Overslaan en naar de inhoud gaan

GHDHA 240625 hof weigert verwijzing naar schadestaatproc. en geeft nog éénmaal gelegenheid een deugdelijke schadeberekening over te leggen

GHDHA 240625 hof weigert verwijzing naar schadestaatproc. en geeft nog éénmaal gelegenheid een deugdelijke schadeberekening over te leggen

in vervolg op:
GHDHA 110325 kop-staart botsing op oprit snelweg; aansprakelijkheid achteropaanrijder komt in HB wél vast te staan

3De verdere beoordeling in hoger beroep

3.1

Bij tussenarrest van 11 maart 2025 heeft het hof geoordeeld dat [betrokkene] (de verzekerde van Unigarant) een verkeersfout heeft gemaakt, en dat Unigarant aansprakelijk is voor de door [appellant] als gevolg van het ongeval geleden schade.

3.2

Het hof heeft overwogen dat [appellant] ter zitting heeft verklaard dat het hem in deze procedure voornamelijk gaat om het principe en dat hij daarom van de omvang van de schade nog geen beeld heeft gegeven. Het hof heeft daarom partijen in overweging gegeven zich met elkaar te verstaan over de omvang van de schade. Het kwam het hof voor dat partijen daar onderling uit zouden moeten kunnen komen, omdat het om een “low impact”-aanrijding gaat en de schadeomvang naar het zich laat aanzien beperkt is.

3.3

Het hof heeft de zaak daarom naar de rol verwezen voor uitlaten (doorhalen dan wel verder procederen). Indien partijen er niet in zouden slagen de schade te regelen en wensen voort te procederen, zou het hof graag vernemen waar het probleem zit. Het hof verzocht [appellant] in dat geval een deugdelijke schadeberekening over te leggen, voorzien van alle onderliggende stukken/bewijsmiddelen.

3.4

Bij akte van 7 april 2025 heeft [appellant] aan het hof bericht dat partijen schikkingsonderhandelingen hebben gevoerd, maar dat deze niet zijn geslaagd. Gelet op de gedragsregels van de advocatuur kan hij niet aangegeven waar het probleem zit. [appellant] geeft verder aan dat – hoewel het om een low-impact-aanrijding gaat en de schade aan de auto van [appellant] beperkt was – de impact van de aanrijding op het lichaam van [appellant] groot was. Hij is daarom niet in staat een deugdelijke onderbouwing op alle punten te presenteren. Hij volstaat daarom met overlegging van een Excel-sheet met schadeposten dat sluit op een schadebedrag van € 87.392,68, vermeerderd met € 21.593,20 aan wettelijke rente en een aanbod van € 100.000. [appellant] wijst er daarbij op, dat hoewel de zaak al zes jaar speelt, hij nu pas voor het eerst is geconfronteerd met het verzoek zijn schadeposten deugdelijk te onderbouwen. Hij wenst daarom via een schadestaatprocedure de schade te laten vaststellen. [appellant] meent dat het hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd is getreden: hij vordert immers slechts vaststelling van de aansprakelijkheid en meent dat in dit stadium niet van hem kan worden verlangd dat hij een deugdelijke schadeberekening overlegt die is voorzien van alle onderlinge stukken/bewijsmiddelen.

3.5

Unigarant is van mening dat partijen geen (serieuze) schikkingsonderhandelingen hebben gevoerd. [appellant] heeft enkel zonder enige vorm van onderbouwing een Excel-sheet opgestuurd en betaling van € 100.000 gevorderd. Unigarant meent verder dat [appellant] voldoende tijd heeft gehad zijn schade te onderbouwen en dat het juist [appellant] is die misbruik maakt van procesrecht: ieder objectief aanknopingspunt dat er sprake is van letselschade ontbreekt en een concreet bewijsaanbod wordt niet gedaan. Als er na (inmiddels bijna) zeven jaar geen (begin van) bewijs kan worden geleverd, dan is dit bewijs er kennelijk ook niet en is er geen reden om de zaak te verwijzen naar de schadestaatprocedure.

Geen verwijzing naar de schadestaatprocedure

3.6

Het hof verwerpt het verzoek van [appellant] de zaak naar de schadestaatprocedure te verwijzen. Artikel 612 Rv bepaalt immers dat de rechter die een veroordeling tot schadevergoeding uitspreekt, de schade – voor zover dit voor hem mogelijk is – begroot en indien dit voor hem niet mogelijk is, veroordeelt tot een schadevergoeding nader op te maken bij staat.

3.7

Uitgangspunt is dus begroting van schade door de rechter die een veroordeling uitspreekt, indien dit mogelijk is. Daar de schade geheel is geleden (ter zitting bij het hof heeft [appellant] verklaard dat hij niet weet hoe lang hij arbeidsongeschikt is geweest als gevolg van het ongeval, maar in ieder geval was hij inmiddels hersteld), valt zonder nadere toelichting niet in te zien dat [appellant] op dit moment zijn (letsel)schade niet nader kan onderbouwen. Er is immers een eindtoestand bereikt. Het hof zal daarom zelf de schade begroten.

3.8

Het hof zal daartoe [appellant] nog eenmaal in de gelegenheid stellen een deugdelijke schadeberekening over te leggen, voorzien van alle onderliggende stukken/bewijsmiddelen. Unigarant zal daarna de gelegenheid krijgen te reageren.

3.9

Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden. Gerechtshof Den Haag 24 juni 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:1190