RBNHO 180925 vdo vanwege platzbauch na baarmoederverwijdering; vraagstelling en benoeming urogynaecoloog; deskundige uit hetzelfde vakgebied
- Meer over dit onderwerp:
RBNHO 180925 vdo vanwege platzbauch na baarmoederverwijdering; vraagstelling en benoeming urogynaecoloog; deskundige uit hetzelfde vakgebied
in vervolg op:
RBNHO 030725 voldoende belang bij vdo vanwege platzbauch na baarmoederverwijdering; ook na afwijzing tuchtklacht;
- rb schetst procedure voor het geval dat partijen het niet eens worden over een gezamenlijk deskundige;
2De beoordeling
2.1.
In de beschikking van 3 juli 2025 heeft de rechtbank de behandeling van de zaak aangehouden zodat partijen zich uit konden laten over de persoon van de te benoemen deskundige. Uit de e-mailberichten en de brief die de rechtbank vervolgens van partijen heeft ontvangen, blijkt dat partijen geen overeenstemming hebben weten te krijgen over de persoon van de te benoemen deskundige. Om die reden zal de rechtbank in deze beschikking beoordelen wie als deskundige benoemd moet worden.
2.2.
De rechtbank is van oordeel dat prof. dr. J.P.W.R. Roovers (hierna: Roovers) als deskundige dient te worden benoemd. Hoe de rechtbank tot dit oordeel komt, wordt in de volgende overwegingen uitgelegd.
2.3.
Roovers is door het NWZ voorgesteld om als deskundige te worden benoemd. NWZ wijst erop dat Roovers net als de gynaecoloog die [verzoekster] heeft behandeld een urogynaecoloog is. De verwijten die [verzoekster] aan NWZ maakt, zijn volgens NWZ verwijten die onder (eind)verantwoordelijkheid van de behandelend gynaecoloog vallen. De behandelend gynaecoloog is ook verantwoordelijk voor [verzoekster] nadat zij op de verpleegafdeling is komen te liggen.
2.4.
[verzoekster] heeft bezwaar gemaakt tegen het benoemen van Roovers als deskundige. Kort weergegeven komt dit bezwaar erop neer dat Roovers, volgens [verzoekster] , deskundig is op incontinentie problemen voorkomend bij gynaecologische problemen. Daar ligt echter niet de kern van het probleem van [verzoekster] . Kernvraag is volgens [verzoekster] of er onzorgvuldig is gehandeld en of NWZ dientengevolge aansprakelijk is. De vraag moet worden beantwoord of de operatiewond goed, adequaat en zorgvuldig is afgehecht, ook gelet op de persoonlijke situatie van [verzoekster] . Pas nadat deze vraag is beantwoord, moet de vraag worden gesteld wat de gevolgen van dat onzorgvuldig handelen. De medisch adviseur van [verzoekster] stelt in het advies van 1 augustus 2025 dat de deskundige die ‘de zorgvuldigheid van het handelen van de operateur in kwestie (dient) te beoordelen, mag dan een gynaecoloog zijn, maar dient in het bijzonder op de hoogte te zijn van ernstige gecompliceerde wondproblemen bij buikchirurgie, en waarbij de betreffende personen door obesitas, maligniteit e.d. een aanzienlijke kans op serieuze wondcomplicaties lopen. Oncologische chirurgen of – gynaecologen zijn daartoe zeer geschikt.’ Om deze reden dient volgens [verzoekster] niet een urogynaecologisch expert maar een oncologisch gynaecoloog als deskundige te worden benoemd.
2.5.
De rechtbank overweegt als volgt.
Op grond van artikel 7:453 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) moet een hulpverlener de zorg betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht.1 Een vakgenoot is de hulpverlener die hetzelfde specialisme uitoefent als de hulpverlener van wie het handelen ter discussie staat. De hulpverlener dient te handelen conform de professionele standaard.
2.6.
Niet ter beoordeling staat of de operatie had moeten worden verricht door een gynaecoloog die op de hoogte is van ernstige gecompliceerde wondproblemen bij buikchirurgie. Dit komt ook niet in de vraagstelling naar voren waar partijen al eerder overeenstemming over hebben bereikt. Beoordeeld moet worden of het handelen van de behandelend gynaecoloog onder de gegeven omstandigheden voldeed aan de eisen van een redelijk bekwaam en een redelijk handelend vakgenoot in dezelfde omstandigheden. Een te benoemen deskundige die hetzelfde specialisme uitoefent als de hulpverlener van wie het handelen ter discussie staat, is aan dezelfde professionele standaard gebonden en weet wat daarin wordt voorgeschreven. Daarbij dient de deskundige rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van [verzoekster] , zoals die ook bij de behandeld gynaecoloog bekend waren en dat in zijn onderzoek mee te nemen. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat Roovers, met eenzelfde specialisme als de gynaecoloog die [verzoekster] heeft behandeld, als deskundige dient te worden benoemd.
2.7.
Roovers heeft aan de rechtbank laten weten vrij te staan en bereid te zijn het onderzoek te verrichten. De rechtbank zal overgaan tot benoeming van Roovers als deskundige. Aan de te benoemen deskundige zullen de in de beslissing vermelde vragen worden voorgelegd.
2.8.
Roovers heeft de rechtbank meegedeeld dat zijn uurtarief € 299,- (inclusief BTW) is en te verwachten dat hij tussen de 14 en 20 uur bezig zal zijn met het onderzoek en de te beantwoorden vragen. De rechtbank zal bij de bepaling van het voorschot uitgaan van 20 uur, zodat het voorschot begroot kan worden op een bedrag van € 5.980,- (inclusief BTW). Indien partijen niet kunnen instemmen met de hoogte van dit voorschot, dan moeten zij dat binnen twee weken na datum van deze beschikking aan de rechtbank meedelen. In dat geval zal de rechtbank over de aangevoerde bezwaren een beslissing nemen.
2.9.
In de beschikking van 3 juli 2025 heeft de rechtbank al bepaald dat het voorschot van de te benoemen deskundige door [verzoekster] als verzoekende partij moeten worden gedeponeerd. De rechtbank zal dat onder de beslissing opnemen.
2.10.
In de beschikking van 3 juli 2025 heeft de rechtbank reeds een oordeel gegeven over de aan de deskundige te stellen vragen. Het is gebruikelijk om als laatste vraag aan de te benoemen deskundige de vraag te stellen of de deskundige nog overige opmerkingen heeft die voor de beoordeling van de zaak van belang kunnen zijn. De rechtbank acht het in het belang van partijen om ook in deze zaak deze vraag aan Roovers te stellen en zal deze vraag dan ook als vraag 12 aan de aan Roovers te stellen vragen toevoegen.
2.11.
Roovers heeft de rechtbank meegedeeld dat hij [verzoekster] waarschijnlijk binnen twee weken op zijn spreekuur kan ontvangen. Roovers verwacht dat hij het onderzoek binnen vier weken afgerond zal kunnen hebben. Gelet op deze verwachtingen zal de rechtbank beslissen dat Roovers het onderzoek binnen vier maanden na betaling van het voorschot afgerond zal moeten hebben.
2.12.
De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan één van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.
2.13.
Als een partij op verzoek van de deskundige of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige toestuurt, moet zij daarvan direct een afschrift aan de wederpartij te verstrekken.
3De beslissing
De rechtbank
3.1.
beveelt een onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de volgende vragen:
Algemeen
Vraag 1
-
Acht u zich vrij om in deze casus te rapporteren?
-
Beschikt u over voldoende gegevens om de casus te beoordelen? Zo nee, wilt u aangeven welk aanvullend onderzoek u heeft verricht en/of welke gegevens u heeft opgevraagd?
Vraag 2
Wilt u op basis van het (medisch) dossier een chronologische beschrijving geven van het beloop van de klachten van betrokkene, van de gestelde diagnose, van de geneeskundige behandelingen en het resultaat van die behandelingen?
Hoe hoort het in het algemeen te gaan?
Vraag 3
Kunt u aangeven hoe de voorbereiding van een abdominale uterusextirpatie verloopt?
Vraag 4
Kunt u aangegeven hoe een abdominale uterusextirpatie moet worden uitgevoerd volgens de binnen de beroepsgroep bestaande professionele standaard? Wilt u daarbij zoveel mogelijk verwijzen naar richtlijnen, protocollen en literatuur en de (digitale) vindplaats daarvan vermelden?
a. Kunt u hierbij ingaan op het risico op een draadbreuk en een Platzbauch?
Hoe is het in dit geval gegaan en was dat conform de professionele standaard?
Vraag 5
Kunt u aangeven of de voorbereiding naar de operatie (waaronder de indicatiestelling en preoperatief onderzoek) conform de professionele standaard is geweest?
a. Had de behandelend gynaecoloog op basis van de dossierinformatie bedacht moeten zijn op een allergie? Zo ja, was dit aanleiding het plan van aanpak te wijzigen?
Vraag 6
Kunt u op basis van het medisch dossier aangeven of naar uw oordeel de operatie op 6 november 2017 conform de professionele standaard is verricht rekening houdend met de geldende richtlijnen op uw vakgebied?
-
Kunt u aangeven of er naar uw oordeel een juiste dikte en juiste materiaal hechtdraad is gebruikt?
-
Kunt u aangeven of naar uw oordeel op een juiste wijze is geopereerd namelijk met een doorlopende hechting en had er niet een onderbroken hechtingsmethodiek moeten plaatsvinden?
Vraag 7
Kunt u aangeven of er op grond van de professionele standaard en uitgaande van de informatie zoals blijkt uit het medisch dossier na de operatie en gedurende opname aanleiding was om:
-
(preventieve) medicatie voor te schrijven tegen huisstofmijtallergie?
-
een korset of band ter ondersteuning van de buikwand aan te leggen op basis van de bekende gegevens rondom de huisstofmijtallergie?
-
niet tot opname op een zespersoonskamer over te gaan, maar een eenpersoonskamer te faciliteren?
Onderstaande vragen behoeven alleen beantwoord te worden indien het antwoord op vraag 5-7 ontkennend is.
Vraag 8
Als er naar uw mening niet volgens de professionele standaard is gehandeld, kunt u dan aangeven in hoeverre dat niet is gebeurd en hoe er anders had moeten worden gehandeld? Kunt u uw antwoord uitgebreid toelichten, waar mogelijk met verwijzing naar literatuur?
Vraag 9
Is er Platzbauch ontstaan als gevolg van het niet handelen volgens de professionele standaard?
Vraag 10
Kunt u een vergelijking maken tussen de situatie die thans is ontstaan (Platzbauch) en de situatie indien wel conform de professionele standaard zou zijn gehandeld ten aanzien van:
-
het beloop voor betrokkene;
-
de beperkingen van betrokkene en de mate van de beperkingen;
-
de in de toekomst eventueel te verwachten verbeteringen of verslechteringen van de huidige toestand van het op uw vakgebied geconstateerde letsel.
Vraag 11
Kunt u, op uw vakgebied, het percentage blijvende invaliditeit als gevolg van dit handelen in strijd met de professionele standaard bepalen? Kunt u daarbij ook aangeven wat het percentage blijvende invaliditeit zou zijn geweest indien wel conform de professionele standaard zou zijn gehandeld?
Het begrip ‘medische professionele standaard’ dient u hierbij op te vatten als: het geheel van kennis, regels en normen waaraan een medische beroepsbeoefenaar is gehouden, blijkend uit de opleiding(seisen), inzichten uit de praktijk, wetenschappelijke literatuur op het vakgebied, protocollen, gedragsregels, wettelijke bepalingen en jurisprudentie.
U dient deze vragen zo feitelijk mogelijk te beantwoorden. Het is niet de bedoeling dat u in uw antwoord aangeeft in hoeverre eventuele afwijkingen in uw ogen aanvaardbaar, redelijk of verwijtbaar is. Wat hier wordt gevraagd is derhalve geen subjectief, maar een zo objectief mogelijk oordeel.
Waar in de vraagstelling wordt gevraagd uw oordeel te baseren op de professionele standaard, wordt de professionele standaard bedoeld geldend tijdens de operatie op 6 november 2017.
Vraag 12
Heeft u nog overige opmerkingen die voor de beoordeling van de zaak van belang kunnen zijn?
3.2.
benoemt tot deskundige:
de heer prof. dr. J.P.W.R. Roovers, urogynaecoloog,
(etc. red. LSA LM)
1Zie ook ECLI:NL:HR:1990:AC1103 en bijvoorbeeld ECLI:NL:RBLIM:2024:1997
Rechtbank Noord-Holland 18 september 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:15772