Overslaan en naar de inhoud gaan

PPS Bulletin 2026-01 Prof. dr. Paul van Wilgen: “De pijn zit in je brein” “De pijn zit in je brein”

PPS Bulletin 2026-01 Prof. dr. Paul van Wilgen: “De pijn zit in je brein” “De pijn zit in je brein”

Hij vergelijkt pijn geregeld met een brandalarm. “Als dat elke dag afgaat en je hebt al een paar keer de brandweer gebeld, die niks kan vinden, dan moet je toch eens naar het alarm zelf kijken.” Paul van Wilgen ziet wekelijks patiënten met aanhoudende lichamelijke klachten en behandelt ze anders dan gebruikelijk. “De pijn zit niet in ons lichaam, maar in ons brein.”

Het gesprek vindt via Teams plaats, nadat Van Wilgen eerder een indrukwekkende inleiding heeft gehouden tijdens het 23e PPS Congres Letselschade in beweging. Een toepasselijke titel, die past bij zijn belangrijkste boodschap: dat veel patiënten ten onrechte niet meer in beweging komen door ernstige pijnklachten, terwijl de onderliggende medische oorzaak vaak allang is verdwenen. Een gesprek over het (h)erkennen van pijn, omdenken bij letselschade en de pijn in ons brein.

Persoonlijk paspoort
Prof. dr. Paul van Wilgen is naast gezondheidspsycholoog, fysiotherapeut en epidemioloog ook onderzoeker. In 2004 publiceerde hij het sensitisatiemodel, dat medici kan helpen bij de uitleg waar onverklaarde klachten vandaan komen.

Hij schreef, vaak samen met anderen, meer dan 200 publicaties over de biopsychosociale factoren van pijn en de integrale samenwerking. In 2012 richtte hij Transcare op, een transdisciplinaire instelling voor patiënten met langdurige pijn en vermoeidheid. Daarnaast is hij medeoprichter en lid van de internationale onderzoeksgroep Pain in Motion.

Sinds 2014 is Van Wilgen gastprofessor aan de Vrije Universiteit Brussel. Ook is hij geregeld gastdocent bij verschillende opleidingen, onder meer aan de Hanzehogeschool. Tot slot was hij in 2023-2024 lid van de adviescommissie van de Gezondheidsraad.

Jij hebt tijdens het PPS Congres je inleiding de veelzeggende titel ‘Waarom pijn niet overgaat!’ gegeven. Waarom gaat pijn niet over?
“Laat ik vooropstellen dat er veel verschillende soorten letsel zijn. Internationaal hanteren we drie verschillende verklarende pijnmechanismen. Acute pijn komt het meest voor: je stoot, brandt of snijdt je. Deze nociceptieve pijn, die ontstaat door weefselschade, lost zich meestal snel weer op. Daarnaast is er een groep met neuropathische pijn, waarbij sprake is van schade aan het zenuwstelsel. Denk bijvoorbeeld aan mensen met een dwarslaesie of forse hersenschade. Dat soort letsel gaat niet spontaan over en eerlijk gezegd is dat meestal niet de meest ingewikkelde groep om te begrijpen.

De grootste groep patiënten in Nederland kampt echter met nociplastische (aanhoudende) pijn, waarbij er geen causaal verband meer is tussen de oorspronkelijke oorzaak, bijvoorbeeld een ongeval, en de klachten. Dat zijn ook vaak de mensen die de ziekenhuizen blijven bezoeken, omdat ze last houden van lichamelijke klachten zoals pijn en vermoeidheid.”

Maar die mensen hebben wel echt pijn?
“Zeker. Gek genoeg is ons lichaam zelf niet in staat om pijn te voelen; daarvoor hebben we ons brein nodig. Als er acute lichamelijke schade ontstaat, bijvoorbeeld bij een breuk, gaat er een signaal naar ons brein dat er iets mis is. Het brein kan dan besluiten om pijn te produceren.

Een klassiek voorbeeld is dat mensen direct na een ongeval vaak nog geen pijn ervaren en dat deze pas later optreedt. Dat laat zien dat ons brein bepaalt of we pijn voelen: in zo’n situatie zijn er zoveel stressoren dat de pijn tijdelijk wordt onderdrukt. Schade en pijn zijn dus twee verschillende zaken. Dat betekent ook dat er pijn kan zijn zonder dat er (nog) schade is. Denk aan een whiplash, burn-out of tinnitus.

De lichamelijke klachten ontstaan dan door veranderingen in het pijnsysteem, terwijl de oorzaak vaak ligt in psychosociale factoren zoals slecht slapen, stress of langdurig gebruik van (verkeerde) medicatie. Bij Transcare zeggen wij dan dat het pijnsysteem in het brein ‘aan blijft staan’, wat zorgt voor aanhoudende pijn.”

De patiënt voelt pijn die er eigenlijk niet is?
“De patiënt voelt echte pijn, maar die wordt veroorzaakt door sensitisatie van het systeem. Het probleem is dat de medische wereld te vaak blijft zoeken naar een lichamelijke oorzaak. Daarom heb ik tijdens het PPS Congres benadrukt dat medici patiënten meer moeten wijzen op andere mechanismen die pijn kunnen veroorzaken.

We zijn nog te veel gericht op het lichamelijke aspect. Als een arts zegt dat rugklachten te maken hebben met slijtage, kan dat net zo goed bij de leeftijd horen. Sterker nog: bij een MRI van een zestigjarige zonder klachten worden vaak toch afwijkingen gevonden. Dat is een natuurlijk proces. Termen als ‘whiplash’ en ‘spit’ kunnen zelfs een nocebo-effect hebben: ze werken ziekmakend en versterken het probleem. De patiënt krijgt onnodige behandelingen die de werkelijke oorzaak verhullen en soms zelfs verergeren.”

Aan de andere kant: als een arts zegt dat er geen causaal verband is, voelt dat al snel alsof je niet serieus wordt genomen.
“Precies. Daarom is het zo belangrijk dat de pijn wordt erkend én uitgelegd. Want de pijn is er wel degelijk. Ik vergelijk het wel eens met een burn-out: als je langdurig slecht slaapt en veel stress ervaart, ontstaan vanzelf lichamelijke klachten.

Hetzelfde gebeurt bij letselschadeprocedures. Mensen gaan op zoek naar een oorzaak en belanden in een ingewikkeld proces. Als zij het gevoel hebben dat hun pijn niet wordt erkend en er te veel wordt gedacht vanuit een schademodel, wordt dat als bedreigend ervaren. In dat geval kan het proces zelf ziekmakend worden.”

Bedoel je dat verzekeraars en medici de pijn meer moeten erkennen?
“Ja, en daarnaast moeten ze goed onderzoeken welk mechanisme er speelt en dat met de patiënt bespreken. Ongeveer twintig procent van de mensen heeft aanhoudende klachten zonder duidelijke lichamelijke afwijking. Toch blijven medici vooral zoeken naar uitsluitingen.

Als je pijn op de borst hebt, is het geruststellend om te horen dat je hart gezond is. Maar als de klachten blijven, ga je toch opnieuw zoeken. Daarom is het belangrijk dat patiënten begrijpen hoe pijn zonder schade kan ontstaan en welke factoren die pijn in stand houden.”

Zit pijn dan toch ‘tussen de oren’?
“Pijn zit in je hoofd, letterlijk in je brein. Maar zeggen dat het ‘tussen de oren zit’ is het slechtste wat je kunt doen. De pijn is echt, alleen de oorzaak ligt niet meer op de oorspronkelijke plek, maar in het systeem. Het pijnsysteem is overgevoelig geworden en reageert sterk op stressoren, soms zelfs op beweging.”

Wat moet de medische wereld concreet anders doen?
“Eerder stoppen met zoeken naar lichamelijke oorzaken en beter kijken naar wat er werkelijk speelt. Welke factoren houden het systeem actief? Denk aan PTSS: een emotioneel trauma kan lichamelijke klachten veroorzaken. Het gaat om het herkennen van die factoren en daarop inspelen.”

Moeten mensen vooral hun gedrag aanpassen?
“Gedrag speelt een rol, maar het is breder dan dat. Wij zien bijvoorbeeld veel patiënten die langdurig opiaten gebruiken, terwijl dat op de lange termijn juist schadelijk is. Daarom werken wij met gepersonaliseerde afbouwprogramma’s, gericht op de factoren die herstel belemmeren.”

Waarom ervaart de één meer pijn dan de ander?
“Pijn is persoonsgebonden en hangt samen met ervaring. Dat begint al op jonge leeftijd. Bij een vaccinatie zie je dat het ene kind rustig blijft en het andere al pijn ervaart vóór de prik. Vaak spelen meerdere factoren tegelijk een rol, waardoor een kettingreactie ontstaat.”

Helpt het om vanuit meerdere disciplines te kijken?
“Zeker. Daarom hebben we Transcare opgericht, waar verschillende disciplines samenwerken. Zo kunnen we breder kijken en mensen letterlijk en figuurlijk weer in beweging krijgen.”

Hoe werkt dat concreet?
“Wij starten met een integrale intake door een arts en psycholoog. Eerst kijken we naar eventuele schade, daarna naar het pijnmechanisme en vervolgens naar de onderliggende factoren. Op basis daarvan volgt een behandeling, gericht op gedrag, trauma of medicatiegebruik.”

Hoe reageren letselschadebehandelaars op jullie visie?
“Dat is soms lastig. Het ontbreken van causaliteit maakt het juridisch complex. Wij zeggen: zonder ongeval was je hier niet geweest, maar er is geen direct causaal verband meer. Dat vraagt om uitleg, zowel aan de patiënt als aan de behandelaar. Hier ligt een kans voor betere samenwerking.”

Moet de letselschadebranche leren omdenken?
“Ja. Procedures kunnen korter worden als we minder focussen op causaliteit. Misschien moeten we zelfs af van het woord ‘letselschade’, omdat dat suggereert dat er altijd schade moet zijn.”

Heb je een alternatief?
“Misschien ‘ongevalscompensatie’. Belangrijker is dat we kennis delen. Als we samenwerken en minder focussen op causaliteit, kunnen procedures korter en effectiever worden. Nu zien we vaak dat patiënten juist zieker worden door langdurige trajecten en behandelingen.”

Hoe moeten verzekeraars zich anders opstellen?
“Bovenaan staat: erken de pijn. Daarna moet er vanuit een ander model worden gekeken. Niet langer denken dat pijn altijd gelijk staat aan schade. Omdenken is essentieel.”

Is de patiënt daar klaar voor?
“Een etiket kan helpen, maar het probleem is dat dat etiket vaak niet klopt. Zolang mensen denken dat ze lichamelijk kwetsbaar zijn, blijven ze pijn ervaren. We moeten anders leren kijken naar pijnmechanismen.

Die omslag is al gaande, maar mag sneller. Medici moeten durven zeggen: ‘We hebben alles onderzocht, er is niets gevonden. Laten we kijken waarom de pijn blijft.’ Dan ontstaat een verhaal dat niet alleen medisch, maar ook persoonlijk en logisch is.” PPS Bulletin