Overslaan en naar de inhoud gaan

Kifid 110226 rbv erkent 2 maanden vertraging in de behandeling, maar er is geen verband met de gevorderde ongevalgerelateerde schade

Kifid 110226 rbv erkent 2 maanden vertraging in de behandeling, maar er is geen verband met de gevorderde ongevalgerelateerde schade


Samenvatting 

Rechtsbijstand. De consument stelt dat de uitvoerder tekort is geschoten in de behandeling  van zijn letselschadezaak. Als gevolg daarvan stelt de consument schade te lijden. Hij  verzoekt de uitvoerder deze schade te compenseren. De uitvoerder erkent op onderdelen  tekort te zijn geschoten in de behandeling van de zaak van de consument, maar stelt dat de  consument hierdoor geen schade heeft geleden. De commissie oordeelt dat er geen causaal  verband bestaat tussen de tekortkoming van de uitvoerder en de door de consument  gestelde schade en wijst de vordering af. 


1. Procedure 

1.1 De behandelend commissie, verder te noemen de commissie, beslist op basis van het  reglement en op basis van de door partijen aan Kifid ingestuurde documenten inclusief  bijlagen. Het gaat om: 1) het klachtformulier van de consument; 2) de aanvullende stukken  van de consument; 3) het verweerschrift van de uitvoerder; 4) de repliek van de consument en 5) de dupliek van de uitvoerder. 

1.2 De commissie is van oordeel dat het niet nodig is de zaak mondeling te behandelen. De  zaak wordt daarom op grond van de stukken beslist. 

1.3 De consument en de uitvoerder hebben gekozen voor een bindend advies. Dit betekent dat  partijen elkaar aan de uitspraak kunnen houden. 


2. Het geschil 

Wat is er gebeurd? 

2.1 De consument heeft bij de verzekeraar een autoverzekering (hierna: de verzekering) waarop  de Module Rechtsbijstand Motorrijtuig van toepassing is. 

De verzekeraar heeft de uitvoering van de rechtsbijstand uitbesteed aan de uitvoerder. Op  de verzekering zijn de voorwaarden OHRA Autoverzekering AUT2507 (hierna: de  voorwaarden) van toepassing. 

2.2 Op 2 november 2024 heeft er een aanrijding plaatsgevonden tussen de consument en een  bestuurder van een andere auto. Die aanrijding heeft tot letselschade geleid bij de  consument.  

2.3 Om zijn letselschade te verhalen heeft de consument de uitvoerder op 9 mei 2025  verzocht om rechtsbijstand. Dit verzoek is niet meteen door de uitvoerder opgepakt. De  consument heeft hier op 14 juni 2025 een klacht over ingediend. Deze klacht is pas op 18 juli  2024 door de uitvoerder geregistreerd. Op 24 juli 2025 heeft de consument een vervolg klacht ingediend, omdat hij het niet eens was met de afhandeling van zijn eerste klacht en  gevraagd om een financiële compensatie voor de opgelopen vertraging. De uitvoerder heeft  vervolgens erkend dat er sprake is van een veel te trage aanpak, maar stelt dat er geen  grond is voor een financiële compensatie. 

2.4 De consument is het hier niet mee eens en dient een klacht in bij Kifid. In de tussentijd heeft  de uitvoerder alsnog rechtsbijstand verleend en is de letselschadezaak van de consument in  behandeling genomen.  

 

De klacht en de vordering 

2.5 De consument vordert een bedrag van € 5.200,00. Dit bedrag betreft een compensatie  voor de vertraging die is ontstaan bij de behandeling van de letselschade zaak en bestaat uit  misgelopen inkomsten en een lening die de consument heeft afgesloten om in zijn levens onderhoud te kunnen voorzien.  

2.6 De consument voert aan dat hij vanwege lichamelijke klachten niet volledig kan werken, wat  heeft geresulteerd in een lager salaris. De re-integratie loopt op dit moment nog steeds,  waardoor het salaris nog altijd lager ligt dan het reguliere salaris.  

2.7 De uitvoerder erkent wel dat de behandeling van de letselschadezaak niet goed is opgepakt.  Dit heeft geleid tot veel stress en financiële problemen. Maar de uitvoerder weigert hiervoor  een redelijke compensatie uit te keren. De uitvoerder is tekortgeschoten in zijn  verplichtingen door deze compensatie te weigeren. 

2.8 Daar komt nog bij dat er lange tijd geen toegang was tot het persoonlijk account bij de  uitvoerder, waardoor er geen inzage was in het dossier. Dit is inmiddels na het indienen van  de klacht bij Kifid alsnog opgelost.  

2.9 Tenslotte stelt de uitvoerder zich nu op het standpunt dat de kans van slagen in de letsel schadezaak klein is, maar dit klopt niet. De zaak is niet voldoende onderzocht, waardoor de  verkeerde conclusie is getrokken. 

 

Het verweer 

2.10 De uitvoerder voert verweer tegen de vorderingen van de consument. Voor zover relevant  zal de commissie bij de beoordeling daarop ingaan.  

 

3. De beoordeling 

Inleiding 

3.1 De commissie moet beoordelen of de tekortkoming aan de zijde van de uitvoerder reden is  om de door de consument gestelde schade te compenseren. De commissie is van oordeel  dat de door de consument geleden schade geen gevolg is van het handelen van de  uitvoerder. De vordering van de consument wordt niet toegewezen. De commissie legt  hierna uit waarom. 

Geen schade geleden door het handelen van de uitvoerder  

3.2 Partijen zijn het erover eens dat het verzoek om rechtsbijstand van de consument niet  voortvarend is opgepakt. Dat geldt ook voor de registratie en beantwoording van zijn klacht.  De behandeling van de lestelschadezaak van de consument heeft hierdoor ongeveer twee  maanden vertraging opgelopen. De uitvoerder erkent dat ook de communicatie richting de  consument beter had gemoeten. De uitvoerder heeft hiervoor ook excuses aangeboden en  de letselschadezaak alsnog verder in behandeling genomen.  

3.3 De commissie oordeelt dat niet is gebleken dat de consument schade heeft geleden als  gevolg van het handelen van de uitvoerder. De schade die de consument vordert is een  rechtstreeks gevolg van de aanrijding die heeft plaatsgevonden; zowel de verminderde  inkomsten als de noodzaak een bedrag te lenen zijn het gevolg van het letsel dat de  consument bij de aanrijding heeft opgelopen. Voor deze schade dient de consument de  bestuurder van de andere auto aansprakelijk te stellen. Deze procedure wordt op dit  moment door de uitvoerder voor de consument gevoerd. Dat er naast deze schade nog  andere schade is ontstaan als gevolg van de vertraging die de behandeling van de zaak heeft  opgelopen, is niet gebleken.  

3.4 De uitvoerder erkent tekort te zijn geschoten in de behandeling van de letselschadezaak van  de consument. Hiervoor heeft de uitvoerder excuses aangeboden. De excuses van de  uitvoerder moeten echter volstaan, nu niet is gebleken dat de consument financiële schade  heeft geleden door het handelen van de uitvoerder. Een rechtsbijstandverzekering is  bedoeld om een verzekerde rechtsbijstand te verlenen en niet om de schade van een  verzekerde te vergoeden die door toedoen van een andere partij is geleden. Het is dus ook  niet mogelijk om een schadepost die op een derde verhaald zou moeten worden bij de  uitvoerder in rekening te brengen. De commissie wijst de vordering van de consument af. 

 

Haalbaarheid van de letselschadezaak 

3.5 Uit de stukken maakt de commissie op dat de uitvoerder op dit moment nog bezig is met  de behandeling van de letselschadezaak en hiervoor stukken heeft opgevraagd bij de  consument. De verzekeraar van de tegenpartij heeft de aansprakelijkheid van zijn  verzekerde op basis van de beschikbare stukken niet erkend. Het is vervolgens aan de  consument om die stukken aan te leveren, zodat de uitvoerder op basis van de stukken een  definitief standpunt in kan nemen over de aanpak en haalbaarheid van de zaak.  

3.6 Het staat de uitvoerder vrij om in een zaak een standpunt in te nemen over de aanpak en de  haalbaarheid van een geschil. De verzekerde mag het op zijn beurt niet eens zijn met het  standpunt van de uitvoerder. Voor de situatie waarin de consument het niet eens is met de  aanpak van de uitvoerder, kent de verzekering de geschillenregeling. De geschillenregeling is  bedoeld ter beëindiging van het geschil tussen de consument en de uitvoerder over de  juridische haalbaarheid en/of aanpak van de zaak. Dat geschil wordt ter beoordeling voor gelegd aan een samen door partijen aan te wijzen scheidsrechter die een bindend advies uit  zal brengen. Als de consument het niet eens is met de aanpak of het standpunt van de  uitvoerder over de haalbaarheid, moet hij de geschillenregeling volgen.  

Conclusie 

3.7 Op grond van de voorgaande overwegingen oordeelt de commissie dat de consument geen  schade heeft geleden als gevolg van het handelen van de uitvoerder. De commissie zal de  vordering van de consument afwijzen. Als vervolgens blijkt dat de consument het niet eens  is met het standpunt van de uitvoerder over de haalbaarheid van zijn zaak, dan zal hiervoor  de geschillenregeling gevolgd moeten worden.  

4. De beslissing 

De commissie wijst de vordering af.Kifid 2026-0134

Met dank aan Letselschade.nu voor het attenderen op de uitspraak