met dit verweer voorbij aan het feit dat Portegies in zijn rapport erop wijst dat eerder psychiatrische stoornissen bij [verzoeker] zijn vastgesteld, te weten een Somatische Symptoom Stoornis (hierna: SSS) en een Post Traumatische Stress Stoornis (hierna: PTSS). In de beschikking van 25 juli 2024 heeft de rechtbank verwezen naar het rapport dat K. Mengelberg, psychiater, op 13 juli 2020 heeft opgesteld namens [verzoeker] en het medisch advies van de medisch adviseur J.J. Meulekamp voor Allianz. In dat medisch advies concludeert de medisch adviseur dat [verzoeker] (onder andere) kampt met een SSS. Portegies verwijst daarnaast in zijn rapport naar een brief van Heliomare van 8 februari 2023 waaruit blijkt dat revalidatiearts Van Buegen en psychiater Kok hebben geconcludeerd dat [verzoeker] kampt met SSS en PTSS. Uit deze informatie leidt de rechtbank af dat er voldoende aanwijzingen zijn dat [verzoeker] heeft gekampt met psychiatrische problematiek en dat [verzoeker] belang heeft bij een deskundigenonderzoek door een psychiater. Dat [verzoeker] momenteel niet onder behandeling staat van een psychiater, staat niet in de weg aan een psychiatrisch onderzoek. Het verweer van Allianz slaagt onder deze omstandigheden niet en de rechtbank zal het verzoek van [verzoeker] om een psychiater te benoemen dan ook toewijzen.
4.16.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft mr. Van de Mortel namens [verzoeker] ingestemd met het voorleggen van de nieuwe IWMD-vraagstelling aan de deskundige, zoals Allianz heeft voorgesteld. De rechtbank volgt partijen in dat voorstel.
4.17.
Partijen zijn het niet eens over de persoon van de te benoemen psychiater. Partijen hebben over en weer bezwaar naar voren gebracht over de door de andere partij voorgestelde deskundige psychiater. De rechtbank heeft daarin aanleiding gezien om een psychiater te benaderen die door geen van partijen is genoemd, maar wel in het ledenregister van de NVMSR is opgenomen. De rechtbank heeft meerdere psychiaters benaderd en uiteindelijk prof. dr. M.L. Stek (hierna: Stek) bereid gevonden het onderzoek te verrichten. De rechtbank is voornemens Stek in deze zaak als deskundige psychiater te benoemen.
Aan te benoemen psychiater te overhandigen stukken
4.18.
Partijen hebben overeenstemming dat aan de te benoemen deskundige het volledige medische en procesdossier dient te worden overgelegd, zoals door Allianz verzocht. Mr. Van de Mortel heeft tijdens de mondelinge behandeling gesteld dat het huisartsenjournaal over vanaf 2009 tot en met 2023 zich al in het procesdossier bevindt. Hij heeft toegezegd het huisartsenjournaal vanaf 2023 te kunnen verstrekken. De rechtbank gaat ervan uit dat mr. Van de Mortel deze stukken aan de te benoemen deskundige zal verstrekken.
Kosten deskundigenonderzoek
4.19.
Stek heeft het voorschot begroot op een bedrag van € 8.276,00 (inclusief btw). Dit is gebaseerd op een uurtarief van € 180,00 (exclusief btw) en een geschat aantal te besteden uren van 38 uur. De rechtbank zal de behandeling van de zaak met twee weken aanhouden om partijen in de gelegenheid te stellen de rechtbank te laten weten of zij in kunnen stemmen met de hoogte van dit voorschot. De griffier zal de begroting van de deskundige afzonderlijk aan partijen toesturen. Indien partijen niet kunnen instemmen met de hoogte van dit voorschot dienen zij dit gemotiveerd kenbaar te maken en zal de rechtbank daarop een beslissing geven.
4.20.
Partijen verschillen ook van mening wie de kosten van het deskundigenonderzoek dient te betalen. Uitgangspunt van de wet3 is dat het voorschot op de kosten van het deskundigenonderzoek in beginsel door de verzoekende partij moet worden betaald. Omdat Allianz aansprakelijkheid voor beide ongevallen heeft erkend en de rechtbank het door [verzoeker] verzochte psychiatrisch onderzoek noodzakelijk acht, ziet rechtbank aanleiding van dit uitgangspunt af te wijken en te bepalen dat Allianz het voorschot op de kosten van het deskundigenonderzoek dient te voldoen.
Revalidatiearts als deskundige benoemen?
4.21.
[verzoeker] verzoekt ook een revalidatiearts als deskundige te benoemen. In het verzoekschrift stelt [verzoeker] daartoe dat voor het geval de uitkomst van een deskundigenonderzoek door een psychiater onvoldoende duidelijkheid verschaft, een verdere analyse naar het causaal verband nodig is door een beoordeling van het chronisch pijnsyndroom c.q. het ontstane letsel door een revalidatiearts.
4.22.
Allianz acht een beoordeling door een revalidatiearts niet geïndiceerd. Allianz stelt dat als [verzoeker] wenst dat zijn causale klachten moeten worden vertaald naar causale beperkingen niet een revalidatiearts moet worden benoemd, maar een verzekeringsarts. Een onderzoek door een verzekeringsgeneeskundige kan pas plaatsvinden nadat de medische beoordelingsfase volledig is doorlopen en er sprake is van causale klachten, wat Allianz betwist. Als het de bedoeling van [verzoeker] is om het medisch causaal verband te onderzoeken tussen de gestelde klachten en de ongevallen, stelt Allianz dat een revalidatiearts daartoe niet bevoegd en bekwaam is. De werkzaamheden van een revalidatiearts zijn gericht op het beperken van de gevolgen van een elders gestelde diagnose en niet op het stellen van medische diagnoses en een beoordeling van de causaliteit.
4.23.
De rechtbank oordeelt dat het verweer van Allianz slaagt en zal het verzoek om een revalidatiearts als deskundige te benoemen afwijzen. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt.
4.24.
Zoals eerder is overwogen, bevindt het geschil tussen partijen zich in het stadium dat de klachten van [verzoeker] en het causaal verband tussen die klachten en de verkeersongevallen moeten worden vastgesteld. Uit de toelichting op het verzoek volgt dat [verzoeker] het onderzoek door een revalidatiearts met het oog daarop wil laten uitvoeren. De rechtbank is het met Allianz eens dat dit niet tot het vakgebied van een revalidatiearts behoort. Op zichzelf kan een revalidatiearts oordelen over de invloed van klachten op het algeheel functioneren van een betrokkene, maar daarvoor is wel nodig dat deze klachten zijn vastgesteld. Voor die vaststelling zijn andere medisch specialisten nodig, zoals een neuroloog, neuropsycholoog en een psychiater.’4 Omdat de door [verzoeker] gestelde klachten (nog) niet zijn vastgesteld, heeft hij (op dit moment) geen belang bij het benoemen van een revalidatiearts als deskundige.
Geen proceskostenveroordeling
4.25.
De rechtbank ziet geen redenen om een proceskostenveroordeling voor dit verzoek uit te spreken, alleen al niet vanwege het feit dat door [verzoeker] geen omstandigheden zijn genoemd waarom Allianz zijn proceskosten voor deze procedure dient te betalen. Het petitum van het verzoekschrift wordt wel afgesloten met de woorden ‘kosten rechtens’, maar naar het oordeel van de rechtbank dient dit te worden opgevat als een referte ten aanzien van het al dan niet opnemen van een veroordeling in de proceskosten, conform de bevoegdheid die de rechter toekomt.
4.26.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
1Artikel 196 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
2Vergelijk Hof Den Haag 23 april 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:793.
3Artikel 187 Rv.
4Vergelijk Rechtbank Gelderland 11 september 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:5151
Rechtbank Noord-Holland 4 juni 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:7254