Overslaan en naar de inhoud gaan

Kifid 090226 rbv mag dekking weigeren vanwege te late melding; ongeval in april 2024; daarna inschakeling letselschadebureau, melding in maart 2025

Kifid 090226 rbv mag dekking weigeren vanwege te late melding; ongeval in april 2024; daarna inschakeling letselschadebureau, melding in maart 2025


Samenvatting 

Rechtsbijstandverzekering. De consument heeft de uitvoerder in maart 2025 verzocht om  dekking onder de rechtsbijstandverzekering te verlenen voor het verhalen van de (letsel)- schade die hij heeft opgelopen tijdens een ongeval met zijn auto op 20 april 2024. De  uitvoerder heeft geweigerd dekking te verlenen, omdat hij in zijn belangen is geschaad door  de late melding. De consument is het niet eens met de afwijzing. De commissie is van  oordeel dat, nu de uitvoerder pas in maart 2025 op de hoogte is gebracht van het ongeval  en hierdoor niet meer in staat is om de voertuigen aan een nader onderzoek te  

onderwerpen, hij het rechtshulpverzoek van de consument mocht afwijzen. De klacht is  ongegrond en de vordering wordt afgewezen. 


1. Procedure 

1.1 De behandelend commissie, verder te noemen de commissie, beslist op basis van het  reglement en op basis van de door partijen aan Kifid ingestuurde documenten inclusief  bijlagen. Het gaat om: 1) het klachtformulier van de consument; 2) de aanvullende stukken  van de consument; 3) het verweerschrift van de uitvoerder; 4) de aanvullende stukken van  de consument; 5) de reactie van de uitvoerder en 6) de door de consument tijdens de  zitting overgelegde spreekaantekeningen.  

1.2 Partijen zijn opgeroepen voor een digitale hoorzitting op 7 januari 2026. De consument  nam deel aan de hoorzitting, samen met zijn vertegenwoordigers mr. T.C. Wansink,  advocaat, kantoorhoudende te Hilversum (hierna: de advocaat) en mevrouw [naam 1],  medewerkster van Smart Letselschade (hierna: het letselschadebureau). Namens de uitvoerder namen deel mr. [naam 2] en mr. [naam 3], adjunct-directeur.  

1.3 Partijen hebben gekozen voor een bindend advies. Dit betekent dat partijen elkaar aan de  uitspraak kunnen houden.

 

2. Achtergrond van de klacht  

2.1 Op 20 april 2024 is de consument in zijn auto aangereden door een bestelauto. Zowel de  consument als de bestuurder van de bestelauto heeft verklaard dat het verkeerslicht op  groen stond. Voor het verhalen van zijn (letsel)schade op de bestuurder van de bestelauto  heeft de consument het letselschadebureau (zie nr. 1.2 hiervoor) ingeschakeld. Op 29 april  2024 heeft het letselschadebureau de verzekeraar van de bestuurder van de bestelauto  aansprakelijk gesteld, maar die heeft op 1 augustus 2024 aansprakelijkheid van de hand  gewezen. In maart 2025 hebben het letselschadebureau en de advocaat de uitvoerder  verzocht om op grond van de rechtsbijstandverzekering dekking te verlenen. De uitvoerder  heeft dit geweigerd. Het standpunt van de uitvoerder is dat hij in zijn belangen is geschaad  door de late melding.  


3. De klacht 

3.1 De consument vindt dat de uitvoerder ten onrechte dekking heeft geweigerd. Hij vordert dat  de uitvoerder alsnog dekking biedt voor het verhalen van zijn (letsel)schade op de  (verzekeraar van de) bestuurder van de bestelauto. 


4. De beslissing 

4.1 De commissie wijst de vordering af. 


5. Gronden voor de beslissing 

5.1 Partijen verschillen van mening over de vraag of de uitvoerder gehouden is dekking te  verlenen onder de rechtsbijstandverzekering. Meer in het bijzonder zijn zij verdeeld over de  vraag of de consument als verzekerde te laat melding heeft gemaakt van het conflict met  de (verzekeraar van de) bestuurder van de bestelauto. 

5.2 Uit de voorwaarden van de rechtsbijstandverzekering volgt dat de verzekerde verplicht is  om een conflict zo spoedig mogelijk te melden bij de uitvoerder. Komt de verzekerde deze  verplichting niet na en is de verzekeraar/uitvoerder hierdoor in zijn belangen geschaad, dan  heeft de verzekerde geen recht op rechtshulp. De relevante bepalingen uit de voorwaarden,  opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak, zijn door de commissie getoetst aan het  Europese en Nederlandse (consumenten)recht en niet in strijd met deze regelgeving  bevonden. 

5.3 Deze verplichting voor de verzekerde vloeit tevens voort uit artikel 7:941 lid 1 van het  Burgerlijk Wetboek (BW). Komt de verzekerde deze verplichting niet na, dan kan de  verzekeraar (hier: de uitvoerder) bedingen dat het recht op uitkering vervalt voor het geval  hij daardoor in een redelijk belang is geschaad (lid 4).

5.4 Voor de commissie staat vast dat de consument het conflict met de verzekeraar van de  tegenpartij te laat heeft gemeld bij de uitvoerder. Het ongeval vond plaats op 20 april 2024.  Kort daarna heeft het letselschadebureau de verzekeraar van de bestuurder van de bestel auto aansprakelijk gesteld. Pas in maart 2025 is de uitvoerder van het een en ander op de  hoogte gebracht. Dat is niet “zo spoedig mogelijk”. 

5.5 De commissie volgt ook het betoog van de uitvoerder dat hij door te late melding in een  redelijk belang is geschaad. De betrokken voertuigen zijn niet meer beschikbaar. Door de  late melding is het niet meer mogelijk om de voertuigen uit te lezen en kan geen  reconstructie worden gemaakt in combinatie met een fasediagram. Terecht wijst de  uitvoerder erop dat dit te meer klemt, omdat de verzekeraar van de bestuurder van de  bestelauto de bewijskracht van de door de consument aangevoerde getuigenverklaringen in  twijfel trekt. 


Slotsom 

5.6 De uitvoerder hoeft geen dekking te bieden voor het conflict met de (verzekeraar van de) bestuurder van de bestelauto. De klacht is ongegrond. Kifid 2026-0128

Met dank aan Letselschade.nu voor het attenderen op de uitspraak