Zoeken

Inloggen

Artikelen

Rb Gelderland 271113 PTSS na seksueel misbruik; vraagstelling en benoeming arbeidsdeskundige mbt carriereverloop

Rb Gelderland 271113 PTSS na seksueel misbruik; vraagstelling en benoeming arbeidsdeskundige mbt carriereverloop

vervolg op:
rb-zutphen-231111-ptss-na-seksueel-misbruik-door-oom-deskundigenbericht-mbt-verlies-verdienvermogen-gelast 
rb-zutphen-140312-ptss-na-seksueel-misbruik-vraagstelling-psychiatrisch-deskundigenbericht-iwmd-met-aanvulling 
rb-gelderland-110913-ptss-na-seksueel-misbruik-ogv-psychiatrisch-deskundigenbericht-is-keuze-hbo-opleiding-ipv-universitaire-opleiding-gevolg-van-misbruik

2 De nadere instructie van de zaak
2.1.
Bij voormeld tussenvonnis zijn partijen in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de te benoemen deskundige en de aan deze te stellen vragen.

2.2.
Tussen partijen bestaat overeenstemming om een deskundige in te schakelen die is verbonden aan het bureau Heling & Partners. Partijen hebben de rechtbank verzocht om binnen voornoemd bureau een deskundige te zoeken.
De rechtbank heeft de heer J.A.M. Pigge, gecertificeerd registerarbeidsdeskundige bereid gevonden om in deze als deskundige op te treden. De heer Pigge zal daarom als deskundige worden benoemd. Als voorschot op zijn honorarium heeft de deskundige een bedrag van € 7.816,60 (inclusief BTW) verlangd. Dit bedrag komt de rechtbank -gegeven de deskundigheid van de heer Pigge en de complexiteit van de vraagstelling- niet onredelijk voor.
[gedaagde] zal ook ditmaal weer worden belast met de integrale voldoening van het voorschot, dat zal worden afgerond op € 8.000,-- (inclusief BTW).

2.3.
Aan deze deskundige zullen de in de beslissing vermelde vragen worden voorgelegd.

2.4.
Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken.

2.5.
De rechtbank ziet geen aanleiding om tussentijds hoger beroep van deze tussenbeslissing toe te staan. Zij zal de beslissing over het voorschot ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

2.6. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3 De beslissing
De rechtbank

3.1.
beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:
I: Uitgaande van de situatie dat het seksueel misbruik met al zijn gevolgen voor het psychiatrisch functioneren van [eiser] niet zou hebben plaatsgevonden.
Wat zou naar uw inschatting de meest waarschijnlijke universitaire opleiding zijn geweest die [eiser] zou hebben gekozen vanwege zijn belangstelling en gelet op de door hem genoten middelbare vooropleiding met succes hebben kunnen afronden?
Wat zou het carrièreverloop van [eiser] zijn geweest indien hij bedoelde universitaire opleiding zou hebben afgerond? Wilt u bij de beantwoording van deze vraag ook de te verwachten arbeidsduur per week bepalen en de periode(en) waarover betrokkene in dat geval vermoedelijk op de arbeidsmarkt werkzaam zou zijn geweest?
Tot welke leeftijd wordt het beroep/de functie die [eiser] zou hebben uitgeoefend, doorgaans uitgeoefend?
Kunt u bepalen wat - uitgaande van uw antwoord op vraag a, b en c - het reële verdienvermogen, zowel bruto als netto, van de door [eiser] te verrichten arbeid zou zijn geweest?
II: Uitgaande van de situatie van een afgeronde HBO studie Forensic Sciences met de gegeven mentale beperkingen van [eiser].
Kunt u bepalen hoe het carrièreverloop van [eiser] naar alle waarschijnlijkheid zal verlopen? Wat zal in dit geval het meest waarschijnlijke reële verdienvermogen zijn, zowel bruto als netto, van de door [eiser] vervulde en te vervullen functie? Wilt u het verdienvermogen bepalen in het geval dat [eiser] in staat is om drie dagen per week te werken alsmede in het geval dat [eiser] in staat is om vier dagen per week te werken?
Tot welke leeftijd wordt het beroep /de functie die in de gegeven omstandigheden naar alle waarschijnlijkheid door [eiser] zal worden uitgeoefend, doorgaans uitgeoefend? Geven de beperkingen van [eiser] u aanleiding om te veronderstellen dat hij het verrichten van loonvormende arbeid eerder zal beëindigen dan het geval zou zijn geweest indien [eiser] geen beperkingen zou hebben gehad? Indien u deze vraag bevestigend beantwoordt, op welke leeftijd zou [eiser] dan met werken zijn gestopt?
Tot slot:
g. Zijn er nog andere punten die volgens u van belang kunnen zijn voor de verdere beoordeling van deze zaak?
(...) ECLI:NL:RBGEL:2013:4866

Deze website maakt gebruik van cookies