Overslaan en naar de inhoud gaan

CRvB 090125  SO kan maatwerkvoorzieningen aanvragen bij het college v B&W, maar kan zich ook tot (verzekeraar van) schadeveroorzaker wenden

CRvB 090125  SO kan maatwerkvoorzieningen aanvragen bij het college v B&W, maar kan zich ook tot (verzekeraar van) schadeveroorzaker wenden
 

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.

1.1.

Appellant, geboren in 1987, heeft op 31 juli 2009 een verkeersongeval gehad. Vanwege de hierdoor ontstane beperkingen heeft het college hem sinds 2010 diverse voorzieningen verstrekt, eerst op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning en sinds 2015 op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).

1.2.

Appellant heeft op 6 juni 2017 een vaststellingsovereenkomst gesloten met de schadeverzekeraar van de voor het ongeval aansprakelijke partij. In deze overeenkomst is aan appellant tegen finale kwijting een bedrag van € 1.058.800,- toegekend voor de door hem geleden schade.

1.3.

Op 19 februari 2020 heeft appellant zich bij het college gemeld voor verlenging en uitbreiding van de aan hem eerder verleende maatwerkvoorziening voor begeleiding en om een maatwerkvoorziening in de vorm van een nieuwe rolstoel. Op 17 april 2020 heeft appellant hiertoe een aanvraag gedaan.

1.4.

Met een besluit van 7 mei 2020, na bezwaar gehandhaafd met een besluit van 28 oktober 2020 (bestreden besluit), heeft het college de aanvraag van appellant afgewezen. Hieraan heeft het college ten grondslag gelegd dat appellant met het sluiten van de vaststellingsovereenkomst op eigen kracht de beperkingen heeft weggenomen. Hij kan daarom geen aanspraak meer maken op een maatwerkvoorziening. Ook als de betreffende schade niet is meegenomen in het schadebedrag, dan geldt dat hij daarop wel aanspraak had kúnnen maken.

Uitspraak van de rechtbank

2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten.

Het standpunt van appellant

3. Appellant is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Wat hij daartegen heeft aangevoerd wordt hierna besproken.

Het oordeel van de Raad

4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit over de afwijzing van de maatwerkvoorzieningen in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep slaagt. De wettelijke regels die voor de beoordeling van het hoger beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.

4.1.

Appellant heeft aangevoerd dat hij wat betreft de hier aan de orde zijnde voorzieningen de vrijheid heeft om te kiezen of hij een beroep doet op de Wmo 2015, of dat hij dit regelt met de schadeverzekeraar. Bij het sluiten van de vaststellingsovereenkomst hebben partijen er rekening mee gehouden dat appellant in aanmerking komt voor maatwerkvoorzieningen op grond van de Wmo 2015. Verder is van belang dat de schadeverzekeraar niet 100% van de schade heeft vergoed, maar 90%, omdat sprake was van een bepaalde mate van eigen schuld aan de zijde van appellant.

4.2.

Deze beroepsgrond slaagt. In de situatie van appellant staat de eigen kracht, zoals bedoeld in artikel 2.3.5, derde lid, van de Wmo 2015, niet in de weg aan de verstrekking van de gevraagde maatwerkvoorzieningen. Bij het verkrijgen van de benodigde ondersteuning heeft appellant keuzevrijheid. Hij kan de benodigde maatwerkvoorzieningen aanvragen bij het college, maar kan zich voor vergoeding van de kosten daarvan ook tot de (verzekeraar van de) schadeveroorzaker wenden. De enkele omstandigheid dat appellant met de (verzekeraar van de) schadeveroorzaker een vaststellingsovereenkomst heeft gesloten, brengt niet mee dat het appellant niet meer vrijstaat zich tot het college te wenden. Dit heeft de Raad eerder geoordeeld.1 Daar komt nog bij dat uit de vaststellingsovereenkomst niet blijkt dat de kosten van de gevraagde maatwerkvoorzieningen expliciet en volledig zijn meegenomen in de letselschadevergoeding. Ook uit de overgelegde stukken blijkt niet dat dit is wat partijen hebben beoogd.

4.3.

Uit het voorgaande volgt dat het college de aanvraag ten onrechte heeft afgewezen met een beroep op de eigen kracht van appellant.

Conclusie en gevolgen

4.4.

Het hoger beroep slaagt dus. De aangevallen uitspraak wordt vernietigd. De Raad zal het beroep van appellant tegen het bestreden besluit alsnog gegrond verklaren en het bestreden besluit vernietigen. Op basis van de beschikbare gegevens kan de Raad niet zelf in de zaak voorzien. De Raad geeft het college de opdracht om een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met inachtneming van wat is overwogen in deze uitspraak. Om het geschil zo snel als mogelijk definitief te beslechten, ziet de Raad aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:113, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De Raad bepaalt daarom dat tegen de door het college te nemen nieuwe beslissing op bezwaar slechts bij de Raad beroep kan worden ingesteld.

 

Centrale Raad van Beroep 9 januari 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:84