Overslaan en naar de inhoud gaan

RBMNE 180326 fout bij afbreken zwangerschap waardoor letsel en vroeggeboorte volgend kind? vraagstelling gynaecoloog; voorschot 50/50

RBMNE 180326 fout bij afbreken zwangerschap waardoor letsel en vroeggeboorte volgend kind? vraagstelling gynaecoloog; voorschot 50/50
 

2De kern van de zaak

2.1.

Om duidelijk te krijgen of er bij de medische behandeling van [verzoekster] fouten zijn gemaakt hebben partijen geprobeerd samen een expertise door een gynaecoloog in gang te zetten. Dat is niet gelukt omdat zij het niet eens kunnen worden over de persoon van de deskundige en de vragen die moeten worden voorgelegd. [verzoekster] vraagt daarom aan de rechtbank om een voorlopig deskundigenbericht te bevelen. UMCU heeft daar geen bezwaar tegen, maar wil een andere deskundige en andere vragen dan [verzoekster] . De rechtbank benoemt prof. dr. J.J.H.M. Erwich als deskundige om de vragen die in de beschikking staan te beantwoorden.

3De achtergrond van het geschil

3.1.

[verzoekster] heeft in het [.] , een onderdeel van het UMCU , in november 2018 een medische behandeling ondergaan voor het afbreken van haar zwangerschap. Volgens [verzoekster] zijn bij de medische zorg voor, tijdens en ook na de opname in het ziekenhuis fouten gemaakt. [verzoekster] heeft daardoor niet alleen letsel opgelopen, ook is volgens haar door een onjuiste diagnose bij de nazorg bij haar volgende zwangerschap haar zoontje te vroeg geboren. [verzoekster] en haar partner hebben het UMCU ieder voor zich maar ook als ouders van hun zoon aansprakelijk gesteld. Het UMCU heeft aansprakelijkheid afgewezen.

4De beoordeling

Wat de rechtbank moet beoordelen

4.1.

De rechtbank moet een verzoek om een voorlopig deskundigenbericht in principe toestaan als dat deskundigenbericht kan bijdragen aan een van de volgende doelen.

  • -

    De verzoeker wil door het deskundigenbericht zekerheid of duidelijkheid krijgen over feiten en omstandigheden die voor de beslissing van een geschil van belang kunnen zijn.

  • -

    De verzoeker wil door het deskundigenbericht (beter) inzicht krijgen of het beginnen van of doorgaan met een rechtszaak over het geschil wenselijk is.

4.2.

In artikel 196 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) staat dat de rechter het verzoek moet afwijzen als zich een of meer van de volgende redenen voordoen.

  • -

    De informatie die aan de deskundige gevraagd wordt, is niet voldoende bepaald.

  • -

    Er is onvoldoende belang bij een voorlopig deskundigenbericht.

  • -

    Het verzoek is in strijd met de eisen van een goede procesorde.

  • -

    De bevoegdheid om een voorlopig deskundigenbericht te verzoeken, wordt misbruikt.

  • -

    Er bestaat een ander belangrijk bezwaar tegen het houden van het onderzoek.

De rechtbank wijst het verzoek toe

4.3.

[verzoekster] heeft goed uitgelegd waarom onderzoek nodig is. UMCU heeft er geen bezwaar tegen gemaakt. Voor de rechtbank zijn er ook geen redenen om het verzoek van [verzoekster] niet toe te staan. Dit betekent dat de rechtbank in deze uitspraak het gevraagde onderzoek zal bevelen en daarvoor een deskundige zal benoemen.


De rechtbank benoemt deze persoon om het onderzoek uit te voeren

4.4.

Partijen zijn het er over eens dat zij prof. dr. J.J.H.M. Erwich, gynaecoloog-perinatoloog, verbonden aan [organisatie] in [plaats] , het onderzoek willen laten uitvoeren. De rechtbank zal hem in deze beschikking als deskundige benoemen. De deskundige heeft laten weten bereid te zijn het onderzoek uit te voeren en daarvoor ook gelegenheid te hebben.

De rechtbank stelt de volgende vragen aan de deskundige

4.5.

De vragen die aan de deskundige zullen worden gesteld, zijn:

Inleiding

In deze zaak staat het handelen van UMCU ter discussie. Uw onderzoek(s-rapport) heeft als doel dat de rechter over het handelen van de betrokken arts kan oordelen; is er juist gehandeld door de arts? Het handelen van de betrokken arts moet de rechter toetsen aan een norm die geduid wordt als de norm van het goed hulpverlenerschap. Die norm vereist kennis van de medisch professionele standaard en de manier waarop de betrokken arts de geneeskundige behandeling heeft verricht. Om die toets te kunnen doen, is het noodzakelijk dat de rechter door u als medisch deskundige wordt voorgelicht, om zo voorzien te worden van feitelijke informatie over de medische praktijk en het handelen van de betrokken arts. U wordt als medisch deskundige niet gevraagd om te oordelen over de aansprakelijkheid. Bij uw beoordeling moet u dan ook uit gaan van objectieve maatstaven. Leeftijd, rang en ervaring van de arts zijn voor de toets niet van belang.

In dit kader worden u onderstaande vragen gesteld. Het zal niet mogelijk zijn om alle vragen met zekerheid te beantwoorden. Van u wordt ook niet gevraagd zekerheid te geven. Wel wordt gevraagd of u, vanuit uw kennis en ervaring op uw vakgebied, de geformuleerde vragen wilt beantwoorden, naar de stand van de wetenschap op het moment waarop de geneeskundige behandeling plaats had, uw antwoorden te motiveren en zo mogelijk te verwijzen naar relevante literatuur. Het begrip ‘medisch professionele standaard’ moet u steeds opvatten als het geheel van regels en normen waaraan de hulpverlener is gehouden, die blijken uit de opleiding(s-eisen) voor medici, inzichten en ervaring uit de geneeskundige praktijk, wetenschappelijke literatuur, protocollen en gedragsregels.

De aanleiding voor deze zaak

Door ernstige afwijkingen van de foetus (echo op 13 weken + 5 dagen) bij de derde zwangerschap is besloten de zwangerschap (in het tweede trimester) af te breken. [verzoekster] werd op 5 november 2018 opgenomen in een geboortecentrum van het [.] te Utrecht, waar gestart werd met een medicamenteuze behandeling om de zwangerschap af te breken. [verzoekster] stelt dat er voorafgaand, tijdens en na afloop van haar opname fouten gemaakt zijn. Na de afgebroken zwangerschap is [verzoekster] opnieuw in verwachting geraakt. Deze zwangerschap heeft geleid tot een vroeggeboorte met bijbehorende complicaties.

[verzoekster] maakt UMCU de volgende verwijten:

  1. Er is onvoldoende en onjuiste voorlichting gegeven over de methodiek van de zwangerschapsafbreking voorafgaand aan de zwangerschapsafbreking en ook tijdens de behandeling is er onvoldoende en onjuiste voorlichting gegeven.

  2. Er is niet adequaat geanticipeerd en gehandeld op het niet vorderen van de uitdrijving. Volgens [verzoekster] zou de beslissing om te gaan opereren te laat genomen zijn, zou hierdoor vertraging zijn ontstaan en zouden onnodige risico’s zijn genomen.

  3. Na de chirurgische evacuatie is vervolgdiagnostiek achterwege gebleven waardoor volgens [verzoekster] de diagnose uterus septus niet is gesteld maar is uitgegaan van een uterus bicornis.

Vraag 1

a. Staat het u vrij om deze expertise te verrichten, in die zin dat u niet in een persoonlijke of zakelijke relatie staat tot de bij deze expertise betrokken patiënte, de zorgverleners en het ziekenhuis?

b. Beschikt u over voldoende informatie om de casus te kunnen beoordelen? Zo nee,

wilt u dan aangeven welke informatie u nog wilt ontvangen?

c. Wilt u op basis van het dossier een beschrijving geven van de obstetrische voorgeschiedenis van [verzoekster] ?

d. Wilt u het verloop van de geneeskundige behandeling van [verzoekster] zo uitvoerig

mogelijk beschrijven vanaf het eerste consult op 11-10-2018 tot en met het consult op

16-01-2019?

Hoe hoort het in het algemeen te gaan?

Vraag 2

a. Kunt u voor de verschillende stadia van de geneeskundige behandeling waar het hier over gaat, aangeven waaruit deze moet bestaan volgens de binnen de beroepsgroep bestaande professionele standaard? Wilt u daarbij zoveel mogelijk verwijzen naar richtlijnen, protocollen en literatuur, en de (digitale) vindplaats daarvan vermelden?

Kunt u hierbij ingaan op de volgende punten:

- Het verloop van een (inleiding bij een) medicamenteuze beëindiging van een zwangerschap.

- De nazorg en mogelijke vervolgdiagnostiek na een chirurgische beëindiging van een zwangerschap en kunt u daarbij aangeven of het daarbij verschil maakt of een patiënt al dan niet een uitdrukkelijke kinderwens heeft.

b. Kunt u bij de verschillende stadia van de geneeskundige behandeling aangeven of met een bepaalde handelwijze beoogd wordt een specifiek omschreven medisch doel te bereiken?

c. Zo ja, welk doel?

d. Zijn er meerdere mogelijkheden van behandeling?

e. Zo ja, voor welke mogelijke behandeling is in dit geval gekozen?

f. Kunt u aangeven of er binnen de beroepsgroep bestaande medisch professionele standaard iets bekend is over het verschil in resultaat van de behandelingen?

Vraag 3

a. Kunt u aangeven hoe betrokkene had moeten worden geïnformeerd over de beëindiging van een zwangerschap (17 + 2 weken)?

b. Waren er alternatieven voorhanden? Wat zijn de voor- en nadelen van deze alternatieven? Wat kiezen patiënten in een in uw visie vergelijkbare situatie? Waarop is uw antwoord gebaseerd (literatuuronderzoek en/of klinische ervaring)? U wordt verzocht uw antwoord zo concreet mogelijk toe te lichten.

Hoe is het in dit geval gegaan?

Vraag 4

a. Kunt u op basis van de beschrijving in het medisch dossier en uw bevindingen bij eventueel lichamelijk onderzoek, voor zover verricht, een beschrijving geven van de verschillende stadia van de geneeskundige behandeling zoals verricht bij betrokkene?

Kunt u hierbij ingaan op de volgende punten:

- Het verloop van een (inleiding bij een) medicamenteuze beëindiging van een zwangerschap.

- Het beleid bij het niet vorderen van de uitdrijving en het moment dat geconstateerd werd dat er sprake is van koorts en gebroken vliezen.

- Het handelen bij de specifieke gezondheidstoestand van [verzoekster] .

- De nazorg en mogelijke vervolgdiagnostiek na een chirurgische beëindiging van een zwangerschap.

b. Voor zover een handeling niet duidelijk is, wilt u dit dan aangeven onder opgave van redenen?

Vraag 5

a. Is het voor u mogelijk aan te geven hoe betrokkene geïnformeerd is over de beëindiging van een zwangerschap (17 + 2 weken)?

b. Waren er alternatieven voorhanden? Wat waren de voor- en nadelen van die alternatieven? Had betrokkene de vrijheid om een andere keuze te maken?

Vraag 6

U moet deze vraag zo feitelijk mogelijk beantwoorden. U hoeft niet aan te geven in hoeverre een eventuele afwijking aanvaardbaar, redelijk of verwijtbaar is.

a. Kunt u - over de verwijten die [verzoekster] UMCU maakt (zie hiervoor onder ‘De aanleiding voor deze zaak’) - aangeven of naar uw oordeel de behandelend arts heeft gehandeld volgens de op dat moment voor hem geldende professionele standaard?

b. Bevat het medisch dossier de informatie die daarin behoort te worden vermeld volgens de professionele standaard?

c. Als er niet volgens de professionele standaard is gehandeld, kunt u dan aangeven in hoeverre dat niet is gebeurd en hoe er anders had moeten en kunnen worden gehandeld?

Slotvraag

Heeft u nog opmerkingen die van belang zouden kunnen zijn voor de beoordeling van deze zaak door de rechter?

4.6.

Als de deskundige niet met de vraagstelling uit de voeten kan, moet hij contact opnemen met de rechtbank.

De rechtbank laat het aan de deskundige of partijen worden gehoord

4.7.

[verzoekster] heeft de uitdrukkelijke wens om persoonlijk door de deskundige te worden gehoord. Het is aan de deskundige om te bepalen hoe hij zijn onderzoek inricht. De rechtbank geeft hem wel in overweging om zowel [verzoekster] als de behandelend arts(en) op enigerlei wijze te horen. Niet alleen omdat [verzoekster] het belangrijk vindt dat (vooral) zij wordt gehoord, maar ook omdat dit kan bijdragen aan de acceptatie van het deskundigenrapport. De keuze om een en ander wel of niet te doen, moet in het rapport worden toegelicht.

De stukken die de deskundige moet krijgen

4.8.

De rechtbank zal bepalen dat UMCU de deskundige voorziet van de processtukken en dat de griffier een kopie van deze beschikking aan de deskundige toestuurt.

De rechtbank gaat ervan uit dat partijen de deskundige inzage zullen geven in alle stukken die hij voor het verrichten van het onderzoek belangrijk vindt.

De verzoeker mag het rapport als eerste inzien en verspreiding blokkeren

4.9.

Het onderzoek door Erwich is een medisch onderzoek. Maar het gaat niet om een onderzoek binnen een geneeskundige behandelingsovereenkomst. Daarom beslist de rechtbank op eigen initiatief dat [verzoekster] het inzage- en blokkeringsrecht heeft zoals dat opgenomen is in artikel 7:464 lid 2 sub b van het Burgerlijk Wetboek (BW).

Dit betekent dat [verzoekster] als eerste het conceptrapport van Erwich moet ontvangen. [verzoekster] kan vervolgens besluiten het concept rapport te blokkeren. Dat betekent dat het verder niet aan anderen wordt gegeven, ook niet aan UMCU . Als [verzoekster] het rapport niet blokkeert, zal daarna een definitief rapport gemaakt worden. Ook dat moet [verzoekster] als eerste ontvangen. Ook dan kan zij de verdere verspreiding van het rapport blokkeren. Erwich zal daarom te werk moeten gaan zoals hierna in de beslissing staat beschreven.

De rechtbank wijst er wel op dat als [verzoekster] het blokkeringsrecht gebruikt de rechtbank daaraan de conclusies kan verbinden die zij daarbij vindt passen.

De partij die het voorschot aan de deskundige moet betalen

4.10.

De rechtbank volgt de afspraak die partijen hierover tijdens de mondelinge behandeling hebben gemaakt en zal bepalen dat partijen ieder de helft van de kosten van het deskundigenonderzoek moeten voorschieten.

Over de vraag wie de kosten van het deskundigenbericht uiteindelijk moet betalen, beslist de rechter in een eventuele bodemprocedure tussen partijen.

Instructies aan partijen

4.11.

De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal de verschillende verplichtingen van partijen opnemen in de beslissing. Voldoet een partij niet aan een van deze verplichtingen, dan kan de rechter daaraan conclusies verbinden die hij daarbij vindt passen (artikel 190 lid 3 Rv).

4.12.

Als een partij op verzoek van de deskundige of op eigen initiatief contact heeft met de deskundige, moet dat schriftelijk gebeuren, steeds meteen met een kopie aan de andere partij.

De deskundige hoeft niet te beginnen voordat de rechtbank dat laat weten

4.13.

De rechtbank zal de deskundige op de hoogte stellen als hij met het onderzoek kan beginnen. Dat doet de rechtbank pas nadat het voorschot is betaald.

De rechtbank verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad

4.14.

De rechtbank verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad. Voor de rest doet de rechtbank dat niet omdat tegen een beschikking over voorlopige bewijsverrichtingen in principe geen hoger beroep kan worden ingesteld. Dat volgt uit artikel 200 lid 2 Rv. Rechtbank Midden-Nederland 18 maart 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:1248