RBGEL 240826 rb verklaart deelgeschilbeschikking uitvoerbaar bij voorraad vanwege belang bij voorschot
- Meer over dit onderwerp:
RBGEL 240826 stapelaar plet voet uitzendkracht; in- en uitlener voeren geen verweer en zijn aansprakelijk; onveilig arbeidsmiddel, onvoldoende risico-inventarisatie
– verzocht € 3.206,50 respectievelijk € 4.489,10, respectievelijk 5.771,70, toegewezen 12 uur x € 265 + 21% = € 3.847,80
- rb verklaart deelgeschilbeschikking uitvoerbaar bij voorraad vanwege belang bij voorschot
2De feiten
2.1.
Tussen [verzoeker] en WorkFriends is op 17 oktober 2024 een uitzendovereenkomst met uitzendbeding tot stand gekomen op basis waarvan [verzoeker] per 17 oktober 2024 ter beschikking is gesteld aan Compaxo om arbeid te verrichten in de functie van inpakker vleesindustrie.
2.2.
[verzoeker] heeft bij indiensttreding het boekje ‘Werken bij Compaxo Vlees Zevenaar B.V.’ gekregen in de Roemeense taal. In de Nederlandse versie staat, voor zover relevant, het volgende:
Veiligheidsregels
(…)
1. Draag goedgekeurde gladde afwasbare veiligheidsschoenen, minimaal S2.
2. Zorg voor afdoende profiel op de schoenzool. Schoeisel zonder profiel wordt niet toegestaan op de werkvloer. (…)
8. Draag de voorgeschreven gehoorbescherming. Op de meeste afdelingen staan machines die (veel) geluid maken. Het dragen van gehoorbescherming is verplicht gesteld om alle afdelingen. De oorpluggen kunnen worden gepakt bij de portier en/of kleedruimtes. Het is niet toegestaan om oordopjes van een geluidsdrager, bijv. MP3 speler, te gebruiken als gehoorbescherming.
2.3.
Op 16 juni 2025 is tijdens werkzaamheden een collega van [verzoeker] met een elektrische stapelaar over zijn rechtervoet gereden. De bestuurder van de stapelaar reed achteruit de hoek om waar [verzoeker] net, lopend, vandaan kwam. De bestuurder van de stapelaar heeft getoeterd voor de bocht en geschreeuwd. Een andere collega in de buurt schreeuwde ook naar [verzoeker] . [verzoeker] heeft de claxon niet gehoord. De waarschuwing van zijn collega(‘s) heeft hij te laat gehoord. [verzoeker] droeg op dat moment beschermende oordopjes tegen het lawaai. De bestuurder van de stapelaar reed vervolgens over de rechtervoet van [verzoeker] . Als gevolg hiervan heeft [verzoeker] ernstig voetletsel opgelopen en is het voorste deel van zijn voet geamputeerd.
2.4.
Bij brief van 2 juli 2025 heeft de gemachtigde van [verzoeker] WorkFriends, als zijnde formele werkgever, aansprakelijk gesteld.
2.5.
Compaxo heeft een ongevalsonderzoek gedaan en de resultaten daarvan vastgelegd in een rapportage van 3 oktober 2025. Voor zover van belang staat daarin:
3Analyse van het ongeval
(…)
Onjuiste inkoop
- De juiste specificatie is aan de vaste leverancier doorgegeven. Compaxo was en is geen voorstander van elektrische pompwagen en stapelaars met een opklapbaar sta plateau, juist om ongevallen zoals deze te voorkomen. Bij de aanschaf van nieuwe of tweede hands transportmiddelen werd en wordt hier rekening mee gehouden. Deze stapelaar is destijds toch aangeschaft, omdat er door uitval van een andere stapelaar met spoed een stapelaar nodig was. Deze Crown DT 3000 met sta plateau was voorradig, de vaste leverancier kon op dat moment geen stapelaar zonder sta plateau aanbieden.
(…)
4. Verbeterplan om veilig en gezond te kunnen werken bij Compaxo Vlees Zevenaar B.V.
4.1
Maatregelen die direct na het ongeval zijn genomen
Direct na het ongeval is besloten om deze elektrische stapelaar niet meer in te zetten, alleen wanneer het niet anders kon. Bij de leverancier van de stapelaar is een offerte opgevraagd om de stapelaar om te bouwen tot een stapelaar zonder sta plateau. Dit bleek niet mogelijk te zijn, waarna de stapelaar van de zomer weer is ingeruild bij de leverancier. De inkoper, (…), heeft aangegeven om geen elektrische pompwagen of stapelaars met sta plateau meer aan te schaffen.
Tevens is besloten om in een werkgroepje (bedrijfsleiding, leidinggevenden en preventiemedewerker) na deze vakantieperiode te bekijken welke maatregelen kunnen worden genomen om de kans op ongevallen als deze te verkleinen of te voorkomen.
4.2.
Verbeteringen op de lange termijn die zorgen voor een veilige werksituatie
De werkgroep is van mening dat de werkomgeving waar het ongeval heeft plaatsgevonden in principe een veilige werkplek is. De naaste omgeving in de gaten houden blijft altijd belangrijk, ongeacht waar je je begeeft. Om de kans op ongevallen zoals deze verder te verkleinen of te voorkomen zijn voor deze specifieke plek de volgende maatregelen genomen:
- Ophangen van spiegels als hulpmiddel, waarin je een groot gedeelte van de omgeving kunt zien. De spiegels zijn op twee plaatsen op de schuifdeur bevestigd, waardoor er bij gesloten of geopende deur altijd zicht is.
- Vergroten van de zichthoek door het plaatsen van palen waardoor er geen dolavs of pallets op de hoek geplaatst kunnen worden. Gesproken over belijning op de vloer, maar dat is niet dwingend genoeg in de ogen van de werkgroep.
2.6.
De schadebehandelaar van WorkFriends heeft op 14 oktober 2025 gereageerd naar de gemachtigde van [verzoeker] dat onder de AVB, waar WorkFriends onder valt, schade door motorrijtuigen uitgesloten is van dekking. WorkFriends kan voor deze schade kan ook geen beroep doen op de verzekeringspolis.
2.7.
Bij brieven van 2 juli 2025 en 5 februari 2026 heeft de gemachtigde van [verzoeker] Compaxo, als zijnde materiële werkgever, aansprakelijk gesteld.
2.8.
De verzekeraar van Compaxo heeft bij e-mail van 6 maart 2026 geschreven dat voor ongevallen met de stapelaar geen dekking kan worden verleend omdat die stapelaar ten tijde van het ongeval niet op de lijst van verzekerde werkmaterieelobjecten heeft gestaan.
3Het verzoek en het verweer
3.1.
[verzoeker] verzoekt de kantonrechter bij wijze van deelgeschil in de zin van artikel 1019w RV:
-
voor recht te verklaren dat WorkFriends of Compaxo aansprakelijk is, dan wel beide hoofdelijk aansprakelijk zijn, voor het ongeval dat op 16 juni 2025 heeft plaatsgevonden en dat zij gehouden zijn de daaruit voor [verzoeker] voortvloeiende materiële en immateriële schade te vergoeden, te vermeerderen met de daarover verschuldigde wettelijke rente;
-
WorkFriends of Compaxo, dan wel beide hoofdelijk te veroordelen om bij wijze van voorschot op het smartengeld aan [verzoeker] een bedrag van € 25.000,00 te betalen;
-
dat ter zake de kosten van deze procedure, deze begroot dienen te worden op € 3.206,50, respectievelijke € 4.489,10 indien een verweerschrift wordt ingediend, respectievelijk € 5.771,70 indien er een mondelinge behandeling gaat plaatsvinden en WorkFriends of Compaxo, dan wel beide hoofdelijke, te veroordelen in de betaling van deze kosten, vermeerderd met het verschuldigde griffierecht.
3.2.
[verzoeker] houdt zowel zijn formele als materiële werkgever aansprakelijk voor letsel dat hij heeft opgelopen. Ten aanzien van Compaxo baseert [verzoeker] zijn verzoek primair op artikel 7:658 BW. Compaxo heeft niet voldaan aan zijn zorgplicht als werkgever. Subsidiair baseert [verzoeker] de aansprakelijkheid van Compaxo op artikel 7:611 BW wegens schending verzekeringsplicht. Compaxo heeft nagelaten voor een adequate verzekering te zorgen dat levert een zelfstandige grond voor aansprakelijkheid op voor de schade die normaliter onder een dergelijke verzekering gedekt zou zijn.
Ten aanzien van WorkFriends baseert [verzoeker] zijn verzoek primair ook op artikel 7:658 BW. Hij stelt dat WorkFriends als uitzendbureau aansprakelijk is voor een tekortschieten van de inlener alsnog het een eigen tekortkoming betreft indien zij de zorg en veiligheid geheel of gedeeltelijk aan de materiële werkgever overlaat. Subsidiair baseert [verzoeker] zijn verzoek jegens WorkFriends op 7:611 BW wegens schending van de verzekeringsplicht.
3.3.
WorkFriends en Compaxo hebben geen verweer gevoerd.
4De beoordeling
Deelgeschil
4.1.
[verzoeker] heeft zich tot de kantonrechter gewend met een verzoek als bedoeld in artikel 1019w Rv. In dit artikel is de mogelijkheid van een deelgeschilprocedure opgenomen. De kantonrechter moet beoordelen of er sprake is van schade die wordt geleden door dood of letsel. Ook moet de kantonrechter beoordelen of er sprake is van een geschil omtrent een deel van wat partijen verdeeld houdt.
4.2.
De deelgeschilprocedure biedt betrokkenen bij een geschil over schade als gevolg van dood of letsel in de buitengerechtelijke onderhandelingsfase een eenvoudige en snelle toegang tot de rechter, om de totstandkoming van een minnelijke regeling te bevorderen. In verband hiermee moet de kantonrechter eerst beoordelen of de verzochte beslissing kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst. Als dit onvoldoende het geval is, moet het verzoek worden afgewezen (artikel 1019z Rv).
4.3.
In dit geval ligt de vraag voor of WorkFriends als formele werkgever en/of Compaxo als materiële werkgever aansprakelijk is/zijn voor de door [verzoeker] geleden schade als gevolg van het ongeval. Hoewel de verwerende partijen niet zijn verschenen, heeft de gemachtigde van [verzoeker] tijdens de mondelinge behandeling uiteengezet dat er wel contact is geweest met de gemachtigde van Compaxo. De gemachtigde van [verzoeker] schat in dat er een inhoudelijk gesprek tot stand zal komen als in deze procedure de aansprakelijkheid vast komt te staan. Met een oordeel over de aansprakelijkheid kan de ontstane impasse tussen partijen vermoedelijk worden doorbroken en kunnen de onderhandelingen in principe worden voortgezet. Dit betekent dat de kantonrechter het verzoek inhoudelijk zal beoordelen.
Schending zorgplicht?
4.4.
In artikel 7:658 lid 1 BW is de op een werkgever rustende zorgplicht opgenomen. Op grond van die zorgplicht is de werkgever verplicht de lokalen, werktuigen en gereedschappen waarin of waarmee hij de arbeid laat verrichten, op zodanige wijze in te richten en te onderhouden en voor het verrichten van arbeid zodanige maatregelen te treffen en aanwijzingen te geven als redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt. Met artikel 7:658 BW is niet beoogd een absolute waarborg te scheppen voor de bescherming van de werknemer tegen het gevaar van het ontstaan van schade in de uitoefening van zijn werkzaamheden. Een werknemer die op grond van artikel 7:658 lid 2 BW schadevergoeding vordert, zal dienen te stellen en zo nodig te bewijzen dat hij schade heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden voor de werkgever. Indien komt vast te staan dat de werknemer bij de uitoefening van zijn werkzaamheden schade heeft geleden dan is de werkgever op grond van artikel 7:658 BW aansprakelijk, tenzij hij aantoont dat hij zijn zorgplicht, als bedoeld in artikel 7:658 lid 1 BW is nagekomen, dan wel dat nakoming van deze zorgplicht het ongeval niet zou hebben voorkomen of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.
Aansprakelijkheid Compaxo en WorkFriends
4.5.
Uit de stukken, waaronder het ongevalsrapportage van Compaxo, blijkt dat [verzoeker] tijdens het verrichten van zijn werkzaamheden bij Compaxo (ernstig) voetletsel heeft opgelopen. Het geschil spitst zich toe tot de vraag of sprake is geweest van schending van de op Compaxo en/of WorkFriends als materiële respectievelijk formele werkgever rustende zorgplicht. Mocht schending van de zorgplicht komen vast te staan, dan zijn beide werkgevers daarvoor hoofdelijk aansprakelijk.1
4.6.
Uit de overgelegde stukken, in het bijzonder de ongevalsrapportage van Compaxo, blijkt dat de bij het ongeval betrokken elektrische stapelaar niet een arbeidsmiddel was dat binnen haar organisatie gebruikelijk werd ingezet. In de ongevalsrapportage is vermeld dat Compaxo normaal gesproken geen elektrisch aangedreven stapelaars met een opklapbaar sta-plateau inkoopt en gebruikt. De aanschaf van de betrokken stapelaar was het gevolg van een spoedsituatie die was ontstaan door de uitval van een andere, niet elektrisch aangedreven, stapelaar. De vaste leverancier van Compaxo kon geen niet-elektrisch aangedreven stapelaar zonder sta-plateau leveren en de betrokken elektrische stapelaar was wel beschikbaar. Daarmee staat vast dat voor dit specifieke type stapelaar niet bewust was gekozen als onderdeel van de reguliere bedrijfsvoering,2 maar dat het arbeidsmiddel vanwege de omstandigheden tijdelijk in de plaats was gekomen van het gebruikelijke arbeidsmiddel.
4.7.
Naar het oordeel van de kantonrechter brengt de inzet van de elektrische stapelaar, anders dan gebruikelijk, nog niet mee dat het gebruik daarvan in strijd was met de op de werkgever rustende zorgplicht. Wel is van belang dat de organisatie (van de veiligheid) kennelijk niet op het gebruik van dit type stapelaar was ingericht, het gebruik daarvan (kennelijk) niet bij het opstellen van een RI&E of anderszins bij eht beoordelen van veiligheidsrisico’s is betrokken. Juist als een werkgever een van de gebruikelijke situatie afwijkend arbeidsmiddel inzet, dient hij zich ervan te vergewissen dat dit arbeidsmiddel veilig binnen de bestaande werkomgeving kan worden gebruikt en zo nodig de inrichting van de werkplek en de wijze van werken daarop aan te passen. Dat dit gebeurd is, is gesteld noch gebleken, integendeel.
4.8.
Nu Compaxo en WorkFriends niet, laat staan gemotiveerd, hebben betwist dat de op (één van) hen rustende zorgplicht is geschonden, moet daarvan reeds om die reden van worden uitgegaan. Reeds daarmee staat de aansprakelijkheid van beide werkgevers vast.
4.9.
Ten overvloede overweegt te kantonrechter dat ook uit de stukken genoegzaam volgt dat van schending van de zorgplicht door in ieder geval Compaxo sprake is geweest. De kantonrechter legt hierna uit hoe zij tot dat oordeel komt.
De stapelaar werd ten tijde van het ongeval achteruit een hoek omgereden. Daarbij was het zicht beperkt. [verzoeker] bevond zich in de nabijheid van de rijroute en werd door de stapelaar geraakt. Tijdens de mondelinge behandeling verklaarde [verzoeker] dat hij geen getoeter door de bestuurder van de stapelaar niet en/of waarschuwingen van zijn andere collega’s heeft gehoord, althans die niet tijdig heeft gehoord.
Doordat kratten tot dicht in de hoek hoog gestapeld waren, was het zicht voor [verzoeker] slecht. De bestuurder van de stapelaar reed achteruit en heeft [verzoeker] kennelijk niet of te laat gezien.
Vaststaat dat er ten tijde van het ongeval geen spiegels waren geplaatst om het zicht bij de betreffende manoeuvre te verbeteren. Uit de stukken blijkt dat na het ongeval wel maatregelen zijn getroffen om het zicht te verbeteren en daarmee het risico op botsingen te verminderen. Zo zijn spiegels geplaatst, is een vorm van extra afscherming aangebracht en zijn de kratten die het zicht beletten, meer naar de zijkant geplaatst. Daargelaten dat Compaxo en WorkFriends niet hebben betwist dat zij hun zorgplicht hebben geschonden, volgt uit het vorenstaande ook dat van Compaxo, bij het inzetten van de elektrisch aangedreven stapelaar met sta-plateau, verwacht had mogen worden dat zij de risico’s daarvan (beter) had geïnventariseerd en meer veiligheidsmaatregelen had genomen, maatregelen welke Compaxo wel na het ongeval heeft genomen en die, als zij eerder waren aangebracht, het ongeval mogelijk hadden kunnen voorkomen. Het betreffen maatregelen waarvan in redelijkheid van Compaxo verwacht had mogen worden die voorafgaand aan het inzetten van de stapelaar te nemen. Nu zij dat heeft nagelaten, heeft zij haar zorgplicht als bedoeld in artikel 7:658 BW, geschonden.
4.10.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat Compaxo niet heeft voldaan aan de op haar rustende zorgplicht als bedoeld in artikel 7:658 BW. De verzochte verklaring voor recht zal dan ook worden gegeven in die zin dat Compaxo en WorkFriends beide, hoofdelijk, aansprakelijk zijn.
Voorschot smartengeld
4.11.
[verzoeker] heeft voorts verzocht om een voorschot op het smartengeld van € 25.000,00. De kantonrechter acht het gelet op de aard en ernst van het opgelopen letsel en de thans beschikbare informatie over de gevolgen daarvan aannemelijk dat de uiteindelijk vast te stellen vergoeding voor immateriële schade ten minste hoger zal zijn dan het thans verzochte voorschot van € 25.000,00. Daarbij neemt de kantonrechter mede in aanmerking dat het letsel volgens de Rotterdamse Schaal valt binnen de categorie zeer ernstig voetletsel, waarvoor een aanzienlijk hogere bandbreedte aan smartengeld wordt gehanteerd. Het verzochte voorschot zal dan ook worden toegewezen.
Subsidiaire grondslag
4.12.
Aan de subsidiaire grondslag (artikel 7:611 BW, schending verzekeringsplicht) wordt niet toegekomen, nu het verzochte op grond van de primaire grondslag wordt toegewezen.
Kosten deelgeschil
4.13.
De kantonrechter moet op grond van artikel 1019aa lid 1 Rv de kosten van de deelgeschilprocedure begroten.
4.14.
Bij de begroting van de kosten moet de kantonrechter de redelijke kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 BW in aanmerking nemen. Daarbij moet de kantonrechter de dubbele redelijkheidstoets hanteren; zowel het inroepen van de rechtsbijstand als de daarvoor gemaakte kosten moeten redelijk zijn.
4.15.
[verzoeker] maakt aanspraak op een bedrag van € 3.206,50 respectievelijk € 4.489,10 indien een verweerschrift wordt ingediend, respectievelijk € 5.771,70 indien er een mondelinge behandeling plaatsvindt, te vermeerderen met het griffierecht.
4.16.
Er heeft in deze procedure een mondelinge behandeling plaatsgevonden, maar er zijn geen verweerschriften ingediend. De redelijke kosten voor de werkzaamheden voor het opstellen van het verzoekschrift en de mondelinge behandeling van de zaak als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 BW zullen door de kantonrechter dan ook worden begroot op 12 uren (10 uur voor opstellen verzoekschrift en 2 uur voor de mondelinge behandeling met reistijd en afrondende werkzaamheden) × € 265,00 exclusief btw, dus op € 3.180,00 exclusief btw te vermeerderen met het door [verzoeker] betaalde griffierecht van € 93,00. WorkFriends en Compaxo zullen tot hoofdelijke betaling daarvan aan [verzoeker] worden veroordeeld.
4.17.
Gelet op het (financiële) belang dat [verzoeker] heeft bij het ontvangen van dit voorschot zal deze beschikking uitvoerbar bij voorraad worden verklaard.
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
verklaart voor recht dat WorkFriends en Compaxo hoofdelijk aansprakelijk zijn voor het ongeval dat op 16 juni 2025 heeft plaatsgevonden en zijn gehouden de daaruit voor [verzoeker] voortvloeiende materiële en immateriële schade te vergoeden, des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd;
5.2.
veroordeelt WorkFriends en Compaxo hoofdelijk, des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd, om bij wijze van voorschot op het smartengeld aan [verzoeker] te betalen een bedrag van € 25.000,00;
5.3.
begroot de kosten van dit deelgeschil op € 3.180,00 exclusief btw te vermeerderen met het door [verzoeker] betaalde griffierecht van € 93,00 en veroordeelt WorkFriends en Compaxo hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, tot betaling daarvan aan [verzoeker] ;
5.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst het meer of anders verzochte af.
1Artikel 7:658 lid 1 en lid 4 BW.
2Hetgeen ook wel bevestigd wordt door de omstandigheid dat het gebruik van dit bedrijfsmiddel niet verzekerd is.
Rechtbank Gelderland 24 augustus 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:6747
