RBROT 180326 dat medisch adviseur van ass. geen ervaring heeft met deskundige geen zwaarwegend bezwaar tegen benoeming
- Meer over dit onderwerp:
RBROT 180326 nek- en rugklachten na ongeval in 2016; degeneratieve afwijkingen en Schmorlse impressie wervel; benoeming neurochirurg
- IWMD vraagstelling (oud), met expliciete vraag naar benodigde informatie
- dat medisch adviseur van ass. geen ervaring heeft met deskundige geen zwaarwegend bezwaar tegen benoeming
2De zaak in het kort
Deze zaak gaat over de letselschade die [eiser] door een verkeersongeval uit 2016 lijdt. Partijen verschillen onder meer van mening over de vraag of de klachten en beperkingen die [eiser] sindsdien ervaart door het ongeval zijn veroorzaakt.
De rechtbank wijst een tussenvonnis en benoemt een neurochirurg tot deskundige om meer duidelijkheid te krijgen over het oorzakelijk verband tussen de klachten en beperkingen van [eiser] en het ongeval.
3De feiten
3.1.
[eiser] heeft op 9 augustus 2016 een verkeersongeval gehad. Hierbij werd de personenauto die hij bestuurde aan de rechterkant aangereden door een vrachtwagen (verder: het ongeval). [eiser] reed op dat moment met een snelheid van 50 à 60 km/uur.
3.2.
De vrachtwagen die tegen de auto van [eiser] aanreed was overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) bij Allianz verzekerd. Allianz heeft aansprakelijkheid van haar verzekerde voor het plaatsvinden van het ongeval erkend.
3.3.
Bij het ongeval liep [eiser] letsel aan de borstkas (mogelijke ribfracturen) op. Ook heeft hij sinds het ongeval rugpijn en nekklachten en last van duizeligheid, hoofdpijn, vermoeidheid en geheugen- en concentratieproblemen.
3.4.
In juni 2017 is een MRI-scan van de wervelkolom van [eiser] gemaakt en zijn degeneratieve afwijkingen en een Schmorlse impressie van de wervel L3 vastgesteld.
3.5.
Ten tijde van het ongeval was [eiser] 40 jaar en werkte hij als magazijnmedewerker. [eiser] heeft zich de dag na het ongeval ziek gemeld en heeft sindsdien zijn werkzaamheden niet hervat. Het UWV heeft hem op 4 maart 2022 volledig en duurzaam arbeidsongeschikt verklaard.
3.6.
Tot op heden heeft Allianz in totaal € 15.246,14 aan voorschotten op de letselschade van [eiser] betaald.
3.7.
Allianz heeft aan voorschotten op de buitengerechtelijke kosten van [eiser] in totaal € 22.780,78 betaald. Daarvan is in totaal € 8.389,51 betaald aan mr. Ecevit-Yegen.
3.8.
Voor de door haar aan [eiser] verleende rechtsbijstand heeft mr. Ecevit-Yegen tussen 21 juni 2022 en 7 maart 2024 in totaal € 34.723,92 gedeclareerd.
4Het geschil
4.1.
[eiser] vordert na eiswijziging – samengevat – :
I. primair te verklaren voor recht dat er een volledig (100%) causaal verband bestaat tussen het ongeval en alle (pijn)klachten en beperkingen die [eiser] heeft ondervonden, nog steeds ondervindt, en mogelijk in de toekomst zal ondervinden, waaronder de klachten en beperkingen zoals omschreven in het medisch adviesrapport van Triage;
subsidiair indien de rechtbank van oordeel is dat aanvullende medische expertise noodzakelijk is, een onafhankelijk medisch expert te benoemen met specifieke, scherp geformuleerde onderzoeksvragen gericht op de concrete geschilpunten, teneinde de belasting voor [eiser] tot het minimum te beperken;
II. te verklaren voor recht dat Allianz gehouden is om alle door [eiser] geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade als gevolg van het ongeval volledig te vergoeden en Allianz te veroordelen tot vergoeding van deze schade, een en ander nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;
III. te verklaren voor recht dat Allianz gehouden is om de wettelijke rente over de door [eiser] geleden en nog te lijden schade te vergoeden;
IV. Allianz te veroordelen tot betaling aan [eiser] van een bedrag van € 21.791,04 (incl.
btw) ter zake van buitengerechtelijke advocaatkosten, dan wel een door de rechtbank te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente;
V. Allianz te veroordelen in de kosten van deze procedure, waaronder de gemaakte advocaatkosten, die per 21 oktober 2025 in totaal € 18.018,41 incl. btw bedragen, althans een door de rechtbank te bepalen bedrag, te vermeerderen met de nakosten en de wettelijke rente;
VI. te verklaren voor recht dat Allianz gehouden is om € 3.240,73 aan kosten voor het inschakelen van een onafhankelijk medisch expert te vergoeden, dan wel een door de rechtbank te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente.
4.2.
Allianz voert verweer. Allianz concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
4.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
5De beoordeling
Er is een medische expertise nodig
5.1.
Partijen verschillen van mening over de vraag of op dit moment op basis van de stukken in het dossier kan worden vastgesteld dat de klachten en beperkingen die [eiser] sinds het ongeval ervaart het gevolg van het ongeval zijn, of dat nog een medische expertise nodig is om daarover duidelijkheid te scheppen.
5.2.
[eiser] stelt dat het oorzakelijk verband tussen zijn klachten en het ongeval vast staat en een medische expertise niet nodig is, omdat:
-
hij de klachten voor het ongeval niet had;
-
hij is aangereden door een vrachtwagen en een dergelijk ernstig verkeersongeval nek- en rugklachten kan veroorzaken;
-
er geen alternatieve verklaring voor zijn klachten is;
-
een orthopedisch chirurg op 27 januari 2017 een L3-compressiefractuur heeft vastgesteld;
-
het UWV hem volledig arbeidsongeschikt heeft verklaard.
5.3.
Allianz spreekt tegen dat de klachten en beperkingen van [eiser] het gevolg zijn van het ongeval en wil een onafhankelijke expertise van een neurochirurg. Zij voert aan dat er sprake is van slijtage en een wervelafwijking die niet gerelateerd zijn aan het ongeval en verwijst daarbij naar rapporten van haar medisch adviseur. Ook mist Allianz een medische onderbouwing voor klachten die [eiser] in de loop van de jaren stelt ontwikkeld te hebben.
5.4.
De rechtbank kan op basis van de stukken die zich op dit moment in het dossier bevinden niet vast stellen dat de klachten en beperkingen van [eiser] door het ongeval zijn veroorzaakt. Zij heeft een onafhankelijke medische expertise nodig om meer duidelijkheid over dat oorzakelijk verband te krijgen. De rechtbank licht dit toe als volgt.
5.5.
Als uitgangspunt geldt dat de stelplicht en – in voorkomend geval – de bewijslast van het oorzakelijk (causaal) verband tussen het ongeval en de klachten (en, uiteindelijk, de schade) in beginsel op [eiser] rust. Daarbij mogen aan het te leveren bewijs geen al te hoge eisen worden gesteld, in die zin dat het ontbreken van een specifieke medisch aantoonbare verklaring voor de klachten niet in de weg hoeft te staan aan het oordeel dat het bewijs van het oorzakelijk verband geleverd is. Tot op zekere hoogte komt het namelijk voor risico van de aansprakelijke partij dat het slachtoffer van een verkeersongeval daardoor ook klachten kan ondervinden die zich slechts in beperkte mate lenen voor objectivering. Het gaat niet om medische maar om juridische causaliteit.
5.6.
Wanneer een aantoonbare medische verklaring voor de klachten ontbreekt, dient volgens vaste rechtspraak het causaal verband tussen de klachten en het ongeval aan de hand van de volgende gezichtspunten te worden beoordeeld:
- de geuite klachten dienen reëel, niet ingebeeld, niet voorgewend en niet overdreven te zijn, wat doorgaans het geval is bij een consistent, consequent en samenhangend patroon van klachten;
- [eiser] had de klachten voor het ongeval niet,
- de klachten kunnen op zich door het ongeval worden verklaard,
- een alternatieve verklaring voor de klachten ontbreekt.
5.7.
Wanneer op basis van die gezichtspunten het causaal verband tussen de klachten en het ongeval naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk is, moet vervolgens het causaal verband tussen die klachten en de gestelde schade, waaronder het gestelde verlies aan arbeidsvermogen, worden vastgesteld. Daarvoor dient dan de aard, ernst en duur van de aannemelijke beperkingen die uit de klachten voortvloeien beoordeeld te worden.
5.8.
Vast staat dat [eiser] de klachten die hij sinds het ongeval ervaart voor het ongeval niet had. Niet langer ter discussie staat namelijk dat hij tussen 21 september 2010 en het ongeval niet op het spreekuur van zijn huisarts is geweest.
5.9.
Het ongeval was hoog energetisch. Niet ter discussie staat dat een dergelijk ongeval rug- en nekklachten kan veroorzaken.
5.10.
Er is duidelijk een knik in het functioneren van [eiser] vóór en na het ongeval.
Voor het ongeval functioneerde hij zonder problemen. Sinds het ongeval heeft [eiser] aanhoudende pijnklachten en heeft hij, behalve wat tijdelijk en licht vrijwilligerswerk, niet meer gewerkt. Momenteel is [eiser] nauwelijks actief.
5.11.
Aan de criteria onder 2 en 3 als hiervoor genoemd is dus voldaan, maar dat is voor de rechtbank niet voldoende om zonder onafhankelijke medische expertise een oordeel over het (juridisch) causaal verband tussen de klachten en beperkingen van [eiser] en het ongeval te kunnen geven. De medisch adviseurs van partijen verschillen namelijk van mening over de vraag of er sprake is van een (volledig) consistent en samenhangend klachtenpatroon (criterium 1); het gaat dan onder meer over het pas 8 dagen na het ongeval, bij de fysiotherapeut, melden van nekklachten. Ook verschillen zij van mening over de vraag of er een alternatieve verklaring voor de klachten van [eiser] is en met name hoe in dat verband de degeneratieve afwijkingen van de wervelkolom en de Schmorlse impressie moeten worden geduid. De opvatting van [eiser] , dat dit al is uitgemaakt door de verzekeringsarts van het UWV, is niet juist. Het is namelijk niet de taak van die arts van het UWV om te onderzoeken of de klachten van [eiser] al dan niet door het ongeval zijn veroorzaakt en dus ook niet of er een alternatieve verklaring voor die klachten is. Ook is niet duidelijk dat [eiser] bij het ongeval een L3-compressiefractuur heeft opgelopen. Uit de samenvattingen van de medische informatie in de overgelegde medische adviezen blijkt weliswaar dat de orthopedisch chirurg een “wedging van de L3 passend bij een compressie fractuur na trauma” heeft gerapporteerd, maar ook dat bij de latere MRI-scan geen overtuigende fractuur van één van de wervellichamen is gevonden.
5.12.
Dit alles leidt ertoe dat de rechtbank inlichtingen van een onafhankelijk medisch specialist op het terrein van aandoeningen aan de wervelkolom nodig heeft om te kunnen beoordelen of er sprake is van een (juridisch) causaal verband tussen het ongeval en de klachten en beperkingen die [eiser] sindsdien heeft.
5.13.
Het beroep van [eiser] op het beginsel dat Allianz hem heeft te nemen zoals hij is (the tortfeasor takes his victim as he finds him), leidt niet tot een ander oordeel. Ook voor het antwoord op de vraag of de degeneratieve afwijkingen en/of de Schmorlse impressie een pre-existente kwetsbaarheid vormen die door het ongeval tot klachten heeft/hebben geleid, is de visie van de onafhankelijk medisch expert van belang. Bovendien zal bij een bevestigend antwoord op die vraag de visie van de medisch expert van belang zijn voor het beantwoorden van de vraag of op termijn de klachten en beperkingen ook zouden zijn opgetreden als het ongeval zich niet had voorgedaan.
De rechtbank beveelt een deskundigenbericht en benoemt een deskundige
5.14.
De rechtbank heeft partijen in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over een deskundigenonderzoek van een medisch specialist met het doel de rechtbank voor te lichten over het causaal verband tussen het ongeval en de klachten en beperkingen van [eiser] . Zij zal dit deskundigenonderzoek in dit vonnis bevelen.
5.15.
Mede gelet op het debat tussen partijen over het aantal te benoemen deskundigen, de persoon van de deskundige(n) en de aan de deskundige(n) te stellen vragen, zal de rechtbank de onder de beslissing vermelde deskundige benoemen. Aan deze deskundige zullen de in de beslissing vermelde vragen worden voorgelegd. Hierbij overweegt de rechtbank als volgt.
5.16.
Partijen zijn het erover eens dat de deskundige een neurochirurg moet zijn, maar zijn het niet eens over de persoon van de te benoemen deskundige. Zij hebben ieder andere deskundigen voorgesteld. Dit betekent dat de rechtbank een keuze uit de voorgestelde deskundigen moet maken.
5.17.
De door Allianz aangevoerde omstandigheid dat de toenmalig medisch adviseur van [eiser] op 5 november 2019 heeft ingestemd met [naam 1] als deskundige, brengt niet mee dat haar voorstel om deze deskundige te benoemen zwaarder dient te wegen. Niet gesteld of gebleken is namelijk dat [eiser] ooit zelf met de benoeming van [naam 1] heeft ingestemd.
5.18.
De rechtbank benoemt [naam 2] tot deskundige. Naar het oordeel van de rechtbank is hij daarvoor gekwalificeerd; hij heeft voorts aangegeven geen band met een van partijen te hebben. De omstandigheid dat (de medisch adviseur van) Allianz geen ervaring heeft met deze deskundige, levert geen zwaarwegend bezwaar tegen die benoeming op en staat daaraan dus niet in de weg.
5.19.
Partijen zijn het eens over de vragen die door de deskundige moeten worden beantwoord. De rechtbank ziet geen aanleiding om daarvan af te wijken.
5.20.
Partijen zijn het niet eens over de vraag of nog aanvullende medische informatie moet worden toegevoegd aan het medisch dossier dat aan de deskundige zal worden aangeleverd. Allianz wil dat nog regels uit het huisartsenjournaal uit de periode van 13 november 2020 tot 23 december 2022 worden toegevoegd en ook diverse onderzoeksverslagen van het UWV. [eiser] stelt niet over die stukken te beschikken en verder dat die stukken ook niet noodzakelijk zijn. De rechtbank laat het aan het oordeel van de deskundige over of er nog aanvullende medische informatie aangeleverd en opgevraagd moet worden. De deskundige kan dat het beste beoordelen en de eerste vraag die hij moet beantwoorden, leidt er ook toe dat hij zich daarover een oordeel vormt. Als hij behoefte heeft aan nadere stukken kan hij die bij [eiser] opvragen, dan wel, als [eiser] hem daartoe machtigt, rechtstreeks bij de betrokken arts. De rechtbank begrijpt de opstelling van [eiser] zo dat hij bereid is die stukken te verschaffen, als de deskundige die stukken nodig acht.
5.21.
De deskundige heeft het voorschot begroot op een bedrag van € 6.000,00 (inclusief btw). Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren. Zij hebben geen bezwaar gemaakt tegen de begroting van het voorschot. De rechtbank zal het voorschot vaststellen op een bedrag van € 6.000,00 (inclusief btw).
5.22.
Het voorschot op de kosten van de deskundige moet door Allianz worden betaald.
De rechtbank ziet aanleiding om dit te bepalen, omdat de aansprakelijkheid van (de verzekerde van) Allianz vast staat.
5.23.
De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals hierna onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaraan de gevolgen verbinden die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.
5.24.
Als een partij op verzoek van de deskundige of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige toestuurt, moet zij daarvan direct een afschrift aan de wederpartij verstrekken.
Het verder verloop van de procedure
5.25.
Partijen moeten er rekening mee houden dat na vorenbedoeld deskundigenbericht nog nader (deskundigen)onderzoek nodig zal zijn om te bepalen of en zo ja, welke schade [eiser] door het ongeval heeft geleden en/of lijdt. Wat voor onderzoek dat zal zijn is afhankelijk van de uitkomst van het deskundigenbericht. Te denken valt aan een onderzoek op een ander medisch specialistisch terrein indien na het deskundigenbericht het (juridisch) causaal verband tussen het ongeval en (een deel van de) klachten van [eiser] onduidelijk blijft. Indien dat (juridisch) causaal verband wel voldoende aannemelijk wordt, valt te denken aan onderzoeken door een (verzekeringsarts en een) arbeidsdeskundige. In dat geval moet namelijk het causaal verband tussen die klachten en de gestelde schade, waaronder het gestelde verlies aan arbeidsvermogen, worden vastgesteld. Daarvoor dient de aard, de ernst en de duur van de aannemelijke beperkingen die uit de klachten voortvloeien te worden beoordeeld en op dit moment is daar geen goed beeld van.
5.26.
De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan.
6De beslissing
De rechtbank
6.1.
beveelt een onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de volgende vragen:
1. De medische informatie
Heeft u nadere informatie nodig? Zo ja, kunt u deze zelf bij partijen of instanties opvragen?
2. De situatie met ongeval
Anamnese
a. Hoe luidt de anamnese voor wat betreft de aard en de ernst van het letsel, het verloop van de klachten, de toegepaste behandelingen en het resultaat van deze behandelingen? Welke overige klachten en beperkingen op uw vakgebied worden desgevraagd gemeld? Wilt u in uw anamnese vermelden welke beperkingen op uw vakgebied de onderzochte aangeeft in relatie tot de activiteiten van het algemene dagelijkse leven (ADL), loonvormende arbeid en het uitoefenen van hobby’s, bezigheden in recreatieve sfeer en zelfwerkzaamheid?
Medische gegevens
Wilt u op basis van het medisch dossier van de onderzochte een beschrijving geven van:
-
de medische voorgeschiedenis van de onderzochte op uw vakgebied;
-
de medische behandeling van het letsel van de onderzochte en het resultaat daarvan.
Medisch onderzoek
Wilt u een beschrijving geven van uw bevindingen bij lichamelijk en eventueel hulponderzoek?
Consistentie
Is naar uw oordeel sprake van een onderlinge samenhang als het gaat om de informatie die is verkregen van de onderzochte zelf, de feiten zoals die uit het medisch dossier naar voren komen en uw bevindingen bij onderzoek en eventueel hulponderzoek?
Voor zover u de vorige vraag ontkennend beantwoordt, wilt u dan aangeven wat de reactie was van de onderzochte op de door u geconstateerde inconsistenties en welke conclusies u daaruit trekt?
Diagnose
Wat is de diagnose op uw vakgebied? Wilt u daarbij uw differentiaaldiagnostische overwegingen geven?
Beperkingen
Welke beperkingen op uw vakgebied bestaan naar uw oordeel bij de onderzochte in zijn huidige toestand, ongeacht of de beperkingen voortvloeien uit het ongeval? Wilt u deze beperkingen zo uitgebreid mogelijk beschrijven, op semi-kwantitatieve wijze weergeven en zo nodig toelichten ten behoeve van een eventueel in te schakelen arbeidsdeskundige?
Medische eindsituatie
Acht u de huidige toestand van de onderzochte zodanig dat een beoordeling van de blijvende gevolgen van het ongeval mogelijk is, of verwacht u in de toekomst nog een belangrijke verbetering of verslechtering van het op uw vakgebied geconstateerde letsel?
Zo ja, welke verbetering of verslechtering verwacht u?
Kunt u aangeven op welke termijn en in welke mate u die verbetering dan wel verslechtering verwacht?
Kunt u aangeven welke gevolgen deze verbetering dan wel verslechtering zal hebben voor de beperkingen (als bedoeld in vraag 2g)?
3. De situatie zonder ongeval
Meestal zal het niet mogelijk zijn om onderstaande vragen (met name de vragen 3c - 3e) met zekerheid te beantwoorden. Van u wordt ook niet gevraagd zekerheid te bieden. Wel wordt gevraagd of u vanuit uw kennis en ervaring op uw vakgebied uw mening wilt geven over kansen en waarschijnlijkheden. Het is dus de bedoeling dat u aangeeft wat u op grond van uw deskundigheid op uw vakgebied op deze vragen kunt antwoorden.
Klachten, afwijkingen en beperkingen voor ongeval
- Bestonden voor het ongeval bij de onderzochte reeds klachten en afwijkingen op uw vakgebied die de onderzochte thans nog steeds heeft?
- Zo ja, kunt u dan aangeven welke beperkingen voor het ongeval uit deze klachten en afwijkingen voortvloeiden en thans nog steeds uit deze klachten en afwijkingen voortvloeien?
Klachten, afwijkingen en beperkingen zonder ongeval
Zijn er daarnaast op uw vakgebied klachten en afwijkingen die er ook zouden zijn geweest of op enig moment ook hadden kunnen ontstaan, als het ongeval de onderzochte niet was overkomen?
Zo ja (dus zonder ongeval ook klachten), kunt u dan een indicatie geven met welke mate van waarschijnlijkheid, op welke termijn en in welke omvang de klachten en afwijkingen dan hadden kunnen ontstaan?
Kunt u aangeven welke beperkingen uit deze klachten en afwijkingen zouden zijn voortgevloeid?
Verwacht u in de toekomst nog een belangrijke verbetering of verslechtering van de op uw vakgebied geconstateerde niet ongevalsgerelateerde klachten en afwijkingen?
Zo ja, welke verbetering of verslechtering verwacht u?
Kunt u aangeven op welke termijn en in welke mate u die verbetering dan wel verslechtering verwacht?
Kunt u aangeven welke gevolgen deze verbetering dan wel verslechtering zal hebben voor de beperkingen (als bedoeld in vraag 3e)?
4. Overig
- In hoeverre beïnvloedt de aanwezigheid van degeneratieve afwijkingen of een Schmorlse impressie uw oordeel over het causaal verband?
- Acht u een expertise op een ander vakgebied wenselijk?
- Heeft u naar aanleiding van uw bevindingen nog opmerkingen die relevant kunnen zijn voor het verdere verloop van deze zaak?
6.2.
benoemt tot deskundige:
(etc. red. LSA LM) Rechtbank Rotterdam 18 maart 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:2629
