RBAMS 020426 vdo gemist enkelletsel; benoeming traumachirurg; kosten voor rekening verzoekster; GOMA ziet op buitengerechtelijk traject
RBAMS 020426 vdo gemist enkelletsel; benoeming traumachirurg; kosten voor rekening verzoekster; GOMA ziet op buitengerechtelijk traject
2De feiten
2.1.
[verzoeker] heeft zich op 15 mei 2022 bij de spoedeisende hulp van het AUMC, locatie VUMC, gemeld met pijnkachten in haar rechtervoet. Deze klachten had zij na de val van een barkruk. [verzoeker] was op dat moment zwanger.
2.2.
[verzoeker] is gezien en behandeld door verschillende traumachirurgen van de spoedeisende hulp van het AUMC. Tijdens het onderzoek is lichamelijk onderzoek uitgevoerd en is een röntgenfoto gemaakt van de rechterenkel en -voet. De conclusie van het onderzoek was: ‘fractuur basis MT 2’ en het beleid ‘Onderbeengips, pijnstilling middels paracetamol (…), onbelast en elevatie + 1W gipskamer + trauma’.
2.3.
Op 23 mei 2022 is [verzoeker] gezien op de gipskamer van locatie VUMC en is het gips vervangen door loopgips. Op 10 juni 2022 is het gips eraf gehaald.
2.4.
Op 14 juni 2022 heeft [verzoeker] zich opnieuw bij deze gipskamer gemeld, omdat een zwelling onrust veroorzaakte (zonder pijn). [verzoeker] is daarna in september en oktober 2022 meerdere keren in het AUMC geweest met klachten aan haar rechtervoet. Ook is een CT-scan van haar voet gemaakt op 11 oktober 2022.
2.5.
[verzoeker] heeft zich begin 2023 tot het OLVG gewend voor een second opinion en wegens klachten. Op 1 mei 2023 is in het OLVG de conclusie getrokken dat het gaat om ‘posttrauma klachten na een lisfranc letsel’. Daarna is in 2024 in het OLVG een MRI-scan gemaakt, waarna als conclusie is getrokken ‘geen verklaring voor de klachten’. In april 2024 is de uitslag van de MRI met [verzoeker] besproken en is als beleid onder meer besproken ‘inlay via ortho schoenmaker’ en ‘arthrodese echt brug te ver gezien zeer beperkte afw op mri’.
2.6.
Op 25 januari 2024 heeft de advocaat van [verzoeker] het AUMC aansprakelijk gesteld voor schade die het gevolg is van ‘het medisch onzorgvuldig handelen op de huisartsenpost/in het ziekenhuis, zoals dat plaatsvond vanaf 15 mei 2022’. Het AUMC heeft aansprakelijkheid van de hand gewezen.
2.7.
[verzoeker] is tandarts. Zij voert haar werkzaamheden als tandarts niet meer uit. Op verzoek van de arbeidsongeschikheidsverzekeraar van [verzoeker] heeft orthopedisch chirurg prof. dr. R.W. Poolman een medische expertise uitgevoerd.
3Het verzoek en het verweer
3.1.
[verzoeker] heeft de rechtbank samengevat verzocht om (i) een voorlopig deskundigenbericht te bevelen, (ii) prof. dr. M.H.J. Verhofstad (hierna: Verhofstad) te benoemen tot deskundige, (iii) de deskundige de in alinea 5.3 van het verzoekschrift geformuleerde vragen voor te leggen en (iv) te bepalen dat de deskundige de beschikking over het medisch dossier krijgt. Daarnaast verzoekt [verzoeker] te gelasten dat het AUMC ten minste 50% van de kosten van het voorlopig deskundigenbericht draagt.
3.2.
Aan het verzoek heeft [verzoeker] het volgende ten grondslag gelegd. Het AUMC heeft op en na 15 mei 2022 een breuk in de voet (Lisfranc-fractuur) gemist waardoor deze breuk niet adequaat is behandeld in het AUMC, namelijk met gips in plaats van door een operatie. Als deskundige die dit handelen kan beoordelen, kan traumachirurg Verhofstad van het Erasmus MC worden benoemd. Het AUMC moet de helft van de kosten van de deskundige dragen; dit tegen de achtergrond dat het AUMC niet bereid is gebleken buiten rechte van gedachten te wisselen en heeft volstaan met de mededeling dat zij niet meewerkt aan een deskundigenonderzoek.
3.3.
Het AUMC verzet zich niet (meer) tegen toewijzing van het verzoek om een voorlopig deskundigenbericht te bevelen en om Verhofstad te benoemen als deskundige. Wel voert het AUMC verweer tegen de voorgestelde vragen en tegen het verzoek om het AUMC te belasten met de helft van het voorschot op de kosten van het deskundigenonderzoek.
4. De beoordeling
het verzoek van [verzoeker]
4.1.
Bij de beoordeling van het verzoek om een voorlopig deskundigenonderzoek geldt in principe het volgende. Het doel van zo’n onderzoek is onder andere een partij de mogelijkheid te geven om met een onderzoek door een deskundige zekerheid of duidelijkheid te krijgen over feiten en omstandigheden die voor de beslissing van een geschil van belang kunnen zijn. Zo kan een partij een standpunt bepalen en beoordelen of het wenselijk is een procedure te beginnen of daar mee door te gaan.
4.2.
De rechtbank moet het verzoek in beginsel toewijzen als het ter zake dienend en voldoende concreet is en het feiten betreft die met het deskundigenonderzoek kunnen worden bewezen. Het verzoek zal worden toegewezen, tenzij de rechtbank van oordeel is:
- dat de informatie die wordt verlangd, niet voldoende is bepaald;
- er onvoldoende belang bij de voorlopige bewijsverrichting bestaat;
- het verzoek om voorlopige bewijsverrichtingen in strijd is met de goede procesorde;
- er sprake is van misbruik van bevoegdheid of
- als er andere gewichtige redenen bestaan die zich verzetten tegen de voorlopige bewijsverrichting.
4.3.
Nu het AUMC zich niet (langer) verzet tegen toewijzing van het verzoek om een voorlopig deskundigenbericht te bevelen en het verzoek verder voldoet aan de eisen van de wet, zal dit verzoek worden toegewezen. [verzoeker] heeft recht en belang bij een voorlopig deskundigenonderzoek naar het medisch handelen van de diverse traumachirurgen, werkzaam op de SEH, in de gipskamer en op de traumapoli van het AUMC (locatie VUMC) vanaf 15 mei 2022.
de deskundige en de vragen
4.4.
Partijen hebben overeenstemming bereikt over de benoeming van traumachirurg Verhofstad van het Erasmus MC en Verhofstad zal dan ook als deskundige worden benoemd. Verhofstad beschikt over de vereiste deskundigheid en hij heeft aan de griffier meegedeeld bereid te zijn om het deskundigenonderzoek uit te voeren en vrij te staan ten opzichte van [verzoeker] en het AUMC.
4.5.
Partijen waren het eerst niet eens over de aan de deskundige voor te leggen vragen. Partijen hebben hierover tijdens de mondelinge behandeling echter grotendeels overeenstemming bereikt. De rechtbank heeft vervolgens na afloop van de mondelinge behandeling de (grotendeels) in gezamenlijk overleg tot stand gekomen vraagstelling in concept vastgesteld. Partijen hebben die conceptvraagstelling toegestuurd gekregen en zij zijn daarmee akkoord gegaan, met uitzondering van vraag 5 die luidt ‘Voor zover een handeling niet duidelijk is, wilt u dit dan aangeven onder opgave van redenen?’. [verzoeker] kan zich (wel) vinden in deze vraagstelling, maar het AUMC voert aan dat zij niet verwacht dat de deskundige met deze vraag ‘uit de voeten kan’.
4.6.
De vraag is opgenomen in het deel dat gaat over ‘hoe het in dit geval is gegaan’ en heeft tot doel dat de deskundige de feitelijke gang van zaken zo helder mogelijk weergeeft en ook eventuele onduidelijkheden bij de behandeling benoemt en zo mogelijk uitlegt. De vraag zal daarom blijven staan in de vraagstelling zoals is opgenomen onder de beslissing. Als de deskundige met de vraagstelling niet uit de voeten kan, wordt hij verzocht daarover contact op te nemen met de rechtbank.
4.7.
Nu het onderzoek door Verhofstad een medisch onderzoek is waarvoor geen geneeskundige behandelingsovereenkomst bestaat, heeft [verzoeker] het inzage- en blokkeringsrecht als bedoeld in artikel 7:464 lid 2 sub b van het Burgerlijk Wetboek. Dit betekent dat [verzoeker] als eerste het conceptrapport van de deskundige moet ontvangen en vervolgens, als zij bij dat rapport haar blokkeringsrecht niet heeft uitgeoefend, ook als eerste het definitieve rapport van de deskundige zal ontvangen. De deskundige zal daarom moeten handelen als hierna in de beslissing is opgenomen. De rechtbank wijst er overigens op dat als [verzoeker] van haar blokkeringsrecht gebruik maakt, de rechtbank daaruit de gevolgtrekking kan maken die zij in de gegeven omstandigheden geraden acht.
het voorschot
4.8.
De deskundige heeft het voorschot op voorhand begroot op een bedrag van € 3.000,00 (incl. btw). Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren. Zij hebben geen bezwaar gemaakt tegen de begroting van het voorschot op dit bedrag. De rechtbank zal het voorschot dan ook vaststellen op een bedrag van € 3.000,00 (inclusief btw).
4.9.
De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt van de wet dat het voorschot op de kosten van de deskundige in beginsel door de verzoekende partij moet worden gedeponeerd. Het voorschot zal daarom door [verzoeker] moeten worden betaald. [verzoeker] wordt niet gevolgd in haar betoog dat het AUMC door in het traject voorafgaand aan de procedure aansprakelijkheid van de hand te wijzen en zich niet coöperatief op te stellen, de helft van het voorschot moet voldoen. Afwijken van de hoofdregel is bijvoorbeeld mogelijk in het geval dat de aansprakelijkheid is erkend en een deskundigenonderzoek nodig is om de hoogte van de schade vast te stellen. Daarvan is in dit geval geen sprake. Ook kan niet worden aangesloten bij artikel 23 van de Gedragscode Openheid medische incidenten 2022 (GOMA), waarin ervan wordt uitgegaan dat beide partijen de kosten in gelijke mate delen. Deze code ziet op het buitengerechtelijk traject en niet op deze procedure. Verder is het niet zo dat het AUMC op oneigenlijk gronden in het traject voorafgaand aan deze procedure heeft geweigerd om mee te werken aan het onderzoek door een deskundige. Dat zou bijvoorbeeld anders kunnen zijn als de discussie al is toegespitst op een of meer concrete punten, de medisch adviseurs van partijen hiernaar hebben gekeken en zij tot verschillende conclusies zijn gekomen, maar daarvan is in dit geval geen sprake.
het onderzoek
4.10.
De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals hierna onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaraan de gevolgen verbinden die de rechtbank geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.
4.11.
Als een partij op verzoek van de deskundige of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige toestuurt, moet zij daarvan direct een afschrift aan de wederpartij verstrekken.
slotopmerkingen
4.12.
Partijen moeten erop voorbereid zijn dat de rechtbank na afloop van een of meer voorlopige bewijsverrichtingen op verzoek van partijen of een van hen of ambtshalve een (nieuwe) mondelinge behandeling kan bevelen om een schikking te beproeven of tot het geven van inlichtingen aan de rechtbank. Tijdens deze mondelinge behandeling kan de rechtbank ook de verdere behandeling van geschillen over de vordering met partijen bespreken.
5De beslissing
De rechtbank
5.1.
beveelt een voorlopig onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de volgende vragen:
Inleiding
In deze zaak staat het handelen van diverse traumachirurgen, werkzaam op de SEH, in de gipskamer en op de traumapoli van het AUMC, steeds locatie VUMC, ter discussie.
Uw onderzoek(srapport) heeft als doel dat de rechter over het handelen van de betrokken artsen kan oordelen; is er juist gehandeld door de artsen? Het handelen van de betrokken artsen moet de rechter toetsen aan een norm die wordt geduid als de norm van het goed hulpverlenerschap. Die norm vereist kennis van de medisch professionele standaard en de manier waarop de betrokken artsen de geneeskundige behandeling hebben verricht. Om die toets te kunnen doen, is het noodzakelijk dat de rechter door u als medische deskundige wordt voorgelicht, om zo voorzien te worden van feitelijke informatie over de medische praktijk en het handelen van de betrokken artsen. U wordt als medisch deskundige niet gevraagd om te oordelen over de aansprakelijkheid. Bij uw beoordeling moet u dan ook uit gaan van objectieve maatstaven. Leeftijd, rang en ervaring van de artsen zijn voor de toets niet van belang.
In dit kader worden u onderstaande vragen gesteld. Het zal niet mogelijk zijn om alle vragen met zekerheid te beantwoorden. Van u wordt ook niet gevraagd zekerheid te geven. Wel wordt gevraagd of u, vanuit uw kennis en ervaring op uw vakgebied, de geformuleerde vragen wilt beantwoorden, naar de stand van de wetenschap op het moment waarop de geneeskundige behandeling plaats had, uw antwoorden te motiveren en zo mogelijk te verwijzen naar relevante literatuur.
Het begrip ‘medisch professionele standaard’ moet u steeds opvatten als het geheel van regels en normen waaraan de hulpverlener is gehouden, die blijken uit de opleiding(s-eisen) voor medici, inzichten en ervaring uit de geneeskundige praktijk, wetenschappelijke literatuur, protocollen en gedragsregels.
Als u op enigerlei wijze niet uit de voeten kan met onderstaande vragen, wordt u verzocht hierover contact op te nemen met de rechtbank.
Voldoende informatie?
Vraag 1
Beschikt u over voldoende gegevens om de hiernavolgende vragen te kunnen beantwoorden?
Zo nee, wilt u dan aangeven welke informatie/stukken u nog wilt ontvangen?
Hoe is het in dit geval gegaan?
Vraag 2
Kunt u een samenvatting geven van de medische voorgeschiedenis van betrokkene?
Kunt u bij de beantwoording van de navolgende vragen (steeds) betrekken dat betrokkene op 15 mei 2022 zwanger was?
Vraag 3
a. Kunt u op basis van de beschrijving in het medisch dossier en uw bevindingen bij eventueel lichamelijk onderzoek, voor zover verricht, een beschrijving geven van de geneeskundige behandeling zoals die vanaf 15 mei 2022 is verricht bij betrokkene?
b. Kunt u daarbij aangeven welke onderzoeken zijn verricht, wat daarvan de bevindingen waren en welke behandelingen werden ingesteld?
Kunt u bij beantwoording van vraag a. en b. in elk geval onderscheid maken in de volgende tijdsperioden:
(i) de periode voorafgaand aan het SEH bezoek op 15 mei 2022;
(ii) de behandeling op 15 mei 2022 op de SEH van het AUMC;
(iii) de behandelperiode in het AUMC na het SEH-bezoek van 15 mei 2022;
(iv) de behandelperiode in het OLVG;
(v) eventuele andere medische behandelingen.
Vraag 4
Kunt u daarbij aangeven of betrokkene andere klachten en beperkingen ondervindt dan het rechtervoetletsel en kunt u deze beschrijven?
Vraag 5
Voor zover een handeling niet duidelijk is, wilt u dit dan aangeven onder opgave van redenen?
Vraag 6
Kunt u de toedracht van het ongeval waarvoor betrokkene op 15 mei 2022 de SEH in het AUMC heeft bezocht zo uitvoerig mogelijk beschrijven en daarbij aangeven welk(e) letsel(s) daarbij kunnen optreden?
Vraag 7
Kunt u aangeven in hoeverre er bij de door betrokkene gepresenteerde/ondervonden klachten moest worden gedacht aan een fractuur in het Lisfranc-gebied? En bij welke klachten er in het algemeen aan een dergelijke fractuur moet worden gedacht?
Vraag 8
Kunt u de aard, ernst en het herstelbeloop van het ongevalsletsel waarvoor betrokkene op 15 mei 2022 de SEH van het AUMC bezocht, beschrijven? Kunt u daarbij in elk geval beschrijven hoe het verloop van de klachten in tijd is geweest?
Hoe hoort het in het algemeen te gaan?
Kunt u bij de beantwoording van de navolgende vragen (steeds) betrekken dat betrokkene op 15 mei 2022 zwanger was:
Vraag 9
Kunt u voor de diverse stadia van de behandeling aangeven
a. welke onderzoeken er in de gegeven omstandigheden wordt/worden verricht en
b. waaruit de behandelmogelijkheden bestaan,
beide volgens de binnen de beroepsgroep bestaande professionele standaard?
Kunt u bij beantwoording van a. en b. een onderscheid maken voor de volgende stadia?
-
i) de periode voorafgaand aan het SEH bezoek op 15 mei 2022;
-
ii) de behandeling op 15 mei 2022 op de SEH van het AUMC;
-
iii) de behandelperiode in het AUMC na het SEH-bezoek van 15 mei 2022;
-
iv) de behandelperiode in het OLVG;
-
v) eventuele vervolg behandelingen.
En wilt u daarbij zoveel mogelijk verwijzen naar richtlijnen, protocollen en literatuur en de (digitale) vindplaats daarvan vermelden, alsook vermelden of er binnen de beroepsgroep bestaande medisch professionele standaard iets bekend is over het verschil in resultaat van de behandelingen?
Vraag 10
Kunt u bij de hiervoor genoemde verschillende stadia van de geneeskundige behandeling aangeven of met de bepaalde handelwijze is beoogd een specifiek omschreven medisch doel te bereiken? Zo ja, welk doel?
Vraag 11
Zijn/waren er meerdere mogelijkheden van behandeling?
Vraag 12
Kunt u aangeven of er binnen de beroepsgroep bestaande medisch professionele standaard iets bekend is over het verschil in resultaat van de behandelingen?
Toets aan de professionele standaard
U wordt verzocht de navolgende vragen zo feitelijk mogelijk te beantwoorden. U hoeft niet aan te geven in hoeverre een eventuele afwijking aanvaardbaar, redelijk of verwijtbaar is. Kunt u ook bij de beantwoording van deze vragen (steeds) betrekken dat betrokkene op 15 mei 2022 zwanger was?
Vraag 13
Kunt u aangeven of naar uw oordeel de betrokken traumachirurg(en) op 15 mei 2022 op de SEH en nadien op de gipskamer en de traumapoli van het AUMC (niet) heeft/hebben gehandeld volgens de op dat moment voor hem/hen geldende professionele standaard?
Vraag 14
Als er niet volgens de professionele standaard is gehandeld, kunt u dan aangeven in hoeverre dat niet is gebeurd en hoe er anders had moeten en kunnen worden gehandeld?
Overig
Vraag 15
Heeft u nog opmerkingen die van belang zouden kunnen zijn voor de beoordeling
van deze zaak?
Vraag 16
Wilt u betrokkene van het inzage- en blokkeringsrecht gebruik laten maken voordat u uw concept- en eindrapport aan partijen voorlegt?
5.2.
benoemt tot deskundige:
prof. dr. M.H.J. Verhofstad,
(etc. red LSA LM)
Rechtbank Amsterdam 2 april 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:3625
