Overslaan en naar de inhoud gaan

RBZWB 221123 nek-en rugklachten uitbener; causaal verband met werkzaamheden aangenomen; € 20.000,- voorschot

RBZWB 221123 nek-en rugklachten uitbener; causaal verband met werkzaamheden aangenomen; € 20.000,- voorschot

In vervolg op:
RBZWB 161122 nek-en rugklachten uitbener; wg-er stelt onvoldoende tzv zorgplicht; deskundigenbericht neurochirurg tzv relatie werk en nekhernia

- stuiting gericht aan verkeerde BV; toch geen verjaring, ook al omdat de zaak door verzekeraar in behandeling was genomen

 

6. De verdere beoordeling

6.1
De kantonrechter verwijst naar het tussenvonnis van 16 november 2022 en volhardt bij de inhoud daarvan. In het kort komt het erop neer dat er een deskundigenbericht is gelast om te beoordelen of voldoende aannemelijk is dat [ eiser ] lijdt aan gezondheidsklachten die kunnen zijn veroorzaakt door de omstandigheden waarin [ eiser ] heeft gewerkt bij Best Star Meat.

6.2
In dat kader is aan de deskundige een negental vragen voorgelegd, die hij heeft beantwoord op de pagina's 26 tot en met 32 van zijn deskundigenbericht.

6.3
Volgens [ eiser ]  volgt uit die antwoorden dat het causaal verband voldoende aannemelijk is gemaakt, terwijl dat volgens Best Star Meat juist niet het geval is. Daarbij betwist Best Star Meat niet de juistheid van de bevindingen van de deskundige als zodanig, maar zij betoogt dat het oorzakelijk verband te onzeker en te onbepaald is gelet op bewoordingen c.q. conclusies van de deskundige.

6.4

De kantonrechter is van oordeel dat uit het deskundigbericht volgt dat voldoende aannemelijk is dat [ eiser ]  lijdt aan gezondheidsklachten die kunnen zijn veroorzaakt door de omstandigheden waarin [ eiser ]  heeft gewerkt bij Best Star Meat, en motiveert dit als volgt.

6.5
De deskundige stelt op neurochirurgisch vakgebied de navolgende diagnose (antwoord op vraag 3):
1. Status na cervicaal radiculair syndroom op basis van een hernia C5-6 links, behandeld middels een ACDF C5-6 op 19.03.2010.
2. Status na cervicaal radiculair syndroom op basis van een hernia C6-7 links, behandeld middels een ACDF C6-7 op 13.02.2013. Na de ingrepen was er sprake van een chronische cervicobrachialgie links.
3. Progressieve lumbale degeneratieve afwijkingen met een asymptomatische hernia op niveau L5-S1 rechts en pseudoradiculaire klachten in het linkerbeen.

6.6
Op grond van de op zijn vakgebied beschikbare literatuur en de beschikbare informatie van bedrijfsgeneeskundige en arbeidsdeskundige aard acht de deskundige het waarschijnlijk dat de nek- en rugklachten van [ eiser ]  mede zijn veroorzaakt door zijn werkzaamheden als uitbener (antwoord op vraag 1). Weliswaar kan de deskundige niet met enige nauwkeurigheid aangeven hoe groot dat verband dan zou kunnen zijn, en is volgens hem niet met zekerheid aan te tonen of uit te sluiten dat de gezondheidsklachten uitsluitend zijn ontstaan als gevolg van die werkzaamheden, maar dat er enig verband bestaat tussen beide lijkt hem waarschijnlijk (antwoord op vraag 6). Met de kwalificatie waarschijnlijk is het causaal verband gegeven. Voor zover daarin een voorbehoud is gelegen, betekent dat niet dat het verband tussen de gezondheidsschade en de arbeidsomstandigheden te onzeker of te onbepaald is. Immers, enige onzekerheid is er altijd en tegen die achtergrond volgt uit de betreffende kwalificatie dat voldoende aannemelijk is dat de gezondheidsklachten - in ieder geval mede - zijn veroorzaakt door de werkzaamheden. Dat er mogelijk ook andere oorzaken mede een rol hebben gespeeld, staat er niet aan in de weg dat het causaal verband met de werkomstandigheden wordt vermoed er te zijn. Daarbij komt dat er volgens de deskundige geen reden is om te vermoeden dat er voorafgaand aan de indiensttreding in 1991 bij [ eiser ]  sprake was van klachten, afwijkingen, aanleg, symptomen en/of andere factoren (antwoord op vraag 2) en hem geen andere medische of individu-gebonden risicofactoren bekend zijn die redelijkerwijs een rol gespeeld hebben in het ontstaan van de klachten en afwijkingen van [ eiser ]  anders dan fysiologische veroudering (antwoord op vraag 7). Ook voor het overige acht de kantonrechter het het deskundigenbericht concludent, consistent, overtuigend en deugdelijk gemotiveerd.

6.7
In het tussenvonnis heeft de kantonrechter reeds vastgesteld dat [ eiser ]  bij Best Star Meat heeft gewerkt in omstandigheden die voor de gezondheid schadelijk kunnen zijn en tevens volgt uit dat tussenvonnis dat Best Star Meat niet aan haar zorgplicht heeft voldaan. In hetgeen Best Star Meat daarover nog heeft aangevoerd in haar conclusie na deskundigen- bericht ziet de kantonrechter geen aanleiding op terug te komen op deze bindende eindbeslissingen. 

6.8
Gelet op het voorgaande kan daarmee het oorzakelijk verband tussen de werkzaamheden van [ eiser ] bij Best Star Meat en zijn gezondheidsschade worden aangenomen, zodat de vorderingen van [ eiser ]  voor toewijzing gereed liggen. Dat geldt ook voor het door hem gevorderde bedrag van € 20.000,00 als voorschot op de totale schadevergoeding. Weliswaar heeft Best Star Meat in de onderhavige procedure in algemene termen een aantal korte opmerkingen gemaakt over de schade(posten), maar zij heeft onvoldoende gemotiveerd weersproken dat de schade ten minste € 20.000,00 bedraagt.

6.8
Best Star Meat is de partij die ongelijk krijgt en zij zal daarom in de proceskosten (waaronder de nakosten) worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van [ eiser ]  als volgt vastgesteld:
kosten van de dagvaarding                                                         €    125,09
griffierecht                                                                                  €    507,00
salaris gemachtigde (2,50 punten x € 396,00)                            €    990,00
kosten deskundige (het gedeelte voorgeschoten door [ eiser ] ) € 4.900,50
nakosten                                                                                      €    132,00
totaal                                                                                           € 6.654,59
 
7. De beslissing

De kantonrechter

7.1
veroordeelt Best Star Meat tot betaling aan [ eiser ] binnen veertien dagen na dit vonnis, van € 20.000,00 als voorschot op de totale schadevergoeding;

7.2
veroordeelt Best Star Meat tot betaling aan [ eiser ]  van alle door hem geleden en nog te lijden schade, zowel materieel als immaterieel, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van uitval c.q. de vervaldata, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet:

7.3
veroordeelt Best Star Meat in de proceskosten van € 6.654,59, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Wordt bij niet betaling het vonnis daarna betekend, dan moet Best Star Meat ook de kosten van betekening betalen;

7.4
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

 

 

Met dank aan mw. mr. D. van Doorn, FNV Advocaten voor het inzenden van deze uitspraak.

 

Citeerwijze: www.letselschademagazine.nl/2024/RBZWB-221123