Overslaan en naar de inhoud gaan

RBMNE 270526 geen letsel; wettelijke verhuiskostenvergoeding € 7.673 toegewezen

RBMNE 270526 geen letsel; wettelijke verhuiskostenvergoeding € 7.673 toegewezen

2De verdere beoordeling

De schadevergoeding

2.1

In het tussenvonnis is overwogen dat [gedaagde sub1] en [gedaagde sub2] tot schadevergoeding gehouden zijn, omdat hun wil om de woning in eigen gebruik te nemen niet aanwezig is geweest. [eiser] is in de gelegenheid gesteld om zijn schade nader te onderbouwen.

2.2

In de dagvaarding heeft [eiser] voor de hoogte van zijn schade aangesloten bij de wettelijke verhuiskostenvergoeding van € 7.673,-. Dit bedrag is toewijsbaar. Op basis van de gegevens die [eiser] heeft overgelegd, kan niet worden vastgesteld dat de schade die [eiser] heeft geleden hoger was dan dit bedrag. Hieronder wordt dit toegelicht.

2.3

Volgens [eiser] heeft hij minimaal € 8.031,30 aan bruto inkomensverlies geleden. [eiser] stelt dat hij door de noodgedwongen verhuizing zijn baan bij [bedrijf] niet kon behouden. Hier verdiende [eiser] € 2.677,13 per maand. [eiser] stelt dat hij zeker drie maanden geen vaste baan meer heeft gehad. Hij heeft ook geen uitkering gekregen, omdat hij zich lange tijd nergens kon inschrijven.

2.4

De kantonrechter kan niet volgen hoe [eiser] tot het bedrag van € 8.031,30 komt. Een toelichting over dit bedrag ontbreekt. Als het gebaseerd is op drie maanden van € 2.677,13 loon, dat is € 8.031,39, dan is het de kantonrechter niet duidelijk hoe [eiser] dit met productie 9 heeft willen onderbouwen. Op productie 9 staat geen bedrijf of periode vermeld, alleen een berekeningsdatum (1 januari 2024). Dat sprake is van een inkomstenderving van € 8.031,30, zoals [eiser] stelt, blijkt hier niet uit. Uit productie 8 volgt dat het sociaal verzekeringsloon over de periode 24 april 2023 tot en met 21 mei 2023 € 631,49 was, terwijl dit de maanden ervoor € 2.674,18 en € 2.117,02 bedroeg. Wat het loon of inkomen na 21 mei 2023 is geweest, blijkt niet uit dit overzicht. De kantonrechter kan op basis van de gegevens die [eiser] heeft overgelegd dus niet vaststellen dat [eiser] door de beëindiging van de huur ten minste drie maanden geen inkomen heeft gehad.

2.5

De overige schadeposten die [eiser] noemt, zijn opgeteld niet hoger dan de verhuiskostenvergoeding van € 7.673,-. Dit leidt tot de conclusie dat de kantonrechter de schade van [eiser] zal vaststellen op basis van de wettelijke verhuiskostenvergoeding ter hoogte van € 7.673,-. Dit bedrag zal worden toegewezen. Rechtbank Midden-Nederland 27 mei 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:3094