Overslaan en naar de inhoud gaan

RBNHO 161225 acute dissectie aorta ascendens op SEH; benoeming cardioloog; zaak aangehouden voor oordeel over in debet gestelde kosten

RBNHO 161225 acute dissectie aorta ascendens op SEH; benoeming cardioloog; zaak aangehouden voor oordeel over in debet gestelde kosten

2De beoordeling

2.1.

Het verzoek strekt ertoe dat de rechtbank een voorlopig deskundigenbericht zal bevelen. Partijen hebben overeenstemming bereikt over de persoon van de te benoemen deskundige, de vragen die aan deze deskundige moeten worden gesteld en wie van hen het voorschot van de deskundige dient te betalen. Het verzoek om een voorlopig deskundige te benoemen is in overeenstemming met de wet en zal worden toegewezen.

2.2.

De te benoemen deskundige, dr. W. Jaarsma (hierna: Jaarsma), heeft aan de rechtbank laten weten vrij te staan ten opzichte van partijen en bereid te zijn het onderzoek te verrichten. De rechtbank zal overgaan tot benoeming van Jaarsma als deskundige. Aan de deskundige zullen de in de beslissing vermelde vragen worden voorgelegd.

2.3.

De rechtbank wijst de deskundige erop dat partijen zich het recht hebben voorbehouden om het (mogelijke) antwoord van de deskundige op vraag 13b nog nader te laten onderzoeken.

2.4.

De deskundige heeft het voorschot begroot op een bedrag van € 7.515,37 (inclusief btw). Partijen hebben de rechtbank meegedeeld in te kunnen stemmen met de hoogte van dit voorschot.

2.5.

Uitgangspunt is dat dit voorschot door de verzoekende partij moeten worden gedeponeerd. Dit komt overeen met het verzoek van [verzoekster] . De rechtbank heeft geen aanleiding om van het uitgangspunt af te wijken. Omdat [verzoekster] met een toevoeging procedeert, zal aan haar geen voorschot worden opgelegd.

De rechtbank wijst erop dat nadat het onderzoek door de deskundige heeft plaatsgevonden de rechtbank op grond van artikel 202 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering moet bepalen wie van beide partijen de kosten van de deskundige uiteindelijk moet betalen. Voor deze beslissing is de inhoud van het rapport van de deskundig van belang. Als de uitkomst van het onderzoek daartoe aanleiding geeft, kan dit tot gevolg hebben dat [verzoekster] alsnog de kosten van de deskundige zelf zal moeten betalen. Partijen hebben verzocht hen na ontvangst van het deskundigenbericht in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over de kosten. De rechtbank zal daarom iedere verdere beslissing aanhouden.

2.6.

De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan één van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

2.7.

Als een partij op verzoek van de deskundige of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige toestuurt, moet zij daarvan direct een afschrift aan de wederpartij te verstrekken.

3De beslissing

De rechtbank

3.1.

beveelt een onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de volgende vragen:

Toelichting verzoek

Voordat er een schadevergoedingsvordering wordt ingesteld, toetsen de juridisch adviseurs van de patiënt en het ziekenhuis het handelen van de betrokken arts aan een norm die geduid wordt als de norm van het goed hulpverlenerschap. De norm vereist kennis van de medisch professionele standaard en de wijze waarop de betrokken arts de geneeskundige behandeling heeft verricht. Om de toetsing te kunnen doen, dienen beide partijen (en indien nodig de rechter) te worden voorgelicht door een medische deskundige, die hen aldus voorziet van feitelijke informatie betreffende de medische praktijk en het handelen van de betrokken arts. De medisch deskundige wordt niet gevraagd om te oordelen over de aansprakelijkheid. Bij uw beoordeling dient u dan ook uit te gaan van objectieve maatstaven. De leeftijd, rang en ervaring van de arts zijn voor de toets niet van belang.

In dit kader worden u onderstaande vragen gesteld. Het zal niet mogelijk zijn om alle vragen met zekerheid te beantwoorden. Van u wordt ook niet gevraagd zekerheid te geven. Wel wordt gevraagd of u, vanuit uw kennis en ervaring op uw vakgebied, de geformuleerde vragen wilt beantwoorden, naar de stand van de wetenschap in het jaar waarin de geneeskundige behandeling plaats had, en zo mogelijk onder verwijzing naar de relevante literatuur.

Het begrip ‘medisch professionele standaard’ dient u hierbij op te vatten als: het geheel van kennis, regels en normen waaraan een medische beroepsbeoefenaar is gehouden, blijkend uit de opleiding(seisen)voor medici, inzichten en ervaring uit de (geneeskundige) praktijk, wetenschappelijke literatuur op het vakgebied, protocollen, gedragsregels, wettelijke bepalingen en jurisprudentie. U dient deze vragen zo feitelijk mogelijk te beantwoorden. Het is niet de bedoeling dat u in uw antwoord aangeeft in hoeverre een eventuele afwijking in uw ogen aanvaardbaar, redelijk of verwijtbaar is. Wat hier wordt gevraagd is derhalve geen subjectief, maar een zo objectief mogelijk oordeel.

Vraag 1a

Acht u zich vrij in deze casus te rapporteren?

Vraag 1b

Beschikt u over voldoende gegevens om de casus te beoordelen? Zo nee, wilt u aangeven welke aanvullende gegevens of informatie u nog wenst te ontvangen?

Vraag 2

Wilt u op basis van het medisch dossier een beknopte chronologische beschrijving geven van het beloop van de geneeskundige behandeling bij de Noordwest Ziekenhuisgroep zoals verricht bij betrokkene?

HOE HOORT HET IN HET ALGEMEEN TE GAAN?

Vraag 3a

Kunt u aangeven welke onderzoeken en/of behandelingen binnen uw vakgebied gedaan moeten worden wanneer een patiënt zich op de Spoedeisende Hulp presenteert met klachten zoals de heer [naam] zich op 23 mei 2023 presenteerde? Kunt u hierbij zoveel als mogelijk verwijzen naar richtlijnen, protocollen en literatuur? Indien u verwijst naar richtlijnen en protocollen, kunt u dan de richtlijn of het protocol bijvoegen dan wel de vindplaats vermelden?

Vraag 3b

Kunt u hierbij ook ingaan op de manier waarop een en ander in het dossier moet worden vastgelegd (de verslaglegging)?

Vraag 4

Kunt u aangeven hoe een patiënt volgens de gangbare medisch professionele standaard geïnformeerd moet worden over de onderzoeksbevindingen, het behandelbeleid en welke instructies en adviezen er bij ontslag behoren te worden gegeven aan een patiënt met presentatie van klachten zoals in deze casus?

Vraag 5

Kunt u aangeven of en zo ja, op welke wijze follow-up moet plaatsvinden bij de constateringen zoals in deze casus?

HOE IS HET IN DIT GEVAL GEGAAN EN WAS DAT CONFORM DE PROFESSIONELE STANDAARD?

Vraag 6

Kunt u aangeven of er conform de op dat moment geldende professionele standaard is gehandeld op 23 mei 2023?

Vraag 7a

Kunt u aangeven of de beoordeling van de bloeduitslagen, de radiologische beelden en overige onderzoeken op 23 mei 2023 conform de professionele standaard is gebeurd?

Vraag 7b

Bent u van mening dat de heer [naam] conform de professionele standaard is geïnformeerd over de bevindingen van deze onderzoeken?

Vraag 8

Bent u van mening dat de diagnose acute dissectie aorta ascendens gesteld had moeten worden op basis van de onderzoeksbevindingen van 23 mei 2023 met inachtneming van de professionele standaard?

Vraag 9

Kunt u aangeven of de heer [naam] informatie, adviezen en instructies heeft gekregen bij zijn ontslag? Is dit conform de professionele standaard gebeurd?

Vraag 10

Kunt u aangeven of volgens de professionele standaard in dit geval een follow-up had moeten plaatsvinden en zo ja, hoe luidt de follow-up bij deze constatering?

Vraag 11

Kunt u aangeven of de dossiervorming in dit geval conform de professionele standaard is geweest?

Onderstaande vragen behoeven alleen beantwoord te worden indien het antwoord op vraag 6-11 ontkennend is.

Vraag 12

Als er naar uw mening niet volgens de professionele standaard is gehandeld, kunt u dan aangeven in hoeverre dat niet is gebeurd en hoe er gehandeld had moeten worden? Kunt u uw antwoord uitgebreid toelichten, waar mogelijk met verwijzing naar protocollen en literatuur?

Vraag 13a

Kunt u aangeven of het niet handelen conform de professionele standaard van invloed is geweest op het beloop, meer specifiek het overlijden, van de heer [naam] ? Kunt u hierbij een vergelijking maken met de situatie waarin er wel conform de professionele standaard zou zijn gehandeld? Indien er meerdere scenario’s mogelijk zijn wilt u deze dan per scenario uitschrijven?

Vraag 13b

Kunt u, wanneer u inschat dat er ook een kans op overlijden was bij handelen conform de professionele standaard, gemotiveerd aangeven hoe groot u die kans acht en indien mogelijk uitdrukken in een percentage, eventueel rekening houdend met een marge? Als een percentage niet mogelijk is kunt u die kans dan uitdrukken in één van de volgende termen; zeker, zeer groot, groot, klein, zeer klein, verwaarloosbaar klein? Wilt u bij uw antwoord op deze vraag zo mogelijk relevante literatuur vermelden?

Vraag 14

Heeft u nog andere relevante opmerkingen aangaande deze casus die u naar voren zou willen brengen?

3.2.

benoemt tot deskundige:

de heer dr. W. Jaarsma, cardioloog,

Expertisecentrum MediLibra,

Tesselschadestraat 4, 1054 ET Amsterdam,

telefoonnummer: 088 06062 850,

3.3.

bepaalt dat de griffier een kopie van deze beschikking aan de deskundige zal toezenden,

het voorschot

3.4.

stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op het door de deskundige begrote bedrag van € 7.515,37,- inclusief BTW,

3.5.

legt aan [verzoekster] geen voorschot op,

het onderzoek

3.6.

bepaalt dat [verzoekster] het procesdossier in afschrift aan de deskundige moet toesturen,

3.7.

bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,

3.8.

wijst de deskundige er op dat:

  • -

    de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beiden te raadplegen op www.rechtspraak.nl),

  • -

    de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Richtlijn voor gebruik van AI-toepassingen door gerechtelijk deskundigen (te raadplegen op www.lrgd.nl)

  • -

    de deskundige het onderzoek pas begint na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot,

  • -

    de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,

  • -

    de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht vermeldt of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,

3.9.

bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als de deskundige daarom vraagt, de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten,

het schriftelijk rapport

3.10.

draagt de deskundige op om uiterlijk vier maanden na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, met een gespecificeerde declaratie,

3.11.

wijst de deskundige er op dat:

  • -

    uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,

  • -

    dat de deskundige het concept van het deskundigenrapport aan de advocaten van partijen moet toezenden, waarna partijen de gelegenheid krijgen om binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,

3.12.

bepaalt dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,

overige bepalingen

3.13. houdt iedere verdere beslissing aan. Rechtbank Noord-Holland 16 december 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:14740