Overslaan en naar de inhoud gaan

RBMNE 110626 hoger beroep inzake vdo toegestaan; deskundige is werkzaam bij medisch adviesbureau dat ingeschakeld is door wederpartij

RBMNE 110626 hoger beroep inzake vdo toegestaan; deskundige is werkzaam bij medisch adviesbureau dat ingeschakeld is door wederpartij

in vervolg op:
RBMNE 290426 vdo intensivist vanwege overlijden vader in zkh aan multi-orgaanfalen door scepsis
- rb kiest zelf deskundige; dat deze net als MA verweerders werkzaam is bij Veduma staat aan benoeming niet in de weg
- horen dochters overledene is i.h.k van een vdo niet gebruikelijk/noodzakelijk; indien desk. daar toch voor kiest dient ook zkh uitgenodigd te worden
- dochters kunnen niet in plaats van hun overleden vader een beroep doen op het inzage- en blokkeringsrecht;
- vraag t.z.v. deskundigheid en onpartijdigheid deskundige blijft achterwege; vraag is in voorfase beantwoord t.o.v. griffier
- verweerders hoeven medisch advies in medische aansprakelijkheidszaak niet met dochters overledene te delen
 

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de beschikking van 29 april 2026;
  • het verzoek van de dochters van 8 mei 2026 om toestemming voor het instellen van hoger beroep;
  • de reactie van verweerders van 27 mei 2026 op het verzoek van de dochters.

1.2. De beschikking is bepaald op vandaag.

2. Kern van de zaak

2.1. De vader van de dochters is overleden in het Diakonessenhuis waar hij medisch werd behandeld. Volgens de dochters is bij de medische behandeling van hun vader verwijtbaar onzorgvuldig gehandeld en zij hebben het Diakonessenhuis aansprakelijk gesteld. Centramed, de aansprakelijkheidsverzekeraar van het Diakonessenhuis, heeft de aansprakelijkheid afgewezen. Op verzoek van de dochters heeft de rechtbank op 29 april 2026 een voorlopig deskundigenbericht bevolen. In die beschikking heeft de rechtbank een andere persoon als deskundige benoemd dan door de dochters was verzocht. De dochters willen van de beschikking in hoger beroep en vragen de rechtbank om toestemming hiervoor. Die toestemming wordt verleend.

3. De beoordeling

de beschikking van 29 april 2026

3.1. Vaststaat dat partijen bezwaar hebben gemaakt tegen de door de wederpartij voorgestelde deskundige. Daarom heeft de rechtbank in de beschikking van 29 april 2026 zelf een deskundige benoemd. Het betreft dr. F.J. Schoonderbeek (chirurg, intensivist), werkzaam in het Ikazia Ziekenhuis in Rotterdam. Zij is als medisch expert aangesloten bij Intermedes en ook werkzaam bij Verduma Medisch Adviseurs (hierna: Verduma).

het verzoek om hoger beroep open te stellen wordt toegestaan

3.2. De dochters zijn het niet eens met de benoeming van deze deskundige omdat zij, net als de medisch adviseur van verweerders (dr. G.S.A. Abis) bij Verduma werkt en dr. Abis eerder een afwijzend oordeel over de aansprakelijkheid heeft uitgebracht. Ook zijn de dochters het niet eens met de beslissing van de rechtbank om het aan de deskundige over te laten of zij het voor haar onderzoek nodig vindt om de dochters te horen. Zij willen daarom in hoger beroep van de beschikking van 29 april 2026 en hebben de rechtbank daarvoor om toestemming gevraagd.¹

3.3. Verweerders zijn het inhoudelijk niet eens met het standpunt van de dochters maar zij hebben zich niet verzet tegen toewijzing van het verzoek om hoger beroep open te stellen. De rechtbank zal, zoals verzocht door de dochters, bepalen dat voor hen de mogelijkheid van hoger beroep openstaat. Dat betekent voor de procedure in eerste aanleg dat de verdere behandeling (het te verrichten deskundigenonderzoek) wordt aangehouden. Dit in afwachting van de beslissing van het hof op het hoger beroep.

informeren van de deskundige over de schorsing van het onderzoek

3.4. De rechtbank draagt de griffier op om de deskundige op de hoogte te stellen dat zij het onderzoek nog niet kan beginnen omdat eerst de beslissing van het hof moet worden afgewacht.

correspondentieadres van de benoemde deskundige

3.5. De deskundige heeft in reactie op de beschikking van 29 april 2026 de griffie bericht dat haar correspondentieadres in de beschikking niet klopt. Het juiste correspondentieadres wordt hierna onder 4.3 in de beslissing opgenomen.

informeren van de rechtbank over de uitkomst van het hoger beroep

3.6. De rechtbank verzoekt partijen om de rechtbank te informeren over de uitkomst van het hoger beroep en zal hierna de meest gerede partij opdragen de beschikking van het hof aan de rechtbank toe te sturen.

4. De beslissing

4.1. bepaalt dat voor de dochters de mogelijkheid van hoger beroep openstaat tegen de beschikking in deze zaak gegeven op 29 april 2026,

informeren van de deskundige over de schorsing van het onderzoek

4.2. draagt de griffier op om de deskundige op de hoogte te stellen en haar te bevestigen dat zij nog niet met het onderzoek kan beginnen omdat eerst de beslissing van het Hof moet worden afgewacht,


¹ Artikel 200 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering


Met dank aan mw. mr. M.G.F. (Babette) de Graaff-Bosch, BAEN Advocatuur voor het inzenden van deze uitspraak.

Citeerwijze: www.letselschademagazine.nl/2026/RBMNE-110626