PHR 030726 Hartlief; geen letsel; schade eigenaar b.v. door faillissement b.v.; sluiting café door verlaagd muziekvolume; bewijsperikelen
- Meer over dit onderwerp:
PHR 030726 Hartlief; geen letsel; schade eigenaar b.v. door faillissement b.v.; sluiting café door verlaagd muziekvolume; bewijsperikelen
1Feiten
1.1
In cassatie kan van de volgende feiten worden uitgegaan.2
1.2
[eiser] was eigenaar van een pand te [plaats] . [verweerder] huurde sinds 1994 de begane grond en kelder van het pand. Hij exploiteerde daarin een horecagelegenheid, genaamd [het café] (hierna: het ‘café’). Hij deed dit aanvankelijk in de vorm van een eenmanszaak. Nadien heeft [verweerder] zijn eenmanszaak ingebracht in een [de B.V.] B.V. (hierna: de ‘B.V.’), waarvan hij (indirect) enig aandeelhouder en bestuurder was.
1.3
[eiser] heeft op de eerste verdieping van het pand een appartement gerealiseerd. In 2002 heeft hij de Milieudienst West-Holland (hierna: de ‘milieudienst’) ingeschakeld in verband met geluidsoverlast in het appartement als gevolg van de exploitatie van het café. De milieudienst heeft vervolgens een last onder dwangsom opgelegd aan het café. Dit heeft geleid tot het verbeuren van dwangsommen. Nadat de milieudienst tevergeefs een termijn had gegeven om maatregelen te treffen ter voorkoming van geluidsoverlast, is het café op 17 mei 2006 gesloten. Op 24 januari 2007 is de B.V. failliet gegaan.
1.4
In de aan deze schadestaatprocedure voorafgegane hoofdzaak heeft de kantonrechter van de rechtbank Den Haag (i) [eiser] veroordeeld tot vergoeding van de door [verweerder] geleden schade als gevolg van het moeten sluiten van het café door het toerekenbaar tekortschieten van [eiser] in zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst, nader op te maken bij staat, en (ii) [verweerder] veroordeeld tot betaling aan [eiser] van € 107.029,05 wegens huurachterstand, vermeerderd met de contractuele rente.3
1.5
Bij arrest van 6 juli 2010 heeft het hof ’s-Gravenhage het vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag bekrachtigd voor wat betreft de veroordeling van [eiser] .4 Dit arrest heeft kracht van gewijsde.
(.... red. LSA LM)
3Bespreking van het cassatiemiddel
3.1
De procesinleiding bevat vijf met Romeinse cijfers aangeduide ‘middelonderdelen’.
3.2
Middelonderdelen I-IV bevatten rechts- en motiveringsklachten en stellen achtereenvolgens aan de orde:
(I) het causaal verband tussen de tekortkoming van [eiser] en de schade van [verweerder] ;
(II) de begroting door het verwijzingshof van het misgelopen salaris;
(III) de begroting door het verwijzingshof van de gederfde goodwill; en
(IV) de uitleg door het verwijzingshof dat [eiser] met bepaalde stellingen in de sfeer van causaliteit een beroep heeft gedaan op het leerstuk van de ‘alternatieve causaliteit’.
3.3
Middelonderdeel V bevat een voortbouwklacht.
4Conclusie
De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep. Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2026, ECLI:NL:PHR:2026:655