Overslaan en naar de inhoud gaan

KBS Advocaten 270226 Calamiteiten in de zorg: bij twijfel melden?

KBS Advocaten 270226 Calamiteiten in de zorg: bij twijfel melden?

In deze bijdrage staat de verplichting voor zorgaanbieders om calamiteiten te melden bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) centraal. Aanleiding is een recente uitspraak van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (CTG), waarin een moeilijk te begrijpen benadering van deze meldplicht wordt gekozen. Voordat ik daarop inga, schets ik eerst kort het juridisch kader rondom het melden van calamiteiten.

Juridisch kader

Op grond van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) zijn zorgverleners verplicht om een calamiteit te melden bij de IGJ. Maar wanneer is daar precies sprake van? Om die vraag te beantwoorden, is het allereerst belangrijk om onderscheid te maken tussen een incident, een complicatie en een calamiteit.

Een incident is een niet-beoogde of onverwachte gebeurtenis die betrekking heeft op de kwaliteit van de zorg en heeft geleid, had kunnen leiden of zou kunnen leiden tot schade bij een cliënt. Pas wanneer deze schade fataal is of tot een ernstig schadelijk gevolg leidt, kan sprake zijn van een calamiteit. De Wkkgz omschrijft een calamiteit als: “een niet-beoogde of onverwachte gebeurtenis, die betrekking heeft op de kwaliteit van de zorg en die tot de dood van een cliënt of een ernstig schadelijk gevolg voor een cliënt heeft geleid.”

Bij een complicatie is er eveneens iets misgegaan, waardoor een cliënt schade heeft opgelopen. Deze schade is dan een onbedoeld of ongewenst gevolg van de verleende zorg. Net als incidenten, kunnen complicaties ernstig of zelfs fataal zijn. In tegenstelling tot incidenten en calamiteiten hebben complicaties echter geen betrekking op de kwaliteit van de zorg. De zorgverlening is bij een complicatie wel goed gegaan, alleen is sprake van een onverwachte/ongewenste uitkomst. Veel behandelingen zijn nou eenmaal helaas niet zonder risico’s.

Zoals de IGJ het zelf uitlegt: “complicatie gaat over de uitkomst van de zorg, incident gaat over de wijze waarop de zorg geleverd is. Een calamiteit is een incident met een ernstig schadelijk gevolg of overlijden”.

Omdat een zorgaanbieder op grond van artikel 11 van de Wkkgz verplicht is calamiteiten te melden, moet eerst worden beoordeeld of een gebeurtenis daaronder valt. In de praktijk is dat niet altijd eenvoudig. Het is soms onduidelijk of iets moet worden gezien als een complicatie, een incident of een calamiteit. Wanneer bijvoorbeeld nog niet vaststaat dat de kwaliteit van de zorg niet voldeed, kan niet met zekerheid worden vastgesteld of sprake is van een calamiteit. 

Als de zorgaanbieder twijfelt, dan is het advies van de IGJ om eerst zelf onderzoek te doen. Hier geldt een termijn voor van zes weken. Als aan de hand van het onderzoek blijkt dat het gaat om een calamiteit, dan moet de zorgaanbieder dit binnen drie werkdagen melden aan de IGJ. Als de zorgaanbieder na het onderzoek nog altijd twijfelt of sprake is van een calamiteit, dan adviseert de IGJ om alsnog een melding te doen.

De IGJ heeft dit proces in haar Brochure voor zorgaanbieders: Calamiteiten Wkkgz melden aan de IGJ van juni 2025 als volgt gevisualiseerd:  

Bron: brochure Calamiteiten Wkkgz melden aan de IGJ

Uit de brochure volgt dat een zorgaanbieder in eerste instantie zelf moet beoordelen of sprake is van een calamiteit. Bij twijfel adviseert de IGJ eveneens om eerst zelf onderzoek te doen en zelfs nadat een calamiteit is gemeld, vraagt de IGJ aan de zorgaanbieder om de melding zelf verder te onderzoeken.

Kortom: volgens de IGJ ligt de verantwoordelijkheid voor het beoordelen en onderzoeken van calamiteiteten bij de zorgaanbieder zelf.

Bevestiging Regionaal Tuchtcollege

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (RTC) bevestigt bovenstaand juridisch kader in haar uitspraak van 4 maart 2025.

In deze zaak werd een huisarts geconfronteerd met een tuchtklacht van de echtgenote van een overleden patiënt. De 37-jarige patiënt was onverwacht overleden aan de gevolgen van een Aortadissectie. Klaagster verweet de huisarts (onder meer) dat hij de klachten van de patiënt slecht had uitgevraagd en onvoldoende serieus had genomen, had vastgehouden aan een (achteraf gezien onjuiste) diagnose en dat hij geen calamiteitenmelding had gedaan.

De huisarts had na het overlijden van de patiënt, de medisch adviseur van de calamiteitencommissie van de huisartsenpost (HAP) ingeschakeld om onderzoek te doen naar de gebeurtenis. Omdat meerdere artsen bij de zorgverlening betrokken waren geweest, werd gekozen voor een gecombineerd onderzoek. De calamiteitencommissie concludeerde dat de kwaliteit van de verleende zorg voldoende was en dat geen sprake was van een calamiteit. De huisarts nam deze conclusie over en deed geen melding bij de IGJ.

Ook het RTC naam deze conclusie over en oordeelde dat de huisarts niet medisch onzorgvuldig had gehandeld. Volgens het tuchtcollege was geen sprake van een tekortkoming in de verleende zorg. Bovendien had de huisarts zich voldoende ingespannen door de calamiteitencommissie in te schakelen. Omdat geen sprake was van een calamiteit, bestond voor de huisarts als zorgaanbieder geen wettelijke verplichting om hiervan melding te doen bij de IGJ.

Kortom: omdat uit het onderzoek van de huisarts zelf bleek dat geen sprake was van een calamiteit, werd terecht geen melding bij de IGJ gedaan.

Een andere uitkomst in hoger beroep

Klaagster ging vervolgens in hoger beroep bij het CTG, waar iets opvallends gebeurde.

Het CTG liet in haar uitspraak van 12 januari 2026 het inhoudelijke oordeel van het RTG over het medisch handelen in stand: de huisarts had niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. In tegenstelling tot het RTG, verklaarde het CTG de klacht over het niet doen van een calamiteitenmelding echter gegrond. Er werd geen maatregel opgelegd, maar volgens het CTG had de huisarts het onverwacht overlijden van de patiënt als calamiteit bij de IGJ moeten melden:

“Het gaat hier om een onverwacht overlijden van een 37-jarige patiënt die in de negen dagen voor zijn overlijden zeven keer door een (huis)arts is beoordeeld. Daarmee staat vast dat hier de kwaliteit van zorg in het geding zou kunnen zijn en op voorhand valt niet uit te sluiten dat sprake zou kunnen zijn van een tekortkoming in die kwaliteit van zorg. Dit betekent dat de huisarts het onverwachte overlijden van patiënt als calamiteit had dienen te melden bij de IGJ en niet heeft mogen volstaan met een melding bij de huisartsenpost met het verzoek om onderzoek te doen naar de gehele zorgverlening. Dat de huisarts zelf meende dat er bij zijn handelen geen sprake was van een tekortkoming in de door hem verleende zorg, maakt dat niet anders. Dit is nu juist aan de inspectie om te beoordelen.”

Omdat de kwaliteit van de zorg in het geding kon zijn, had de huisarts het onverwachte overlijden van de patiënt als calamiteit moeten melden bij de IGJ. De eigen beoordeling van de huisarts of sprake is van een tekortkoming en daarmee een calamiteit, doet daar volgens het CTG niet aan af. Volgens het CTG is het immers “juist” aan de IGJ om te beoordelen of sprake is van een calamiteit.  

Consequenties voor de praktijk

Het CTG kiest hiermee een andere, mijns inziens ongewenste, benadering van de meldnorm dan het RTC. Daar waar de wetgever, IGJ en het RTC uitgaan van een meldplicht als naar het oordeel van de hulpverlener sprake is van een calamiteit (of van twijfel), introduceert het CTG in feite een andere norm, nl. een meldplicht als de kwaliteit van zorg in het geding zou kunnen zijn en op voorhand niet valt uit te sluiten dat sprake zou kunnen zijn van een tekortkoming in die kwaliteit van zorg.

Daarbij is lastig om de nieuwe norm toe te passen. De beoordeling of een calamiteit op voorhand wel valt uit te sluiten, is immers niet afhankelijk van de professionele beoordeling van de hulpverlener (of de calamiteitenonderzoekscommissie), aangezien het aan de IGJ is om te beoordelen of sprake is van een tekortkoming in de verleende zorg.

Als de door het CTG geïntroduceerde nieuwe norm in de praktijk gaat wordt gevolgd, kan de IGJ een forse toename van het aantal calamiteitenmeldingen tegemoet zien. KBSAdvocaten.nl