Overslaan en naar de inhoud gaan

RBNHO 290726 geen letsel; prijsbeding geneeskundige behandelovk niet transparant, maar niet oneerlijk omdat enkel van zvz ontvangen bedrag in rekening wordt gebracht

RBNHO 290726 geen letsel; prijsbeding geneeskundige behandelovk niet transparant, maar niet oneerlijk omdat enkel van zvz ontvangen bedrag in rekening wordt gebracht
 

2Feiten

2.1.

Partijen hebben een geneeskundige behandelingsovereenkomst gesloten, op grond waarvan [gedaagde] meerdere medische behandelingen bij Acibadem IMC heeft ondergaan.

2.2.

Acibadem IMC heeft op 20 november 2023, 27 november 2023, 11 december 2023, 19 maart 2024 en 9 april 2024 een bedrag van in totaal € 13.221,00 aan [gedaagde] gefactureerd.

2.3.

[gedaagde] heeft de facturen van Acibadem IMC, ondanks aanmaningen, grotendeels onbetaald gelaten.

3Het geschil

3.1.

Acibadem IMC vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 15.450,99, vermeerderd met de wettelijke rente over de hoofdsom en de proceskosten. Acibadem IMC heeft aan de vordering ten grondslag gelegd dat zij in opdracht en voor rekening van [gedaagde] niet-gecontracteerde zorg aan [gedaagde] heeft geleverd. [gedaagde] is in zijn betalingsverplichting tekortgeschoten. Er staat nog een bedrag van € 12.794,58 aan facturen open.

3.2.

[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Acibadem IMC. Hij voert aan dat de facturen niet kloppen en dat hij verzekerd is bij Zilveren Kruis.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4De beoordeling

4.1.

Tussen partijen staat niet ter discussie dat [gedaagde] de gefactureerde behandelingen heeft ondergaan. Het gaat in deze zaak om de vraag of [gedaagde] gehouden is de daaruit voortvloeiende facturen te voldoen.

4.2.

De kantonrechter stelt voorop dat de geneeskundige behandelovereenkomst die aan de vordering ten grondslag ligt is gesloten tussen Acibadem als handelaar en [gedaagde] als consument. In dat geval moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht.

4.3.

Ambtshalve toetsing van informatieplichten is hier niet aan de orde, omdat een geneeskundige behandelovereenkomst op grond van artikel 6:230h lid 2 sub d van het Burgerlijk Wetboek (BW) is uitgezonderd van toetsing.

4.4.

Wel dient het prijsbeding ambtshalve getoetst te worden aan de Richtlijn oneerlijke bedingen 93/13/EEG. Ingevolge artikel 4 lid 2 van deze richtlijn zijn echter kernbedingen (zoals het prijsbeding) uitgesloten van toetsing op oneerlijkheid mits deze transparant zijn.

Transparantie

4.5.

Uit de stellingen en overgelegde stukken van Acibadem wordt geconcludeerd dat voorafgaand aan de behandeling geen informatie is gegeven over de daadwerkelijke prijs van de behandeling. Weliswaar heeft Acibadem de passantentarieven gepubliceerd op haar website, maar gesteld noch gebleken is dat Acibadem vóór de behandeling verwijst naar de door haar op haar website gepubliceerde passantentarieven. Bovendien informeert Acibadem de patiënt niet over de NZa-code van zijn behandeling, waardoor het voor de patiënt ondoenlijk is om het toepasselijke tarief in die lijst te vinden. Daarbij geldt dat vaak pas gedurende of na de behandeling precies wordt vastgesteld welke NZa-codes in rekening worden gebracht. Sterker, uit de toelichting van Acibadem volgt dat de prijs die betaald wordt voor gecontracteerde zorg altijd lager is dan het passantentarief en de prijs voor niet-gecontracteerde zorg afhankelijk is van het bedrag dat de verzekeraar achteraf vergoedt. In dat laatste geval staat de prijs die Acibadem uiteindelijk in rekening brengt, voorafgaand aan de behandeling, dus nog niet vast. De conclusie is dan ook dat het prijsbeding niet transparant is en getoetst moet worden op oneerlijkheid.

(On)eerlijkheid

4.6.

Volgens artikel 3, lid 1 van de richtlijn wordt een beding in een overeenkomst waarover niet afzonderlijk is onderhandeld, als oneerlijk beschouwd indien het, in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van de partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort.

4.7.

Acibadem heeft voldoende gesteld dat zij bij niet-gecontracteerde zorg de prijs voor de behandeling achteraf aanpast aan de vergoeding die de zorgverzekeraar voor de behandeling aan de patiënt betaalt (door kwijtschelding van het meerdere).

Voorwaarde daarvoor is wel dat de patiënt zijn factuur indient bij de zorgverzekeraar en de specificatie daarvan aan Acibadem stuurt. In dat geval dient de patiënt alleen de van de verzekeraar ontvangen vergoeding aan Acibadem te voldoen, eventueel nog vermeerderd met het verrekende eigen risico. Onbetwist is gebleven dat zij deze wijze van factureren voorafgaande aan de behandeling op haar website en bij de afspraakbevestiging steeds heeft vermeld.

4.8.

Omdat [gedaagde] uiteindelijk alleen de vergoeding van de zorgverzekeraar en het eventueel verrekend eigen risico hoeft te betalen, wordt geoordeeld dat het prijsbeding niet oneerlijk is. Het evenwicht tussen partijen is namelijk door de intransparantie van de uiteindelijke prijs niet in strijd met de goede trouw aanzienlijk verstoord. Zowel bij contractuele als bij niet-contractuele zorg brengt Acibadem bij de patiënt (uiteindelijk) immers alleen de prijs in rekening die door de verzekeraar aan de patiënt wordt vergoed, zodat een verzekerde patiënt zelf ten hoogste het eigen risico moet betalen. Dat bij niet-gecontracteerde zorg het bedrag aan eigen risico betaald moet worden aan Acibadem in plaats van aan de zorgverzekeraar, maakt het voorstaande niet anders.

Conclusie

4.9.

[gedaagde] nog aangevoerd dat de facturen van Acibadem IMC niet kloppen. Hij heeft dit standpunt echter in het geheel niet toegelicht. Acibadem heeft dit standpunt van [gedaagde] bij conclusie van repliek gemotiveerd betwist. [gedaagde] heeft daar niet op gereageerd. Dat betekent dat het verweer van [gedaagde] faalt en de vordering tot betaling van de hoofdsom (€ 12.794,58) zal worden toegewezen.

4.10.

De vervallen rente (€ 1.614,78) is als onweersproken toewijsbaar. De verdere rente zal worden toegewezen, zoals hierna zal worden vermeld.

4.11.

Acibadem IMC vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Omdat [gedaagde] een consument is, moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Dat is het geval. Acibadem IMC heeft aan [gedaagde] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Daarom zal een bedrag van € 1.041,63 worden toegewezen.

4.12.

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Acibadem IMC worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

153,77


 

- griffierecht

1.504,00


 

- salaris gemachtigde

864,00

(2 punten × € 432,00)

- nakosten

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

2.665,77


 

4.13.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. Rechtbank Noord-Holland 29 juli 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:9805